Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het schrijven van wetenschappelijke artikelen moet worden geleerd. Het voornaamste doel van een medisch-wetenschappelijke publicatie is het overbrengen van informatie.De voorschriften en conventies die daarbij gelden, staan beschreven in dit boek. De nadruk ligt op de verslaglegging van oorspronkelijk onderzoek, in het Nederlands of in het Engels. Dit boek is vooral gericht op beginnende auteurs. Het beschrijft het proces van het kiezen van een tijdschrift voor publicatie tot en met de omgang met de pers. De auteurs van dit boek hebben als onderzoeker of redacteur jarenlang schrijvende artsen geholpen bij het begrijpelijk op schrift stellen van hun bevindingen. Het doel van de auteurs is bereikt als dit boek ertoe bijdraagt dat onderzoekers er nog beter dan tevoren in slagen hun bevindingen te publiceren in nationale en internationale tijdschriften voor geneeskunde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Wetenschappelijk publiceren valt te leren

  • Het voornaamste doel van een medisch-wetenschappelijke publicatie is het overbrengen van informatie.
  • De voorschriften en conventies die daarbij gelden, staan beschreven in dit boek.
  • De nadruk ligt daarbij op oorspronkelijk onderzoek, in het Nederlands of in het Engels.
  • Wij richten ons in het bijzonder op beginnende auteurs.
  • Het hoeft niet moeilijk te zijn om een artikel te schrijven dat de redacteuren en de lezers kunnen begrijpen, maar het gaat ook niet helemaal vanzelf.
  • Het belangrijkste vereiste is dat men iets te zeggen heeft.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

2 Typen van klinisch-wetenschappelijk onderzoek

  • Onderzoekers kunnen uit diverse typen onderzoek kiezen voor het ontrafelen van de medische werkelijkheid.
  • Bij vervolgonderzoek (cohortonderzoek) is het verstrijken van de tijd een essentieel element van de onderzoeksopzet. Deze vorm van onderzoek kan beschrijvend zijn (patiëntenserie of onderzoek naar determinanten van ziekte, in beide gevallen prospectief of retrospectief) of experimenteel-vergelijkend van aard.
  • Met patiënt-controleonderzoek kan men retrospectief oorzakelijke factoren voor ziekte opsporen.
  • In dwarsdoorsnedeonderzoek worden prevalenties op één moment vastgelegd.
  • In een casuïstische mededeling kan een ziektegeschiedenis wijzen op een nieuwe ziekte, een nieuwe ziekteoorzaak, een nieuwe behandeling of een nieuwe bijwerking.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

3 Keuze van een tijdschrift en instructies voor auteurs

  • Bij de keuze van het tijdschrift voor de publicatie van een artikel gelden de volgende overwegingen: wetenschappelijk aanzien van het tijdschrift; doelgroep(en) waarvoor men schrijft; algemeen of specialistisch karakter van het tijdschrift; landelijke of internationale verspreiding van het tijdschrift; eerdere publicatie over het onderwerp of van de auteurs in het tijdschrift.
  • De impactfactor van een tijdschrift is een maat voor de frequentie waarmee een ‘gemiddeld’ artikel van het tijdschrift in de twee jaar nadien geciteerd is; deze geeft de status van het tijdschrift aan.
  • Elk tijdschrift heeft eigen instructies voor auteurs, waaraan men zich strikt moet houden.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

4 Wie is auteur en wat is de volgorde?

  • Bij het tot stand komen van artikelen zijn vaak meerdere onderzoekers betrokken. De eerste auteur is in de regel de junior onderzoeker die het meeste werk heeft gedaan, de tweede auteur de senior onderzoeker die als directe begeleider optreedt en de laatste auteur is degene die het onderzoek heeft bedacht.
  • Auteurschap is niet gerechtvaardigd voor personen die alleen bijdragen tot het verzamelen van de gegevens of die het onderzoek faciliteren, zonder een intellectuele bijdrage aan opzet, interpretatie of verslaggeving.
  • Bij groepsauteurschap boven het artikel moeten wel enkele individuen als verantwoordelijken kunnen worden geïdentificeerd (het ‘schrijfcomité’ , in de appendix).
  • Degenen die een bijdrage hebben geleverd zonder te voldoen aan de eisen voor auteurschap kunnen in een dank- of verantwoordingsnoot worden genoemd.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

5 Titel, samenvatting en abstract

  • Een goede titel geeft de inhoud van het artikel weer, op grond waarvan de lezers kunnen beoordelen of zij het artikel kunnen overslaan of willen lezen.
  • De titel van een oorspronkelijk artikel omschrijft de boodschap (of het hoofdonderwerp) van het artikel, is ondubbelzinnig, niet stelliger dan het onderzoek toelaat, en zo kort mogelijk.
  • De titel bevat trefwoorden voor de lezers en voor degenen die literatuur in databanken zoeken.
  • De samenvatting en het abstract geven feitelijke informatie uit het artikel weer. Vaste onderdelen bij een oorspronkelijk artikel zijn: doel, methode, resultaten en conclusie.
  • De resultatensectie is het grootst.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

6 Inleiding

  • In de inleiding van een oorspronkelijk artikel beschrijven de auteurs waarom zij het betreffende onderzoek hebben uitgevoerd.
  • De inleiding begint met een kort overzicht van de bestaande kennis op het betreffende onderzoeksgebied.
  • Vervolgens benoemen de auteurs welk probleem nog niet is opgelost: relevante gegevens kunnen ontbreken of tegenstrijdig zijn.
  • De slotalinea bevat de specifieke onderzoeksvraagstelling en vaak ook de gehanteerde onderzoeksopzet.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

7 Methoden en statistiek

  • Het deel ‘methoden’ van een oorspronkelijk stuk vormt het keurmerk van het artikel.
  • Niet alleen een onjuiste methode, maar ook een onvolledige beschrijving ervan resulteert veelal in afwijzing van het manuscript.
  • De beschrijving van de methoden bestaat in de regel uit 6 onderdelen: (a) de studieopzet (experimenteel, beschrijvend); (b) bestudeerde onderwerp (patiënten, controlegroepen, interventie); (c) toestemming van medisch-ethische toetsingscommissie en van patiënten, voor zover van toepassing; (d) uitkomstmaten (bijvoorbeeld sterfte, ernst van ziekteverschijnselen, complicaties); (e) wijze waarop de gegevens werden verzameld; (f) statistische analyse.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

8 Resultaten

  • Bij een wetenschappelijk artikel staat in het hoofdstuk ‘resultaten’ wat het onderzoek aan bevindingen heeft opgeleverd.
  • De resultaten worden zo exact mogelijk weergegeven; zo horen bij (afgeronde) percentages ook altijd de absolute aantallen te staan. De volledigheid moet niet verder gaan dan een verantwoording van de bevindingen vereist.
  • De resultaten worden neutraal en zonder waardeoordeel opgeschreven; de interpretatie ervan volgt pas in de paragraaf ‘beschouwing’.
  • Eerlijkheid is geboden bij het vermelden van ontbrekende of onwelkome gegevens.
  • De resultaten staan in de onvoltooid verleden tijd.
  • Aanvullende manieren om resultaten weer te geven zijn tabellen en figuren.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

9 Beschouwing

  • De beschouwing van een artikel gaat over de betekenis van de resultaten, in het licht van bestaande kennis.
  • De aspecten die daarbij meestal aan de orde moeten komen, zijn: (a) een kernachtige omschrijving van de onderzoeksresultaten; (b) opvallende bevindingen, zoals verschillen met eerder onderzoek; (c) sterke en zwakke punten van het onderzoek; (d) gevolgen voor de praktijk van de geneeskunde; (e) concrete suggesties voor toekomstig onderzoek.
  • Elementen die beslist niet in een beschouwing thuishoren, zijn een nieuwe inleiding, overgebleven resultaten of een uitgebreide conclusie.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

10 Verantwoordingsnoot en belangenverstrengeling

  • De verantwoordingsnoot berust op internationale afspraken tussen tijdschriftredacties.
  • Bij een aantal tijdschriften is het gebruikelijk dat de auteurs hun afzonderlijke bijdragen omschrijven en bij een kleiner aantal worden die omschrijvingen ook afgedrukt. Daarnaast worden personen genoemd die medeverantwoordelijk voor het artikel waren of die een wezenlijke inhoudelijke bijdrage leverden.
  • Alle auteurs dienen alle relevante belangenconflicten te melden, zodat de lezer bij het op waarde schatten van de informatie in het artikel rekening kan houden met eventuele beïnvloeding van de auteurs.
  • De verantwoordingsnoot is ook de plaats waar de auteurs nadere informatie kwijt kunnen, zoals een trialregistratienummer.
  • Ook financiële ondersteuning zonder belangenconflict hoort te worden gemeld.
  • Indien een oorspronkelijk onderzoek eerder elders is gepubliceerd, wordt dat vermeld op de titelpagina van het artikel.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

11 Literatuurlijst

  • De functie van de literatuurlijst is dat de lezer een uitspraak kan verifiëren en kan zien waar het artikel past in het bouwwerk van de bestaande kennis.
  • In principe hoort van elke bewering die men niet zelf heeft bedacht, een referentie in de literatuurlijst te worden opgenomen. Die gerefereerde artikelen dient men zelf te hebben gelezen.
  • De literatuurlijst bevat alleen gegevens van de duurzame en onveranderlijke bronnen die in het onderzoek of het artikel werden gebruikt. Het principe is dat de lezer in de bron hetzelfde kan aantreffen als de auteurs toen die hun beweringen wilden staven.
  • Een artikel moet gepubliceerd of ten minste voor publicatie aanvaard zijn om er in de literatuurlijst naar te kunnen verwijzen.
  • Naar een niet-gepubliceerde bron kan men verwijzen in de vorm van een ‘schriftelijke mededeling’ in de tekst.
  • Sommige tijdschriften wensen dat verwijzingen naar internetbronnen niet in de literatuurlijst staan, maar in de tekst.
  • De meeste medisch-wetenschappelijke tijdschriften hanteren de zogenaamde Vancouver-stijl van referenties weergeven.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

12 Stijl

  • Het begrip ‘stijl’ houdt aanzienlijk méér in dan een juiste spelling en interpunctie.
  • Het belangrijkste kenmerk van een goede schrijver is een eenvoudige en rake verteltrant, waardoor de lezer de informatie zonder moeite tot zich kan nemen.
  • Zinnen kunnen daarom het beste kort zijn, één gedachte bevatten, en waar mogelijk in de actieve vorm geschreven zijn.
  • Woorden moeten zowel tegenwoordige als toekomstige lezers aanspreken. Daarom vermijden goede auteurs logge deftigheid, afkortingen, jargon, onnodig Engels en gewilde humor.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

13 Aanbiedingsbrief

  • Bij het ontvangen van een oorspronkelijk artikel is de aanbiedingsbrief het eerste wat de redactie leest. Een goede aanbiedingsbrief is kort, maar volledig.
  • De aanbiedingsbrief bevat één of twee zinnen over elk van de volgende onderwerpen: de kernboodschap van het gebodene, het belang voor de lezer, de motivatie van de keuze van het tijdschrift en een verklaring van originaliteit, belangenverstrengeling, financiële ondersteuning en naam en adres van de corresponderend auteur.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

14 Schrijven in het Engels

  • Het verdient de voorkeur meteen in het Engels te beginnen, in plaats van de tekst volledig in het Nederlands te schrijven en vervolgens te vertalen.
  • Behalve een woordenboek is ook een boek over idioom onmisbaar, evenals een thesaurus voor het vinden van synoniemen.
  • Houd de zinnen kort en vermijd plechtige woorden.
  • Bekende uitglijders zijn de keus tussen ‘which’ en ‘that’ (samenhangend met het gebruik van de komma), het ontlopen van de keus tussen ‘as’ en ‘than’, bungelende deelwoorden zoals ‘using’ en het vluchten in te omzichtige formuleringen.
  • Sommige Engelse woorden hebben een voor Nederlanders onverwachte betekenis.
  • De spelling (Brits of Amerikaans) moet worden aangepast aan het tijdschrift van keuze.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

15 Beoordeling en revisie van een manuscript

  • Iedere inzending wordt eerst door de hoofdredactie beoordeeld op geschiktheid voor het tijdschrift.
  • Indien een manuscript potentieel in aanmerking komt, zal de hoofdredactie het doorsturen naar referenten voor de vakinhoudelijke beoordeling.
  • Referenten kunnen adviseren de bijdrage af te wijzen of zij kunnen aan de auteurs detailkritiek geven waar een manuscript aan moet voldoen voordat het gepubliceerd kan worden.
  • Auteurs dienen de kritiek van de referenten in de revisie van hun manuscript te verwerken, of met argumenten te pareren. De hoofdredactie controleert dit proces.
  • Na aanvaarding van een manuscript volgt nog een intensieve eindredactionele bewerking.
  • Veel afgewezen manuscripten vinden toch een plek bij een ander tijdschrift, niet op de laatste plaats door alle verbeteringen die naar aanleiding van de suggesties van de referenten zijn gedaan.
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn

16 Publiciteit en omgang met de publiekspers

  • Onderzoekers die voor hun resultaten aandacht van publieksmedia willen, moeten eerst nadenken over hun doel, de bijbehorende doelgroep, de over te brengen boodschap en het geschiktste medium.
  • De vertaling van een wetenschappelijk artikel naar een nieuwsbericht kan misgaan doordat het voor een niet-ingewijde lastig is de betekenis van een onderzoek binnen de bestaande kennis aan te geven en doordat journalisten meer dan artsen/onderzoekers gericht zijn op het brengen van nieuws.
  • De onderzoeker kan misverstanden voorkomen door duidelijk te zijn en de journalist te voorzien van extra informatie.
  • Een arts-onderzoeker die wordt geïnterviewd voor een massamedium, moet zich voorbereiden om ervoor te zorgen dat de boodschap goed overkomt bij het publiek (leken en niet te vergeten de betreffende patiënten en hun naasten).
H.C. Walvoort, C.J.E. Kaandorp, F.W.A. Verheugt, H. Veeken, J. van Gijn
Meer informatie