Skip to main content
main-content
Top

2022 | Boek

Schemagerichte werkvormen voor vaktherapie

Interventies ter versterking van de adaptieve modi

Auteur: Suzanne Haeyen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Dit boek biedt vaktherapeuten nieuwe ideeën, herkenning en handvatten om gezonde patronen, zelfregie en welbevinden bij hun cliënten te versterken.

Het bevat 158 schemagerichte werkvormen voor vijf verschillende vaktherapieën: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie en psychomotorische therapie. Dit boek is practice based en behandelt ook de nodige wetenschappelijke evidence voor vaktherapie. Daarmee is het waardevol voor zowel professionals uit het werkveld als voor studenten. Er werkten 36 experts aan dit boek mee.

Schemagerichte werkvormen voor vaktherapie koppelt vaktherapie aan Schematherapie en Positieve Psychologie. De focus ligt hierbij op het versterken van de adaptieve schemamodi: de Gezonde Volwassene en het Blije Kind. Door juist deze modi te versterken, kunnen therapeuten hun cliënten beter ondersteunen op weg naar herstel en meer welbevinden.

Het uitgebreide kader, beschreven in de inleiding, vormt de basis voor de werkvormen. Deze werkvormen zijn allemaal ontwikkeld in de praktijk, tijdens het werken met cliënten met persoonlijkheidsstoornissen. Het laatste hoofdstuk gaat over bewijsvoering voor de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen in vaktherapie. Dit biedt een overzicht van onderzoeksresultaten.

Dr. Suzanne Haeyen is lector van het bijzonder lectoraat Vaktherapie bij Persoonlijkheidsstoornissen, en coördinator inhoud van de Master Vaktherapie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Verder is zij beeldend therapeut/senior-onderzoeker bij Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek (GGNet) en voorzitter van de Vaktherapeutische staf van GGNet.

Inhoudsopgave

Voorwerk
Inleiding
Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat in op de verschillende vaktherapieën, waarom deze worden ingezet in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en hoe deze werken. Doelen in de behandeling zijn het veranderen van gedragspatronen, aanleren van gezonde copingstrategiëen, verbeteren van interactie met zichzelf en de ander, vinden van ontspanning via gezonde wegen en kunnen reguleren van emoties, spanningen en impulsen. Deze doelen sluiten goed aan bij de mogelijkheden van vaktherapie. In dit hoofdstuk leggen we de verbinding tussen de window of tolerance, welbevinden, Positieve Psychologie, Schematherapie en vaktherapie, omdat herstel voor mensen gediagnosticeerd met persoonlijkheidsstoornissen méér is dan symptomen wegnemen. Persoonlijk en maatschappelijk herstel, en daardoor meer welbevinden, is voor hen minstens zo waardevol. Vaktherapeuten zien dat er behoefte is aan specifieke interventies gericht op welbevinden naast afname van klachten, en dat deze insteek past bij de kracht van vaktherapie. We beschrijven de rol van vaktherapie bij het versterken van adaptieve vaardigheden, gezonde ik-functies en positieve emoties.
Suzanne Haeyen, Greta Günther, Anne-Marie Claassen
Beeldende therapeutische werkvormen
Samenvatting
In beeldende therapie wordt methodisch gewerkt met gerichte interventies met beeldende materialen, gereedschappen en technieken. De cliënt doet tijdens dat proces fysieke, zintuiglijke, emotionele en cognitieve ervaringen op. Beeldende therapie heeft als doel om door middel van beeldend werk (zoals schilderen, tekenen, werken met klei, hout of steen) veranderings-, ontwikkelings- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. Bijzonder aan beeldende therapie is, dat het werkstuk tastbaar en concreet is. De cliënt kan het loslaten, wegleggen, ernaar terugkijken en ervaren hoe het is om het eens anders te doen. Beeldende therapie wordt door veel cliënten beleefd als een rechtstreekse weg naar diepere gevoelslagen. Het confronteert hen met maladaptieve en adaptieve patronen in denken, voelen en handelen binnen een relatief veilige situatie en biedt hen mogelijkheden om deze patronen te onderzoeken en eventueel te veranderen.
Suzanne Haeyen
Danstherapeutische werkvormen
Samenvatting
Danstherapie richt zich via het lichaam, beweging en dans op het op gang brengen van veranderingen en op de integratie van emotionele, sociale, cognitieve en fysieke processen. Dans kan verbinden, expressie geven aan wat bewust en onbewust in ons omgaat en een artistiek product zijn. Met behulp van practice-based dans- en bewegingsmethoden zoals improvisatie, compositie, spel, synchronisatie, relaxatie en het gebruik van metaforen leert de cliënt onder andere om zichzelf op authentieke wijze te beleven en te uiten en daaraan betekenis te geven.
Suzanne Haeyen
Dramatherapeutische werkvormen
Samenvatting
In dramatherapie wordt methodisch gewerkt met een fictieve werkelijkheid. Dat kan door met verbeelding te werken en zo meer afstand te creëren van de persoonlijke problematiek van de cliënt of door juist te werken met realistische situaties om zo herkenning te creëren. Tijdens de therapie krijgt de cliënt meer zicht op zijn gevoelens en gedachten en hoe die van invloed zijn op zijn functioneren. Dramatherapie draagt zo bij aan expressie en hanteren van emoties, ontwikkeling van het reflectievermogen, uitbreiden van het rolrepertoire en het ontwikkelen van een positiever zelfbeeld of van interpersoonlijke en communicatieve vaardigheden. Experiëntiële technieken ontleend aan dramatherapie worden ook toegepast in verbale vormen van psychotherapie en psychodrama (bijvoorbeeld in schematherapie).
Suzanne Haeyen
Muziektherapeutische werk vormen
Samenvatting
In muziektherapie wordt methodisch gewerkt met de elementen van muziek, zoals melodie, ritme en harmonie. Dat kan receptief (luisteren naar muziek) maar ook actief (zoals spelen, zingen, componeren en improviseren). Bij musiceren speelt afstemming op anderen een essentiële rol. Hierdoor worden in de therapie snel interactie- en communicatiepatronen zichtbaar. Muziektherapie kan cliënten helpen om hun sociale en communicatieve vaardigheden te verbeteren, hun emoties leren herkennen, inzien, verwerken en ermee omgaan. Ook kan door muziektherapie zelfvertrouwen en copingvaardigheid groter worden, het kan helpen te ontspannen en concentratievermogen vergroten. Specifieke gedragspatronen worden in muziektherapie bewust gemaakt en gedragsalternatieven kunnen direct actief vormgegeven en geoefend worden. Een groep kan daarbij een belangrijke functie vervullen als klankbord en oefenruimte.
Suzanne Haeyen
Psychomotorische therapie werkvormen
Samenvatting
Psychomotorische therapie (PMT) richt zich op psychische klachten en problemen die zich mede uiten in het bewegen en in de lichaamsbeleving. In PMT wordt gebruikgemaakt van bewegingsactiviteiten en lichaamsgerichte technieken. Bij bewegingsactiviteiten valt te denken aan oefensituaties uit de sport en het bewegingsonderwijs, bij lichaamsgerichte technieken gaat het om het concentreren op de ervaring en beleving van het eigen lichaam, bijvoorbeeld ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen, sensory awareness en bioenergetica. Binnen de therapie kan gebruik worden gemaakt van verschillende interventies zoals relaxatiemethoden en impulsregulatiemethoden, met als doel copingvaardigheden te versterken in het omgaan met emoties, cognities en gedragingen. Specifieke aandacht gaat uit naar negatieve lichaamswaardering en zelfregulatie, empathie en intimiteit. Er kan zowel oefeningsgericht, ervaringsgericht als ontdekkingsgericht gewerkt worden aan de (hulp) vraag van de cliënt.
Suzanne Haeyen
Evidence voor behandeling van persoonlijkheids- stoornissen in vaktherapie
Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het wetenschappelijk bewijs voor vaktherapie voor persoonlijkheidsstoornissen op dit moment. Dit betreft een intensieve literatuurstudie die is uitgevoerd in het kader van de herziene Multidisciplinaire Richtlijn (MDR) Persoonlijkheids­stoor­nissen (2022). Het doel van deze richtlijnherziening was om de richtlijn uit 2008 te actualiseren en uit te breiden met een aantal specifieke aandachtsgebieden, waaronder jeugdigen en ouderen, de antisociale persoonlijkheidsstoornis, herstel en patiëntperspectief. Naast aandacht voor symptomatisch herstel komt er in de ggz meer en meer aandacht voor functioneel herstel, maatschappelijk herstel en persoonlijk herstel.
De MDR Persoonlijkheidsstoornissen is volgens de methodiek van evidence-based richtlijnontwikkeling (EBRO) (Burgers & Van Everdingen, 2004; Van Everdingen et al., 2004) ontwikkeld door de werkgroep MDR Persoonlijkheidsstoornissen, in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, methodologisch en organi­satorisch ondersteund door het Trimbos-instituut.
Dit voorliggend hoofdstuk beschrijft conclusies en aanbevelingen voor het gebruik van vaktherapie. Een aantal mensen heeft gedurende dit werkproces feedback gegeven. Dank hiervoor aan Ellen Willemsen, Theo Ingenhoven, Piet Post, Rosi Reubsaet en Paul Ulrich.
In dit hoofdstuk ligt de focus niet specifiek op Schematherapie in combinatie met vaktherapie, maar op vaktherapie in brede zin. De combinatie met Schematherapie komt wel aan bod.
Suzanne Haeyen
Nawerk
Meer informatie
Titel
Schemagerichte werkvormen voor vaktherapie
Auteur
Suzanne Haeyen
Copyright
2022
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-368-2803-1
Print ISBN
978-90-368-2802-4
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2803-1