Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Vorm en beweging is het leerboek over het bewegingsapparaat voor medische en paramedische studenten. Dit fraaie boek valt op door zijn helder geschreven tekst en de grote hoeveelheid anatomische tekeningen. Niet voor niets wordt Vorm en beweging al ruim veertig jaar door vele opleidingen gebruikt als het studieboek op het gebied van de functionele anatomie van het bewegingsapparaat.

Bij de uitgave Vorm en beweging hoort ook een website die exclusief toegang geeft tot ondersteunend foto en videomateriaal, diagnostische toetsen en een e-module. In deze dertiende druk zijn nieuwe illustraties toegevoegd . Daarnaast is deze druk uitgebreid met het onderdeel embryologie. Hiermee is het boek up-to-date en past ook deze druk uitstekend in het huidige onderwijssysteem van medische en paramedische opleidingen.

Drs A. Zuidgeest heeft bewegingswetenschappen gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam en werkte als docent Anatomie en Kinesiologie aan de Hogeschool van Amsterdam en de Hogeschool voor Fysiotherapie Thim van der Laan.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 De opbouw van het bewegingsapparaat

Samenvatting
De weefsels waaruit het bewegingsapparaat is opgebouwd, zijn het steunweefsel en het dwarsgestreepte spierweefsel. Het steunweefsel bestaat uit bindweefsel, kraakbeen en been. De door deze weefsels gevormde organen zijn de beenderen, de gewrichten en de dwarsgestreepte spieren. In de gewrichtsleer komen de eigenschappen van de verschillende soorten gewrichten aan de orde. Er is een relatie tussen de vorm van een gewricht en het aantal vrijheidsgraden dat het gewricht heeft. In de algemene spierleer wordt de bouw van de dwarsgestreepte spieren besproken. De kracht van een spier is afhankelijk van de contractiesnelheid en van de mate van verkorting van de betrokken spier. De verschillende contractievormen worden besproken. De kracht van een spier kan op het skelet worden overgedragen door myo-tendineuze – en myofasciale krachtoverdracht.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

2 De huid, de ingewanden en het perifere zenuwstelsel

Samenvatting
De huid bestaat uit de epidermis (de opperhuid) en de dermis (de lederhuid). Onder de dermis ligt de subcutis (het onderhuidse bindweefsel). De ingewanden die in dit hoofdstuk aan de orde komen zijn spijsverteringsorganen, de ademhalingsorganen, het hart en de bloedvaten, het lymfatische systeem, de urine uitscheidende organen, de geslachtsorganen en de endocriene klieren. Tot het perifere zenuwstelsel behoren 12 paar hersenzenuwen en 31 paar ruggenmergszenuwen. De spinale zenuwen en de hersenzenuwen kunnen uit twee soorten vezels bestaan: somatische zenuwvezels voor de innervatie van de huid, de botten en de gewrichten en de spieren van het bewegingsapparaat en autonome zenuwvezels voor de innervatie van de ingewanden.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

3 De romp

Samenvatting
De wervelkolom bestaat uit 7 halswervels, 12 borstwervels, 5 lendenwervels, het heiligbeen en het stuitbeen. De bewegingen die in de wervelkolom craniaal (boven) van het sacrum kunnen worden uitgevoerd zijn voorover- en achteroverbuigen, zijwaarts buigen en draaien om de lengteas naar rechts of naar links. De beweeglijkheid wordt bepaald door bouw van de bij de beweging betrokken wervels. De eigenschappen van de wervels komen gedetailleerd aan de orde. De thorax (borstkas) wordt gevormd door de borstwervelkolom, het borstbeen en de ribben. De ligging en de functie van de spieren van de wervelkolom en de borstkas worden besproken. De belangrijkste ademhalingsspier is het diaphragma (middenrif). De 7 snijzaalvideo’s en de 3 foto’s op de website, waartoe de lezer toegang heeft, verhelderen de bouw en de functie van de gewrichten en de spieren en geven inzicht in de oppervlakte-anatomie.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

4 Schoudergordel en arm

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt eerst de embryonale ontwikkeling van de extremiteiten behandeld. De samenhang tussen de innervatie van de extremiteitsspieren en ontwikkeling komt aan de orde. Daarna worden de schoudergordel en de arm in twee gedeelten besproken. In het gedeelte over de schoudergordel en de bovenarm komt de beweeglijkheid ter sprake die de arm als vrije extremiteit ten opzichte van de romp heeft. Het tweede deel, waarin de onderarm en de hand behandeld worden, beperkt zich tot de bewegingsmogelijkheden van de bovenste extremiteit zelf. Het begrip ‘segmentale kennspieren’ wordt besproken. De 10 snijzaalvideo’s 4.1, 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9 en 4.10 op de website, waartoe de lezer toegang heeft, verhelderen de bouw en de functie van de gewrichten en de spieren. De 21 foto’s geven inzicht in de oppervlakte-anatomie.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

5 Bekkengordel en been

Samenvatting
De onderste extremiteit wordt, evenals de schoudergordel en de arm, in twee gedeelten besproken. Het eerste deel handelt over de bekkengordel en het bovenbeen, het tweede deel over het onderbeen en de voet. Bij de bespreking van de bewegingen wordt in dit hoofdstuk alleen ingegaan op de functies die de spieren vervullen wanneer het been als vrije extremiteit beweegt. De werkingen van de spieren bij houding en beweging, wanneer het lichaam met de voeten op de grond staat, komen in hoofdstuk 8 ter sprake.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

6 Hoofd en hals

Samenvatting
Van de structuren, die zich in het hoofdhalsgebied bevinden, worden in dit hoofdstuk achtereenvolgens besproken: de schedel en het os hyoideum, de spieren van het aangezicht, van het kauwapparaat en van de hals, en het kaakgewricht. Een aparte bespreking wordt gewijd aan de bewegingen van het hoofd in de halswervelkolom en de gewrichten van het achterhoofd. De bloed- en zenuwvoorziening van het hoofd-halsgebied wordt besproken.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

7 Het centrale zenuwstelsel

Samenvatting
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit het ruggenmerg en de hersenen. In dit hoofdstuk wordt eerst de bouw van deze twee organen besproken. In het kort worden ook de hersenzenuwen, de hersenvliezen en de liquor cerebrospinalis, en de vascularisatie van de hersenen behandeld. Hierna komt in de paragraaf ‘Sensibele vezelsystemen’ ter sprake hoe de impulsen, die via de zenuwen het ruggenmerg en de hersenstam bereiken, in het centrale zenuwstelsel worden verwerkt. Ten slotte wordt in de paragraaf ‘Motorische vezelsystemen’ besproken op welke wijze de hogere centra van het centrale zenuwstelsel invloed kunnen uitoefenen op de motoriek van het lichaam.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

8 Stand en beweging

Samenvatting
In de voorgaande hoofdstukken zijn, wat betreft de bewegingen, voornamelijk de bewegingen in de afzonderlijke gewrichten ter sprake gekomen. In dit hoofdstuk worden houdingen en bewegingen geanalyseerd waarbij het hele lichaam is betrokken. Wat betreft de houdingen komen aan de orde: de symmetrische stand, de tenenstand en de hurkstand. Vervolgens worden bewegingen geanalyseerd zoals het vooroverbuigen, het tillen en bewegingen vanuit een hangende en een steunende positie. Bij de analyse van het gaan en het hardlopen wordt ingegaan op de bewegingscyclus, de bewegingsbaan van het zwaartepunt en de bewegingsuitslagen van de gewrichten. Het begrip netto gewrichtsmoment wordt duidelijk gemaakt. De spieractiviteit over de gewrichten van de onderste extremiteit en de contractievorm van de spieren worden in verband gebracht met de netto gewrichtsmomenten. Het hoofdstuk wordt ondersteund door slow motion filmbeelden van het gaan en het hardlopen.
A.H.M. Lohman, A. Zuidgeest

Nawerk

Meer informatie

Extra’s