Skip to main content
main-content
Top

2023 | Boek

Grondslagen van ergotherapie

Redacteuren: Margo van Hartingsveldt, Daphne Kos, Mieke le Granse

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Dit boek is hét standaardwerk over ergotherapie en de professie van de ergotherapeut in Nederland en Vlaanderen. Het is daarmee onmisbaar voor de opleidingen ergotherapie en voor ergotherapeuten in de praktijk.

Dit is de zesde druk van Grondslagen van ergotherapie. Inhoudelijk zijn alle hoofdstukken geactualiseerd en meer toegankelijk gemaakt. Ieder hoofdstuk heeft nu een basisdeel gericht op de eerstejaars student en een verdiepend deel voor ouderejaars en professionals. Daarnaast zijn er drie nieuwe hoofdstukken. Onder meer over participatie, gezondheid en welzijn, de ergotherapeut in individueel perspectief en over het Person-Evironment-Occupation (PEO-)model.

Grondslagen van ergotherapie bestaat uit vier delen. Het eerste gaat onder meer in op beroepsvorming, dagelijks handelen, diversiteit en de ergotherapeut. Het tweede deel beschrijft de kernelementen van ergotherapie en de handelingsgebieden. Deel drie bespreekt veel gebruikte modellen en frameworks. Het laatste deel zoomt in op de praktische toepassing van ergotherapie, methodisch handelen, assessmentinstrumenten, technologie en kwaliteit in zorg en welzijn. Bij dit boek hoort een online leeromgeving met extra's voor naslag en studie.

Deze nieuwe druk is een Nederlands-Vlaamse co-creatie. Beide landen zijn vertegenwoordigd in de redactie en alle hoofdstukken hebben zowel een Nederlandse als Vlaamse auteur. Er schreven 45 auteurs mee. De redactie bestaat uit Margo van Hartingsveldt (opleidingsmanager en lector Ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam), Daphne Kos (professor Ergotherapeutische Wetenschap aan de KU Leuven en onderzoekscoördinator in het Nationaal MS Centrum Melsbroek) en Mieke le Granse (oud-docent Ergotherapie en coördinator van de Duitse bacheloropleiding).

Inhoudsopgave

Voorwerk

Ergotherapie in perspectief

Voorwerk
1. Beroepsvorming ergotherapie in België en Nederland
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de beroepsvorming van ergotherapie. Een korte introductie over hoe vanaf de vroege oudheid tot en met heden, naar gezondheid en welzijn gekeken wordt vormt de start van het hoofdstuk. Daarna gaat de aandacht naar de diverse paradigma’s en hun pioniers in de periode tussen 1800 en heden. Deze hebben een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het beroep ergotherapie. Dan volgt een beschrijving van het beroep in België en Nederland. Daarbij wordt een beeld geschetst van de werkplek van ergotherapeuten, de rol van de beroepsvereniging, de ontwikkelingen bij de opleidingen ergotherapie en de rol van onderzoek binnen ergotherapie gedurende de laatste 50 jaar.
Mieke le Granse, Kristof Uvijn
2. Kerndomein van ergotherapie
Samenvatting
Het kerndomein van ergotherapie is het dagelijks handelen van mensen. Het dagelijks handelen gaat over de dingen die je doet: alleen of samen, omdat iets leuk is om te doen of omdat het van je verwacht wordt. Het dagelijks handelen is onderdeel van taken en rollen die mensen vervullen in de samenleving. Kijk je specifieker naar het dagelijks handelen, dan gaat het om activiteiten die door personen in een bepaalde context worden uitgevoerd en waaraan een betekenis wordt gegeven. Activiteiten kunnen worden ingedeeld op basis van het type activiteit, de betekenis ervan of de beleving die mensen hebben tijdens de uitvoering. Het uitvoeren van activiteiten geeft betekenis aan het leven, sociale relaties en gemeenschappen. Dit maakt dat het dagelijks handelen een krachtig middel is voor verandering of ontwikkeling, alleen of met elkaar. De wetenschap die het dagelijks handelen bestudeert, is Occupational Science en is onder andere gericht op veranderingen op individueel en maatschappelijk niveau.
Ton Satink, Daphne Kos, Dominique Van de Velde
3. Gezondheid, welzijn en participatie
Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over gezondheid en over de nieuwe kijk op gezondheid en de gezondheidszorg. De paradigmaverschuiving van ziekte en zorg naar gezondheid, gedrag en maatschappij is zowel voor ergotherapeuten als voor andere professionals een belangrijke transitie. Als je kijkt naar gezondheid gaat het erom dat mensen ondanks de uitdagingen in het leven, de eigen regie kunnen voeren en het eigen leven kunnen managen. Daarbij gaat het om deel te kunnen (blijven) nemen aan de activiteiten die voor een persoon van betekenis zijn, het participeren in het dagelijks en maatschappelijk leven. Daarnaast is het ervaren van welzijn belangrijk en dit staat in relatie tot de ervaren (positieve) gezondheid en kwaliteit van leven. Dit zijn allemaal begrippen en informatie die in dit hoofdstuk aan bod komen.
Magelien Arts-Tielemans, Ton Satink, Dominique Van de Velde
4. Gezondheidsbevordering en veranderen van dagelijks handelen
Samenvatting
Ergotherapie is gericht op het bevorderen van gezondheid en welzijn door middel van dagelijks handelen en heeft dus een duidelijke link met gezondheidsbevordering. Dit hoofdstuk gaat over gezondheidsbevordering waarbij er gestart wordt met het beschrijven van gezondheid, positieve gezondheid, preventie en gezondheidsbevordering. Er wordt in gegaan op gezondheidsbevordering en leefstijl vanuit een occupational perspective. Hiermee worden alle interventies bedoeld die gericht zijn op het behouden of vergroten van iemands betrokkenheid in het dagelijks handelen en die een positief effect op gezondheid en welzijn. Gezondheidsbevorderende interventies gaan gepaard met gedragsverandering. Daarom is kennis van determinanten van gedrag en processen van gedragsverandering ook belangrijk voor de ergotherapeut. Verschillende gedragsdeterminanten, modellen voor gedragsverklaring en gedragsverandering worden beschreven. Het hoofdstuk sluit af met een aantal veelvoorkomende gedragsinterventies voor ergotherapeuten.
Laurence Magerat, Jacqueline Leenders
5. Diversiteit en inclusie
Samenvatting
Diversiteit is van groot belang in de samenleving en dus ook in ergotherapie. Verschillen tussen mensen kunnen leiden tot discriminatie en zijn een fundamentele oorzaak van grote ongelijkheden in zorg en welzijn. Als ergotherapeut is het een uitdaging om de verschillen te leren omarmen. Inclusief denken is een van je belangrijkste uitgangspunten. In een cultureel sensitieve beroepshouding zijn veiligheid, bescheidenheid en interculturele competenties nodig om passende ergotherapeutische interventies aan te bieden en occupational rights te bewaken. Hierbij is kennis nodig over intersectionaliteit en kennis ten aanzien van demografie, gezondheid en welzijn. Om daadwerkelijk inclusief te werken geef je mensen die beperkingen ervaren de kans om hun eigen perspectief uit te leggen. Taal en (non)verbale communicatie zijn machtige instrumenten om informatie uit te wisselen. Ook kunnen in de opleiding tot ergotherapeut, in onderzoek en op beleidsniveau maatregelen genomen worden ter bevordering van diversiteit en inclusie.
Soemitro Poerbodipoero, Evelien De wachter
6. De ergotherapeut
Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de ergotherapeut. Het basisdeel beschrijft de zes uitgangspunten van ergotherapie: gebaseerd op dagelijks handelen, persoonsgericht, vindt plaats in de context, gebaseerd op bewijs, gebruikt technologie en is gemeenschapsgericht. Daarna wordt ingegaan op het ‘waarom’, het ‘hoe’ en het ‘wat’ van ergotherapie in de praktijk. De vier verschillende praktijkcontexten van de ergotherapeut worden beschreven, waarbij ook de meest recente cijfers over ergotherapeuten zijn meegenomen. Het basisdeel eindigt met een beschrijving van de stand van zaken van ergotherapie in België en Nederland. Het verdiepend deel gaat in op de volgende onderwerpen: creativiteit, leiderschap in ergotherapie, onderzoekend vermogen en ethisch redeneren. Er wordt ingegaan op het belang van internationalisering, de belangrijke internationale netwerken worden beschreven en het eindigt met het belang van duurzaamheid voor je ergotherapiepraktijk.
Edith Cup, Leen De Coninck, Margo van Hartingsveldt
7. Professioneel redeneren
Samenvatting
Professioneel redeneren is het proces van nadenken en het samen beslissen, plannen, evalueren en verantwoorden van acties in de praktijk. Professionele besluitvorming kan gezien worden als het eindresultaat van professioneel redeneren. Bij besluitvorming worden het perspectief van de persoon, het perspectief van de therapeut en het perspectief van bewijs afgewogen en met elkaar geïntegreerd. In het basisdeel van dit hoofdstuk worden acht verschillende vormen van professioneel redeneren besproken. Elke vorm wordt geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld, en de definitie wordt gegeven. In het verdiepende deel wordt dieper ingegaan op de onderliggende theoretische kaders die aan de grondslag liggen van de verschillende vormen van professioneel redeneren. Ergotherapie is een two-body practice: het professioneel redeneren van ergotherapie baseert zich op het redeneren vanuit een empirisch-analytisch referentiekader en het redeneren vanuit een interpretatief referentiekader. Het kritisch-emancipatorisch referentiekader wordt als derde theoretische kader besproken.
Annick Van Gils, Selma van Huijzen
8. Ergotherapie in individueel perspectief
Samenvatting
In dit hoofdstuk staat het individuele perspectief binnen de ergotherapie centraal. Naar aanleiding van veranderingen in het beleid en de financiering van de zorg enerzijds, en de hedendaagse concepten binnen Occupational Science en ergotherapie anderzijds, vindt er een verschuiving plaats in ergotherapeutische benadering. De nadruk op ziekte en zorg met de patiënt in een passievere, afhankelijke rol, transformeert naar een nadruk op gezondheid, gedrag en maatschappij met de persoon in een actieve rol mét eigen regie.
Hoe binnen de ergotherapie vormgegeven wordt aan deze benaderingen wordt geïllustreerd met door onderzoek onderbouwde praktijkmodellen en interventies, zoals Client-centred Enablement, krachtgericht werken en empowerment, veerkracht, herstel, Context-Based Intervention en Occupational Performance Coaching. Aan de hand van casussen worden voorbeelden uit de praktijk gegeven.
Debbie Kramer-Roy, Siska Vandemaele
9. Ergotherapie in sociaal-maatschappelijk perspectief
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de invloed die de sociaal-maatschappelijke omgeving in België en Nederland heeft op gezondheid en welzijn van mensen. Het gaat in op de rol die ergotherapie vanuit sociaal-maatschappelijk perspectief heeft in het werken met organisaties en gemeenschappen. Het basisdeel gaat over mensen met een kwetsbare positie, het beschrijft wat kwetsbaarheid is en wat kwetsbaarheid vergroot. Vervolgens gaat het hoofdstuk in op gezondheidsverschillen en dat gezondheid beïnvloed wordt door persoonlijke kenmerken en sociale determinanten op individueel en sociaal-maatschappelijk niveau. Mensenrechten worden besproken en het belang van het hebben en verkrijgen van sociale steun en sociaal kapitaal. Het sluit af met het gebruik van de enablement skills bij het werken in en met organisaties en gemeenschappen. Het verdiepend deel start met mondiale ontwikkelingen zoals de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (sustainable development goals) en de wereldwijde klimaatverandering. Daarna wordt ingegaan op de ontwikkelingen in Europa, met een focus op de volgende thema’s: demografie, de toename van migratie, de invloed van de politiek en de veranderende arbeidsmarkt. Het verdiepend deel sluit af met een beschrijving van de gemeenschapsgerichte aanpak en Community-Based Rehabilitation.
Margo van Hartingsveldt, Marion Ammeraal, Anne-Mie Engelen

Personen, context en dagelijks handelen

Voorwerk
10. Personen
Samenvatting
Ergotherapeuten werken met personen en hun systeem en steeds vaker ook met gemeenschappen en organisaties. Personen en hun systeem zijn individuen en belangrijke anderen in hun sociale omgeving. Gemeenschappen zijn informele groepen van personen die zich met elkaar identificeren en met elkaar omgaan. Organisaties zijn formele samenwerkingsverbanden tussen personen om specifieke doelen te bereiken. Naast individueel gerichte interventies zijn sociaal-maatschappelijk gerichte preventie en presentie steeds belangrijker voor gezondheid en welzijn voor iedereen. Daarvoor is een persoonsgerichte benadering (person-centred approach) nodig die vertrekt vanuit het gezichtspunt en de behoeften van personen. Eigen regie, ervaringsdeskundigheid, diversiteit en dialoog hebben een link met persoons- en relatiegericht werken. Het is belangrijk om als ergotherapeut te begrijpen wat de essentie van deze begrippen voor mensen, organisaties en gemeenschappen kan zijn. Hierdoor ontstaat er overzicht en houvast voor het ergotherapeutisch professioneel handelen.
Chris Kuiper, Ank Eijkelkamp
11. Context
Samenvatting
Het hoofdstuk Context staat stil bij de begrippen context en omgeving in relatie tot het dagelijks handelen en ergotherapie. Er wordt een onderscheid gemaakt in verschillende domeinen van de context. In het verdiepende deel wordt ingegaan op hoe context in verschillende ergotherapiemodellen wordt gedefinieerd. Er is aandacht voor de transactionele relatie tussen persoon, context en dagelijks handelen en hoe de context aangrijpingspunten biedt aan ergotherapeuten om het dagelijks handelen van een persoon, systeem, organisatie of gemeenschap te optimaliseren. De context is steeds in ontwikkeling en ook dit heeft een invloed op de ergotherapiepraktijk. We staan stil bij hoe ergotherapeuten aandacht kunnen hebben voor duurzaamheid en occupational justice.
Annick Van Gils, Michelle van Vliet
12. Handelingsgebieden, een inleiding
Samenvatting
In het dagelijks leven ben je voortdurend, alleen en vaak met anderen, betrokken in activiteiten, ook als je ‘vrij’ bent en eigenlijk niets hoeft te doen. Alle activiteiten die mensen op een dag doen worden binnen ergotherapie ingedeeld in handelingsgebieden. In dit boek hanteren we de volgende handelingsgebieden: ‘wonen en zorgen’, ‘leren en werken’ en ‘spelen en vrije tijd’. Dit hoofdstuk gaat over deze handelingsgebieden en beschrijft ook andere mogelijkheden om het dagelijks handelen in te delen. Het gaat in op het onderzoek naar tijdsbesteding (time-use) in België en Nederland. Verder beschrijft het de positieve of negatieve waarde en de betekenis die dagelijkse activiteiten voor mensen hebben, een belangrijk aspect van het kerndomein van ergotherapie. Daarnaast wordt ingegaan op de balans die mensen ervaren in het dagelijks handelen (occupational balance) en het hoofdstuk eindigt met het uitgesloten zijn van het dagelijks handelen (occupational deprivation) op basis van externe factoren.
Margo van Hartingsveldt
13. Zorgen en wonen
Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over het handelingsgebied ‘zorgen en wonen’. Dit handelingsgebied omvat behalve het verblijven in een woning, het daarbij behorende dagelijks handelen op het gebied van zelfzorg, de zorg voor anderen en het huishouden. Ook (nacht)rust en seksualiteit horen hierbij. Verder kan de woning gezien worden als de uitvalsbasis bij het ondernemen van allerlei activiteiten binnen de verschillende handelingsgebieden. Het hoofdstuk begint met het concept ‘zorgen’, waarbij wordt ingegaan op de levensloop van zorgen, de betekenis van zorgen en het begrip zorgregie. Vervolgens komt het concept ‘wonen’ en de betekenis van wonen aan bod. Daarbij worden de zes dimensies van wonen en de invloed van cultuur op het wonen beschreven. De sociaal-maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en de invloed hiervan op zorgen en wonen komen aan bod en er wordt ingegaan op verschillende zorginterventies en wooninterventies die je als ergotherapeut kan toepassen in je dagelijks werk.
Lieve Debackere, Margriet Pol
14. Leren en werken
Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft de mogelijkheden van ergotherapie in het handelingsgebied ‘Leren en Werken’ weer. Dit handelingsgebied bestrijkt alle levensfases en het occupation-based en context-based werken zijn daarbij belangrijk. Het begeleiden en ondersteunen gebeurt (steeds meer) in de context zelf, binnen scholen, klassen en op de werkvloer. In organisaties en gemeenschappen binnen kamers van leidinggevenden, management en andere coördinerende organen om zodoende optimale voorwaarden voor het leren en werken te creëren. De ergotherapeut is een belangrijke speler die kan bijdragen aan het (terug) mogelijk maken leren en werken.
Nikolaj Basselé, Jolien van den Houten
15. Spelen en vrije tijd
Samenvatting
Het handelingsgebied spelen en vrije tijd is een belangrijk onderdeel van het dagelijks handelen. Meedoen, je betrokken voelen, keuze hebben over welk spel je speelt of welke hobby je gaat uitoefenen zijn allemaal cruciale onderdelen van het dagelijks handelen van personen gedurende de levensloop.
Ergotherapeuten kunnen een belangrijke en waardevolle bijdrage leveren om spelen en vrijetijdsbesteding mogelijk te maken voor iedereen gedurende de levensloop en deze betekenisvolle activiteiten als doel voorop te stellen in de ergotherapie-interventie. De ergotherapeutische interventies kunnen gericht zijn op personen en hun systeem, organisaties en gemeenschappen.
Marieke Coussens, Sander Taam

Ergotherapie in modellen

Voorwerk
16. Ergotherapiemodellen, een inleiding
Samenvatting
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de kern van ergotherapie: het paradigma, de missie en de visie, die het bestaansrecht van het beroep vormen. Deze kern is zichtbaar in de inhouds- en procesmodellen die ergotherapeuten gebruiken om professioneel redeneren toe te passen bij handelingsvragen. Veelgebruikte modellen worden besproken. Ergotherapeuten maken daarbij ook gebruik van concepten, raamwerken, classificaties en taxonomieën. Om concreet met personen, organisaties of gemeenschappen aan de slag te gaan heeft de ergotherapeut methoden ofwel interventies nodig. De ergotherapeut onderbouwt het professioneel redeneren over en de concrete aanpak van een handelingsvraag voortdurend vanuit theorie, wetenschappelijke kennis en referentiekaders. De samenhang hiertussen wordt toegelicht.
Annerie Zalmstra, Daphne Kos
17. Person-Environment-Occupation (PEO)-model
Samenvatting
In dit hoofdstuk maak je kennis met de achtergrond en structuur van het Person-Environment-Occupation-model (PEO). Dit model is een occupation based inhoudsmodel en richt zich op de interactie tussen de persoon (P), omgeving (E) en activiteit (O). In het basisdeel worden de componenten persoon, omgeving en activiteit en hun relatie met elkaar, de zogenaamde PEO-fit, uitgelegd en toegepast op casuïstiek. Het PEO-model is een dynamisch model dat breed toepasbaar is binnen alle werkvelden en doelgroepen en met personen van alle leeftijden. Het PEO-model kan gedurende het gehele ergotherapeutische proces gebruikt worden. Omdat mensen tijdens hun leven zich voortdurend ontwikkelen, wordt in het verdiepend deel aandacht besteed aan de verschillende perspectieven ten aanzien van ontwikkeling. Verder wordt er ingegaan op de rol van het PEO-model als basisstructuur voor onderzoek en het gebruik van het PEO-model bij organisaties en gemeenschappen.
Marieke Rothuizen-Lindenschot, Els Kuppens
18. Het Person-Environment-Occupation-Performance (PEOP)-model en het PEOP Occupational Therapy Process
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft het PEOP-model en het bijbehorende PEOP OT-procesmodel. Het PEOP-model benadrukt de noodzaak van het competent zijn in het dagelijks handelen om participatie en welzijn mogelijk te maken. In het PEOP-model zijn zowel de persoonlijke als de omgevingsfactoren belangrijk in het ergotherapeutisch proces van assessment en interventie. Beide worden in het PEOP-model gezien als ondersteunend of belemmerend in het mogelijk maken van het dagelijks handelen. Door het gebruik van het PEOP OT-procesmodel wordt duidelijk hoe de capaciteiten van de persoon en de facilitators van de omgeving het dagelijks handelen bevorderen en hoe de beperkingen van de persoon en de barrières van de omgeving het dagelijks handelen belemmeren. Het PEOP OT-procesmodel start met het narratief en maakt daarmee duidelijk dat de betekenis van het dagelijks handelen in de ergotherapeutische interventie met de persoon en diens systeem, organisatie of gemeenschap het uitgangspunt is.
Margo van Hartingsveldt, Sanne Pellegrom
19. Canadian Model of Occupational Performance and Engagement (CMOP-E) en Canadian Practice Process Framework (CPPF)
Samenvatting
Ergotherapeuten focussen op het betrokken zijn in het dagelijks handelen en de betekenis die personen daaraan geven binnen hun context. Het Canadian Model of Occupational performance and Engagement (CMOP-E) maakt de ondersteunende en belemmerende factoren in het dagelijks handelen van personen, organisaties en gemeenschappen duidelijk. De bij het CMOP-E ontwikkelde Fit Chart is een tool om de (interacties in de) relevante variabelen in het dagelijks handelen, de persoon, organisatie of gemeenschap én in de omgeving te ontdekken. Dit is belangrijk voor het herkennen en oplossen van uitdagingen in het dagelijks handelen. Het Canadian Practice Proces Framework (CPPF) beschrijft in acht actiepunten het ergotherapieproces met inzet van specifieke vaardigheden van de persoon, de organisatie, de gemeenschap en de ergotherapeut. Het CPPF ondersteunt persoonsgericht en op dagelijks handelen gericht werken. Het CMOP-E en het CPPF zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek ontwikkeld en worden breed toegepast in de praktijk, het onderwijs en het onderzoek.
Ank Eijkelkamp, Marly Kammerer
20. Model Of Human Occupation (MOHO)
Samenvatting
Het Model of Human Occupation (MOHO) is een ergotherapeutisch inhoudsmodel, dat toepasbaar is voor iedere persoon of gemeenschap die niet naar tevredenheid het dagelijks handelen vorm kan geven. Het model heeft veel aandacht voor de motivatie voor dagelijks handelen. Het beschrijft hoe dit handelen gemotiveerd, (in patronen) georganiseerd en uitgevoerd wordt. Het MOHO onderscheidt in de persoon drie met elkaar samenhangende componenten: wil, gewenning en uitvoeringsvermogen. Deze componenten vormen in wisselwerking met de omgeving de basis voor het dagelijks handelen. In het handelen worden drie niveaus onderscheiden: vaardigheden, uitvoering van dagelijkse handelingen en participatie. Aanpassing of adaptatie van het dagelijks handelen ontstaat vanuit de handelingsidentiteit en de handelingscompetentie van de persoon. Het MOHO is gebaseerd op de systeemtheorie. Vanuit die visie is verandering in dagelijks handelen een dynamisch proces dat betrekking heeft op gelijktijdige en op elkaar inwerkende veranderingen in (de componenten van) de persoon, de omgeving en de relatie daartussen. Het MOHO kent veel assessment-instrumenten en interventieprogramma’s.
Joan Verhoef, Annerie Zalmstra, Siska Vandemaele
21. Het Kawa-model
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt het Kawa-model nader toegelicht. Het Kawa-model is ontwikkeld vanuit de praktijk, beoogt cultureel relevant te zijn en de levensstroom van personen in kaart te brengen zonder dat hieraan bepaalde waarden worden gekoppeld. De metafoor van de rivier staat centraal, waarbij het water dat stroomt in die rivier de levensstroom weerspiegelt. De rivierbedding, de aanwezige rotsen en het drijfhout bepalen hoe de stroming is in de rivier, oftewel hoeveel ruimte er is voor het water om te stromen. De rol van ergotherapie is het mogelijk maken en/of optimaliseren van die levensstroom.
Liesbeth de Vries, Mieke le Granse
22. Overige occupation-based ergotherapiemodellen en frameworks
Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van een aantal minder bekende occupation based ergotherapiemodellen en -frameworks. De persoon (en/of organisatie of gemeenschap) staat centraal en de focus ligt op het dagelijks handelen en participatie. Een aantal van deze modellen en frameworks zijn vrij recent ontwikkeld en sluiten aan bij huidige en toekomstige tendensen in de maatschappij en in de gezondheidszorg. Ieder model of framework wordt kort geïntroduceerd inclusief de theorieën waarop het gebaseerd is, en met hulp van een schema gevisualiseerd. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld wordt beschreven hoe elk model of framework in de praktijk ingezet kan worden. Als er bijbehorende assessment-instrumenten voorhanden zijn, worden deze kort benoemd. Elke beschrijving van het occupation based ergotherapiemodel of -framework sluit af met voorbeelden van onderzoek, waar mogelijk evidence en een eventuele connectie met Occupational Science. De beschrijving is kort gehouden en nodigt de geïnteresseerde lezer uit, om met behulp van de aangegeven literatuur, zelf verder op zoek te gaan.
Anne-Mie Engelen, Mieke le Granse, Inka Logister-Proost

Ergotherapie in praktijk

Voorwerk
23. Methodisch handelen
Samenvatting
Methodisch handelen betekent dat je als zorgprofessional zichtbaar maakt wat je doet en waarom je dat doet. Het overstijgt het automatisch en intuïtief handelen door doelgericht en procesmatig een aantal fasen te doorlopen. De vijf fasen van het basismodel van het ergotherapeutisch methodisch handelen zijn aanvraag, kennismaking, inventarisatie en analyse, doelbepaling, opstellen en uitvoeren van het plan van aanpak en evaluatie, afronding en vervolg. Dit basismodel voor het ergotherapeutisch methodisch handelen ondersteunt je om vragen en processen goed te begrijpen en te overzien, professioneel te redeneren, te reflecteren en je keuzes te onderbouwen en verantwoorden. Bij het werken met organisaties kies je veelal voor een ander (proces)model of werkwijze om methodisch aan de slag te gaan. Bij adviesvragen is het aangewezen om het ergotherapeutisch adviesmodel te gebruiken. Bij het werken in en met gemeenschappen werk je volgens de principes van Community Based Rehabilitation en Participatory Action Research.
Mieke Borst, Niki Bulckmans
24. Analyse van het dagelijks handelen
Samenvatting
In het dagelijks leven voeren mensen verschillende activiteiten uit. Soms verlopen deze echter niet zoals de persoon het wenst. Als ergotherapeut breng je samen met de persoon het dagelijks handelen in kaart. De analyse van het dagelijks handelen is gericht op het uitvoeren van activiteiten die een unieke ervaring geven binnen een unieke omgeving. Je analyseert de gegevens en op basis hiervan bepaal je samen de doelstellingen en mogelijke interventies om deze te bereiken. Binnen de ergotherapeutische interventies staat het dagelijks handelen centraal en worden betekenisvolle activiteiten ingezet als doel en middel. In dit hoofdstuk worden handvatten aangereikt om te komen tot een goede analyse van het dagelijks handelen, maar ook hoe je hiermee verder aan de slag kan gaan bij het bepalen van de meest geschikte interventies, zowel voor een individu als voor een groep.
Karen van Barschot, Nele Castelein
25. Assessment-instrumenten in ergotherapie
Samenvatting
Het assessment is een belangrijke basis van het ergotherapeutisch proces. Je kiest assessment-instrumenten op basis van wat je in kaart wilt brengen, waarom, waar en wanneer je dit wilt doen en bij wie je de instrumenten wilt gebruiken. Het hoofdstuk beschrijft het gebruik van assessment-instrumenten, hoe je een instrument kan kiezen en gaat in op de klinimetrische eigenschappen ervan. De assessment-instrumenten die je als ergotherapeut in Nederland en Vlaanderen kan gebruiken om het dagelijks handelen van personen en de omgeving, organisatie of gemeenschap in kaart te brengen zijn overzichtelijk weergegeven.
Margo van Hartingsveldt, Daphne Kos
26. Technologie in zorg en welzijn
Samenvatting
Technologie is binnen de huidige samenleving niet meer weg te denken, ook binnen de zorg- en welzijnssector heeft technologie een meerwaarde. Technologie is een geschikt middel om de zorg toekomstbestendig te maken. In dit hoofdstuk wordt zorgtechnologie als de overkoepelende term gezien van zowel zorg op afstand of zogenaamde e-health als ondersteunende technologie; dat hulpmiddelen en diensten rondom hulpmiddelen omvat. Een ergotherapeut kan zes verschillende rollen vervullen ten aanzien van zorgtechnologie, namelijk: gebruiker, trainer, adviseur, ontwerper, implementeerder en onderzoeker. Binnen elke rol wordt uitgelegd wat een ergotherapeut in deze rol kan betekenen voor personen, organisaties en gemeenschappen, met een vraag of uitdaging in het dagelijks handelen en welke bijdrage technologie kan leveren. Mogelijke toepassingen worden kort beschreven zoals robotica, domotica, extended reality. Ook de procesbeschrijving rond hulpmiddelenzorg en de diverse assessment-instrumenten die ontwikkeld zijn voor de evaluatie van zorgtechnologie worden beschreven.
Edith Hagedoren, Jeanne Heijkers, Els Knippenberg
27. Kwaliteitszorg
Samenvatting
Kwaliteit is een complex begrip. Het is een begrip dat objectief en subjectief geïnterpreteerd kan worden. Daarnaast is kwaliteit een sterk contextafhankelijk begrip. In de gezondheidszorg is kwaliteit een begrip dat zowel op micro-, meso- en macroniveau plaatsvindt. Er zijn veel verschillende partijen betrokken bij kwaliteitszorg. Deze betrokkenen hebben een eigen belang, maar ook een eigen verantwoordelijkheid. Soms zijn deze belangen en verantwoordelijkheden gelijk, echter soms conflicterend. Dit hoofdstuk beschrijft kwaliteitszorg in de zorg op alle niveaus, maar focust vooral op kwaliteitsvol handelen van de ergotherapeut in de dagelijkse beroepspraktijk en het perspectief van kwaliteit op zorg vanuit het perspectief van de ontvanger van de interventie. Daarnaast wordt ingegaan op de (systematische) aanpak waarop de ergotherapeut vorm kan geven aan het borgen dan wel verbeteren van de kwaliteit van zorg.
Aline Ollevier, Petra Panis
Nawerk
Meer informatie
Titel
Grondslagen van ergotherapie
Redacteuren
Margo van Hartingsveldt
Daphne Kos
Mieke le Granse
Copyright
2023
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-368-2829-1
Print ISBN
978-90-368-2828-4
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2829-1