Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek laat zien hoe eenzaamheid ontstaat, wat het doet met jeugdigen en wat er aan te doen is. Het is een helder geschreven boek dat beoogt (aankomende) orthopedagogen, psychologen, psychiaters, sociaal-pedagogische hulpverleners, leerkrachten en beleidsmakers er van te doordringen dat eenzaamheid bij jeugdigen veel schade aanricht en daarom meer aandacht verdient.

Eenzaamheid onder jeugdigen wordt vaak niet opgemerkt als probleem. De aandacht gaat ten onrechte alleen uit naar ouderen. Maar ook jeugdigen kunnen eenzaam zijn en daar onder lijden. Eenzaamheid is een sluipend gevaar. Het vormt voor de ontwikkeling een ernstige bedreiging.

Eenzame jeugdigen verkeren in een kwetsbare positie met veel schadelijke gevolgen. Bij aanhoudende eenzaamheid raken zij steeds meer geïsoleerd en treden serieuze sociale, psychische en fysieke problemen op.

Niet alleen de overheid, ouders en leerkrachten onderschatten de ernst van eenzaamheid, ook onder professionele hulpverleners is nog te weinig oog voor eenzame jongens en meisjes. Hulpverleners zijn vooral gefocust op problemen die in psychiatrische en psychologische handboeken worden vermeld. Eenzaamheid komt daar alleen als symptoom van andere problemen voor, terwijl eenzaamheid wel degelijk als een psychische stoornis is te beschouwen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Eenzaamheid, een complex begrip

Samenvatting
Eenzaamheid is –evenals pesten – een jarenlang onderschat en onderbelicht probleem. Niet alleen bij ouderen, maar vooral bij jeugdigen. Eenzame jeugdigen gaan gebukt onder een gebrek aan zinvolle relaties met anderen. Zij voelen zich niet (meer) verbonden met anderen en lijden onder emoties als verdriet, somberheid, boosheid en achterdocht. Er bestaan diverse vormen van eenzaamheid. Het bekendste onderscheid is dat tussen emotionele en sociale eenzaamheid. Eenzaamheid kan zich al voordoen op jonge leeftijd.
Jan van der Ploeg

2. Hoeveel jeugdigen zijn eenzaam?

Samenvatting
Ruim 10 % van de jeugdigen is ernstig eenzaam. Een veel groter aantal jeugdigen kent nu en dan gevoelens van eenzaamheid. Niet alle eenzame jeugdigen blijven eenzaam. De meeste jeugdigen komen los uit hun eenzaamheid. Voor de jeugdigen die eenzaam blijven (de chronisch eenzamen), verloopt de ontwikkeling erg problematisch. De verwachting is dat het aantal eenzame jeugdigen de komende jaren zal toenemen.
Jan van der Ploeg

3. Hoe eenzaamheid kan ontstaan

Samenvatting
Over hoe eenzaamheid ontstaat, bestaan verschillende theorieën. Elke theorie legt de nadruk op een ander aspect, bijvoorbeeld: de afwezigheid van zinvolle relaties met anderen, of het ontwikkelen van onjuiste opvattingen over zichzelf en anderen. Andere invalshoeken zijn: aanhoudende stress, of het gebrek aan sociale vaardigheden. Maar ook bepaalde biologische factoren kunnen een rol spelen, zoals temperament en impulsiviteit. Verder voltrekken zich in het brein processen die met eenzaamheid samenhangen.
Jan van der Ploeg

4. Eenzaamheid, een serieus probleem

Samenvatting
De negatieve gevolgen van eenzaamheid bij jeugdigen zijn groot. Op allerlei terreinen doen zich problemen voor: gedragsmatig, emotioneel, cognitief en fysiek. Zo kan een eenzame jeugdige zich terughoudend en vermijdend gedragen, denken dat er iets mis is met hem/haar, zich waardeloos voelen en slaapproblemen hebben. De eenzaamheid kan zich voordoen op school, in het gezin en in de vrije tijd. Eenzaamheid is een psychisch probleem dat als zodanig een plaats verdient in het psychiatrisch handboek DSM.
Jan van der Ploeg

5. Het gezin van eenzame jeugdigen

Samenvatting
Het gezin speelt een belangrijke rol met betrekking tot eenzaamheid onder jeugdigen. Het kan een beschermende, maar ook een eenzaamheidbevorderende rol zijn. In het laatste geval zijn de ouders niet responsief en niet communicatief. Ook een slechte relatie tussen beide partners kan bijdragen aan het ontstaan van eenzaamheid, evenals gezinnen die als los zand aan elkaar hangen. Vaak zijn gezinnen van eenzame jeugdigen geïsoleerd en mijden de ouders contacten met buren, vrienden en familie.
Jan van der Ploeg

6. Eenzaamheid en aanleg

Samenvatting
Onderzoek onder tweelingen laat zien dat eenzaamheid voor een deel ook een genetische component heeft. Dat is vooral zichtbaar in het functioneren van het brein. Verschillende neurotransmitters spelen mee in processen van het brein die kunnen bevorderen dat jeugdigen zich eenzaam voelen. Daarnaast zijn er ook in aanleg aanwezige persoonlijkheidsdisposities die de eenzaamheid kunnen bevorderen: te veel temperament, te sterke ongeremdheid, te weinig veerkracht en te veel gedragsinhibitie en gedragsactivering.
Jan van der Ploeg

7. Eenzaamheid vaststellen

Samenvatting
Om eenzaamheid bij jeugdigen vast te stellen wordt meestal gebruikgemaakt van vragenlijsten. In de loop der tijd zijn verschillende eenzaamheidsvragenlijsten ontwikkeld die voldoen aan belangrijk psychometrische eisen als betrouwbaarheid en validiteit. Afhankelijk van de visie op eenzaamheid wordt er een onderscheid gemaakt in uni- en multidimensionele vragenlijsten. Een goed voorbeeld van de eerste categorie is de veel vertaalde en bewerkt UCLA-Loneliness Scale. Een voorbeeld van de tweede categorie is de Children’s Loneliness and Social Dissatisfaction Scale (LSDS).
Jan van der Ploeg

8. Risicogroepen

Samenvatting
Er zijn verschillende groepen jeugdigen te onderscheiden die een verhoogd risico lopen eenzaam te worden. Het gaat om jeugdigen met autisme, jeugdigen met ADHD, jeugdigen met leerproblemen, jeugdigen met gedragsproblemen en jeugdigen met een andere etnische achtergrond. Deze jeugdigen wijken in hun doen en laten vaak af van jeugdigen zonder deze specifieke kenmerken. Dat kan nadelig uitwerken in de contacten met leeftijdgenoten, ouders en leerkrachten.
Jan van der Ploeg

9. Het sociaal netwerk als ruggensteun

Samenvatting
Een sociaal netwerk vormt doorgaans een belangrijke buffer tegen het ontstaan van problemen waaronder ook en vooral eenzaamheid. Belangrijke personen in het netwerk zijn ouders, broers en zussen, vrienden, klasgenoten en leerkrachten. De aard van het netwerk kan uiteenlopen. Hoe kleiner, heterogener, instabieler en minder hecht, hoe minder jeugdigen steun zullen ondervinden van hun netwerk. Eenzame jeugdigen met een gemankeerd netwerk missen waardering en support.
Jan van der Ploeg

10. Het gemis aan sociale en emotionele vaardigheden

Samenvatting
Een van de oorzaken van eenzaamheid wordt gezocht in het ontbreken van voldoende sociale en emotionele vaardigheden. Het gaat hier om vaardigheden om tot relaties met anderen te komen en om sociale situaties goed te doorzien. Daarnaast gaat het om vaardigheden om zichzelf op een aanvaardbare manier te positioneren ten opzichte van anderen: niet te dominant, maar ook niet te onderdanig. Belangrijk is tevens om de eigen emoties te onderkennen en te reguleren. Eenzame jeugdigen missen deze vaardigheden.
Jan van der Ploeg

11. Het trio eenzaamheid, depressie en angst

Samenvatting
Eenzaamheid is vaak in verband gebracht met angst en depressie. In dit hoofdstuk neem ik deze onderlinge samenhang nader onder de loep. Het meest aannemelijk is dat sociale angst eenzaamheid veroorzaakt en dat depressie meer het gevolg is van eenzaamheid. In de praktijk is die samenhang moeilijk te ontrafelen en blijkt er sprake te zijn van een sterke onderlinge wisselwerking. Eenzaamheid komt overigens niet alleen voor bij angstige en depressieve jeugdigen, maar ook bij jeugdigen met delinquent gedrag.
Jan van der Ploeg

12. Afwijzing, stress en eenzaamheid

Samenvatting
Aanhoudende afwijzing door anderen veroorzaakt stress. Dit hoofdstuk gaat dieper in op het begrip stress. Eenzame jeugdigen zien geen kans om met de stress van afwijzing om te gaan. De draagkracht is onvoldoende om het hoofd te bieden aan de draaglast. Hun copingstrategieën zijn ineffectief en er niet op gericht het probleem aan te pakken. Ze proberen het probleem te ontlopen of ze ontkennen dat er een probleem is.
Jan van der Ploeg

13. Gebrek aan waardering en aan vriendschappen

Samenvatting
Een belangrijk deel van het leven van jeugdigen speelt zich af op school. Dagelijks ontmoeten zij daar hun klasgenoten, veelal in groepsverband. De onderlinge relaties in de klas hebben vaak een vast patroon, waarbij er populaire en impopulaire leerlingen zijn. Eenzame leerlingen behoren tot de impopulaire leerlingen en worden genegeerd en afgewezen. Zij zijn vaak het mikpunt van pesterijen. Op school hebben zij weinig tot geen vrienden. Daarmee missen zij de positieve opbrengst die vriendschappen met zich meebrengen zoals elkaar in vertrouwen nemen, elkaar helpen, met elkaar optrekken, dicht bij elkaar staan en samen plezier beleven.
Jan van der Ploeg

14. Eenzaamheid en suïcide

Samenvatting
Suïcide is een belangrijke doodsoorzaak onder jeugdigen. Veel vaker komen pogingen daartoe voor en nog veel vaker denken jeugdigen er wel eens over suïcide te plegen. Eenzaamheid wordt vaak gezien als de belangrijkste reden om te komen tot suïcide. Maar is dat ook zo? Vrijwel altijd spelen ook andere factoren mee, zoals psychische problemen, persoonlijkheidsfactoren en gedragsproblemen. Maar ook gezinsproblemen en ingrijpende stressvolle gebeurtenissen zijn er vaak bij betrokken. In de praktijk blijkt het meestal te gaan om een combinatie van factoren.
Jan van der Ploeg

15. Eenzaamheid en internet

Samenvatting
Met de opmars van het internet nemen de communicatiemogelijkheden sterk toe. Betekent dat ook dat daarmee de persoonlijke contacten afnemen? Dat is niet gebleken. De echte ontmoetingen nemen weliswaar af, maar die ontwikkeling was al gaande voor de komst van het internet. Zijn de virtuele contacten en relaties oppervlakkiger dan face-to-face-ontmoetingen? Ook dat is niet bewezen. En dat het intensieve gebruik onder jeugdigen van het internet tot meer eenzaamheid leidt, is evenmin aangetoond. Er kleven bezwaren aan het internetgebruik (verslaving), maar het biedt ook mogelijkheden om uit een geïsoleerde en eenzame positie te geraken.
Jan van der Ploeg

16. Eenzaamheid en gamen

Samenvatting
Veel ouders zijn bezorgd dat hun kinderen te lang op het internet blijven gamen. Ze zijn bang dat de schoolprestaties achteruit gaan, dat ze hun vriendschappen verwaarlozen en dat ze vereenzamen. Die kans is er inderdaad als jeugdigen meer dan zestien uur per week gamen. Maar veruit de meeste jeugdigen doen dat niet. Gamen heeft ook positieve kanten: het kan eenzamen helpen om via de game in contact te komen met anderen.
Jan van der Ploeg

17. Hulp van deskundigen

Samenvatting
Er zijn diverse interventies ontwikkeld om eenzame jeugdigen te helpen. De meest effectieve behandelingen sluiten zoveel mogelijk aan bij de oorzaken. Daarover wordt verschillend gedacht. Zo zijn er interventies die erop zijn gericht het sociale netwerk te mobiliseren, sociale vaardigheden te verbeteren, onjuiste denkbeelden te veranderen of adequate copingstrategieën te ontwikkelen. Het meest effectief blijken de cognitieve gedragsinterventies.
Jan van der Ploeg

18. Hoe ouders en leerkrachten kunnen helpen

Samenvatting
Voor hulp aan eenzame jeugdigen zijn ouders en leerkrachten onmisbaar. In dit hoofdstuk geef ik adviezen aan ouders van eenzame jeugdigen. Niet alleen hoe zij kunnen helpen het probleem van de eenzaamheid op te lossen, maar ook hoe eenzaamheid is te voorkomen. Ook de leerkrachten kunnen een bijdrage leveren in zowel het voorkomen als in het helpen oplossen van eenzaamheid onder hun leerlingen. Vaak werken hulpverleners, ouders en leerkrachten samen aan het probleem.
Jan van der Ploeg

Nawerk

Meer informatie