Leerboek chirurgie
- 2012
- wo
- Boek
- Redacteuren
- Prof. dr. H.G. Gooszen
- Prof. dr. J.D. Blankensteijn
- Prof. dr. I.H.M. Borel Rinkes
- Prof. dr. C.H.C. Dejong
- Prof. dr. D.J. Gouma
- Prof. dr. E. Heineman
- Prof. dr. J.F. Lange
- Prof. dr. I.B. Schipper
- Uitgeverij
- Bohn Stafleu van Loghum
Over dit boek
De afgelopen jaren heeft Leerboek chirurgie bewezen dat een thematisch opgezet naslagwerk onmisbaar is voor het medisch onderwijs. Deze tweede, herziene druk is volledig geactualiseerd en sluit aan op de laatste ontwikkelingen in het vakgebied. Aan de orde komen niet alleen onderwerpen van alle tijden, zoals ileus, breuken en acute buik, maar ook nieuwe ontwikkelingen als traumaopvang, endoscopische en endovasculaire chirurgie. Bovendien wordt ingegaan op de peri-operatieve zorg en aspecten als veiligheid en kwaliteit rondom operaties.
Leerboek chirurgie is ook online te raadplegen. Op de website vindt de lezer de gehele inhoud van het boek, aangevuld met weblinks naar richtlijnen, procedures en voorbeeldvideo's van operaties. Daarnaast biedt de website bij een groot aantal hoofdstukken online video's uit Acland's Video Atlas of Human Anatomy. Deze opnamen geven een realistisch beeld van anatomische structuren en bieden effectieve hulp ter voorbereiding van onderwijs of coschappen.
Leerboek chirurgie is in de eerste plaats geschreven als basisboek voor studenten geneeskunde en coassistenten. Samen met het probleemgeoriënteerde boek Chirurgie onder redactie van prof. dr. H.J. Bonjer vormt Leerboek chirurgie de ideale voorbereiding op de praktijk. Daarnaast is het boek een naslagwerk voor chirurgen in opleiding en overige artsen die in hun dagelijkse werk te maken hebben met chirurgische vraagstukken.
Inhoudsopgave
-
Voorwerk
-
Algemeen
-
Voorwerk
-
1 Veiligheid en kwaliteit rondom operaties
M.A. Boermeester, J.F. LangeSamenvattingPatiëntveiligheid wordt in toenemende mate, en terecht, onder de aandacht gebracht. Ondanks het hoge niveau van de gezondheidszorg in de westerse wereld ondervinden te veel patiënten vermijdbare schade tijdens hun ziekenhuisverblijf. -
2 Voeding
P.A.M. van LeeuwenSamenvattingDe veiligheid rond chirurgie is enorm toegenomen, niet alleen door chirurgisch-technische verbeteringen, maar ook door modernisering in de anesthesie. Recentelijk hebben ook andere ontwikkelingen bijgedragen aan het terugdringen van morbiditeit en mortaliteit rondom een operatie, zoals optimalisatie van de vloeistofbalans, reductie van cardiale complicaties, verbeterde operatietechnieken en maatregelen om de temperatuur te bewaken. -
3 Hemostase en stollingsstoornissen
M. LeviSamenvattingHet bloedvatensysteem draagt zorg voor een adequate aan- en afvoer van bloed naar en van de verschillende organen. Dit is een vitale functie voor het organisme, waarbij het voor een goede circulatie uiteraard van groot belang is dat het bloed in vloeibare toestand is. -
4 Infectie en antibiotica
M.A. BoermeesterSamenvattingEen ‘community-acquired’ infectie is gedefinieerd als het optreden van een infectie buiten het ziekenhuis of binnen twee dagen na opname, behalve voor patiënten die in de voorafgaande 30-90 dagen opgenomen zijn geweest in een ziekenhuis of verpleeghuis, hemodialyse hebben ondergaan of voor langere tijd een intravasculaire katheter hebben. -
5 Wondgenezing
S.E.R. HoviusSamenvatting‘Wonden en kneuzingen genezen volgens bepaalde wetten. De natuur volgt U niet. U moet de natuur volgen’, aldus Paracelsus in Chirurgia magna uit de 16e eeuw. -
6 Perioperatieve zorg
C.H.C. Dejong, M.A.E. MarcusSamenvattingPerioperatieve zorg omvat de preoperatieve zorg en risico-inschatting van patiënten, de zorg tijdens de operatie en de nazorg. Om goede perioperatieve zorg te leveren, is een goed begrip nodig van de fysiologische (hemodynamische, metabole) effecten van chirurgie. -
7 Oncologie en de rol van de chirurg
O.E. NiewegSamenvattingKanker komt frequent voor en het merendeel van de patiënten wordt operatief behandeld. De diagnostiek en de behandeling van kanker maken dan ook een belangrijk deel uit van de heelkunde. Dit hoofdstuk betreft algemene aspecten van kanker die in dat kader van belang zijn. -
8 Shock
L.P.H. LeenenSamenvattingShock is een klinische toestand met karakteristieke bevindingen (tabel 8.1) op basis van weefselhypoxie, die ontstaat bij een onbalans tussen vraag en aanbod van zuurstof op cellulair niveau. -
9 Chirurgie bij kinderen
L.W.E. van HeurnSamenvattingKinderen hebben een andere anatomie en (patho)fysiologie dan volwassenen. Dit houdt in dat kinderen vaak andere ziektebeelden en andere aandoeningen hebben. Ook de behandeling is vaak anders dan bij volwassenen, bijvoorbeeld bij een liesbreukoperatie. -
10 De oudere chirurgische patiënt
B.L. van Leeuwen, M.G.M. Olde RikkertSamenvattingDoor de toenemende vergrijzing in onze samenleving is het aantal oudere patiënten binnen de chirurgische populatie sterk toegenomen. Dit aantal zal in de komende jaren met het ouder worden van de babyboomers nog verder stijgen. -
11 Minimaal invasieve technieken
N.D. BouvySamenvattingLaparoscopie is afgeleid van de Griekse woorden lapara (= buik) en skopein (= bekijken). Het betekent dan ook bezichtiging van de buikholte via een door de buikwand ingebrachte laparoscoop.
-
-
Abdominale chirurgie
-
Voorwerk
-
12 Acute buik bij volwassenen
H. van Goor, R.M.H. RoumenSamenvatting‘Acute buik’ is een veelgebruikte term in de klinische praktijk, waarmee een toestand van acute buikpijn wordt bedoeld, veroorzaakt door een groot scala van aandoeningen waarvoor meestal een chirurgische behandeling noodzakelijk is. -
13 Acute buik bij kinderen
J.H. AllemaSamenvattingBuikpijnklachten die in korte tijd ontstaan en verergeren, (kunnen) duiden op een ‘acuut’ intra-abdominaal probleem en vragen een snelle diagnostiek en behandeling. -
14 Breuken
M.P. Simons, D. van Geldere, M.R.M. ScheltingaSamenvattingIn dit hoofdstuk wordt veel verwezen naar de European Guidelines on the treatment of inguinal hernia in adult patients (Europese Richtlijn), die gepubliceerd is in het blad Hernia. -
15 Oesofagus
J.J.B. van Lanschot, B.P.L. WijnhovenSamenvattingDe belangrijkste functie van de slokdarm is het transporteren van speeksel en voedsel van de keel naar de maag. Vertering en resorptie vinden nauwelijks of niet plaats. -
16 Maag en duodenum
B.P.L. WijnhovenSamenvattingDe maag is een intra-abdominaal orgaan, dat begint bij de gastro-oesofageale overgang en eindigt in de pylorus. De maag wordt begrensd door lever, linkernier en bijnier, pancreas, colon en milt. -
17 Bovenste tractus digestivus bij kinderen
D.C. van der ZeeSamenvattingOesofagusatresie wordt gekenmerkt door een aangeboren afsluiting van de slokdarm ten gevolge van een ontwikkelingsstoornis in de vierde week van de zwangerschap. -
18 Lever en galwegen
T.M. van GulikSamenvattingDe hepatobiliaire chirurgie omvat de chirurgische behandeling van benigne en maligne aandoeningen van lever en galwegen. De galwegen komen buiten de lever samen in de confluentie van linker en rechter ductus hepaticus en verlopen verder als ductus hepatocholedochus naar de papil van Vater in het duodenum. -
19 Pancreas
D.J. GoumaSamenvattingIn dit hoofdstuk over de pancreas worden na een korte inleiding over embryologie, anatomie, fysiologie en beeldvormende diagnostiek, de drie meest voorkomende afwijkingen besproken: acute pancreatitis, chronische pancreatitis en pancreastumoren. -
20 Aandoeningen van lever, galwegen en pancreas bij kinderen
J.B.F. Hulscher, D.C. Aronson, P.M.J.G. PeetersSamenvattingGalwegatresie is een ziekte bij pasgeboren kinderen waarbij de extrahepatische galwegen verschrompelen dan wel niet goed aangelegd zijn. De oorzaak is onbekend, waarschijnlijk spelen onder andere infectieuze en/of immunologische factoren een rol. -
21 Milt
G. KazemierSamenvattingDe milt is een orgaan dat gemiddeld 150 g weegt en 7 × 4 × 12 cm meet. Het ligt tegen de linkerdiafragmakoepel, ventraal van de linkernier en -bijnier, dorsolateraal van de maag. De milt maakt eveneens contact met de flexura lienalis van het colon; de staart van de pancreas loopt in vele gevallen tot in de hilus van de milt. -
22 Dunne darm
W.J.H.J. MeijerinkSamenvattingDe dunne darm strekt zich uit van de pylorus tot aan het caecum en bestaat uit het duodenum, ofwel de twaalfvingerige darm, het jejunum en het ileum. -
23 Appendix
H. Torrenga, W.J.H.J. MeijerinkSamenvattingHet ziektebeeld appendicitis acuta werd voor het eerst in 1886 beschreven door Reginals Fitz (1843-1913). Hij beschreef niet alleen de klinische en pathologische verschijnselen, ook was hij de eerste die een appendectomie als curatieve behandeling opperde. -
24 Colon en rectum
W.A. BemelmanSamenvattingVeel ziekten van de dikke darm moeten chirurgisch worden behandeld. Ook al worden aandoeningen zoals inflammatoire darmziekten in eerste instantie medicamenteus behandeld, uiteindelijk zal vaak chirurgie aangewezen zijn, omdat de ziekte therapieresistent is geworden of omdat er complicaties zijn ontstaan. -
25 Anus
W.R. SchoutenSamenvattingHet anale kanaal wordt gedefinieerd als dat deel van het darmkanaal dat onder het niveau van de musculus puborectalis ligt. De lengte varieert van 2 tot 4 centimeter. -
26 Onderste tractus digestivus bij kinderen
R.M.H. Wijnen, I. de BlaauwSamenvattingIn dit hoofdstuk worden aandoeningen van de onderste tractus digestivus bij kinderen besproken, die ofwel congenitaal, ofwel specifiek voor kinderen zijn. Aandoeningen die ook bij kinderen, maar vooral bij volwassenen voorkomen, zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn, worden in dit hoofdstuk niet apart beschreven. -
27 Bariatrische en metabole chirurgie
R. Schouten, J.W. GreveSamenvattingIn enkele millennia is de mens veranderd van jager en verzamelaar in de moderne consument, die zich zonder enige inspanning te goed kan doen aan vrijwel ongelimiteerde hoeveelheden voedsel. Daarbij komt dat dit voedsel in calorische waarde per eenheid gewicht enorm is toegenomen.
-
-
Hoofd-hals endocrien
-
Voorwerk
-
28 Parotis en overige speekselklieren
M.R. VriensSamenvattingDe parotisklier, de glandula parotidea (in het Grieks betekent para-otion: naast het oor), is de grootste speekselklier in het lichaam. De klier heeft de vorm van een piramide en is irregulair van structuur. -
29 Schildklier
C.J.H. van de Velde, J. KievitSamenvattingSchildklierziekten komen frequent voor. Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 0,6% van de mannelijke en 2,4% van de vrouwelijke Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder lijdt aan een vorm van schildklieraandoeningen. -
30 Bijschildklieren
B.A. Bonsing, J. KievitSamenvattingBijschildklieren zijn kleine kliertjes die nabij de schildklier liggen, meestal er vlak achter. Doorgaans (in circa 85%) zijn er vier bijschildklieren. Hoewel ze slechts enkele millimeters groot zijn, zijn ze voor het lichaam van groot belang vanwege de productie van bijschildklierhormoon, dat een sleutelrol speelt in de kalk- en fosfaathuishouding. -
31 Bijnier
H.J. BonjerSamenvattingDe bijnier is een dubbelzijdig aangelegd orgaan dat bestaat uit schors en merg. Het merg wordt gevormd door cellen die tijdens de embryonale ontwikkeling migreren van de sympathische grensstreng naar het bijniermerg. -
32 Neuro-endocriene tumoren
C.H.J. van EijckSamenvattingIn dit hoofdstuk worden zowel carcinoïdtumoren van de tractus digestivus als neuro-endocriene pancreastumoren besproken. Voor hormoonproducerende tumoren van de bijnier wordt verwezen naar hoofdstuk 31. -
33 Zwelling in hoofd-halsgebied bij kinderen
Z.J. de Langen, D.C. Aronson, B.H. VerhoevenSamenvattingIn het hoofd-halsgebied komen bij kinderen frequent zwellingen voor die uiteen kunnen lopen van eenvoudige en onschuldige aangeboren aandoeningen tot onbehandelbare aangeboren aandoeningen of maligniteiten.
-
-
Longchirurgie
-
Voorwerk
-
34 Mediastinum
M.A. PaulSamenvattingHet mediastinum ligt centraal in de thorax. Door de veelheid van structuren wordt in het mediastinum een grote variëteit aan ziekteprocessen gezien: congenitaal, neoplastisch of infectieus. -
35 Longen
M.A. PaulSamenvattingIn dit hoofdstuk worden infecties, degeneratieve afwijkingen en maligniteiten besproken. Vanwege de hoge prevalentie ligt de nadruk op de behandeling van het longcarcinoom. -
36 Thoraxchirurgie bij kinderen
M.W.N. OomenSamenvattingDe pectus excavatum is de meest voorkomende congenitale deformiteit van de thoraxwand die wordt gekenmerkt door een deuk in het sternum. Een asymmetrische groei van de ribkraakbeenderen is de oorzaak van de deformiteit.
-
-
Vaten
-
Voorwerk
-
37 Thoracale aorta
W. WisselinkSamenvattingDe thoracale aorta is het gedeelte van de grote lichaamsslagader dat zich in de borstholte bevindt. Er worden drie delen onderscheiden: de aorta ascendens, de arcus aortae en de aorta descendens. -
38 Abdominale aorta
M.J.W. KoelemaySamenvattingDe abdominale aorta (grote lichaamsslagader) is het vervolg van de thoracale aorta nadat die het diafragma is gepasseerd, en loopt tot aan haar splitsing in de beide arteriae iliacae communes. -
39 Perifere arteriën
R. BalmSamenvattingBloedvatvernauwingen (stenosen) en afsluitingen (occlusies), maar ook vaatverwijdingen (aneurysmata) van de perifere arteriën worden meestal gevonden in het kader van gegeneraliseerde atherosclerose. -
40 Carotis
M.R.H.M. van SambeekSamenvattingDe hersenen worden door vier grote arteriën verzorgd: de arteria carotis beiderzijds en de arteria vertebralis beiderzijds. -
41 Splanchnische vaten
R.H. Geelkerken, J.J. Kolkman, J.H. van BockelSamenvattingDe splanchnische circulatie omvat de arteriële aanvoer, de capillairen en de veneuze afvloed van maag, duodenum, dunne en dikke darm, galwegen, lever, pancreas en milt. -
42 Veneus systeem
C.H.A. WittensSamenvattingZowel in het bovenste als in het onderste lidmaat kan men een oppervlakkig, diep en perforerend veneus systeem onderscheiden. De oppervlakkige armvenen zijn de venae digitales, de venae metacarpales, de vena basilica antebrachii, de vena cephalica antebrachii, de vena mediana antebrachii, de vena mediane cubiti, de vena basilica (mediaal) en de vena cephalica (lateraal).
-
-
Transplantatie
-
Voorwerk
-
43 Transplantatie van nier en pancreas
R.J. PloegSamenvattingBij een niertransplantatie wordt een donornier afkomstig van een levende of overleden donor na een zo kort mogelijke bewaar- of preservatieperiode geïmplanteerd bij een patiënt met (pre)terminale nierinsufficiëntie. -
44 Levertransplantatie
G. Kazemier, J.N.M. IJzermansSamenvattingIn de afgelopen decennia is levertransplantatie uitgegroeid tot een succesvolle behandelingsmethode voor patiënten met acuut leverfalen of een gedecompenseerde chronische leverziekte.
-
-
Tumoren
-
Voorwerk
-
45 Melanoom en andere huidtumoren
M.W.J.M. Wouters, O.E. NiewegSamenvattingTumoren van de huid komen veel voor. De incidentie ervan neemt sterk toe met het stijgen van de leeftijd. De meeste huidtumoren zijn goedaardig. -
46 Mamma
E.J.Th. RutgersSamenvattingHet mammacarcinoom (borstkanker) is een kwaadaardige ontaarding in de borstklier. Meestal gaat het om een ontaarding van cellen die de afvoerende melkbuisjes (de ductuli) vormen: het ductale carcinoom. -
47 Wekedelen- en bottumoren
H.J. HoekstraSamenvattingWekedelen- en bottumoren vormen een heterogene groep tumoren die uitgaan van mesenchymaal weefsel. Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 500 kwaadaardige wekedelentumoren en 150 kwaadaardige bottumoren gediagnosticeerd. -
48 Tumoren bij kinderen
M.H.W.A. WijnenSamenvattingVan elke duizend pasgeborenen in Nederland krijgen er ongeveer twee kanker op de kinderleeftijd (0-18 jaar). Volgens de landelijke kankerregistratie krijgen per jaar ongeveer 500 kinderen een vorm van kanker. Deze gevallen van kanker kunnen worden onderverdeeld in de volgende groepen: beenmerg- en/of lymfekliertumoren (41%), tumoren van het zenuwstelsel (27%), bot- en wekedelentumoren (12%), niertumoren (6,5%), oogtumoren (3,5%) en kiemceltumoren (3%).
-
-
Trauma
-
Voorwerk
-
49 Traumaopvang: ATLS®
K.W. WendtSamenvattingDe heelkunde ontleent zijn naam aan de behandeling van letsels die zijn ontstaan door een verwonding of ongeval. Daarom is de traumachirurgie van oudsher een belangrijk aandachtsgebied van de heelkunde. Ongevallen zijn een groot probleem in onze maatschappij. -
50 Damage control chirurgie
A.B. van VugtSamenvattingOnder damage control chirurgie, ook wel damage control surgery (DCS) genoemd, wordt de gefaseerde aanpak verstaan die bij de behandeling van een ernstig gewonde patiënt puur gericht is op levensreddende ingrepen en het voorkomen van (ernstig) infectieuze complicaties (zie figuur 50.1). -
51 Brandwonden
R.S. BreederveldSamenvattingEen slachtoffer met ernstige brandwonden vertoont een complex ziektebeeld, waarbij verscheidene orgaansystemen betrokken kunnen raken. Hoewel het verlies aan huid een sleutelrol vervult en het zaak is dit verlies zo snel mogelijk op te heffen, is het van belang alle facetten die bij de behandeling een rol spelen, daar steeds bij te betrekken. -
52 Thoraxtrauma
J.P.M. FrölkeSamenvattingEen thoraxtrauma is elk letsel aan de thorax zowel stomp als penetrerend. Thoraxletsels kunnen op basis van prognose verdeeld worden in een aantal potentieel levensbedreigende letsels en in een aantal niet-direct levensbedreigende letsels. De thorax is het gedeelte van de romp dat craniaal begrensd wordt door de nek en caudaal door het diafragma. De thorax wordt grotendeels omgeven door de ribbenkast, waardoor de inwendige structuren zoals hart, grote vaten en longen, beschermd worden. -
53 Buiktrauma
J.C. GoslingsSamenvattingLetsels van de buik kunnen worden onderverdeeld in scherpe (penetrerende) en stompe letsels. In de meeste Europese landen is het percentage ongevalspatiënten dat wordt opgenomen ten gevolge van een scherp letsel, ongeveer 15%; in de Verenigde Staten is dat 30 tot 35%. Ongeveer 30% van de patiënten die worden opgenomen na een stomp trauma, heeft buikletsel; minder dan 10% moet een laparotomie ondergaan. -
54 Wervelkolom
P. PatkaSamenvattingLetsels van de wervelkolom zijn meestal het gevolg van een hoog-energetisch trauma. De letsels kunnen gepaard gaan met neurologische uitvalsverschijnselen; in het ernstigste geval met een dwarslaesie. -
55 Bovenste extremiteiten
K.W. WendtSamenvattingDe mens heeft de mogelijkheid met zijn handen actief in zijn omgeving in te grijpen. Dat hij zijn handen zo gevarieerd kan gebruiken, heeft hij in een belangrijke mate te danken aan de grote beweeglijkheid in het schouder- en ellebooggewricht. Het betreft een ingewikkeld systeem van gewrichtsoverbruggende spieren, pezen en banden. Daarom heeft ieder letsel van deze gewrichten grote invloed op de functie van de handen en daardoor op de interactie van de mens met zijn omgeving. Vroege diagnostiek en adequate behandeling zijn essentieel voor een zo goed mogelijk herstel van deze functie. -
56 Bekken
A.B. van VugtSamenvattingOnder een bekkenfractuur wordt iedere fractuur verstaan die gelokaliseerd is in de bekkenring en/of het acetabulum. Dit omvat wat betreft de bekkenring de symfyse, het os pubis, het os ilium en het sacro-iliacale gewricht en het sacrum. Wat betreft het acetabulum: alle fracturen die de heupkom betreffen. -
57 Heup
I.B. SchipperSamenvattingMet de heup wordt het gebied rondom het proximale femur bedoeld. Formeel bestaat het heupgewricht uit de femurkop en het acetabulum (figuur 57.1), die door middel van het gewrichtskapsel en het ligamentum teres met elkaar verbonden zijn. Grote spiergroepen van de romp naar het bovenbeen geven extra stevigheid en zorgen voor de motorische functie van dit deel van het bewegingsapparaat. -
58 Onderste extremiteiten
F.C Bakker, J.C. GoslingsSamenvattingMen spreekt van een femurschachtfractuur indien de fractuurlijn in het gebied tussen de onderrand van de trochanter minor en het condylenblok ligt. Omdat het femur het zwaarste en sterkste pijpbeen in het lichaam is, zijn bij een gezonde volwassene grote krachten nodig om een femurschachtfractuur of een condylenfractuur te veroorzaken. Een simpele val zal zelden of nooit tot een femurschachtfractuur leiden, tenzij het bot verzwakt is door osteoporose of een andere aandoening. -
59 Fracturen bij kinderen
Chr. SleeboomSamenvattingOm te weten welke stand wel of niet acceptabel is, is kennis nodig van de mogelijkheden tot remodellering die tijdens de groei kunnen optreden. Bij een breuk die zich in het midden van het bot (de diafyse) bevindt, zal minder remodellering optreden dan bij een breuk die aan de uiteinden van de botten is ontstaan.
-
-
Nawerk
- Titel
- Leerboek chirurgie
- Redacteuren
-
Prof. dr. H.G. Gooszen
Prof. dr. J.D. Blankensteijn
Prof. dr. I.H.M. Borel Rinkes
Prof. dr. C.H.C. Dejong
Prof. dr. D.J. Gouma
Prof. dr. E. Heineman
Prof. dr. J.F. Lange
Prof. dr. I.B. Schipper
- Copyright
- 2012
- Uitgeverij
- Bohn Stafleu van Loghum
- Elektronisch ISBN
- 978-90-313-8735-9
- Print ISBN
- 978-90-313-8734-2
- DOI
- https://doi.org/10.1007/978-90-313-8735-9