Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt behandelaren in de ggz een behandelprotocol voor schematherapie bij cluster C-persoonlijkheidsproblematiek. Het protocol is ontwikkeld voor groepsschematherapie, maar is ook toepasbaar voor individuele therapie. Daarnaast is het goed toepasbaar bij chronische problematiek. Cluster C-persoonlijkheidsstoornissen komen frequent voor, bij 3 tot 9 % van de algemene bevolking. Bij ongeveer de helft van de stemmings-, angst- en eetstoornissen is er ook sprake van comorbide cluster C-problematiek. In Handleiding groepsschematherapie voor cluster C-persoonlijkheidsstoornissen wordt de behandeling helder beschreven. Het laat duidelijk de structuur en de focus van de sessies zien en welke oefeningen hierbij gebruikt kunnen worden. Gewerkt wordt met het modusmodel van schematherapie; een heel herkenbaar model voor cliënten, dat de behandeling snel concreet maakt.De in dit boek beschreven behandelvorm met dertig sessies is wetenschappelijk onderzocht met een pilotonderzoek in verschillende instellingen in Nederland. Hierbij is aangetoond dat er een zeer lage drop-out is en dat therapeuten en cliënten enthousiast zijn over de vorm van de behandelsessies. De eerste resultaten m.b.t. de persoonlijkheidsproblematiek tonen een positieve trend. Dit ondanks de vaak hardnekkige problematiek, die klachten als angststoornissen, eetstoornissen en depressies in stand houdt.Groepsschematherapie voor cluster C-persoonlijkheidsstoornissen bestaat uit een handleiding voor de therapeut en een werkboek voor de cliënt. Tegen het einde van de behandeling wordt de cliënt steeds meer zijn eigen therapeut en bepaalt hij zelf welk huiswerk in de laatste fase passend is.“Ik was bij de start echt wat sceptisch over de lengte van de therapie en vroeg me af of we het wel gingen redden met alle wisselingen in de groep. Ik was dan ook positief verrast over wat het voor cliënten kon betekenen. Het vraagt enige inzet en draagkracht van de cliënt, maar het is verrassend wat deze ervaringsgerichte therapie kan doen en betekenen voor cliënten met (soms complexe) vermijdende persoonlijkheidsproblematiek."Berdien Henniphof, GZ-psycholoog, De Viersprong

Inhoudsopgave

Voorwerk

Handleiding bij het dertig-sessiesprotocol

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Met een eerder dertig-sessiesprotocol voor ontwijkende persoonlijkheidsstoornis en sociale fobie zijn positieve ervaringen opgedaan. Dit protocol richt zich op cluster C-persoonlijkheidsstoornissen. Daarnaast is het protocol ontwikkeld voor mensen met langer bestaande stemmings-, angst- en eetstoornissen en langer bestaande problemen en klachten waarbij eerdere behandeling onvoldoende resultaat bood. Het beschreven protocol is in verschillende instellingen onderzocht en de eerste resultaten zijn hoopgevend. Het protocol wordt verder getoetst in RCT-onderzoeken.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

2. Algemene achtergrond schematherapie

Samenvatting
Basisbehoeften vormen de rode draad in schematherapie, zowel theoretisch als in de toepassing. Om tot een gezonde ontwikkeling te komen dient er in voldoende mate tegemoet gekomen te worden aan de behoeften: veiligheid, verbondenheid, autonomie, realistische grenzen, zelfexpressie en spontaniteit en spel. Tekorten in basisbehoeften leiden tot schema’s. In dagelijkse situaties worden deze getriggerd en mede afhankelijk van iemands copingstijl leidt dit tot specifieke modi. Door de inzet van cognitieve, experiëntiële en gedragsmatige interventies wordt de invloed van disfunctionele schema’s en modi verminderd en wordt de gezonde-volwassenemodus en vrije-kindmodus versterkt. Schematherapie is veel onderzocht voor cluster B, maar nog relatief weinig voor cluster C. Schematherapie kent vele toepassingen en is transdiagnostisch. De behandeling gaat niet specifiek in op klachten of symptomen, maar richt zich op de achterliggende patronen, waardoor deze klachten mogelijk zijn ontstaan of onderhouden worden.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

3. Modi bij cluster C-persoonlijkheidsstoornissen

Samenvatting
Angst overheerst bij cluster C-persoonlijkheidsstoornissen. Bij mensen met een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis is er de angst voor veroordeling. Vermijding staat centraal en dat zien we terug in de copingmodi, zoals in de onthechte beschermer en onthechte zelfsusser. Onderliggend zien we vaak een eenzaam en verlaten kind. De behandeling richt zich op het doorbreken van de vermijding, waarbij in eerste instantie vermijding van gevoelens centraal staat. Bij mensen met een afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis is er de angst niet op eigen benen te kunnen staan. Naast het bieden van veiligheid is het in de limited reparenting belangrijk ook te pushen naar autonomie. Bij mensen met een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis staat de angst voor conroleverlies centraal. De copingmodi, waaronder vaak de perfectionistische overcontroleerder, en de oudermodi zijn zo sterk dat de kwetsbare-kindmodus moeilijk bereikbaar is. De therapeutische relatie is belangrijk om op veilige manier contact te maken en zo meer in contact te komen met zichzelf en met anderen.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

4. Basiselementen groepsschematherapie

Samenvatting
Groepsschematherapie wordt geleid door twee therapeuten. Dit maakt het mogelijk de aandacht zowel op het individu als op de groep als geheel te richten en via limited reparenting aan te sluiten bij onderliggende basisbehoeften. De modi vormen de rode draad in de behandeling. De taal van schematherapie wordt actief ingezet om verbinding te maken in de groep en problemen te begrijpen. Herkenning en bewustwording, door onder meer psycho-educatie en ervaringsgerichte oefeningen, zijn belangrijke stappen om tot verandering te komen. Binnen het dertig-sessiesprotocol zijn er drie fasen te onderscheiden en verschuift de cliënt van een junior- via een medior- naar een seniorrol. De attitude van de therapeuten sluit aan op de groep als geheel en de fase waarin de cliënt zich bevindt. De therapeuten bereiden de sessies voor en wisselen verschillende interventies af.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

5. Inclusie- en exclusiecriteria

Samenvatting
Inclusiecriteria voor het dertig-sessiesprotocol zijn mensen met een cluster C-persoonlijkheidsstoornis of mensen met langer bestaande stemmings-, angst- of eetstoornissen en/of langer bestaande problemen en klachten voor wie eerdere behandeling onvoldoende resultaat bood. Exclusiecriteria vormen alcohol- of drugsafhankelijkheid, comorbide psychotische stoornis, bipolaire type 1-stoornis, een stoornis uit het autismespectrum, een borderline-persoonlijkheidsstoornis, acute suïcidaliteit en een IQ lager dan 80.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

6. Concrete uitwerking van het dertig-sessiesprotocol

Samenvatting
Per sessie worden de te behandelen thema’s helder weergegeven in het protocol. Tevens is er de vrijheid om dit zelf nader in te kleuren. De benoemde elementen van het protocol kunnen ook bij individuele behandeling ingezet worden. In de groep keren enkele elementen steeds terug, zoals bij de in- en uitstroom van cliënten. De verschillende modi komen in een cyclus van 10 sessies steeds terug. Modusbewustwording, modusregulatie en ervaringsgerichte technieken worden per modus ingezet en specifiek huiswerk wordt opgegeven als voorbereiding op de sessies. Naast de groepssessie is er een strippenkaart met 300 minuten die door de cliënt ingezet kan worden voor individuele gesprekken. Het vroeg inzetten van deze minuten helpt drop-out te voorkomen.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

7. Intakegesprekken voorafgaand aan de groep

Samenvatting
Er worden twee gesprekken ingepland voor de start van het dertig-sessiesprotocol. Deze zijn bedoeld om de cliënt bekend te maken met het model. Scores op de schemavragenlijst en modivragenlijst worden besproken en er wordt een verband gelegd tussen de klachten en problemen en het modusmodel. Er worden eerste afspraken gemaakt over hoe het beste kan worden omgegaan met bepaalde copingmodi. De cliënt formuleert doelen voor behandeling, als het nodig is wordt er een crisissignaleringsplan gemaakt, groepsregels worden besproken en de opzet van de behandeling, met om de 10 weken uit- en instroom, wordt aan de cliënt uitgelegd. Bij overeenstemming over de behandeling krijgt de cliënt huiswerk uit het werkboek op voor de eerste sessie.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

8. Kaders bij de groepssessies

Samenvatting
Angst is het algemene kenmerk bij cluster C-persoonlijkheidsstoornissen. Interventies dienen activerend en ervaringsgericht te zijn. Aandacht voor lichamelijke signalen en letterlijk in beweging komen, zijn behulpzaam om copingmodi te doorbreken. Limited reparenting is belangrijk om aan te sluiten bij onderliggende basisbehoeften die per cliënt kunnen verschillen. Elke cyclus heeft een eigen focus en cliënten maken doelen per cyclus. In de eerste cyclus staat bewustwording van de verschillende modi centraal. In de tweede cyclus verdiept de bewustwording en leren cliënten om te gaan met de modi (modusmanagement). Imaginatie met rescripting wordt in deze fase ingezet. In de derde fase worden cliënten gestimuleerd om ook buiten de sessies veranderingen door te zetten. Het huiswerk is ondersteunend en is steeds aangepast op de fase van de cliënt en de modus die centraal staat. Indien nodig wordt er ingespeeld op de actualiteit, met als doel deze thema’s te integreren in de specifieke sessie.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

9. Duur van de sessies

Samenvatting
De intakegesprekken duren elk 60 minuten. Een groepssessie duurt 1 uur en 45 minuten, inclusief 15 minuten pauze. Er is een strippenkaart van 300 minuten die individueel ingezet kan worden. Na de dertig sessies volgen er nog 4 boostersessies van elk één uur in een groep met mensen die het protocol doorlopen hebben.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

10. Structuur van de sessies

Samenvatting
De dertig sessies hebben een vaste structuur. Na een welkom is er een aandachtoefening in het hier-en-nu/eerste-hulp-bij-ontregeling (EHBO) oefening. Na mededelingen wordt (kort) het huiswerk besproken om daarna aandacht te besteden aan iets nieuws via psycho-educatie. Experiëntiële oefeningen maken een vast onderdeel uit van het protocol. De sessie wordt afgesloten met een moment stilstaan bij het geleerde, huiswerk voor de sessie erop en een vrije-kindoefening. De uit- en instroom vindt om de tien sessies plaats. Tijdens de laatste sessie van een cyclus zijn er evaluaties en bij de instroom van nieuwe cliënten staat het opnieuw maken van veilige verbinding centraal.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

11. Thema’s per sessie in de cyclus

Samenvatting
Bij de sessies worden in elke fase de vier modigroepen behandeld, zodat aan het einde van de tien bijeenkomsten de hele moduscirkel aan bod is gekomen. De sessies worden afzonderlijk beschreven met aandacht voor de drie niveaus van junior, medior en senior. Voor de medioren wordt er een imaginaire rescripting in de groep ingezet. Groepsrescriptingen vinden ook op andere momenten plaats. De inhoud van de boostersessies is vrijer en richt zich op het verder versterken van de gezonde-volwassenemodus.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

12. Uitwerking per sessie

Samenvatting
Het dertig-sessiesprotocol is per sessie uitgewerkt. Het is belangrijk steeds met een doel een sessie in te gaan en een plan te maken wat bij dit doel past. De inhoud van de sessies combineert interventies voor de junioren, medioren en senioren in de groep. Voor de therapeuten is het belangrijk zich goed voor te bereiden en zich steeds bewust te zijn van het (van elkaar verschillende) huiswerk dat cliënten tevoren gemaakt hebben en verbanden te leggen tussen het huiswerk uit verschillende sessies.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

13. Thema 1 Verbinding, uitleg en doelen

Samenvatting
De eerste sessie van een cylcus van 10 sessies is het begin van een nieuw te vormen groep. Het is belangrijk stil te staan bij verbinding, veiligheid, herkenning en gezamenlijkheid. In deze sessie wordt ruimte gemaakt voor onderlinge kennismaking en er wordt stilgestaan bij de groepsafspraken. Er wordt altijd een ‘uit de stoel-oefening’ gedaan. Er wordt globaal stilgestaan bij het modusmodel en de basisbehoeften. Er worden door eenieder doelen geformuleerd voor de komende 10 sessies. In deze eerste sessie van een cyclus is het belangrijk om in het oog te houden dat het voor junioren gaat om bewustwording van modi, voor medioren om een start te maken met het veranderen van belemmerende modi en voor seniorleden om buiten de groep concrete doelen te gaan stellen. De therapeuten hebben aandacht voor de verschillende fases waarin de cliënten zitten en interveniëren hierop. Hiervoor worden tips gegeven.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

14. Thema 2 De copingmodi

Samenvatting
In de tweede sessie van een cyclus staan de copingmodi centraal. Voor junioren gaat het om herkenning om welke beschermende modi het gaat en welke soort coping; vermijding, overgave of overcompensatie? Zijn er uitspraken of gedragingen die zij bij zichzelf herkennen? Bij de medioren gaat het om de relatie met het verleden van deze copingmodi; wat is de relatie met het verleden en welke onderliggende behoeften zijn er achter de copingmodi? De seniorleden gaan hierin nog verder en richten zich via de gezonde-volwassenemodus op concrete veranderingen. Qua oefeningen is er ruimte voor veilige-plekoefeningen en stoelenwerk of experiëntiële oefeningen waarbij het effect van de copingmodi wordt ervaren.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

15. Thema 3 Verdieping copingmodi

Samenvatting
In de derde sessie van een cyclus staat verdieping van het thema copingmodi centraal. Er wordt onderzocht welke automatische gedachten, gevoelens en gedragingen opkomen in bepaalde situaties en er wordt geoefend met het begin maken van verandering voor groepsleden die al verder in dit proces zijn. In de oefeningen in de groep wordt gekeken of situaties kunnen worden nagebootst waarin de copingmodi opspelen en hoe daar, binnen de oefening, verandering in kan worden aangebracht. Des te verder in de cyclus van 30 sessies des te meer steeds in het huiswerk van de cliënten wordt gevraagd om veranderingen te concretiseren in en buiten de groep.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

16. Thema 4 Voors en tegens van de copingmodi en de oudermodi

Samenvatting
In de vierde sessies van een cyclus gaat het om voor- en nadelen van de copingmodi. Gaat het bij junioren om bewustwording hiervan, bij medioren en senioren gaat het om leren ingrijpen hierop en naast het uitdagen ook te ontdekken wat er nodig is. Ook hierbij wordt weer gekeken hoe hiermee in de praktijk kan worden geoefend. De veeleisende- en bestraffende-oudermodi worden verkend. Het laten zien van filmclips en het doen van grensoefeningen kunnen hierbij helpend zijn.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

17. Thema 5 De veeleisende- en bestraffende-oudermodi; leren kennen en mee omgaan

Samenvatting
In de vijfde sessie van een cyclus worden de veeleisende- en bestraffende-oudermodi verder onderzocht. Voor junioren gaat het om bewustwording van de booschappen, de gevoelens hierbij, de gewoonlijke gevolgen in gedrag en wat er er nodig is. Voor de medioren gaat het om het verband met het vroegere ervaringen te leren kennen en tegenwicht te kunnen geven vanuit de gezonde-volwassenemodus. Voor de senioren staan de cognitieve uitdagingen centraal. Er worden oefeningen gedaan die het effect van deze modi voelbaar maken.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

18. Thema 6 Bestrijden van de oudermodi en het effect op de kindmodi

Samenvatting
In de zesde sessies van een cyclus staat het bestrijden van de oudermodi centraal via het uitdagen van deze boodschappen voor juniorleden. De uitwerking van deze boodschappen op de kindmodi wordt ervaren via oefeningen. De medioren verdiepen dit thema door naast het herkennen en uitdagen ook helpende gedragingen te formuleren om beter voor hun behoeften te zorgen. Dit wordt gedaan via een hulpkaart met betrekking tot de oudermodus. In de oefeningen wordt perfectionisme bestreden met humorspelletjes.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

19. Thema 7 Verdieping van de kindmodi

Samenvatting
In de zevende sessie van een cyclus staat het contact maken met de kindmodi centraal. Er is aandacht voor het kwetsbare kind, het ongedisciplineerde kind, het boze kind en het vrije kind. De automatische gedachten, gevoelens en gedragingen worden verkend en de behoefte onderkend. Voor de medioren is er ruimte gemaakt voor imaginaire rescripting die zij voorbereiden in het huiswerk. Zij formuleren ook goede-ouder- en gezonde-volwasseneboodschappen naar zichzelf. De boze-kindmodus krijgt voor de seniorleden extra aandacht, wat is er nodig? En hoe kan er via assertiviteit gezorgd worden dat boosheid constructief wordt geuit.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

20. Thema 8 De kindmodi in contact met de gezonde-volwassenemodus

Samenvatting
In de achtste sessies van een cyclus worden de behoeften van de kindmodi verder uitgewerkt en wordt er verbinding gemaakt met de gezonde-volwassenemodus. Wat betekent goede zorg voor de kindmodi? De mediorleden maken hulpkaarten met goede-ouderboodschappen en helpende gedragingen. De senior leden hebben al zicht op hun behoeften, maar gaan dit concretiseren met plannen voor de toekomst hoe zij dit in de dagelijkse praktijk vorm kunnen geven.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

21. Thema 9 De goede-oudermodus en gezonde-volwassenemodus versterken

Samenvatting
De negende sessies van een cyclus gaan over het opbouwen en versterken van de goede-oudermodus en de gezonde-volwassenemodus. In de verschillende fases wordt gekeken hoe om te gaan met de verschillende modi. Welke gedachten, gevoelens en gedragingen horen hierbij. Voor de mediorleden gaat het om het inzetten van de goede-oudermodus en gezonde-volwassenemodus. De seniorleden hebben al meer begrip van alle modi en gaan dit verder uitwerken in acties.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

22. Thema 10 Afronding cyclus en afscheid

Samenvatting
De laatste sessies van een cyclus wordt stilgestaan bij wat er is ontdekt, bereikt en veranderd. De moduscirkel met de verdeling in modi wordt opnieuw gemaakt. Er wordt in de groep ruimte gemaakt voor een afrondingsritueel in de vorm van een warme-doucheoefening waarbij ieder kaarten voor elkaar, maar ook voor zichzelf schrijft met daarop tops en tips. Dit wordt aan elkaar voorgelezen en gegeven. Ook wordt er stilgestaan bij het afscheid van groepsleden die de drie cylci hebben doorlopen. Ervaringen en goede raad aan elkaar worden uitgewisseld.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

Voorbeeldoefeningen

Voorwerk

23. Inleiding

Samenvatting
De doelen per persoonlijkheidsstoornis verschillen van elkaar en oefeningen kunnen aangepast worden aan deze doelen. Oefeningen voor de doelgroep van dit dertig-sessiesprotocol omvatten vaak het ‘in beweging komen’ en oefeningen om met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van fleece. Zowel spelelementen als het durven en mogen ervaren zijn belangrijke onderdelen. Cliënten kunnen actief betrokken worden in het bedenken en neerzetten van oefeningen. Hiermee worden copingmodi doorbroken en oudermodi uitgedaagd. Bij de oefeningen wordt iedereen zo veel mogelijk betrokken.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

24. Oefeningen voor kennismaking

Samenvatting
Suggesties voor kennismakingsoefeningen zijn elkaar leren kennen door: ja-neevragen te beantwoorden door naar een plek in de ruimte te gaan, speeddaten, het uitwisselen over modi of door bijvoorbeeld beroepen of stemmingen neer te zetten met groepsleden.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

25. Eerste-hulp-bij-ontregeling (EHBO)-oefeningen en veiligheid creëren

Samenvatting
Eerste-hulp-bij-ontregeling (EHBO)-oefeningen zijn korte oefeningen om bewust de aandacht te richten en contact te maken met zichzelf. De zintuigen staan centraal en de beleving in het hier-en-nu. Het maken of imagineren van een veilige plek hoort ook thuis in de EHBO-koffer, evenals het leren afremmen van het impulsieve en ongedisciplineerde kind.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

26. Oefeningen voor bewustwording van modi

Samenvatting
Er zijn veel oefeningen denkbaar voor het bewustworden van verschillende modi. Met filmclipjes kunnen modi geraden worden. Oefeningen waarin rollen neergezet worden, op wat theatersportachtige wijze, helpen om zowel modi te herkennen als – gedeeltelijk – te beleven. Door samen te werken en door spelletjes worden verschillende modi getriggerd. Modi kunnen ook uitgebeeld worden of de invloed van een modus kan in oefeningen voelbaar gemaakt worden, zoals bij ‘een ouder op je schouder’.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

27. Oefeningen voor verandering van modi of modusmanagement

Samenvatting
Bij de oefeningen voor verandering kunnen de verschillende modi neergezet worden en per modus onderzocht worden wat er nodig is. De groepsleden worden steeds actief betrokken en kunnen voor elkaar verschillende rollen op zich nemen. Op deze manier worden copingmodi doorbroken en oudermodi teruggedrongen teneinde contact te krijgen met de kwetsbare-kindmodus. De goede-oudermodus en gezonde-volwassenemodus worden versterkt door de eigen kracht in te zetten en positieve ervaringen bewust te verzamelen.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

28. Afsluiting sessie: vrije-kindoefeningen

Samenvatting
Iedere sessie is er met een oefening aandacht voor het vrije kind. Dit hoeft maar een paar minuten te duren en kan aan het einde van een sessie of als energizer tussendoor gedaan worden. Vooral bij mensen met cluster C-problematiek is dit belangrijk, omdat juist bij deze doelgroep het vrije kind vaak ondervertegenwoordigd is. Denk aan kinderspelletjes, imaginaire spelletjes, raadspelletjes en activiteiten als een bal overgooien, op muziek bewegen of zingen.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

29. Afsluiten van een cyclus

Samenvatting
Er is een vaste oefening opgenomen in het dertig-sessiesprotocol die elke tiende sessie plaatsvindt. Dit is de sessie waarin de senioren afscheid nemen. Deze ‘warme-doucheoefening’ wordt gebruikt om alle groepsleden te evalueren. Tevoren schrijven groepsleden tops en tips op, zowel voor zichzelf als voor de anderen. In de ‘warmedouchestoel’ ontvangt ieder groepslid zo feedback van de andere groepsleden en de therapeuten. De feedback wordt meegenomen naar de volgende sessie, waarin nieuwe doelen geformuleerd worden.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

30. Energizeroefeningen

Samenvatting
In het protocol is het belangrijk om met regelmaat het energieniveau van de groep in te schatten en dit te reguleren. Dit kan bijvoorbeeld door korte oefeningen die groepsleden even uit de stoel halen en zo zorgen voor wat extra energie.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

31. Online behandelen

Samenvatting
Online behandelen heeft een enorme vlucht genomen en er wordt zowel met individuen als met groepen online gewerkt. Hoewel voor dit dertig-sessiesprotocol live werken te prefereren is, zijn er toch wat tips te geven over online behandeling. De randvoorwaarden dienen op orde te zijn, wat begint met een rustige plek waar gebruikgemaakt kan worden van een computer, laptop of tablet en met afspraken wat te doen bij uitval van verbinding of bij crisis. Voor de therapeut is het een uitdaging om goed gebruik te maken van de camera en, samen met de cotherapeut, goed zicht te houden op alle deelnemers. Verbondenheid met elkaar is nog belangrijker bij het online werken en het is goed om actief materialen en transitional objects te gebruiken. Imaginatie met rescripting lijkt vrij gemakkelijk te gaan, maar ook stoelentechnieken kunnen goed gebruikt worden, evenals het ‘uit de stoel komen’ om het energieniveau te beïnvloeden.
Edith E. M. L. Tjoa, Eelco H. Muste

Nawerk

Meer informatie

Extras