Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In Supervisie in onderwijs en ontwikkeling wordt supervisie opgevat als een generieke didactische methode. Deze methode kan worden toegepast op een breed scala van beroepen en functies waarin het systematische en doelbewuste contact met anderen voor de werkuitvoering essentieel is. Het boek is onderverdeeld in drie delen. In Deel I komen de kaders van supervisie aan bod. Wat kan supervisie betekenen? Welke mogelijkheden en beperkingen zijn er, en welke eisen mogen er aan supervisoren worden gesteld? Deel II omvat drie verschillende benaderingen, namelijk de vraag hoe spiritualiteit in supervisie ter sprake kan komen, hoe om te gaan met morele dilemma’s in supervisie en hoe godsbeelden hun belemmerende of bevrijdende werking in supervisie krijgen. Deel III ten slotte bestaat uit drie praktijkstudies. Aan de orde komen het belang van lichaamstaal in supervisie, een narratieve aanpak van supervisie en de mogelijkheden van oplossingsgerichte vraagtechnieken. Deel III ten slotte bestaat uit drie praktijkstudies. Aan de orde komen het belang van lichaamstaal in supervisie, een narratieve aanpak van supervisie en de mogelijkheden van oplossingsgerichte vraagtechnieken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding en verantwoording

Inleiding en verantwoording

Sinds jaar en dag wordt in het hbo supervisie gegeven aan studenten in de sociale beroepen en aan leraren in opleiding. Oneerbiedig gezegd behoort supervisie tot het vaste meubilair van menig curriculum. Je zou dus denken dat supervisie alom bekend is, zó bekend dat het niet alleen voor studenten gebruikt wordt, maar naast coaching, training en intervisie ook een vast bestanddeel is geworden van het begeleidingsaanbod aan medewerkers en leidinggevenden.
Heleen Bakker, Hans Borst, Corine Havelaar-Bakker, Sijtze de Roos, Rob Schurink, Cora Vinke

Kaders

Voorwerk

1. Supervisie in het protestants christelijk onderwijs

Wie van enige afstand naar het onderwijs in Nederland kijkt ziet overal dezelfde verschijnselen, welke levensbeschouwelijke kleur schoolorganisaties ook aannemen. Het beeld dat het protestants-christelijk onderwijs (PCO) laat zien wijkt niet of nauwelijks af van het algemene patroon, waarvan schaalvergroting en verzakelijking de meest opvallende kenmerken zijn.
Sijtze de Roos

2. Verdriet in een groene Kever

Over zin en onzin van supervisie in het onderwijs
Een enkele keer zie ik nog wel eens een groene Kever. In zo’n Volkswagen reed ook mijn leraar geschiedenis. Ik noem hem hier Pierre Tremor, omdat ik me hem herinner als een breekbare oudere man in een versleten grijs pak, wiens handen altijd trilden. Het was een hele klus om twee uur per week geschiedenis aan een groep pubers uit gegoede milieus te geven. Mijn christelijke middelbare school had een goede naam. Tremor was een vijftiger die nog een paar jaar moest, zo begreep ik. Hij sleepte zich dagelijks uit zijn groene Kever naar het geschiedenislokaal. Daar zat hij dan van half negen tot half vier op zijn eigen veilige verhoging. Ik heb hem een paar maal zien huilen. Dan lachten wij nog harder. Soms ging hij eerder naar huis. Met rode ogen zijn groene Kever in. Veertig jaar later zou ik supervisor van zo iemand kunnen zijn. In het kader van een of ander POP-gesprek zou hij misschien contact met me opgenomen hebben. Ik hoor mezelf al superviseren: ‘Wat is uw ervaring in zo’n klas pubers?’ ‘Kunt u een van die jongens omschrijven die u altijd uitlachen?’ ‘Wat zou u graag tegen zo’n jongen zeggen en wat houdt u tegen om het niet te zeggen?’ Zou het supervisieproces wat worden? Zou ik hem wat kunnen bieden met al mijn LVSC (Landelijke Vereniging voor Supervisie en Coaching)- registraties en 25 jaar ervaring als supervisor?
Hans Borst

3. Het gereedschap van de supervisor: timmerdoos of grabbelton?

Wie zich tussen de mensen begeeft, oefent altijd invloed uit. Doorgaans gaat dat onbedoeld en onwillekeurig. Maar er zijn ook situaties waarin mensen elkaar doelbewust proberen te beïnvloeden. Supervisoren bijvoorbeeld, werken met mensen. In hun contacten met studenten streven zij met opzet bepaalde doelen na.
Sijtze de Roos

Benaderingen

Voorwerk

4. Spiritualiteit ter sprake in supervisie

Bij spiritualiteit komen we net als bij supervisie het begrip ‘ervaren’ tegen. De ervaring is het allesbepalende kenmerk van spiritualiteit en bepaalt haar studie (Waaijman, 2000). Wat is een spirituele ervaring? En kan zo’n ervaring ook besproken worden in supervisie? Kun je erop reflecteren? Kun je van elkaars spirituele ervaringen leren en al lerend een betere beroepsbeoefenaar worden, een betere supervisant, een beter mens? Het zijn grote vragen en om die vragen een plaats te geven in het supervisieproces wil ik hier een theorie over spiritualiteit bespreken waar wij als supervisoren mee uit de voeten kunnen. Er zijn nogal wat visies op en theorieën over spiritualiteit, maar er bestaat geen overeenstemming over de betekenis van het begrip ‘spiritualiteit’ (McCarthy, 2002). Er zijn ruim veertig gangbare definities (McCarthy, 2002). Dat geeft al aan dat over het begrip ‘spiritualiteit’ veel verwarring is en dat het woord in allerlei contexten gebruikt of misbruikt wordt. Gedurende de laatste jaren zien we allerlei signalen waaruit blijkt dat de belangstelling voor spiritualiteit groeit. Dat merken bijvoorbeeld boekhandelaren en uitgevers en het is te zien aan het aanbod van trainingen en cursussen in kloosters, hotels en op boerderijen.
Hans Borst

5. De supervisor als mystagoog

Het is middag. Ik heb een dag achter de rug van intensief praten over theologische thema’s. Ik bevind mij op Hydepark, het theologisch seminarie van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Dit is de plek waar aanstaande PKN-predikanten zich voorbereiden op het ambt. Die middag is er een workshop schilderen. Er wordt een stuk voorgelezen uit de Bijbel, waarin de roeping van de profeet Jesaja staat: een engel raakt met vurige kolen de lippen van Jesaja aan. En op de vraag wie God zal sturen om te profeteren, zegt Jesaja: ‘Hier ben ik. Zend mij’ (Jesaja 6).
Corine Havelaar-Bakker

6. Je doet het nooit goed

Over het onderkennen en oplossen van morele dilemma’s in supervisie en coaching
Zonder moreel besef ziet een mens nooit een moreel dilemma. (Uit de Ethica Nicomachea van Aristoteles, 384-322 v.Chr.)
Hans Borst

Praktijk

Voorwerk

7. Supervisie en lichaamstaal

Als kind was ik van meet af aan sterk op concrete ervaring gericht, ik was een type van ‘handen in de aarde’ en alles maken wat voorhanden was: hutten in alle soorten en maten, een fietscrossbaan, een voetbalveld. Mijn fantasie en verbeelding leidden mijn jonge lijf naar allerlei motorische ervaringen en compenseerden mijn niet al te rijke aanleg voor ‘echte’ sport. Een echte ‘speler’, zo was ik als kind wel te typeren. Op mijn zeventiende begon ik met zwemles geven aan kinderen en daar werd mijn vuurtje voor het onderwijs ontstoken. Helemaal toen ik in mijn diensttijd gedurende een nacht in Duitsland de wacht moest houden achter mijn radarscherm en in één ruk het boek Psychologie van het lichaam van Kugel (1973) uitlas. Weliswaar begreep ik er niet alles van, maar ik werd er zo door gegrepen dat ik vanaf toen wist wat ik wilde: naar de academie voor lichamelijke opvoeding. In 1980 lukte dat en na vier prachtige jaren begon ik in 1984 als vakleerkracht bewegingsonderwijs aan zeven basisscholen. Veel kinderen zijn langsgekomen, veel boeiende en leerzame ervaringen waarbij ook complexe vragen aan het licht kwamen, zoals: Wat maakt dat het ene kind zo makkelijk tot leren komt en het andere veel minder? Hoe kan het dat een categorie kinderen van begin af aan gedoemd lijkt minder geaccepteerd en gewaardeerd te worden? en, nog lastiger: In hoeverre werkt het onderwijs zelf mee aan de verdeling van kansarmen en kansrijken in onze maatschappij?
Rob Schurink

8. Genoeg aan het halve verhaal?

Narrativiteit binnen supervisie aan adolescenten
Het opstarten van een nieuw supervisietraject is elke keer weer een belevenis. Het is spannend en uitdagend. Hoewel het gaat om dezelfde gebeurtenis, namelijk de eerste sessie van supervisie, zijn er twee verschillende verhalen te vertellen, namelijk vanuit de beleving van de supervisant en vanuit de beleving van de supervisor. Beiden hebben een eigen beleving en interpretatie van de werkelijkheid. Daarom: een blik achter de schermen.
Heleen Bakker

9. Oplossingen in supervisie?

Onderzoek naar oplossingsgerichte vraagtechnieken in supervisiegesprekken
De bedoeling van supervisie is dat de supervisant door zijn werkervaringen beter leert handelen in de beroepspraktijk. Supervisie is niet in de eerste plaats gericht op het aanreiken van oplossingen. Integendeel, het gaat er juist om dat de supervisant zijn (of haar) eigen oplossingen leert vinden, en wel door de eigen ervaringen te (leren) onderzoeken. Daar kan het beter leren omgaan met ingewikkelde problemen een onderdeel van zijn. Problemen vragen om een oplossing. Hoe kan de supervisant die zelf vinden, en wat kan de supervisor daar aan bijdragen? Daarover gaat dit hoofdstuk.
Cora Vinke

Nawerk

Meer informatie