Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Handboek Stem-Spraak-Taalpathologie verscheen tussen 1997 en 2007 gefaseerd in losse afleveringen. Daarin werd alle kennis op het gebied van de stem-, spraak- en taalpathologie vanuit verschillende disciplines samengebracht. Het Handboek is bestemd voor iedereen die klinisch-praktisch of meer theoretisch is geïnteresseerd, of vanuit een ander vakgebied hiermee in aanraking komt. Voor logopedisten, artsen, linguïsten, spraak- en taalpathologen, audiologen, pedagogen en psychologen in Nederland en België is het Handboek een onmisbare vraagbaak.

Deel 11 is geheel gewijd aan stemstoornissen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Ontwikkeling van ideeën rondom stempathologie

december 2006
De visie over de pathogenese van stemstoornissen heeft in de laatste decennia ingrijpende veranderingen ondergaan.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Aspecten van de interactie functie – orgaan in de stempathologie

december 2006
De Franse laryngoloog Jean Tarneaud (1935, 1941) lijkt de eerste te zijn geweest die een redelijk helder en specifiek pathogenetisch mechanisme voor zogenaamde secundair organische stemplooiafwijkingen heeft voorgesteld, in het bijzonder stemplooinoduli en stemplooipoliepen. Van belang was het feit dat er een relatie werd gelegd tussen afwijkend stemgedrag, lokaal microtrauma van de stemplooirand, en weefselreactie als gevolg. In Nederland werd deze visie voornamelijk verspreid door Damsté (1970).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Trauma van de stemplooien, oorzaak en behandeling

oktober 2006
Vooral door het werk van Hirano is de laatste decennia meer begrip ontstaan over hoe de opbouw en de structuur van de stemplooien samenhangen met het functioneren en dit kan ons ook leren hoe stemplooien beschadigd kunnen raken (Hirano, 1974, 1977, 1981; Hirano e.a., 1980, 1986).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Stemhygiëne

november 2001
Stemhygiëne is essentieel voor preventie van het ontstaan of verergeren van stemstoornissen, vooral wanneer de stem intensief gebruikt wordt en/of er hoge kwalitatieve of kwantitatieve eisen aan worden gesteld.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Stempathologie als beroepsziekte

augustus 2001
Sinds de oudheid (Lucretius 98–55 acn, Quintilianus 35–96 ad) is de relatie bekend tussen afwijkend stemgebruik en specifieke professionele stemactiviteiten, vooral bij redenaars.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Goedaardige stemplooiafwijkingen

december 2004
Afwijkingen aan de stemplooien kunnen, door hun effect op de stem, voor groot ongemak zorgen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Chronische laryngitis en premaligne stadia

april 2005
In dit hoofdstuk worden twee begrippen gedefinieerd: chronische laryngitis en premaligne stadia.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Neurologische stemstoornissen

oktober 2006
Neurologische stemstoornissen zijn stemstoornissen die veroorzaakt worden door een aandoening van het centrale of perifere zenuwstelsel.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Maligne larynxaandoeningen

november 2001
De vroegste verwijzing naar het larynxcarcinoom is van Aretaeus omstreeks 100 ad.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Stemstoornissen bij hormonale disfunctie

december 2006
Hormonale stemstoornissen kunnen optreden door primaire afwijkingen van endocriene organen, of als gevolg van secundaire hormonale veranderingen, waarbij ook iatrogene veranderingen van de hormoonbalans moeten worden gemeld.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Het larynxtrauma

november 2001
De larynx kan beschadigd worden door uitwendig geweld (stomp of scherp invasief), maar ook door intralaryngeale traumata (intubatie, inhalatie van hete gassen of rook, aspiratie van etsende stoffen, corpora aliena).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Psychogene stemstoornissen

november 2000
De menselijke stem wordt vaak gezien als de spiegel van emoties (Damsté, 1989), en daarmee als een bijzonder persoonlijk communicatiemiddel.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Larynxpapillomen – papillomatose

december 2006
Papillomen van de luchtweg zijn pathologisch-anatomisch goedaardige tumoren die zowel bij kinderen als bij volwassenen voorkomen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

De dorsaal onvolledige glottissluiting als oorzaak van stemstoornissen

december 2006
Om het belang van een onvolledige dynamische glottissluiting op de stemvorming goed te kunnen begrijpen, wordt eerst de betekenis van een goede glottissluiting behandeld.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Spasmodische dysfonie

december 2006
Spasmodische dysfonie (sd) wordt nu algemeen gezien als een centraal neurologisch bepaalde, chronische functiestoornis, eigenlijk een vorm van focale dystonie op laryngeaal niveau, met een coördinatiestoornis in de antagonistische aanspanningspatronen van de adductor-en abductorspieren van de stemplooien bij het stemgeven (‘task-related’).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Stem en transsexualiteit

november 2001
Transseksualiteit is het gevoel te behoren tot de andere sekse, terwijl hier ogenschijnlijk geen reden voor is.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Kinderdysfonie

september 2007
Heesheid is bij kinderen een frequent probleem dat van voorbijgaande aard kan zijn, maar soms ook zeer hardnekkig is.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Mutatiestoornis

augustus 2005
Leeftijd en geslacht bepalen in belangrijke mate de menselijke stem. De belangrijkste verandering voltrekt zich wellicht bij de man tijdens de puberteit, wanneer de stem zich als een secundair geslachtskenmerk ontwikkelt.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Zangstemstoornissen

november 2001
Een zanger staat voor een dubbele taak: het vertolken van tekst en muziek en het bekoren van de toehoorders met een innig verband daartussen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Presbyfonie

november 2001
De menselijke stem vertoont vanaf ongeveer 60–jarige leeftijd (Busse, 1988) kenmerken die algemeen worden erkend en herkend als de oudere stem.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Medicamenteus geïnduceerde dysfonie

juli 2006
Bij de bespreking van medicamenteus geïnduceerde dysfonie maken we een onderscheid tussen medicatie die lokaal wordt toegediend, zoals inhalatiecorticosteroïden bij behandeling van astma en medicatie die systemisch wordt toegediend, bijvoorbeeld bij hormonale therapie.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Etiologische diagnostiek: endoscopische technieken

mei 2003
Inspectie van de larynx geeft naast het beeld van de organische toestand van de stemplooien, van de overige delen van de larynx en het bovenste deel van de trachea (subglottische regio) ook informatie over de mogelijkheden en afwijkingen bij de stemproductie.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Klinische elektromyografie

september 2003
In de stem- en spraakproductie, evenals in het slikproces, staat de motoriek centraal. Spiercontractie is een mechanisch fenomeen dat biochemisch bepaald wordt (interactie van actine en myosine) en waaraan een elektrische activiteit verbonden is (actiepotentialen). Met behulp van elektromyografie (emg) is het mogelijk deze elektrische activiteit van spierweefsel te registreren, door het aanbrengen van elektroden, hetzij in de spiermassa zelf, hetzij in de directe nabijheid (oppervlakte-emg).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Visueel perceptieve beoordeling van stemtechniek

november 2001
Wanneer iemand vaak opmerkingen krijgt over zijn/haar stem of zelf ervaart dat het stemgeluid veranderd is, zal er vroeg of laat een afspraak gemaakt worden voor een onderzoek.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Functionele diagnostiek: stemkwaliteit auditief

december 2006
Af hankelijk van de situatie waarin men verkeert, kan men stemmen in de meest uiteenlopende termen beschrijven (zie katern A9.3.3.3 van dit handboek).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Meting van frequentie en intensiteit

september 2003
Toonhoogte en luidheid zijn twee belangrijke karakteristieken van de menselijke stem. In tegenstelling tot bijvoorbeeld stemkwaliteit zijn zij op een gemakkelijke en zeer betrouwbare manier te objectiveren aan de hand van meetapparatuur. Zij mogen dan ook niet ontbreken in een goed diagnostisch protocol. Toonhoogte is geslachts- en leeftijdsgevoelig en voor een deel ook cultureel bepaald.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Spectrale analyse van stemkwaliteit

augustus 2004
Akoestische stemmetingen omvatten analyses wat betreft toonhoogte (grondfrequentie), luidheid (intensiteit) en stemkwaliteit. Metingen van frequentie en intensiteit kunnen snel en betrouwbaar uitgevoerd worden en verdienen bij pathologische stemmen de voorkeur boven perceptuele evaluaties door luisteraars.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Manueel: palpatie

april 2004
Binnen het foniatrische/logopedische werkveld was het tot voor kort vrij ongebruikelijk om de larynx of omliggende structuren te palperen, zowel voor diagnostische als therapeutische doeleinden.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Overige proeven

april 2004
Het logopedisch diagnostisch stemonderzoek bevat behalve beschrijvende, akoestische en palpatoire aspecten, ook een aantal ‘proeven’ waarbij getracht wordt inzicht te krijgen in de mogelijke usogene (functionele) en/of organogene componenten van de stemstoornis en in de mogelijkheden van de stem (Wilson, 1987; Stes, 1994; Wendler, 1987).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Fonetografie

juni 2001
‘In de fonetografie registreert men de laryngale mogelijkheden aan de hand van de fundamentele frequentie en de intensiteit. Op de horizontale as van het fonetogram worden de hoogste en de laagste frequentiewaarden, waarop de stembanden in trilling gebracht kunnen worden, genoteerd. Op de verticale as registreert men de maximale en minimale intensiteitswaarden, waarop men een klank onder gecontroleerde voorwaarden wat betreft klinkerproductie, mondopening en microfoonafstand tot de mond, kan produceren’ (Schutte & Seidner, 1983).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Stembelasting: meting en tests

augustus 2002
Het komt voor dat mensen spreken (zingen) ervaren als een belasting, een logische gewaarwording wanneer er heel veel (en luid) moet worden gepraat. De ervaring is echter subjectief en individueel zeer verschillend: sommige mensen vinden een half uur telefoneren al belastend, terwijl anderen een hele dag lesgeven en 's avonds nog naar het zangkoor gaan, en dit stemgebruik niet belastend vinden. Om te weten te komen wat men verstaat onder stembelasting, dient men dus eerst en vooral het stemgebruik te inventariseren en zo mogelijk te kwantificeren.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Diagnostiek van stemstoornissen: onderzoek van nasale resonantie

oktober 2000
Om een nasale afwijking bij de stemgeving te diagnosticeren bestaan verschillende logopedisch georiënteerde onderzoekstechnieken. De nko–arts en de logopedist zullen meestal een beroep doen op zowel directe als indirecte onderzoekstechnieken. Met een directe onderzoeksmethode wordt bedoeld dat de graad van nasaliteit rechtstreeks beoordeeld wordt.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Plasticiteit van de stemkwaliteit

september 2003
De interactie tussen de begrippen ‘organisch’ en ‘functioneel’ is fundamenteel in de stempathologie. Een aantal anatomische stemplooiafwijkingen kunnen optreden als een weefselreactie op fonotrauma door overmatig/afwijkend stemgebruik. In een redelijk geavanceerd stadium kan, zelfs met stemrust en correctie van het afwijkend stemgebruik, geen helder stemgeluid meer geproduceerd worden (Titze, 1994; Gould e.a., 1995; Dikkers & Nikkels, 1995).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Glottografie

november 2000
Glottografie verwijst naar een aantal fysiologische meetmethoden, die op een directe wijze een bepaald facet van de trilling van de stemplooien weergeven. De meest gebruikte methoden zijn: elektroglottografie (egg), fotoglottografie (photoglottography, pgg) en flowglottografie (Kitzing, 1986).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Aerodynamica en efficiëntie van de stemgeving

december 2006
Lucht die trilt met een frequentie tussen ca. 20 Hz en 18 kHz nemen we waar als geluid. Lucht ademen we ook in voor de nodige zuurstof. Maar trillende lucht (geluid) gedraagt zich totaal anders dan de stromende ademlucht. Dat die lucht twee doelen dient, is de bron voor veel misvattingen en verwarring. Over de samenhang tussen adem en stem is nogal wat geschreven in de loop van jaren, zelfs in de loop van de eeuwen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Logopedische behandeling van stemstoornissen: inleiding

december 2007
Stemtherapie is ontwikkeld vanuit twee stromingen; de (zang)stempedagogiek en de geneeskunde (De Bodt e.a., 2003). De logopedie en foniatrie hebben beide stromingen met elkaar verbonden. Patiënten met stemstoornissen zijn gebaat bij een behandeling op maat, omdat oefeningen waar de ene patiënt mee geholpen is bij een andere patiënt niet tot hetzelfde resultaat hoeven te leiden.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Stemtechnische behandeling

december 2003
De behandeling van stemstoornissen, maar ook de preventieve training van stemmen, kent een lange voorgeschiedenis. Zo schreef Guttmann al in 1861 een boekje over de ‘Gymnastik der Stimme’ waarbij allerlei adviezen en oefeningen werden aangereikt om de stemgeving te trainen (Guttman, 1861). Het gedachtegoed over stem en spraak stamt uit een periode waarin de foniatrie en de logopedie tot wasdom kwamen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Effecten van logopedische stemtherapie: een literatuuronderzoek

augustus 2005
Binnen het kader van de huidige gezondheidszorg is het algemeen geaccepteerd dat medische handelingen moeten worden geëvalueerd met behulp van wetenschappelijke onderzoeksmethoden. Ditzelfde geldt ook ten aanzien van het paramedisch handelen, bijvoorbeeld logopedische stemtherapie.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Gedragstherapeutische aspecten bij stemstoornissen

september 2007
Voor sommige patiënten met een stemstoornis kan (cognitieve) gedragstherapie onderdeel uitmaken of zelfs hoofdbestanddeel zijn van de behandeling. Welk deel van de stempatiënten dit precies betreft, is moeilijk aan te geven. Bij aandoeningen van primair organische aard kan soms psychologische begeleiding geïndiceerd zijn ten aanzien van het copinggedrag van de patiënt of ten aanzien van probleemgedrag als gevolg van de aandoening (Dejonckere, 2001).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Endolaryngeale microchirurgie

oktober 1998
Inzicht in de fysiologie en pathofysiologie van de stem is de basis voor de indicatiestelling en bepaling van de methode die bij de behandeling van een gestoorde stem wordt toegepast. De grote pionier van de hedendaagse thyreoplastische chirurgie, Isshiki, schrijft: ‘Advantages in surgery do not necessarily require the development of a new surgical technique.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Fonochirurgische correctie van onvolledige glottissluiting en inadequate stemplooispanning

oktober 1998
De verschillende chirurgische technieken die tot doel hebben om de stem te verbeteren of te veranderen worden samengevat onder de noemer fonochirurgie. De moderne fonochirurgie is gebaseerd op de fysiologie van stemgeving en laryngeale biomechanica en is per definitie een functionele chirurgie.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

De medicamenteuze behandeling van stemstoornissen

juni 2001
Wanneer een bovenste luchtweginfectie zich uit door keelpijn is er een ontsteking van het slijmvlies van farynx en/of tonsillen en/of het proximale deel van de larynx. Pas wanneer er (ook) stemverandering optreedt, is er sprake van (echte) laryngitis; de ontsteking is dan doorgedrongen tot het niveau van de stemplooien.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

De behandeling van problemen bij zangers

juni 2001
In de keel–, neus– en oorheelkundige praktijk vormen zangers een bijzondere groep patiënten (Werkgroep Foniatrie, 1994). Bijzonder, omdat ze vaak problemen presenteren die zo sterk met hun eigen vak zijn verweven dat ze niet direct voor eenieder duidelijk zijn. Bovendien vragen het aanhoren van hun anamnese en de discussie over het verdere beleid nogal wat tijd en aandacht.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Maligne larynxpathologie – de behandeling

mei 2003
Larynxtumoren metastaseren bijna nooit op afstand. Indien men deze tumoren lokaal onder controle kan krijgen en houden, is er sprake van curatie. De manier waarop dit wordt bereikt is meestal heelkundig en/of radiotherapeutisch. De rol van de chemotherapie wordt apart besproken.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Oesofageale stem

mei 2003
Bij patiënten bij wie de larynx is verwijderd, meestal wegens een maligne aandoening, is niet alleen de stembron verwijderd maar is ook de luchtstroom naar het aanzetstuk, waar de articulaties totstandkomen, weggevallen. De luchtpijp eindigt in een tracheostoma in de hals.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Spraakrevalidatie na totale laryngectomie door middel van stemprothesen

augustus 2002
Een totale laryngectomie is een operatie waarbij het volledige strottenhoofd (inclusief het hyoïd en de eerste twee trachearingen) wordt verwijderd. Hierdoor ontstaat er een defect in de voorzijde van de pharynx. Om de voedselweg weer te herstellen, worden de slijmvliesranden van het pharynxdefect in twee lagen aan elkaar vastgehecht in de mediaanlijn, en daaroverheen worden meestal ook de pharynxspieren als derde laag aan elkaar gehecht.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Elektrolarynx

augustus 2002
Een elektrolarynx kan uitkomst bieden, als het de gelaryngectomeerde niet lukt door middel van de ventielstemprothese, of via de oesofagus-injectiespraak tot verstaanbare spraak te komen. Sinds de eerste totale larynxextirpatie in 1873 door Billroth te Wenen, is men op zoek geweest naar mogelijkheden om de stembandloze patiënt een alternatieve geluidsbron te bieden, om toch tot een acceptabele vorm van verbale communicatie te komen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Registreren aan stem, spraak en taal: inleiding

mei 2003
Patiënten bij wie de stem dermate verzwakt is dat zij nog slechts moeilijk verstaanbaar zijn, kunnen baat hebben bij het gebruik van een stemversterker. Deze versterkt het stemvolume tot een normalere luidheid. Voorbeelden van dergelijke personen zijn Parkinson-patiënten, Huntington-patiënten, patiënten met multipele sclerose, amyotrofe laterale sclerose en sommige cvapatiënten.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers
Meer informatie