Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit handboek biedt een overzicht van diverse slaapstoornissen, de diagnostiek en behandeling daarvan en hun relatie tot de psychiatrie en gebruik van psychofarmaca.
Gezonde slaap is essentieel voor het functioneren van de hersenen. Slecht slapen is voorspellend voor het ontstaan van psychische klachten, voor de mate van remissie en het risico op terugval. Slaapstoornissen komen frequent voor bij vrijwel alle psychiatrische stoornissen en vormen één van de belangrijkste transdiagnostische symptomen.
Slaapstoornissen in de psychiatrie gaat per psychiatrische aandoening uitvoerig in op de wisselwerking tussen psychiatrie en slaapstoornissen, waarbij epidemiologie, pathofysiologie en specifieke behandelmogelijkheden aan bod komen. Tot slot wordt aanvullend aandacht besteed aan zowel medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling en aan enkele specifieke doelgroepen. Het boek geeft een verdiepend kader aan deze diagnose-overstijgende problemen, waarbij de theoretische achtergrond wordt geïllustreerd met praktijkvoorbeelden.
Dit boek is bedoeld voor clinici, zoals psychiaters, psychologen, (huis)artsen en andere specialisten in de GGZ die zich willen verdiepen in de veelvuldig gemelde slaapproblemen bij mensen met een psychiatrische aandoening.
Het boek staat onder redactie van prof. dr. Marike Lancel, drs. Maaike van Veen en dr. Jeanine Kamphuis, allen verbonden aan het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie, GGZ Drenthe.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Slaap en slaapstoornissen

Voorwerk

1. Slaap: een algemene inleiding

Samenvatting
De slaap is een toestand van de hersenen en het lichaam die duidelijke kenmerken heeft en onder controle staat van zowel interne als externe processen. De slaap valt uiteen in NREM-slaap en REM-slaap, die elkaar in cycli afwisselen. De NREM-slaap zelf wordt weer onderverdeeld naar diepte in stadium 1, 2 en 3. Deze laatste wordt ook wel de diepe slaap, of ‘slow wave sleep’ genoemd. De compositie, duur, verdeling en architectuur van slaap verandert tijdens de levensloop en hangt verder af van factoren als geslacht, genetische factoren en omgevingsinvloeden. Slaapstoornissen komen veel voor en dragen bij aan een verminderde gezondheid en kwaliteit van leven.
Ysbrand van der Werf

2. Belang van slaap voor cognitief en psychologisch functioneren

Samenvatting
Slaap is van groot belang voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het lichaamsdeel dat slaap waarschijnlijk het meest nodig heeft zijn onze hersenen. Er wordt gedacht dat slaap van cruciaal belang is voor herstel, onderhoud en plasticiteit van zenuwcellen, die op hun beurt weer belangrijk zijn voor het functioneren van de hersenen als geheel: voor het onderhouden van alertheid, maar ook voor hogere cognitieve functies, zoals de vorming van geheugen en de regulatie van emoties. Een tekort aan slaap of verstoorde slaap heeft dan ook grote gevolgen voor ons mentale functioneren en welzijn. Chronisch slecht of te weinig slapen kan een oorzakelijke rol spelen bij psychiatrische stoornissen, zoals depressie. Daarnaast kan een chronisch slaaptekort de cognitieve achteruitgang tijdens de veroudering versnellen.
Peter Meerlo, Robbert Havekes

3. Diagnostiek van slaapstoornissen

Samenvatting
Voor het diagnosticeren van slaapstoornissen wordt gebruikgemaakt van verschillende informatiebronnen. Een uitgebreide slaapanamnese is het startpunt van elke slaapdiagnostiek. Slaapvragenlijsten vormen vaak een nuttige aanvulling. Het langere tijd bijhouden van een slaap-waakdagboek levert veel informatie over het slaap-waakgedrag. Registratie van bewegingsactiviteit middels actigrafie over meerdere weken levert een objectieve inschatting van het slaap-waakpatroon. Polysomnografie geeft inzicht in de slaaparchitectuur en de objectieve slaapkwaliteit en dient tevens voor de diagnose van verschillende specifieke slaapstoornissen, zoals slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen. Daarnaast kunnen additionele metingen worden ingezet ter onderbouwing van de diagnose van een aantal slaapstoornissen, zoals de multiple sleep latency test bij een verdenking op een hypersomnie en de bepaling van de dim light melatonin onset bij verdenking op bepaalde circadiane slaap-waakritmestoornissen. Slaapvragenlijsten, een slaap-waakdagboek en actigrafie kunnen in elke praktijk worden gebruikt en leveren vaak al voldoende informatie om een slaapdiagnose te kunnen stellen of te besluiten de patiënt naar een slaapcentrum te verwijzen.
Ilse Thomasson, Renilde van den Bossche

4. Insomnie

Samenvatting
Insomnie is een van de meest voorkomende slaapstoornissen binnen de algemene bevolking en de psychiatrische populatie. Insomnie, ook wel slapeloosheid genoemd, gaat gepaard met klachten over problemen met in slaap vallen, wakker worden tijdens de slaapperiode, of te vroeg ontwaken en niet meer in slaap kunnen komen. Deze klachten leiden tot beperkingen in het dagelijks leven. Verschillende modellen en theorieën zijn ontwikkeld om het ontstaan en voortbestaan van insomnie te verklaren, vooral het concept arousal speelt hierin een belangrijke rol. Insomnie is een belangrijke risicofactor voor psychiatrische aandoeningen, maar heeft ook effecten op bijvoorbeeld het cognitief functioneren en de lichamelijke gezondheid. De aanbevolen behandeling is cognitieve gedragstherapie voor insomnie. Deze therapie verbetert niet alleen de symptomen van insomnie in ongeveer twee derde van de insomniepatiënten, maar heeft ook een positieve uitwerking op symptomen van diverse psychiatrische stoornissen.
Annemarie Luik

5. Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan verschillende slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen (obstructief slaapapneusyndroom, centraal slaapapneusyndroom en obesitas-hypoventilatiesyndroom), hun prevalenties, gevolgen, comorbiditeit (in het bijzonder psychiatrische stoornissen) en mogelijke behandelingen. Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen zijn, na insomnie, de meest voorkomende groep slaapstoornissen. Er zijn aanwijzingen dat de prevalentie nog hoger is bij mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. Echter, in tegenstelling tot bij insomnie, is er tot nu toe weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de wisselwerking tussen slaapapneu en psychiatrische stoornissen. Er is enige evidentie dat slaapapneu het risico op een depressie vergroot en psychiatrische symptomen kan verergeren. Omdat de kennis over mogelijke interacties nog zo beperkt is, wordt geadviseerd zowel de slaapgerelateerde ademhalingsstoornis als de psychiatrische aandoening te behandelen.
Al de Weerd, Marike Lancel

6. Hypersomnie

Samenvatting
Hypersomnie, ofwel overmatige slaperigheid overdag, is een klinisch symptoom dat veel hinder in het dagelijks leven met zich meebrengt. Een exacte bepaling van de prevalentie van dit symptoom is niet goed mogelijk, omdat er vele vormen en oorzaken van zijn. De zogenaamde centrale vormen van hypersomnie krijgen van oudsher de meeste aandacht, hoewel ze relatief weinig voorkomen. Tot deze vormen behoren narcolepsie type 1 en 2, idiopathische hypersomnie en periodieke hypersomnie (Kleine-Levin-syndroom). Hypersomnie ten gevolge van andere aandoeningen, zowel somatische als psychiatrische, wordt frequenter gezien. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de symptomen, differentiële diagnostiek en behandeling van deze verschillende vormen van hypersomnie, met aandacht voor de psychiatrische aspecten.
Al de Weerd, Maaike van Veen

7. Circadiane slaap-waakritmestoornissen

Samenvatting
Circadiane slaap-waakritmestoornissen zijn slaap-waakverstoringen met een afwijkend 24-uurspatroon in de slaap-waakafwisseling. In de psychiatrische praktijk komt de vertraagd slaap-waakritmestoornis (DSPD) veruit het vaakst voor. De prevalentieschatting van DSPD in de algemene bevolking varieert van 0,1 tot 3 %, oplopend bij jongeren tot 16 %. Klachten zijn problemen met op de gewenste tijd in slaap vallen en ’s morgens niet op tijd wakker kunnen worden, met slaperigheid en vermoeidheid overdag. Op de gewenste, late tijd wordt wel normaal geslapen. Naar schatting 40 % van de mensen met DSPD heeft ook een psychiatrische diagnose, zoals een stemmings-, angst- of middelengerelateerde stoornis. Therapie van vooral vertraagd slaap-waakritmestoornissen moet zich richten op een gedragsmatige slaapbehandeling in combinatie met weinig licht in de avond, lichttherapie in de ochtend en eventueel een lage dosis melatonine zo’n 5 uur voor het in slaap vallen.
Marijke Gordijn, Marike Lancel

8. Parasomnieën

Samenvatting
Parasomnieën zijn ongewenste ervaringen die optreden tijdens de slaap of in de overgang tussen waken en slapen. Deze ervaringen kunnen fysiek, gedragsmatig en/of geestelijk zijn. Parasomnieën kunnen plaatsvinden tijdens de NREM-slaap, zoals slaapwandelen en night terrors, maar ook tijdens de REM-slaap, zoals nachtmerries en de REM-slaapgedragsstoornis. In de overgang tussen waken en slapen kunnen hallucinaties en verlammingsverschijnselen optreden. Deze slaapfenomenen worden nogal eens geduid als symptomen van psychiatrische stoornissen. Echter, de fenomenen kunnen op zichzelf staan, maar ook samenhangen met psychiatrische stoornissen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende parasomnieën, hoe vaak deze voorkomen, welke samenhang er is met psychiatrische stoornissen en wat de gevolgen zijn voor patiënten. Ook bespreken wij de diagnostiek en de behandeling van de verschillende parasomnieën.
Annette van Schagen, Jaap Lancee

9. Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen

Samenvatting
Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen omvatten diverse aandoeningen gekenmerkt door overmatige en/of abnormale bewegingen in de slaap. De belangrijkste en meest voorkomende aandoening is het rusteloze benen syndroom, al dan niet gepaard gaande met periodieke beenbewegingen in de slaap. Andere slaapgerelateerde bewegingsstoornissen zijn onder andere bruxisme, rhythmic movement disorder, waaronder hoofdbonken, en een aantal relatief zeldzame vormen van myoclonieën. Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen komen soms in het kader van psychiatrische aandoeningen voor, en kunnen (mede) beïnvloed worden door medicatie. Soms kunnen psychiatrische aandoeningen zélf met bewegingsonrust gepaard gaan en daarmee in de differentiële diagnose van een slaapgerelateerde bewegingsstoornis voorkomen. Andersom gaan ernstige slaapgerelateerde bewegingsstoornissen vaak gepaard met psychische klachten.
Marjolein Berrevoets-Aerts, Sebastiaan Overeem

Slaapstoornissen bij psychiatrische stoornissen

Voorwerk

10. Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen

Samenvatting
Slaap-waakstoornissen zijn voor mensen met psychosen, zoals schizofrenie en schizoaffectieve stoornissen, vaak een reden om hulp te zoeken. Het dag-nachtritme is bij mensen met psychosegevoeligheid vaak verstoord; mensen hebben meer moeite om in te slapen en/of door te slapen, en hebben vaker nachtmerries en slaapapneu. Er zijn sterke aanwijzingen dat afwijkingen in het slaappatroon een belangrijke rol spelen bij zowel de ontwikkeling als de verergering van psychosen. Slaaptekort of verminderde slaapkwaliteit kan namelijk ook bij gezonde personen psychoseachtige symptomen veroorzaken, met name hallucinaties en paranoïde wanen. Het blijft echter onduidelijk welke aspecten van de slaap betrokken zijn bij het ontstaan van een psychose dan wel of er gemeenschappelijke oorzaken bestaan voor het optreden van psychotische symptomen en slaapstoornissen. We geven een overzicht over de relatie tussen psychosen en verstoorde slaap en bespreken mogelijke onderliggende mechanismen en behandelopties.
Arjen Peters, Liesanne Brakema, Marguerite van de Hoeve, Kor Spoelstra, Henderikus Knegtering

11. Stemmingsstoornissen

Samenvatting
Slaap- en stemmingsstoornissen lijken haast onlosmakelijk met elkaar verbonden. Slecht slapen bevordert stemmingsklachten en stemmingsproblemen bevorderen slecht slapen. Veel mensen die lijden aan een depressie, een dysthyme of een bipolaire stoornis hebben gelijktijdig slaapproblemen, variërend van niet kunnen inslapen, moeilijk kunnen doorslapen of te vroeg wakker zijn. Sommige depressies gaan juist gepaard met een grote slaapbehoefte. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de aard van de slaapstoornis, de prevalentie in relatie tot depressies en mogelijke verklaringsmodellen. Bij de behandeling van depressies is het verbeteren van het slechte slapen vaak niet de eerste keuze van behandeling. Gezien het grote belang van een goede nachtrust zou dat echter vanaf het begin van een behandeling meer aandacht verdienen. In de diagnostiekfase zouden slaapproblemen en slaapstoornissen een prominente rol moeten innemen. Er wordt verder specifiek ingegaan op het gebruiken van maatregelen ter verbetering van de slaap of ingrijpen in het slaap-waakritme als antidepressieve interventie.
Jeanine Kamphuis, Ybe Meesters

12. Angststoornissen

Samenvatting
Angststoornissen gaan vaak gepaard met klachten over het slapen. De verschillende angststoornissen, met vooral aandacht voor de gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis en obsessief-compulsieve stoornis, en daarbij voorkomende slaapklachten worden in dit hoofdstuk besproken. In het bijzonder wordt stilgestaan bij het nachtelijk piekeren bij de gegeneraliseerde angststoornis, en nachtelijke paniekaanvallen bij de paniekstoornis en de mogelijke verklaringsmodellen. De transdiagnostische aspecten van slaapstoornissen in relatie tot angststoornissen zijn een belangrijk onderwerp, met daaruit volgend de plaatsbepaling van behandeling van angststoornissen en slaapstoornissen, ofwel: welke stoornis behandel je eerst? Specifieke behandelmethodieken bij angststoornissen, zoals psychoeducatie, cognitieve gedragstherapie, EMDR, e-health en farmacotherapie, worden uiteengezet.
Kamini Ho Pian, Monique Nederstigt

13. Posttraumatische stressstoornis

Samenvatting
De posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een chronische stoornis die ontstaat bij ongeveer 10 % van de mensen na een ingrijpende gebeurtenis (o.a. met gevaar voor eigen leven en/of lichamelijke integriteit). Hoewel de gevaarlijke situatie voorbij is, persisteren herbelevingen van de gebeurtenis, hetgeen gepaard gaat met angst, emotionele onrust en vermijdingsgedrag. Het is een stoornis waarvan de symptomen bestaan uit een combinatie van fysieke manifestaties, zoals verhoogde arousal, spierspanning, schrikreacties en intrusieve ervaringen, alsook psychische manifestaties, zoals flashbacks, veranderde cognities en verstoorde emotieregulatie. Slaapproblemen zijn de belangrijkste klacht bij PTSS: nachtmerries worden het vaakst gerapporteerd, maar insomnie, slaapapneu, pavor nocturnus en nachtelijke arousals komen ook veel voor. In dit hoofdstuk gaan we in op de etiologie, prevalentie en diagnostiek van PTSS en slaapproblemen, hoe deze fenomenen elkaar versterken en wat dit betekent voor diagnostiek en behandeling.
Annette van Schagen, Eric Vermetten

14. Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD)

Samenvatting
Slaapproblemen en slaapstoornissen komen in sterk verhoogde mate voor bij kinderen, adolescenten en volwassenen met ADHD. Slaapstoornissen en ADHD zijn gedurende de levensloop zo nauw met elkaar verweven dat ze elkaar in stand lijken te houden en te versterken. De delayed sleep-wake phase disorder (DSPD), ofwel de vertraagd slaap-waakritmestoornis, komt het meeste voor, bij 73–78 % van de kinderen en volwassenen met ADHD. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relatie tussen de biologische klok en het vóórkomen van slaapstoornissen en symptomen van ADHD gedurende de levensloop. Verder zullen de diagnostiek en behandeling van ADHD en de bijkomende slaapstoornissen, en de invloed van ADHD-medicatie op de slaap aan bod komen.
Denise Bijlenga, Sandra Kooij

15. Autismespectrumstoornissen

Samenvatting
Autismespectrumstoornissen worden gekarakteriseerd door beperkingen in de sociale communicatie en interactie, rigide en repetitieve gedragspatronen of interesses, welke niet verklaard kunnen worden door een verstandelijke beperking of algemene ontwikkelingsachterstand. Naast de aanwezigheid van deze gedragscomponenten wordt bij 50–80 % van de mensen met een autismespectrumstoornis een verscheidenheid aan slaapstoornissen gezien. Bij deze slaapproblemen spelen zowel genetische, biologische als gedragsmatige factoren vanuit het autisme een rol. Slaapproblemen verergeren de kernsymptomen van het autisme en op de lange termijn de morbiditeit. Tevens zijn ze van grote invloed op het dagelijks functioneren van de persoon met autisme en diens omgeving. Vanwege het frequent gecombineerd voorkomen moet er binnen de psychiatrie meer aandacht zijn voor de combinatie autisme en slaapstoornissen.
Shalini-Devi Soechitram

16. Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen

Samenvatting
Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen zijn nauw verweven met verstoringen van het slaappatroon; zo zijn slaapproblemen op jongere leeftijd duidelijk voorspellend voor het ontwikkelen van een latere verslaving – en vice versa. Bovendien zijn slaapproblemen na het bereiken van abstinentie een belangrijke risicofactor voor terugval in gebruik. Wat de relatie tussen middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en slaap extra complex maakt ten opzichte van comorbiditeit met overige psychiatrische aandoeningen, zijn de directe effecten van het gebruik van diverse middelen op de slaap, ontregeling van de slaap door het staken van middelengebruik, het aspect van zelfmedicatie en de ongunstige leefstijlpatronen. In de behandeling van patiënten met middelgerelateerde en verslavingsstoornissen is het belangrijk om al deze aspecten in overweging te nemen om zodoende de individuele diagnostiek en behandeling van slaapproblemen bij deze patiëntengroep te optimaliseren.
Maaike van Veen, Roelof Risselada

17. Persoonlijkheidsstoornissen

Samenvatting
Over de relatie tussen slaapstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen is nog relatief weinig bekend. Het onderzoek dat er is, richt zich voornamelijk op de borderlinepersoonlijkheidsstoornis (BPS) en laat zien dat in- en doorslaapproblemen en nachtmerries veelvuldig voorkomen. Qua slaaparchitectuur is gevonden dat BPS-patiënten minder diepe slaap hebben, een verkorte tijd tot REM-slaap en een hogere REM-dichtheid. Ook worden circadiane ritmeverstoringen gevonden. BPS is in de kern een emotiedysregulatiestoornis waarbij patiënten overspoeld worden door heftige emoties en vervallen in impulsieve, dysfunctionele gedragingen, zoals zelfbeschadiging en middelengebruik, om deze emoties te dempen. Door de kritieke rol van (vooral REM-)slaap in emotieregulatie ontstaat bij BPS mogelijk een vicieuze cirkel waarin genoemde slaapproblemen en BPS-symptomen elkaar versterken. Een geïntegreerde behandeling van slaapproblemen en persoonlijkheidsproblematiek lijkt daarom aangewezen, maar is vooralsnog niet onderzocht.
Inge Ensing, Hein van Marle

Behandeling van slaapstoornissen in de psychiatrie

Voorwerk

18. Niet-medicamenteuze behandeling van slaapstoornissen in de psychiatrie

Samenvatting
Verschillende slaapstoornissen komen vaak voor bij mensen met een psychiatrische stoornis. Chronische insomnie is de meest prevalente slaapstoornis. Het heeft vaak een negatief effect op de kwaliteit van leven. Bovendien is insomnie een risicofactor voor het ontwikkelen van een psychiatrische stoornis. Het is dus belangrijk om insomnie te behandelen. Andere veelvoorkomende slaapstoornissen in de psychiatrie zijn circadiane slaap-waakritmestoornissen en nachtmerriestoornissen. Kortdurende cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i) is de eerste-keuzebehandeling bij chronische insomnie. Circadiane slaap-waakritmestoornissen kunnen worden behandeld middels chronotherapie en lichttherapie, en nachtmerriestoornissen met exposure en imaginatie- en rescriptingtherapie. De specifieke toepassing van EMDR en op acceptatie gerichte benaderingen worden ook besproken in dit hoofdstuk.
Ingrid Verbeek, Mardien Oudega, Geert Peeters, Tanja Su

19. Psychofarmaca en de behandeling van slaapstoornissen

Samenvatting
Niet-medicamenteuze interventies zijn bij slaapstoornissen van groot belang en vaak de primaire behandelstap. Toch wordt om diverse redenen frequent gekozen voor inzet van medicatie; bijvoorbeeld door onvoldoende effect van de gekozen interventies of de noodzaak zo snel mogelijk slaapverbetering te induceren. Dan is kennis over de werking van en evidentie voor het gebruiken van diverse middelen voor het verbeteren van slaap noodzakelijk. Geregistreerde slaapmiddelen, zoals benzodiazepinen, zijn effectief op de korte termijn, maar kennen aanzienlijke nadelen. Off-labelgebruik van diverse psychofarmaca, met als doel slaapverbetering, is voor een aantal middelen goed verdedigbaar gezien de effecten op de slaaparchitectuur, maar ook deze hebben alle hun eigen (bijwerkingen)profiel. De invloed op de rijvaardigheid moet standaard besproken worden. Indien langdurig gebruikte slaapmiddelen afgebouwd moeten worden, zijn belangrijke uitgangspunten dit langzaam te doen en intensief te begeleiden. De voorschrijver van psychiatrische medicatie dient zich verder bewust te zijn van slaapverstorende bijwerkingen van diverse psychofarmaca.
Maaike van Veen, Jeanine Kamphuis, Rixt Riemersma-van der Lek

Slaapproblemen bij specifieke groepen

Voorwerk

20. Slaapproblemen bij kinderen en jeugdigen

Samenvatting
Slapen is essentieel voor iedereen, maar al helemaal voor kinderen. Want juist in de slaap vinden belangrijke processen plaats voor zowel groei als ontwikkeling. In dit hoofdstuk wordt de normale ontwikkeling van de slaap bij kinderen beschreven en welke verstoringen daarin kunnen optreden. Slapeloosheid komt veel voor op de kinderleeftijd, zowel bij gezonde kinderen als bij kinderen met een psychiatrische aandoening. De onderliggende oorzaken zijn divers, en kunnen te maken hebben met gedragsaspecten, slaaphygiëne, prikkelverwerking, een verstoring in de circadiane ritmiek, een psychiatrische stoornis of een combinatie van factoren. De behandeling dient te worden aangepast aan de onderliggende oorzaak en bestaat meestal uit een niet-farmacologische aanpak, incidenteel ondersteund met medicatie. Ook het herkennen van andere slaapstoornissen, zoals het obstructief slaapapneusyndroom, en de relatie met psychiatrische symptomatologie zullen worden besproken.
Nicole van Eldik, Sigrid Pillen

21. Slaapstoornissen bij ouderen

Samenvatting
Goed slapen is ook voor ouderen van groot belang voor de mentale en lichamelijke gezondheid. Slaapstoornissen komen vaker voor bij ouderen dan bij jongere volwassenen, maar zijn geen vanzelfsprekend onderdeel van het verouderingsproces. Na goede diagnostiek is verbetering van de slaap dan ook vaak mogelijk. Oorzaken van de hogere prevalentie van slaapstoornissen zijn onder andere neurobiologische factoren, het vaker voorkomen van somatische problemen, medicatiegebruik, weinig lichtblootstelling en psychosociale factoren. Insomnie is ook bij ouderen de meest voorkomende slaapstoornis. Bij insomnie is, volgens internationale richtlijnen, ook voor ouderen cognitieve gedragstherapie bij insomnie (CGT-i) de beste en veiligste behandelvorm. Het medicamenteus behandelen van chronische insomnie moet bij ouderen met grote terughoudendheid en voorzichtigheid gedaan worden, wegens mogelijk ernstige bijwerkingen. Dementie en delier gaan meestal samen met gestoorde slaap; voor deze doelgroep is een individuele CGT-i vaak niet geschikt, maar andere niet-medicamenteuze interventies, met name lichtblootstelling en een regelmatig ritme, zijn wel mogelijk.
Julia van den Berg, Viona Wijnen, Saskia van Liempt

22. Slaap en verstandelijke beperking

Samenvatting
Er is nog weinig bekend over het voorkomen van slaappathologie bij mensen met een verstandelijke beperking, mede door de grote heterogeniteit van de groep. De ervaring in de praktijk is dat slaapproblemen bij deze kwetsbare groep vaak voorkomen. De combinatie van een kwetsbaar brein en comorbide gezondheidsproblemen draagt hieraan bij. Daarnaast hebben mensen met een verstandelijke beperking ondersteuning nodig in het dagelijks leven; de invulling van de zorg bepaalt in sterke mate of de slaap positief of negatief ondersteund wordt. Diagnostiek en therapie van slaapproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking vragen een individuele aanpak, die multidisciplinair vormgegeven dient te worden. Onderzoek en interventies dienen aangepast te zijn op cognitief en sociaal-emotioneel niveau van functioneren, de aanwezigheid van ontwikkelingsstoornissen, somatische comorbiditeit, psychiatrische stoornissen en het netwerk van professionele ondersteuning.
Annelies Smits

Nawerk

Meer informatie