Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit leerboek geeft aankomende operatieassistenten en anesthesiemedewerkers inzicht in de sociale vaardigheden die zij nodig hebben voor het werk op de OK. Die vaardigheden variëren van vergaderen en overleggen tot plannen, organiseren en gesprekken voeren. Het boek sluit aan bij de opbouw van het vak sociale vaardigheden en is onderdeel van de reeks Operatieve Zorg & Technieken, die speciaal ontwikkeld werd voor de opleiding tot operatieassistent.

Sociale vaardigheden op de OK bestaat uit vijf delen. Die bespreken achtereenvolgens de thema’s persoonlijk functioneren, samenwerken, organiseren, veranderingsprocessen en gespreksvoering met patiënten. Dat laatste deel is nieuw in deze derde druk. Het is opgenomen vanwege de toename van het aantal poliklinische operatiekamers en zelfstandige behandelcentra. Ook onderwerpen als het omgaan met culturele verschillen zijn nieuw, net als verschillende technieken, zoals feedforward. De leerstof wordt verhelderd door uitgebreide casuïstiek en veel opdrachten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Persoonlijk functioneren

Voorwerk

1. Leren en reflectie

Tijdens je opleiding tot operatieassistent of anesthesiemedewerker leer je theorie en vaardigheden. In dit hoofdstuk worden verschillende leerstijlen besproken en wordt de relatie tussen het aanleren van kennis en het toepassen daarvan belicht. Een van de leerstijlen die tijdens de opleiding veel wordt toegepast, is het leren door reflectie. Hieraan wordt in dit hoofdstuk extra aandacht besteed.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

2. Normen, waarden en overtuigingen

Dit hoofdstuk gaat over normen, waarden en overtuigingen. Deze drie elementen geven richting aan ons denken, voelen en gedrag. Ze staan dan ook aan de basis van ons handelen als beroepsbeoefenaar. We bespreken wat normen, waarden en overtuigingen zijn, wat het nut ervan is en hoe ze functioneren binnen een team.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

3. Emoties

In je beroepssituatie kom je in aanraking met emoties van jezelf en anderen. Het is belangrijk inzicht te krijgen in de manier waarop jouw emoties bepalen hoe je in je beroep staat, zodat je weet waarom je je op een bepaalde manier gedraagt. In dit hoofdstuk bespreken we wat emoties zijn, wat het nut ervan is, welke emoties bij jou het vaakst voorkomen en hoe je ermee kunt omgaan.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

4. Loslaten

Als je begrepen hebt welke behoefte achter een emotie schuilgaat, kun je de emotie loslaten omdat deze geen nut meer heeft. Dit loslaten maakt ruimte. Je zet je emotionele bagage de deur uit en maakt plaats voor nieuwe ervaringen. De parabel met de bedelmonniken maakt dit duidelijk. In dit hoofdstuk gaan we in op wat loslaten is, wat het nut ervan is en welke technieken je kunt gebruiken om dit te bereiken.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Samenwerken

Voorwerk

5. Communiceren

Op de OK is communicatie van het grootste belang, omdat je elkaar perfect moet begrijpen. Dat vereist dat je goed leert communiceren. In dit hoofdstuk bespreken we enkele basisbegrippen van communicatie. Eerst wordt er ingegaan op waarnemen, observeren en interpreteren. Vervolgens wordt aandacht besteed aan gespreksvaardigheden, waarbij onder meer actief luisteren, vragen stellen, samenvatten en een gevoelsreactie geven aan bod komen. Het belang van non-verbale communicatie komt daarna aan de orde. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de behandeling van communicatiestoornissen en het coachingsgesprek.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

6. Communicatiestijlen

Verschillen in persoonlijkheid zijn boeiend en frustrerend tegelijk. Dat geldt speciaal tijdens het werk in het ziekenhuis, waar het om teamwork en motivatie draait. Een sleutel om anderen te begrijpen, is inzicht in de verschillende communicatiestijlen. Door dit inzicht ontstaat begrip. Hoe dat in zijn werk gaat, wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt. We bespreken een test om jouw eigen voorkeursstijl te achterhalen. Daarnaast wordt ingegaan op de voordelen die het biedt de ander tegemoet te treden op de manier die het best bij hem past.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

7. Feedback

Ervaring is de beste leermeester. Ervaring ontstaat door dingen uit te proberen, door te doen. Tijdens je opleiding krijg je de mogelijkheid in de praktijk te leren. Daarbij hoort ook feedback over de effectiviteit van wat je oefent en doet. Door anderen leer je over jezelf en haal je het beste in jezelf boven. In je opleiding krijg je feedback van opleiders, begeleiders en medestudenten wanneer je iets goed of fout doet. In een vaste baan krijg je feedback van je collega’s en je leidinggevende. Hierdoor ben je in staat te leren en je prestaties te verbeteren. In dit hoofdstuk komt het geven en ontvangen van feedback aan de orde. Wat is feedback precies, hoe geef je goede feedback en hoe ga je om met het ontvangen ervan?
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

8. Werken in teams

In het ziekenhuis werk je bijna altijd in een team en werk je dus samen. Dit kan in een OK-team zijn, in een team van anesthesiemedewerkers of operatieassistenten of in een projectteam. Je zult merken dat sommige teams heel goed functioneren en je het gevoel geven dat er iets kan worden bereikt wat in andere teams niet mogelijk lijkt. Het team draait als een geoliede machine. Andere teams functioneren minder efficiënt. Als teamlid kun je bijdragen aan het slagen van het teamdoel. In dit hoofdstuk wordt behandeld wat een team inhoudt, welke rollen er zijn binnen een team, hoe een team zich ontwikkelt en welke teamblokkades je kunt tegenkomen. Er worden geen teamnormen en -waarden behandeld; zie daarvoor H. 2. In H. 16 wordt de teamdynamiek behandeld die kan ontstaan bij veranderingen.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Plannen en organiseren

Voorwerk

9. Jezelf organiseren

In dit hoofdstuk gaan we in op de voordelen van een proactieve houding op je werk. Hoe kun je je werk zo organiseren dat je het heft in eigen hand houdt en bereikt wat je graag wilt? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, worden eerst de begrippen proactiviteit en reactiviteit uitgelegd.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

10. Timemanagement

Nu we in het vorige hoofdstuk onze visie, doelstellingen en strategie hebben bepaald, wordt het tijd dat deze strategie in de agenda wordt opgenomen. Daarvoor gaan we duidelijke prioriteiten stellen. Een dag heeft 24 uur, die we zelf moeten indelen. Om te zorgen dat de dingen die belangrijk voor je zijn ook daadwerkelijk in je agenda komen te staan, moet je aandacht besteden aan timemanagement. Het doel hiervan is je leven zodanig in te richten dat er een evenwicht bestaat tussen zaken die je móet doen en zaken die je graag wílt doen.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

11. Vergaderen

Vergaderen is nodig om zaken voor elkaar te krijgen in je ziekenhuis: samenwerken in je team, een planning maken en nieuwe toepassingen, automatisering of kwaliteitsverbetering bespreken. Het lastige van vergaderen is dat het van je ‘echte’ werktijd afgaat. Deze is over het algemeen toch al schaars, dus wordt aan vergaderingen vaak weinig aandacht besteed, zowel wat betreft de voorbereiding als wat betreft de vergadering zelf. Dit is jammer, want de beschikbare vergadertijd wordt daardoor vaak slecht benut. In dit hoofdstuk krijg je enkele handreikingen om effectief met je schaarse vergadertijd om te gaan.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

12. Besluitvorming en onderhandelen

In een ziekenhuis worden dagelijks veel beslissingen genomen, waarbij moet worden gekozen uit twee of meer alternatieven. Ook zelf neem je de hele dag door beslissingen, al dan niet bewust. Gaat het om probleemoplossingen die voor de organisatie van de afdeling of het ziekenhuis van belang zijn, dan zal met een grotere groep een proces worden gevolgd om tot een zo juist mogelijke keuze te komen. Beslissingen zijn er in diverse soorten: routinebeslissingen (‘Wat eet ik bij het ontbijt?’), onvoorziene beslissingen (‘Wat zal ik doen nu de robotarm tijdens de operatie kapot is gegaan?’), strategische beslissingen (‘Welke medische apparatuur schaffen we de komende vijf jaar aan?’) en operationele beslissingen (‘Wie bezet welk team op welke dag?’). De meeste beslissingen zijn onbewust of routinematig. Andere beslissingen zijn nieuw en eisen veel aandacht, omdat de gevolgen ervan een bepaald risico in zich dragen. Over deze ingewikkelder beslissingen gaat het in dit hoofdstuk. Besluitvorming is zowel een denk- als een groepsproces. Aan het eind van dit proces valt een beslissing. Eerst wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan het besluitvormingsproces. De uiteindelijke beslissing kan op verschillende manieren worden genomen. Hier zullen de belangrijkste manieren aan bod komen. In het proces van besluitvorming kan onderhandeling nodig zijn om tot een beslissing te komen. Ook daaraan wordt aandacht besteed.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Omgaan met veranderingen

Voorwerk

13. Omgaan met veranderingen en weerstand

Veranderingen op het werk kunnen variëren van kleine aanpassingen op de werkplek tot ingrijpende veranderingen door bijvoorbeeld de komst van een robot op de OK. De ene soort wordt geruisloos op een afdeling ingevoerd, de andere soort levert een storm van protest en onrust op. Hoe dat zit en wat je ermee kunt, wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

14. Omgaan met conflicten

Conflicten komen voor in je opleiding, in de OK en in je privésituatie. Ze kunnen variëren van kleine meningsverschillen tot hoogoplopende ruzies en zelfs tot een langdurige koude oorlog. Je kunt zelf kiezen hoe je omgaat met deze situaties. In dit hoofdstuk kijken we naar conflicten en naar strategieën om ermee om te gaan. Daarnaast wordt aandacht besteed aan machtsverhoudingen, omdat die bij het kiezen van een strategie van belang kunnen zijn.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

15. Stress hanteren

Spanning voor het assisteren bij een bepaalde operatie, stress voor een examen: iedereen heeft wel eens een periode in zijn leven waarin de druk oploopt. Soms duurt zo’n periode van druk te lang en kun je het gevoel krijgen dat het je allemaal te veel wordt. Je lichaam functioneert dan als een oververhitte motor. Daarover gaat dit hoofdstuk. Wat is stress, hoe kun je stress herkennen en wat kun je doen om de druk te verminderen?
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

16. Teamdynamiek bij veranderingen

Voor je beroepsuitoefening als anesthesiemedewerker of operatieassistent is goed kunnen samenwerken in groepen een belangrijke vaardigheid. Ook om een veranderingen te doen slagen, zijn goede communicatie en samenwerking een voorwaarde. In dit hoofdstuk komt aan de orde welke processen in een team in werking treden wanneer het door veranderingen onder druk komt te staan.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Communiceren met patiënten

Voorwerk

17. Gespreksvoering met patiënten

In par. 5.​2 leerde je al iets over algemene gespreksvaardigheden. In dit hoofdstuk gaat het vooral over de gesprekstechnieken die je kunt gebruiken in contact met de patiënten. Hoe begroet je hen, bouw je in korte tijd vertrouwen op en maak je echt contact? Hoe ga je om met patiënten met bepaalde emoties? Met patiënten met dementie of met kinderen en hun ouders? Houd altijd rekening met de aanwezigheid van de patiënt, ook bij verbaal en non-verbaal contact met de leden van het operatieteam. Wees daarnaast empathisch, gastvrij en respectvol; ook tegenover begeleiders van de patiënt, zoals de partner bij sectio, ouders van kinderen en begeleiders van mensen met een beperking.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

18. Verschillende culturen

Nederland is een multiculturele samenleving. In je werk krijg je dan ook te maken met mensen uit andere culturen en met een andere geloofsovertuiging. In dit hoofdstuk komt een aantal verschillende culturen en geloofsovertuigingen aan bod. Het is kan een uitdaging zijn met patiënten of collega’s uit andere culturen om te gaan. In dit hoofdstuk kijk je ook naar je eigen culturele eigenaardigheden.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Nawerk

Meer informatie