Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2022 | OriginalPaper | Hoofdstuk

2. Beeldende therapeutische werkvormen

Auteur : Suzanne Haeyen

Gepubliceerd in: Schemagerichte werkvormen voor vaktherapie

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

In beeldende therapie wordt methodisch gewerkt met gerichte interventies met beeldende materialen, gereedschappen en technieken. De cliënt doet tijdens dat proces fysieke, zintuiglijke, emotionele en cognitieve ervaringen op. Beeldende therapie heeft als doel om door middel van beeldend werk (zoals schilderen, tekenen, werken met klei, hout of steen) veranderings-, ontwikkelings- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. Bijzonder aan beeldende therapie is, dat het werkstuk tastbaar en concreet is. De cliënt kan het loslaten, wegleggen, ernaar terugkijken en ervaren hoe het is om het eens anders te doen. Beeldende therapie wordt door veel cliënten beleefd als een rechtstreekse weg naar diepere gevoelslagen. Het confronteert hen met maladaptieve en adaptieve patronen in denken, voelen en handelen binnen een relatief veilige situatie en biedt hen mogelijkheden om deze patronen te onderzoeken en eventueel te veranderen.
Voetnoten
1
Deze werkvorm wordt ook beschreven in Haeyen, S. (2007). Niet uitleven maar beleven. Beeldende therapie bij persoonlijkheidsproblematiek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, p. 297 ‘Kleien in de groep’.
 
2
Deze optie wordt ook beschreven in Haeyen, S. (2007). Niet uitleven maar beleven. Beeldende therapie bij persoonlijkheidsproblematiek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, p. 307 ‘Foto van vroeger en nu’.
 
3
Deze werkvorm komt deels overeen met de werkvorm in Haeyen, S. (2007). Niet uitleven maar beleven. Beeldende therapie bij persoonlijkheidsproblematiek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, p. 167: ‘Krastekening’.
 
4
Bij andere vaktherapeutische disciplines: kies symbolen in de ruimte die bij de modi passen. Let daarbij ook op de handeling die je met de voorwerpen kunt uitvoeren (bijvoorbeeld bokshandschoen, slagwerk, of die in het symbool verscholen liggen, bijvoorbeeld spin, vogel). Groepsgenoten kunnen hier in de rol gaan van modi, dan zijn er geen briefjes nodig.
 
5
Bij PMT, drama of dans: diverse materialen/voorwerpen uit de therapieruimte.
 
6
Bron: Farrell en Shaw (2015). Schematherapie in de klinische praktijk. Nieuwezijds B.V. Uitgeverij.
 
Metagegevens
Titel
Beeldende therapeutische werkvormen
Auteur
Suzanne Haeyen
Copyright
2022
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2803-1_2