Gedurende de laatste decennia is de pedagogische gezagsfunctie van vaders, een traditioneel element van het vaderschap, ten gevolge van kritiek in diskrediet geraakt. In deze bijdrage laat de auteur op basis van interviews met vijftig vaders zien hoe dezen zelf zeggen vorm en inhoud te geven aan hun pedagogische gezagsfunctie. Vier voorstellingen van vaderlijk gezag worden onderscheiden: de gezagsvader, de leuke vader, de ironische vader en de autoritatieve vader.