Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In welke mate kan de Ronde van Vlaanderen als 'Vlaams' beschouwd worden? In hoeverre is het Oranjegevoel een stimulans dan wel een obstakel voor de Nederlandse sport? Wordt in de toekomst de dopingplaag totaal overschaduwd door genetische manipulatie? Toont wetenschappelijk onderzoek aan dat zwarte sporters lichamelijk superieur zijn? Is de sport structureel een raciaal discriminerende institutie? Bevordert actieve sportbeoefening de sociale cohesie in de samenleving? Verhoogt sportdeelname op jeugdige leeftijd de kans om ook op volwassen leeftijd sportactief te zijn? Kunnen landen onderling vergeleken worden wat hun topsportbeleid en topsportsucces betreft? Welke segmenten van sportbeoefenaars kunnen onderscheiden worden? Bestaat er zoiets als mannensport en vrouwensport?

Talrijke vragen die bij elke sportgeïnteresseerde wel eens opkomen en waarop de sportsociologie een wetenschappelijk antwoord tracht te geven. Sport is een populair en maatschappelijk relevant gegeven en daarom onderwerp van sociologische analyse.

Sportsociologie. Het spel en de spelers is het eerste Nederlandstalige handboek op het terrein van de sportsociologie en bundelt het sportsociologische onderzoeksmateriaal uit zowel Nederland als Vlaanderen. Het leidt de lezer in in een denkkader dat de snel veranderende wereld van de sport inzichtelijker maakt. Het eerste deel van dit boek is een algemene inleiding waarin begrippen worden gedefinieerd en onderwerpen als bewegingscultuur, sportbeleid, de sociale betekenis van sport en de sportbeoefening in Nederland en Vlaanderen aan bod komen. In deel 2 wordt de lezer een aantal sportsociologische issues aangeboden die aansluiten op de in deel 1 behandelde thema's. Het derde deel reikt een bloemlezing van sportsociologische cases aan, waaronder de financiële impact van het Bosman-arrest, het Afrikaanse voetbal in de lage landen en de identificatie van fans na de fusie van hun club. Het geheel rondt af met een epiloog waarin een blik op de toekomst geworpen wordt.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding tot de sportsociologie

Voorwerk

1 Conceptverduidelijking en begrippenrapport

Samenvatting
In dit eerste, inleidende hoofdstuk zal worden aangegeven wat we verstaan onder sport, wat sportsociologie is en waar sportsociologische onderzoekers zich mee bezighouden. Het is eveneens de bedoeling het internationale sportsociologische onderzoek – zowel wat structuur als wat inhoud betreft – een plaats te geven, het sportsociologische onderzoek in Vlaanderen en Nederland in kaart te brengen, alsook de onderzoektopics van het sportsociologische onderzoek in Vlaanderen en Nederland te duiden, teneinde een status quaestionis van deze tak van de sportwetenschappen op te maken.
Paul De Knop

2 ‘Sport’ in beweging

De bewegingscultuur in een veranderende samenleving
Samenvatting
In dit hoofdstuk zal ingegaan worden op maatschappelijke trends met een beduidende impact op de sport. De sport – en de bewegingscultuur in het algemeen – wordt zonder twijfel beïnvloed door processen van mondialisering, lokalisering, individualisering, omnivorisering,1 vertechnisering, mediatisering, commercialisering, enzovoort. Het dynamische veld van de sport kan zich per definitie niet opsluiten in een vacuüm.
Jeroen Scheerder, Bart Vanreusel

3 Het sportbeleid in Nederland en Vlaanderen

Samenvatting
De betekenis van sport neemt in onze samenleving steeds meer toe. De sport is in de afgelopen eeuw immers uitgegroeid van een kleinschalig verschijnsel tot een mondiaal fenomeen met uiteenlopende dimensies, verschijningsvormen en betekenissen. Maar niet overal is de sport op eenzelfde wijze gestructureerd; niet overal kent men een identiek sportbeleid. Zo bestaat er een wezenlijk verschil in de organisatie van en het beleid met betrekking tot sport in Nederland en in Vlaanderen. Het lijkt ons dan ook interessant om in het kader van dit boek de organisatie en het beleid van de sport in Nederland en in Vlaanderen historisch en structureel te beschrijven en te vergelijken. Sociologie baseert zich vaak op historische en op comparatieve, cross-culturele studies. Een historisch overzicht en een vergelijking tussen het sportbeleid en de sportstructuren (in bijvoorbeeld Nederland en Vlaanderen) zal ons inzicht geven in het feit dat beleid ‘gemaakt wordt door mensen’ en dus verschillend kan zijn.
Paul De Knop, Hugo van der Poel

4 De sociale functies en betekenissen van sport

Samenvatting
De sport is de afgelopen eeuw uitgegroeid tot een mondiaal fenomeen, met uiteenlopende dimensies, verschijningsvormen en betekenissen. Hiermede is de discussie over de sociale betekenis van sport actueler geworden dan ooit.
Jeroen Hoyng, Paul De Knop

5 De actieve sportbeoefening in Nederland en Vlaanderen: een gelijkspel?1

Samenvatting
In dit hoofdstuk staat de sportdeelname centraal. Vraagstukken die aan bod komen, zijn de meetbaarheid van sportbeoefening, de operationalisering van deze vrijetijdsactiviteit, en de vergelijking Nederland versus Vlaanderen inzake sportparticipatie. Het gaat uitsluitend om de actieve deelname aan sport. De ‘passieve sportconsumptie’ – namelijk de belangstelling voor sport in de hoedanigheid van toeschouwer, televisiekijker, radioluisteraar of krantlezer – wordt in dit hoofdstuk niet bestudeerd. Er worden evenmin uitspraken geformuleerd over de fysieke activiteit of de fysieke fitheid van de Nederlandse of de Vlaamse bevolking, wel óf, in welke mate en hoe Nederlanders en Vlamingen sportief actief zijn.
Jeroen Scheerder, Bart Vanreusel

Sportsociologische issues

Voorwerk

6 Sport en samenleving

Samenvatting
In toenemende mate worden mensen opgenomen in mondiale netwerken waarbinnen zij met elkaar in interactie treden, communiceren en van elkaar afhankelijk zijn. Waar nog niet zo lang geleden gemeenschappen ‘gevangen’ zaten in een eigen perspectief, verplaatsen thans grote mensenstromen – in de hoedanigheid van zakenlui, toeristen en migranten – zich dagelijks over enorme afstanden. Hoewel het mondialiseringsproces in eerste instantie mogelijk werd gemaakt door de wereldwijde verspreiding en organisatie van de markteconomie, is dit verschijnsel vandaag evenzeer uitgebreid tot domeinen als cultuur, media, communicatie- en informatietechnologie, politiek, mode, kunst, mobiliteit, wetenschap en natuurlijk sport en toerisme. Zo zijn de Olympische Spelen universeler dan ooit en (h)erkent men overal de afbeeldingen van sportsterren en popidolen. Wereldwijd ook werken mensen met dezelfde software en communiceren zij via een gestandaardiseerd systeem van elektronische berichtgeving. Supra- en transnationale instanties zoals de VN, de NAVO, het IMF, de Wereldbank en de WTO winnen op geopolitiek niveau aan belang; andere instellingen, eerder gebaseerd op nationale entiteiten, internationaliseren zich (denk maar aan de EU). Ook processen van verstedelijking en overbevolking, maar eveneens vereenzaming en sociale uitsluiting, gaan hand in hand met de mondialisering. Nooit eerder waren we met zo velen, maar nooit eerder waren velen ook zo alleen.
Paul De Knop, Jeroen Scheerder, Bart Vanreusel

7 Topsport en breedtesport

Samenvatting
Vlaanderen en Nederland zijn altijd een beetje rivalen geweest in sport en topsport. In de jaren tachtig/negentig bruiste de publieke belangstelling als de Belgische nationale voetbalploeg uitkwam tegen Nederland. De laatste jaren is dit minder sterk geworden. De fiere Vlaamse leeuw weegt niet op tegen de Nederlandse trots. Een trots die er mag zijn in top-sport. De cijfers van de Olympische Spelen spreken boekdelen. In Athene behaalde Nederland 22 medailles, België drie. In Sydney is het verschil nog nooit zo groot geweest. Nederland behaalde twaalf gouden medailles en behoort hiermee tot de top tien van de wereld, terwijl België in Sydney terugzakt naar een 54e plaats. figuur 7-1 illustreert de prestatieverschillen tussen België en Nederland in de periode 1980-2004. De figuur geeft de prestaties weer tijdens de Olympische Spelen, wereldkampioenschap of Europees kampioenschap, gewogen met respectievelijk 6, 4 en 2 punten. De punten zijn weergegeven voor de behaalde eerste acht plaatsen – afhankelijk van de tak van sport – volgens twee systemen:
  • ■ eerste 8 plaatsen: 10 – 8 – 6– 5 – 4 – 3 – 2 – 1 punten;
  • ■ winnaar – finale – halve finale – kwartfinale: 10 – 8 – 5,5 – 2,5 punten (onder andere badminton, boksen, tafeltennis en tennis).
Paul De Knop, Jeroen Scheerder, Bart Vanreusel

8 Lichaamscultuur

Samenvatting
In tal van sectoren van het publieke leven wordt de discussie over een eigen ethiek aangescherpt. In handel, verkeer, gezondheid, milieu, voeding, filerijden, enzovoort, klinkt de wens om een eigen set van regels van denken en handelen die het technische overstijgen. Ook de sport ontsnapt niet aan de toenemende vraag naar ethische reflectie. Indien alledaagse conversatie een geldige aanwijzing kan zijn, dan wijst een stroom van bedenkelijke opinies en commentaren op een aantal kwalen in de sport die niet alleen het uiterlijk van de sport schaden, maar die ook het fundament van de sport zouden aantasten. De berichtgeving over sport lijkt soms meer op een juridische kroniek.
Paul De Knop, Jeroen Scheerder, Bart Vanreusel

9 Sportparticipatie, in- en uitsluiting

Samenvatting
Voor de meeste mensen is sportbeoefening een vorm van vrijetijdsbesteding waaraan vrijwillig wordt deelgenomen. Vanwege de specifieke tijd-ruimtelijke handelingscontext waarbinnen sport plaatsvindt, staat het voor velen ‘los’ van school, werk en andere dagelijkse levensinvullingen, waarbij sport mensen gelegenheid biedt om de dagelijkse beslommeringen en zorgen te vergeten. Uitzondering hierop is natuurlijk de (professionele) topsport, waarbij sportbeoefening vaak grotendeels samenvalt met arbeid of de dagelijkse levensinvulling. Vooral in relatie tot lichamelijke ervaringen onderscheiden de meeste vormen van sportbeoefening zich van de dagelijkse werkzaamheden van mensen en andere vrijetijdsactiviteiten (bijvoorbeeld televisiekijken, muziek maken, naar het theater gaan, een café bezoeken, postzegels verzamelen). Daarom wordt sport door veel mensen geassocieerd met fitheid en gezondheid.
Paul De Knop, Jeroen Scheerder, Bart Vanreusel

Sportsociologische cases

Voorwerk

10 Sportsociologie in de praktijk

Samenvatting
Na de Olympische Spelen in Sydney zaten de Belgische sportbonzen er wat beteuterd bij. Vijf medailles, daar viel op zich nog mee te leven voor een bescheiden sportlandje. Dat Nederland, met anderhalf maal zoveel inwoners, vijf maal zoveel medailles pakte, stemde evenwel tot nadenken. Zelfs al liet Nederland zich inmiddels bij het voetballen ringeloren. Wat maakt Nederland zo sterk, en tegelijkertijd met al zijn voetbalklasse soms zo kwetsbaar? Paradoxaal vinden zowel het succes op de Spelen als de uitschakeling voor het WK voetbal een verklaring in hetzelfde fenomeen: het dwingende superioriteitscomplex dat ‘Oranjegevoel’ genoemd wordt.
Paul De Knop, Jeroen Scheerder, Bart Vanreusel

Nawerk

Meer informatie