Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek laat zien hoe neuropsychologische problematiek kan interfereren bij psychotherapeutische behandeling. Door hier meer op te focussen, kun je effectiever behandelen en misdiagnostiek voorkomen.

Het beschrijft welke problemen je kan tegenkomen bij de behandeling, en welke kennis van neuropsychologische stoornissen nodig is bij aanvang en tijdens de behandeling. Tevens biedt het boek praktische handvatten voor de behandeling in de klinische praktijk.

De rol van neuropsychologie in de psychotherapie is opgebouwd uit drie delen. Het algemene gedeelte gaat over de relatie tussen psychotherapie en neurowetenschappen, over kwetsbaarheid en veerkracht en over ontwikkelingsneuropsychologische perspectieven. In het tweede praktijkgericht deel komen de meest voorkomende psychische en psychiatrische problemen aan de orde, zoals depressie, chronische vermoeidheid, posttraumatisch stressstoornissen, ADHD en somatische symptoomstoornissen. Ook leest u over de mogelijke inzet van E-health bij de behandeling van deze patiënten. Deel drie, het tweede praktijkgerichte deel, richt zich op de gevolgen van niet aangeboren hersenletsel (NAH), zoals de identiteit na een NAH, beperkte cognitieve stoornissen, emotionele problemen en gesprekstherapie na hersenletsel. Daarnaast komt ook de mogelijke inzet van E-health bij behandeling van NAH aan de orde.

Het boek richt zich op psychologen, psychotherapeuten en psychiaters werkzaam in de ggz. Het boek is eveneens goed bruikbaar binnen de diverse ggz-opleidingen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inzicht: breinfeiten

Voorwerk

1. Neurowetenschappen en psychotherapie

Dit hoofdstuk probeert inzicht te geven in de relatie tussen neurowetenschappen en psychotherapie. Alvorens de aandacht te vestigen op het spanningsveld tussen beide, proberen we eerst de relatie geest-lichaam als noodzakelijke voorwaarde te omschrijven. Vervolgens kijken we naar het nut van de neurowetenschappen voor de psychotherapie en de bijdrage ervan voor dit geheel. Ten slotte bespreken we het begrip neuroplasticiteit en de waarde hiervan voor herstel door een (psychotherapeutische) behandeling. Het hoofdstuk eindigt met een korte beschrijving van toekomstmogelijkheden ten aanzien van de bijdrage van neurowetenschappen aan de psychotherapie.
J. A. M. Vandermeulen

2. Hersenen vanuit ontwikkelingsneuropsychologisch perspectief: wat moet de hulpverlener weten?

Dit hoofdstuk richt zich op ontwikkelingsneuropsychologische aspecten van de hersenen en het belang van kennis daarvan voor de psychotherapie. Diverse mogelijke oorzaken van het ontstaan van stoornissen in deze ontwikkeling passeren de revue. Genetische oorzaken, zwangerschapsproblemen, aangeboren ziektebeelden, ziekten of deficiënties tijdens de postnatale ontwikkeling en een groot scala aan negatieve omgevingsfactoren worden besproken. De hiërarchische opbouw van de hersenen tijdens de ontwikkeling komt aan de orde, evenals de neuronale ontwikkeling die een leven lang plaatsvindt. Er is aandacht voor de negatieve ontwikkelingsneuropsychologische invloed van (langdurige) vroegkinderlijke stress en dergelijke. Het belang van een ontwikkelings(neuropsychologische) -anamnese wordt belicht, en hiervoor is een vragenlijst bijgevoegd. Ook wordt aangegeven welke bijdrage deze kennis kan leveren aan psychotherapeutische interventies om het risico van stagneren en mogelijk falen van behandeling te reduceren. Het hoofdstuk sluit af met een samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten vanuit ontwikkelingsneuropsychologisch perspectief.
J. A. M. Vandermeulen

3. Kwetsbaarheid en veerkracht

Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste domeinen vanuit neuropsychologische invalshoek. In eerste instantie worden de aspecten veerkracht en kwetsbaarheid toegelicht. Vervolgens richt de aandacht zich op bewustzijn, emotioneel functioneren, zelfregulatie, mentale flexibiliteit en de invloed van stress en trauma. Op deze wijze is getracht een spectrum van factoren te beschrijven waarmee de hulpverlener in de behandeling rekening kan houden. Het neuropsychologische denk- en handelingskader kan in die zin een waardevolle bijdrage vormen aan het inzicht in veerkracht en behandeling.
J. A. M. Vandermeulen

Overzicht: de praktijk I

Voorwerk

4. Neuropsychologische afwijkingen bij het chronischevermoeidheidssyndroom en gevolgen voor diagnostiek en behandeling

In dit hoofdstuk worden de neuropsychologische afwijkingen besproken die bij patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom kunnen voorkomen. Het wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het vooral gaat om een traag tempo van visuele en auditieve informatieverwerking en om aandachtsstoornissen. De aanwijzingen voor geheugenstoornissen waren minder éénduidig. Co-morbide angst- en depressieve stoornissen en een mogelijk onderpresteren kunnen de gevonden neuropsychologische stoornissen niet verklaren. Hierdoor lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat deze neuropsychologische afwijkingen een centraal onderdeel uit maken van het chronischevermoeidheidssyndroom. Er wordt vervolgens stil gestaan bij de implicaties van deze neuropsychologische afwijkingen voor de diagnostiek en de behandeling van patiënten met het chronischevermoeidheidssyndroom.
M. G. Vollema

5. Neuropsychologische stoornissen bij depressie en de consequenties voor psychotherapie bij depressie

Dit hoofdstuk gaat over neuropsychologische aspecten van structurele functionele veranderingen in de hersenen bij depressie en het belang daarvan voor psychotherapeutische interventies. Depressie is een veelvoorkomende psychische stoornis in elke leeftijdsfase bij mannen en vrouwen. Dit hoofdstuk richt zich op depressie bij volwassenen. De cognitieve functiestoornissen bij depressie passeren de revue. Er is aandacht voor de structurele en functionele veranderingen in verschillende gebieden van de hersenen. Cerebrale neuronale netwerken worden eveneens besproken. De cognitieve functies, het cognitief-emotioneel functioneren en het sociaal-cognitief functioneren van depressieve patiënten worden toegelicht. Het laatste deel gaat over de verschillende psychotherapeutische behandelmogelijkheden.
A. van Dijke, J. A. M. Vandermeulen, M. M. A. Derix

6. ADHD in de volwassenheid: neuropsychologische verklaringstheorieën als hefboom voor de niet-medicamenteuze behandeling

Hoewel de aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) veelal wordt geassocieerd met de kindertijd, lijdt nog steeds twee tot drie procent van de volwassenen aan deze stoornis. In deze bijdrage beschrijven we eerst de symptoomontwikkeling van ADHD, de hardnekkige secundaire klachten en de verhoogde comorbiditeit in de volwassenheid. Omdat een betrouwbare, individuele sterkte-zwakteanalyse inzicht vereist in de onderliggende verklaringsmechanismen van ADHD, staan we vervolgens stil bij de executieve problemen, beloningsgevoeligheid en timingproblemen die leiden tot de kernsymptomen van de stoornis. Ten slotte werken we vanuit deze sterkte-zwakteanalyse de behandeling van ADHD uit, waarin psycho-educatie, farmacotherapie en cognitief-gedragstherapeutische programma’s een centrale plaats krijgen.
D. Baeyens

7. Impact van neuropsychologische klachten op de behandeling van de posttraumatische stressstoornis

Patiënten met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vertonen verscheidene lichte tot matige cognitieve problemen. Verschillende hersengebieden en neurobiologische systemen spelen een rol bij deze cognitieve problemen. Zo wordt er bij patiënten met PTSS een verhoogde activiteit van de amygdala en een relatief verminderde activiteit van de mPFC gevonden en is er sprake van disfuncties in het hippocampaal functioneren. Bij patiënten met PTSS is er sprake van een overgevoelig stresssysteem. Verstoringen in de HPA-as en een overgevoelig noradrenerg systeem spelen hierin een belangrijke rol. Cognitieve problemen lijken te verminderen na succesvolle psychotherapeutische behandelingen. Andersom blijkt dat cognitieve problemen voorspellers kunnen zijn voor het behandelsucces bij patiënten met PTSS. In de behandeling van PTSS dient er rekening te worden gehouden met cognitieve problemen van patiënten met PTSS. Aanbevelingen voor behandelaren zijn onder meer het beknopt en via meerdere modaliteiten aanbieden van informatie en toevoegen van reminders van traumata tijdens traumaverwerking, zoals middels virtual reality.
R. de Haart, M. J. Nijdam, E. Vermetten

8. De somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen: relevante neuropsychologische bevindingen voor de klinische praktijk

Dit hoofdstuk gaat over de somatisch-symptoomstoornis (SomS) en verwante stoornissen en de mogelijke bijdrage aan de klinische praktijk van neuropsychologische bevindingen en kennis met betrekking tot de rol van de hersenen bij deze stoornissen. Begonnen wordt met de belangrijkste kenmerken van SomS en verwante stoornissen. Daarna wordt aandacht besteed aan mogelijke afwijkingen in (het functioneren van) de hersenen en de rol van cerebrale neuronale netwerken. Dan worden verschillende aspecten van neuropsychologisch (dis)functioneren bij deze stoornissen besproken en de mogelijke gevolgen hiervan voor het functioneren van de patiënten. Naast bekende cognitieve functies als aandacht, geheugen en executief functioneren wordt onder andere ook aandacht geschonken aan zelfregulatie, emotieregulatie, affectieve agnosie en affectieve anomie. Vervolgens komt de impact van neuropsychologische klachten en stoornissen bij patiënten met SomS en verwante stoornissen aan de orde en de invloed die deze kunnen hebben op de psychotherapeutische behandeling.
A. van Dijke, J. A. M. Vandermeulen, M. M. A. Derix

9. E-health: zinvol toegepast in de praktijk

In dit hoofdstuk bespreken we hoe e-health-technologieën zinvol kunnen worden ingezet in de behandeling van patiënten met psychiatrische stoornissen. We laten zien dat e-health meer is dan alleen het aanbieden van een app of website. Toch zien we al te vaak dat e-health-technologie willekeurig of zonder visie wordt ingezet, meer hype-gedreven dan gebruikersgericht. We gaan in op 'blended care': een combinatie van traditionele en digitale zorgverlening. We introduceren een instrument waarmee de geschiktheid voor blended care in kaart gebracht kan worden. Daarnaast is er aandacht voor de wisselwerking tussen neuropsychologie en e-health-technologieën. Vervolgens zal worden ingegaan op methoden waarmee in kaart gebracht kan worden hoe vorm en inhoud van digitale technologie zo goed mogelijk aangepast kunnen worden aan een bestaande behandelcontext en de patiënten en behandelaren daarin. Het hoofdstuk eindigt met een aantal belangrijke, concrete aanbevelingen voor de inzet van e-health in de praktijk.
J. E. W. C. van Gemert-Pijnen, H. Kip

Overzicht: de praktijk II: niet-aangeboren hersenletsel

Voorwerk

10. Gesprekstherapie na hersenschade: enkele basisprincipes voor de psychotherapie

In dit hoofdstuk worden implicaties voor psychotherapie besproken van veranderingen in informatieverwerkingsprocessen na hersenschade. In hoeverre is psychotherapie voor mensen met hersenfunctiestoornissen anders? Waar moet men rekening mee houden wanneer er sprake is van hersenfunctiestoornissen?
N. H. Farenhorst

11. Identiteit: over een veranderd zelf na hersenletsel

Veel patiënten met een niet-aangeboren hersenaandoening ervaren zichzelf op enig moment als veranderd. Deze verandering gaat verder dan het niet meer kunnen uitvoeren van verbale en/of non-verbale handelingen en betreft de manier waarop men zichzelf ervaart. In dit hoofdstuk beschrijven we mogelijke manieren waarop mensen na hersenletsel zichzelf als veranderd ervaren en mogelijke therapeutische implicaties daarvan.
N. H. Fahrenhorst

12. Leven met emoties na CVA: veerkracht en kwetsbaarheid in het spanningsveld van de psychotherapeut

In dit hoofdstuk wordt de dynamiek van emoties, kwetsbaarheid en veerkracht na het doormaken van een cerebrovasculair accident (CVA) belicht. Door veranderingen in de hersenen reageert men anders of zijn de cognitieve gevolgen van het CVA van invloed binnen de therapie. Besproken wordt hoe deze veranderingen kunnen worden getaxeerd en geconceptualiseerd, en op welke wijze een psychotherapeut binnen de therapie rekening kan houden met deze factoren. Ook worden handvatten gegeven hoe een psychotherapeut veerkracht kan bevorderen als deze ontbreekt of sterk onder druk staat. Ten slotte komen in dit hoofdstuk twee specifieke terreinen aan de orde waarop CVA-patiënten zich regelmatig kwetsbaar voelen, namelijk: leven tussen hoop en vrees, en angst voor een recidief.
P. G. T. Smits

13. Psycho-educatie voor patiënten met een hersenaandoening en hun mantelzorgers

Een hersenaandoening heeft een impact op heel wat levensdomeinen. Vaak zijn veel van de gevolgen niet direct zichtbaar voor de buitenwereld, wat vaak leidt tot misverstanden en verkeerde verwachtingen. Daarom is het belangrijk om patiënt en mantelzorger voor te bereiden op de realiteit op lange termijn. Binnen de neuropsychotherapeutische behandeling speelt psycho-educatie dan ook een belangrijke rol. Goede informatie over en inzicht in de gevolgen van een hersenaandoening en de manier waarop hiermee omgegaan kan worden, zijn zowel voor de patiënt als voor de familie en andere naast betrokkenen zeer belangrijk. Dit artikel poogt een bijdrage te leveren aan de waarde en inhoud van psycho-educatie voor deze doelgroep.
C. Lafosse

14. Een neurocognitieve stoornis: bijdrage van de neuropsychologie bij psychotherapeutische behandeling

In dit hoofdstuk worden dilemma’s besproken die psychologen en psychotherapeuten tijdens de behandeling van een patiënt met medisch en psychologisch onverklaarde lichte cognitieve stoornissen tegen kunnen komen. In dit kader wordt het DSM-5-begrip ‘beperkte neurocognitieve stoornis’ toegelicht. Bij aanvang van een reguliere behandeling is meestal niet bekend dat sprake is van een beperkte neurocognitieve stoornis en een negatieve invloed ervan kan pas in de loop van de tijd merkbaar worden. De behandelaar krijgt handvatten om, vooral middels observatie en gesprek, meer duidelijkheid te krijgen over de impact van dergelijke cognitieve stoornissen. Ook krijgt de lezer beknopte informatie over de relatie tussen de beperkte en de uitgebreide neurocognitieve stoornis (dementiesyndroom). Er worden mogelijkheden voor ingrijpen besproken voor als door deze stoornis een therapie stagneert.
P. F. M. de Wit, M. C. Wolterink

15. E-health in de behandeling van mensen met niet-aangeboren hersenletsel

E-health is nog volop in ontwikkeling. Hoewel er steeds meer mogelijkheden beschikbaar komen, wordt het in de praktijk nog maar weinig toegepast in de behandeling van mensen met hersenletsel. In dit hoofdstuk wordt een kader gepresenteerd dat kan bijdragen aan het vormgeven van een neuropsychologische behandeling waarin e-health geïntegreerd is. Er wordt een overzicht gegeven van verschillende mogelijkheden van e-health en voorbeelden uit de praktijk. De meerwaarde van e-health wordt besproken in relatie tot de cognitieve functies en begrippen als eigen regie. Juist bij mensen met hersenletsel is het een uitdaging om goed gebruik te maken van de mogelijkheden en aan te sluiten op de beperkingen, zonder de grenzen van de cliënt uit het oog te verliezen. Tot slot is er aandacht voor de valkuilen en risico’s van e-health bij deze doelgroep.
M. Blankestijn, M. E. Ford

Nawerk

Meer informatie