Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De seksuologie maakt grote ontwikkelingen door. De wetenschappelijke interdisciplinaire studie van seksualiteit heeft sinds het begin van deze eeuw veel nieuwe theoretische visies, behandelingen en onderzoeksdata opgeleverd. Daarnaast zijn de effecten van de toegenomen medicalisering op de seksuologische hulpverlening groot.Seksuologie is een grondige academische inleiding tot de interdisciplinaire seksuologie. De actuele stand van zaken binnen het vakgebied wordt overzichtelijk en kritisch weergegeven. Het boek is een weerslag van de recente ontwikkelingen, bevindingen en visies zoals die internationaal binnen de verschillende seksuologische velden leven. Het boek is opgebouwd uit zes modules: seksuologie, seksualiteit, voorlichting en preventie, hulpverlening bij seksuele disfuncties, specifieke groepen en bijzondere aandachtsvelden. Aan de hand van leerdoelen en literatuurverwijzingen wordt de seksuologie in al haar facetten in kaart gebracht.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Seksuologie: een inleidend overzicht

De eigen aard van de seksuologie, haar basisparadigma’s en kernvariabelen, alsook de historische achtergrond van deze nieuwe editie van het Leerboek Seksuologie worden beschreven in dit eerste hoofdstuk als een achtergrond voor de andere 26 hoofdstukken van dit boek. Die basisparadigma’s zijn het essentialisme, het sociaal-constructionisme en het biopsychosociale perspectief. Er wordt geargumenteerd dat het biopsychosociale paradigma – ondanks de ermee verbonden risico’s – de voorkeur verdient om zowel de positieve aspecten van seksualiteit als de ermee geassocieerde risico’s en gevaren wetenschappelijk te bestuderen. Samenhangend daarmee wordt gepleit voor een methodische pluriformiteit. Startend bij de publicatie van Seksuologie voor de arts in 1987 worden de achtergronden en doelen van deze nieuwe editie van het Leerboek Seksuologie toegelicht. In het algemeen beoogt deze editie van het Leerboek Seksuologie een academische inleiding te zijn tot de multidisciplinaire seksuologie, waarbij de actuele stand van zaken overzichtelijk wordt weergegeven en kritisch wordt benaderd.
Luk Gijs, Leen Aerts, Marieke Dewitte, Paul Enzlin, Janniko Georgiadis, Baudewijntje Kreukels, Eric Meuleman

2. Geschiedenis van de seksuologie: paradigma’s, thema’s en debatten

In dit hoofdstuk wordt de geschiedenis van de seksuologie als interdisciplinaire wetenschap in vogelvlucht beschreven. Er wordt een overzicht geboden vanaf de publicatie van het boek Psychopathia Sexualis in 1886 tot heden. Daarbij worden kernthema’s en kernparadigma’s (essentialisme, sociaal-constructionisme, biopsychosociaal paradigma) in het seksuologisch denken en handelen beschreven, om zo een historische achtergrond te schetsen bij de rest van dit boek. Na internationale ontwikkelingen te hebben overzien, worden de Nederlandse en Vlaamse seksuologie vanuit historisch perspectief gesitueerd tegen deze internationale achtergrond.
Mels van Driel, Luk Gijs, Ellen Laan, Jacques van Lankveld

3. De biologie van seksualiteit

In dit hoofdstuk worden de anatomie, fysiologie, embryologie en seksuele differentiatie van de geslachtsdelen en de bekkenbodem besproken. Tevens wordt ruim aandacht besteed aan endocriene en neurale regulatiemechanismen, inclusief een overzicht van de laatste inzichten uit de hersenwetenschappen. Een aantal genitale en endocriene afwijkingen die voor het seksueel functioneren relevant zijn, worden kort geïntroduceerd, evenals relevante pathologie. Ook wordt kort gerefereerd aan het verband tussen de biologie van seksualiteit en seksuele disfuncties en/of parafilie. De kennis en de concepten die in dit hoofdstuk centraal staan, vormen een basis die de lezer in staat stelt veel van de andere hoofdstukken in dit boek, waarin specifieke velden van de seksuologie verder worden uitgediept, beter te begrijpen.
Janniko Georgiadis, Erick Janssen, André van Beek, Julie Bakker

4. Psychologische benaderingen van seksualiteit

Dit hoofdstuk vertrekt vanuit de zienswijze dat ons seksuele gedrag ook samenhangt met onze psychologische structuur en ons psychologisch functioneren. Mede door persoonlijkheidsverschillen zijn er ook seksuele verschillen tussen mensen. Waar in H. 5, dat complementair is met dit hoofdstuk, wordt gefocust op de interpersoonlijke dimensie van seksualiteit, wordt hier een psychologisch gezichtspunt geïllustreerd met enkele psychologische theorieën gericht op het individu. Aan bod komen het evolutionaire perspectief, seksualiteit als een informatieverwerkingssysteem en seksualiteit als een resultaat van persoonlijkheidsverschillen tussen mensen. Afgesloten wordt met enkele problemen van individueel psychologische benaderingen van seksualiteit.
Luk Gijs, Ellen Laan, Stephanie Both

5. Een interpersoonlijk perspectief op seksualiteit: over relaties en seks

Dit hoofdstuk vertrekt vanuit de vaststelling dat het huidige seksonderzoek niet goed is afgestemd op de realiteit. Hoewel seks meestal in de context van een relatie plaatsvindt, vertrekt het meeste onderzoek naar seksualiteit vanuit een individueel perspectief. Om de wisselwerking tussen seksualiteit en relaties beter te begrijpen, wordt hier dieper ingegaan op verschillende theoretische kaders (evolutionair perspectief, sociaal uitwisselingsperspectief, hechtingsperspectief, rol van hormonen) en worden de klinische implicaties daarvan beschreven. Los van deze theoretische beschouwingen wordt er ook specifiek ingezoomd op de wisselwerking tussen partners tijdens seks. Dit nieuwe perspectief confronteert onderzoekers met nieuwe onderzoeksvragen en stelt hen voor nieuwe methodologische uitdagingen; ook hierop wordt kort ingegaan.
Marieke Dewitte

6. De seksuele levensloop

In dit hoofdstuk staat seksualiteit ‘vanaf de conceptie tot aan het graf’ centraal. Na een situering van de seksuele levenssloop binnen een theoretisch perspectief, wordt de seksuele levensloop beschreven aan de hand van een aantal fasen. In deze beschrijving is er aandacht voor zowel seksuele kennis, seksueel gedrag, als de betekenis die mensen zelf aan seksualiteit geven. Dit overzicht toont dat seksualiteit voor zowel mannen als vrouwen levenslang een belangrijk onderdeel is van hun (kwaliteit van) leven. Er is daarbij ook beperkt aandacht voor de seksuele levensloop van mensen met een niet-heteroseksuele oriëntatie. Er wordt afgesloten met een discussie waarin er ook aandacht is voor zowel inhoudelijke als methodologische elementen die het onderzoeksveld nog kunnen versterken.
Hanneke de Graaf, Paul Enzlin

7. Seksuele diversiteit

In dit hoofdstuk staat een bespreking van drie belangrijke diversiteitsdimensies centraal, namelijk gender, seksuele voorkeur en cultuur. Eerst is er aandacht voor genderdiversiteit en wordt erop gewezen dat er op het seksuele domein tussen mannen en vrouwen verschillen zijn, maar dat er ook veel overlap is. Er is daarbij aandacht voor de invloed van de dubbele seksuele moraal en van een aantal methodologische beperkingen op het bestuderen van die verschillen. Vervolgens worden uit het onderzoek naar non-heterosexuality enkele thema’s kort aangestipt. Bij de bespreking van culturele diversiteit is er aandacht voor stereotypering, voor de health gap rond seksuele en reproductieve rechten tussen ontwikkelde en ontwikkelende landen en voor de groter wordende etnisch-culturele diversiteit en de invloed daarvan op (de betekenis) van seksueel gedrag. Daarna volgt een pleidooi om, naar analogie met doing gender, ook diversiteit actief te herdefiniëren als doing diversity.
Ine Vanwesenbeeck

8. Commerciële seks

In dit hoofdstuk staat een welbekende vorm van commerciële seks centraal: prostitutie, ofwel sekswerk. Prostitutie heeft altijd bestaan en zal altijd blijven bestaan, maar is behept met een erg negatief imago. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij verschillende aspecten. Eerst wordt ingegaan op het wettelijke kader dat in de meeste landen rond prostitutie bestaat en worden de voor- en nadelen van criminalisering en decriminalisering van sekswerk op een rij gezet. Vervolgens worden de kenmerken van sekswerk in Nederland en België belicht. Verder is er aandacht voor de motieven die vrouwen en mannen hebben om seksuele diensten aan te bieden (en ook om ervoor te betalen) en voor de maatschappelijke en individuele risico’s van sekswerk. Tot slot houdt de auteur een pleidooi om sekswerk meer te zien als een legitieme vorm van seksueel verkeer en beschrijft zij wat daarvoor nodig is.
Ine Vanwesenbeeck

9. Voorlichting en preventie

In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de stand van zaken in de gezondheidsbevordering en -voorlichting als wetenschap, en bij de ontwikkeling en de rol van seksuele voorlichting en preventie. Er wordt kort ingegaan op de rol van opvoeding en ouders bij wat vaak ook ‘seksuele opvoeding’ wordt genoemd. Daarnaast wordt het gebruik besproken van een planningsmodel voor de ontwikkeling van op theorie en wetenschappelijk bewijs gebaseerde gezondheidsvoorlichting. Verder wordt een overzicht gegeven van op dit moment beschikbare seksuelevoorlichtingsprogramma’s voor verschillende doelgroepen en thema’s in Nederland, en wordt kort ingegaan op de effectiviteit en de verspreiding van seksuele-voorlichtingsprogramma’s. Het hoofdstuk sluit af met een algemene beschouwing en een toekomstvisie op het gebied van seksuele voorlichting en preventie.
Fraukje Mevissen, Jo Reinders, Gerjo Kok

10. Seksuele vorming en opvoeding

In dit hoofdstuk staat een bespreking van seksuele vorming en seksuele opvoeding vanuit een holistisch standpunt centraal. Na een korte definiëring en omschrijving van seksuele gezondheid van kinderen en jongeren worden de belangrijkste beschermende factoren en riscofactoren voor een gezonde seksuele ontwikkeling beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op een aantal internationale richtlijnen rond seksuele vorming en opvoeding en komen de thema’s en doelstellingen, de concrete aanpak en de competenties van voorlichters van holistische vorming uitgebreid aan bod. Tot slot wordt ingegaan op de (on)mogelijkheid om holistische seksuele vorming via het dominante evaluatiediscours te evalueren en wordt een alternatief evaluatiekader voorgesteld. Het hoofdstuk eindigt met een aantal beschouwingen en uitdagingen.
Erika Frans, Kristien Michielsen

11. Anticonceptie voor de eenentwintigste eeuw

In dit hoofdstuk komen de recente ontwikkelingen rond anticonceptiemogelijkheden aan bod. Een hiervan is het toenemende gebruik van long-acting reversible contraception (LARC). Dit zijn middelen zoals intra-uteriene apparaten en implantaten die voor meerdere jaren een goede anticonceptieve betrouwbaarheid bieden en waarvan de anticonceptieve werking na extractie snel omkeerbaar is. De toenemende populariteit van LARC betekent echter zeker niet dat er geen plaats meer is voor de zogenoemde ‘user-based’ omkeerbare methoden zoals pillen, pleisters en ringen (PPR) of natuurlijke vormen van family planning. Ook sterilisatie, een in principe onomkeerbare vorm van anticonceptie, blijft een goede keuze voor sommige paren. Het is aan de gebruiker om, na counseling door een zorgverlener over de betrouwbaarheid, de voordelen maar ook mogelijke bijwerkingen en nadelen, een geïnformeerde keuze te maken. Hoewel postcoïtale anticonceptie vlot beschikbaar, betrouwbaar en veilig is, wordt het erg weinig gebruikt ter preventie van ongewenste zwangerschappen.
Johan Verhaeghe

12. Preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv

Dit hoofdstuk beschrijft het denken over en de praktijk van de preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) en het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) in Nederland en België, vooral Vlaanderen. Eerst wordt een overzicht gegeven van veelvoorkomende soa’s en wordt een aantal epidemiologische trends toegelicht. Vervolgens wordt, tegen de historische achtergrond van de soa- en hiv-preventie, een overzicht gegeven van zowel beproefde (onder andere gedragsverandering) als nieuwe preventiemethoden (onder andere hiv-remmers als profylaxe). Daarna worden de speerpunten van de soa-/hiv-preventie in Nederland en België, vooral Vlaanderen, in meer detail besproken en wordt ook ingegaan op belangrijke praktische benaderingen (onder andere e-health en m-health). Tot slot volgt een beschouwing van de soa- en hiv-preventie en wordt een aantal uitdagingen voor de preventie van soa’s en hiv in de toekomst op een rij gezet, met als ultieme doel om tegen 2030 een eind te maken aan de hiv-epidemie.
John de Wit, Sandra van den Eynde, Filippo Zimbile

13. Preventie van seksuele grensoverschrijding

Dit hoofdstuk behandelt seksuele grensoverschrijding bij zowel jongeren als volwassenen. Eerst wordt er stilgestaan bij de definities, begripsbepalingen, prevalentie en kenmerken van plegers van vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Na een korte inkijk in het landelijke preventiebeleid rond seksuele grensoverschrijding, staan we stil bij de ontwikkeling van evidence-based preventieprogramma’s. Daarbij is er aandacht voor theorieën en modellen, risicofactoren, en risicogroepen zoals mensen met een beperking. Vervolgens wordt concreet ingegaan op bestaande programma’s ter preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag voor zowel jongeren als volwassenen, met specifieke aandacht voor de werkzaamheid van deze programma’s. Het hoofdstuk eindigt met een kort besluit.
Willy van Berlo, Mechtild Höing, Nico van Oosten

14. De (psycho)therapeutische relatie in de seksuele hulpverlening

In dit hoofdstuk worden verschillende visies op en functies en dynamieken van de therapeutische relatie binnen de sekstherapie besproken. Er wordt ingegaan op de cliënt-therapeutrelatie als diagnostisch en therapeutisch instrument, op klinische basisvaardigheden die de (kwaliteit van de) relatie helpen opbouwen en op valkuilen en (interactionele) processen die de relatie kunnen beschadigen en zelfs verbreken. Daarnaast wordt uitgebreid stilgestaan bij de persoon van de therapeut, het belang van zelfinzicht en zelfzorg en het hanteren van (tegen)overdracht als manieren om veiligheid en grenzen in het therapeutisch contact te garanderen.
Ilse Penne, Els Elaut, Marieke Dewitte

15. Diagnostiek en interventies

Dit hoofdstuk beschrijft een aantal algemene principes met betrekking tot de classificatie van seksuele stoornissen, het diagnostische proces en de behandelingsmogelijkheden die binnen de klinische seksuologie gangbaar zijn. Na een beschrijving van de meest gebruikte internationale classificatiesystemen van seksuele stoornissen (DSM en ICD), worden verschillende elementen van de diagnostiek uitgebreider beschreven (vooral anamnese, vragenlijsten en lichamelijk onderzoek). Na kort aandacht te spenderen aan het belang van het maken van een behandelplan, worden (zowel op het individu als op het koppel gerichte) psychologische behandelopties en medische behandelopties besproken. De contra-indicaties voor seksuele hulpverlening worden kort aangestipt en het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschouwing over de huidige stand van zaken.
Paul Enzlin, Els Pazmany, Lies Hendrickx, Rik van Lunsen, René Kropman, Peter Leusink

16. Seksuele disfuncties bij vrouwen

In dit hoofdstuk staat de beschrijving van de meest voorkomende seksuele problemen en stoornissen van vrouwen zoals vermeld in de DSM-5 centraal. Na een aantal algemene inleidende feiten en cijfers over vrouwelijke seksuele disfuncties, worden respectievelijk de seksuele-interesse-/opwindingsstoornis, orgasmestoornis en de genitopelvienepijn-/penetratiestoornis belicht. Van elk van deze disfuncties wordt na een beschrijving van de probleemoriëntatie uitgebreid stilgestaan bij de prevalentie en incidentie, (lichamelijke en psychosociale) etiologie, aanpak van anamnese, diagnostiek, indicatiestelling en behandeling. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing.
Moniek ter Kuile, Stephanie Both, Philomeen Weijenborg

17. Seksuele disfuncties bij mannen

In dit hoofdstuk staan de seksuele disfuncties bij mannen – zoals vermeld in de DSM-5 – centraal. Na een algemene beschrijving van aspecten die te maken hebben met diagnostiek en indicatiestelling, worden respectievelijk verminderd seksueel verlangen, opwindingstoornis, orgasmestoornis en pijn bij seks behandeld. Van elk van deze disfuncties wordt na een beschrijving van de probleemoriëntatie uitgebreid stilgestaan bij de prevalentie en incidentie, de (lichamelijke en psychosociale) etiologie, aanpak van de anamnese, diagnostiek, indicatiestelling en behandeling. Afsluitend wordt de balans opgemaakt van de stand van zaken rond diagnostiek en interventies bij seksuele disfuncties bij mannen.
Jacques van Lankveld, Bert-Jan de Boer, Eric Meuleman

18. Minderheidsstress bij mensen met een homoseksuele voorkeur

In dit hoofdstuk staat het seksueleminderheidsstressmodel centraal en wordt het voorgesteld als verklaring voor de vaststelling dat homoseksuele personen meer psychische problemen ervaren dan niet homoseksuele personen. Het seksueleminderheidsstressmodel verklaart de hogere prevalentie van psychische problemen bij homoseksuele personen als een gevolg van vier factoren: (1) daadwerkelijke acute en chronische gebeurtenissen en omstandigheden; (2) verwachtingen van dergelijke gebeurtenissen en de waakzaamheid die dat vereist; (3) het verbergen van de eigen seksuele voorkeur; en (4) het zich eigen hebben gemaakt van negatieve sociale opvattingen en houdingen. Nederlands en Vlaams onderzoek bevestigt de validiteit van het seksueleminderheidsstressmodel. De implicaties van dit model voor hulpverlening en preventie worden geschetst. Daarnaast is er ook kort aandacht voor een alternatief model ter verklaring van de hogere prevalentie van psychische problemen bij homoseksuele personen.
Henny Bos, Lisette Kuyper, Theo Sandfort

19. Genderdysforie

In dit hoofdstuk staat de beschrijving van het fenomeen genderdysforie centraal. De term genderdysforie verwijst naar het gevoel van onbehagen als gevolg van een ervaren incongruentie tussen enerzijds de genderidentiteit en anderzijds het lichamelijke geslacht. Genderidentiteitsproblemen komen voor in verschillende vormen en gradaties en kunnen betrekking hebben op hoe iemand zich identificeert op het continuüm van mannelijkheid of vrouwelijkheid. De mate waarin iemand hulp nodig heeft, en de vorm en inhoud daarvan kunnen erg verschillen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de terminologie en de classificatie van genderdysforie, de epidemiologische kennis over genderdysforie en de typische en atypische genderontwikkeling. Daarna wordt afzonderlijk ingegaan op het proces van diagnostiek en (medische) behandeling op de kinderleeftijd en in de adolescentie en de volwassenheid. Het hoofdstuk sluit af met een beknopt overzicht van wat er op dit moment over de effectiviteit van de behandeling bij genderdysforie bekend is.
Thomas Steensma, Guy T’Sjoen, Mark-Bram Bouman, Gunter Heylens

20. Holistische zorg voor slachtoffers van seksueel geweld

In dit hoofdstuk staat een overzicht van holistische zorg voor slachtoffers van seksueel geweld centraal. Na een korte definitie van en een kritische blik op prevalentiecijfers van seksueel geweld bij verschillende doelgroepen wordt stilgestaan bij risicofactoren voor slachtofferschap van seksueel geweld. Vervolgens worden de gevolgen van seksueel geweld en het belang van disclosure beschreven. Een algemene beschrijving van een holistische aanpak van seksueel geweld wordt gevolgd door een aantal concrete aandachtspunten voor holistische zorg bij verschillende kwetsbare groepen. Een korte schets van een aantal ethische aspecten die spelen in de opvang van slachtoffers van seksueel geweld rondt thema af.
Ines Keygnaert, Bea van der Gucht, Lotte de Schrijver, Dirk van Braeckel, Kristien Roelens

21. Plegers van seksueel geweld

In dit hoofdstuk staat een beschrijving van het wat, waarom en hoe van het plegen van strafbaar seksueel gedrag of seksueel geweld centraal. Om duidelijk te maken wat daarmee wordt bedoeld, wordt eerst een definitie gegeven van wat strafbaar seksueel gedrag is en hoe vaak het voorkomt. Vervolgens worden verschillende theoretische verklaringen voor seksuele delinquentie beschreven, met aandacht voor algemene integratieve, monocausale en descriptieve theorieën. Omdat in het werken met plegers van seksueel geweld een accurate diagnostiek en inschatting van de kans op recidive (risicotaxatie) belangrijk zijn, wordt daarna uitgebreid op beide aspecten ingegaan. Daarna worden enkele belangrijke behandelingsprincipes besproken en de mogelijkheden en beperkingen van verschillende soorten psychotherapeutische en biomedische behandelingen. Het hoofdstuk sluit af met een korte samenvattende discussie waarin ook enkele kanttekeningen bij de huidige stand van zaken worden geformuleerd.
Wineke Smid, Jan Willem van den Berg, Ingeborg Jeandarme

22. Parafilieën en parafiele stoornissen

Dit hoofdstuk geeft een inleidende beschrijving van het hedendaagse denken en handelen over parafilieën en parafiele stoornissen in de seksuologie. Er is daarbij vooral aandacht voor (veronderstelde) gezamenlijke kenmerken van alle parafilieën of parafiele stoornissen. Na een korte inleiding over de meest voorkomende hoofdperspectieven op parafilieën, vooral het (psycho)pathologische en het normaliteitsperspectief, wordt eerst stilgestaan bij de definitie (wat is (ab)normaal?) en de prevalentie van parafilieën en parafiele stoornissen. Vervolgens worden de belangrijkste theoretische perspectieven toegelicht, vooral sociaal-psychologische, normaliserende en pathologische theorieën. Daarna is er aandacht voor behandelingen en wordt er afgesloten met enkele kritische slotgedachten.
Luk Gijs

23. Hyperseksualiteit

Dit hoofdstuk gaat eerst in op definitie- en classificatiekwesties rond het fenomeen hyperseksualiteit, waarover ondanks een aantal ernstige pogingen om tot een oplossing te komen nog steeds onduidelijkheid bestaat. Daarna worden biologische en psychologische verklaringsmodellen en hun implicaties voor de klinische praktijk beschreven. Vervolgens wordt stilgestaan bij de psychotherapeutische en farmacologische behandelingsmogelijkheden van hyperseksualiteit en wordt een lans gebroken voor meer empirische validering van de effectiviteit van de thans gebruikte interventies. Het hoofdstuk eindigt met een kort concluderend overzicht.
Kris Goethals, Gertjan van Zessen

24. Seksualiteit en medische aandoeningen

In dit hoofdstuk staat het verband tussen (chronische) ziekte of handicap én seksualiteit centraal. Eerst wordt een hypothetisch generiek conceptueel model beschreven waardoor de impact van een specifieke medische aandoening op seksualiteit kan worden begrepen. Met een beter inzicht in hoe een ziekte of handicap en seksueel functioneren en/of seksualiteitsbeleving samenhangen, kunnen onderzoekers die samenhang verder ontrafelen. Voor clinici kan het model helpen om het verband tussen ziekte en seksualiteit beter te begrijpen en een passend behandelplan te formuleren. Vervolgens is er aandacht voor een aantal belangrijke principes bij de diagnostiek en behandeling van seksgerelateerde problemen van mensen met een ziekte of handicap. Daarbij wordt ook stilgestaan bij de vragen welke hulpverlener wat het beste kan doen en wat er aan instellingsbeleid nodig is om dat te kunnen garanderen. In een korte slotbeschouwing wordt onder meer een aantal aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.
Paul Enzlin, Leen Aerts, Carlotte Kiekens

25. Psychiatrie en psychofarmaca

In dit hoofdstuk staat het verband tussen veelvoorkomende psychiatrische stoornissen, seksueel functioneren en seksualiteitsbeleving centraal. Uit de klinische praktijk blijkt dat het gesprek over seksualiteit in de ambulante en residentiële psychiatrische zorg nog steeds niet evident is. Daarom worden de voorwaarden voor een positieve benadering van seksualiteit in de hulpverlening kort geschetst. De bijwerkingen van psychofarmaca op seksualiteit en de mogelijke behandelingsstrategieën daarvoor worden beschreven. Het hoofdstuk eindigt met twee handzame overzichten over enerzijds geneesmiddelen die het seksueel functioneren bevorderen en anderzijds de farmacologische mechanismen die daaraan ten grondslag liggen. Ten slotte wordt een aantal blijvende uitdagingen voor de psychiatrie en de seksuologie opgesomd.
Thalia Herder, Marrit de Boer, Trudy Griffioen, Marcel Waldinger, Rikus Knegtering

26. Seksuele gezondheid van mensen met een verstandelijke beperking

Mensen met een verstandelijke beperking hebben seksuele gevoelens, wensen en verlangens, maar voor hen is het op een positieve manier ervaren van seksualiteit niet altijd even gemakkelijk. Voor een goede ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking is het belangrijk inzicht te hebben in hun seksuele ontwikkeling en hoe deze anders verloopt dan bij mensen zonder een verstandelijke beperking. In dit hoofdstuk krijgt een aantal zaken specifieke aandacht: de verschillende syndromen, mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking, relatievorming, seksuele weerbaarheid, het signaleren van seksueel misbruik, fijne en veilige seks, seksuele problemen, de verschillen tussen mannen en vrouwen, seksuele diversiteit en de seksuele rechten van mensen met een verstandelijke beperking. Kortom: voor mensen met een verstandelijke beperking blijkt seksualiteit een ingewikkelde zaak. In dit hoofdstuk worden zowel die complexiteit als de positieve waarden van seksualiteit voor mensen met een verstandelijke beperking beschreven.
Dilana Schaafsma, Joke Stoffelen, Gerjo Kok, Leopold Curfs

27. Seksualiteit, kinderwens, vruchtbaarheidsproblemen en vruchtbaarheidsbehandelingen

In dit hoofdstuk staat een beschrijving van het complexe verband tussen vruchtbaarheidsproblemen, vruchtbaarheidsbehandelingen en seksualiteit (bij vooral heteroseksuele paren) centraal. Na een kort overzicht van kernaspecten van de fysiologie van de voortplanting, wordt eerst besproken welke seksuele problemen subfertiliteit kunnen veroorzaken en hoe. Vervolgens wordt stilgestaan bij hoe subfertiliteit seksuele problemen kan veroorzaken. Verder worden enkele seksuologische interventies beschreven die in de context van kinderwens of vruchtbaarheidsbehandeling bruikbaar zijn, zoals het aanleren van zelfinseminatie, methoden voor angstreductie, en gebruik van erectiebevorderende middelen of vibratie bij mannen. Om de kans op succes van zowel seksuologische interventies als vruchtbaarheidsbehandelingen te optimaliseren, wordt ervoor gepleit de seksuologische en vruchtbaarheidsinterventies te scheiden. Er wordt ook voor gepleit om na een vruchtbaarheidsbehandeling aandacht te hebben voor seksualiteit. Na het benoemen van een aantal aandachtspunten bij donorschap, worden tot slot de visies op het artificieel helpen realiseren van de kinderwens vanuit verschillende religies op een rij gezet. In dit hoofdstuk wordt de theorie gelardeerd met een aantal gevalsbeschrijving en praktische adviezen en er wordt afgesloten met een korte slotbeschouwing.
Hester Pastoor, Janneke den Hartog, Gert Dohle

Nawerk

Meer informatie