Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Ongeveer twintig procent van de volwassenen heeft chronische pijn. Dit heeft een negatieve invloed op hun leven. Uit onderzoek blijkt dat patiënten vaker herstellen en minder pijn hebben als ze begrijpen hoe de complexe biologie van pijn werkt.

Pijneducatie zorgt ervoor dat barrières voor een effectieve revalidatie verdwijnen. Het geven van goede informatie over pijnfysiologie kan dus erg succesvol zijn. Pijneducatie is een praktische handleiding bij het geven van pijneducatie. Het draagt bij aan een succesvolle behandeling van patiënten met chronische pijn.

Het boek bevat informatie over de neurofysiologie van acute en chronische pijn (centrale sensitisatie), het toepassen van pijneducatie, de voorwaarden voor en de effectiviteit van pijneducatie. Door middel van illustraties wordt de informatie ondersteund. Online staan tests om de pijn te meten en instrumenten om de Online staan tests om de pijn te meten en instrumenten om de behandeling te ondersteunen. Ook vindt u hier educatiemateriaal om mee te geven aan de patiënten. Om toegang te krijgen tot het online gedeelte kunt u de toegangscode invullen die voorin het boek staat.

Dit boek is bedoeld voor fysiotherapeuten, oefentherapeuten Cesar en Mensendieck, verpleegkundigen, huisartsen en andere hulpverleners die werken met patiënten met chronische pijn.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Een ‘prachtig’ voorbeeld hoe gedachten het gedrag van een patiënt negatief beïnvloeden. Patiënten met (chronische)pijnklachten hebben vaak inadequate gedachten; vaak over de oorzaak van de pijn (‘Er is iets beschadigd in mijn lijf’) of bijvoorbeeld over het doel van de behandeling (‘Ik wil weer pijnvrij worden’).
C. Paul van Wilgen, Jo Nijs

1 De neurofysiologie van acute en chronische pijn

Om educatie over pijnfysiologie toe te passen bij patiënten met chronische pijn is een gedegen kennis van pijnfysiologie noodzakelijk. Dit hoofdstuk beschrijft de neurofysiologie van acute en chronische pijn en de basisprocessen die hierbij optreden. De plasticiteit van het zenuwstelsel zorgt ervoor dat de neurofysiologische mechanismen van chronische pijn heel anders verlopen dan bij acute pijnsensatie. Zo vinden er tijdens een toestand van centrale sensitisatie veranderingen plaats in het centrale zenuwstelsel. Deze veranderingen bestaan onder meer uit een verhoogde prikkel-responsrelatie van de neuronen in de dorsale hoorn van het ruggenmerg, waardoor inkomende (gevaar)boodschappen van daaruit veel sterker worden doorgestuurd naar de hersenen. Dit wordt versterkt doordat er vanuit de hersenen een verminderd functioneren is van de descenderende nociceptief-inhiberende banen en een versterkte werking van de nociceptief-faciliterende banen. Tot slot zijn er veranderingen in de pijnneuromatrix: de verbinding tussen de neuronen in de hersenen verloopt vele malen efficiënter en andere hersengebieden zijn betrokken bij de verwerking van de inkomende (gevaar)boodschappen waardoor ook potentieel niet-gevaarlijke boodschappen als gevaarlijk (lees pijnlijk) worden geïnterpreteerd.
Jo Nijs, C. Paul van Wilgen

2 Pijneducatie, wat en waarom?

Pijneducatie is een interactief proces tussen patiënt en behandelaar met als doel de gedachten of het gedrag van de patiënt in relatie tot gezondheid te veranderen. De educatie moet worden afgestemd op de persoonlijke ziektepercepties en emoties van de patiënt. Als theoretisch model wordt hierbij veelal het zelfregulatiemodel van Leventhal gebruikt.
Om pijneducatie op de patiënt af te kunnen stemmen, moeten eerst onder meer de klachten, ziektepercepties en emoties van de patiënt worden geïnventariseerd. Doel daarbij is te kijken of de gedachten van patiënt en behandelaar overeenkomen en ook of de patiënt gemotiveerd is voor de behandeling.
C. Paul van Wilgen, Jo Nijs

3 Wat hebben we nodig alvorens pijneducatie te kunnen aanbieden?

De inventarisatie van ziektepercepties vindt plaats aan de hand van specifieke domeinen en bij de ziekte veelvoorkomende gedachten. Deze kunnen bij de anamnese worden uitgevraagd. Hiervoor kan de Illness Perception Questionnaire-Kort (IPQ-K) gebruikt worden. Na de inventarisatie moet bekeken worden of pijneducatie geïndiceerd is en hoe deze aangeboden moet worden.
Pijneducatie wordt altijd afgestemd op de patiënt. Dit gebeurt op basis van de bestaande ziektepercepties, de emoties en de motivatie van de patiënt én de mate waarin deze overeenkomen met die van de behandelaar. Anders geformuleerd: hoe groot is het verschil tussen de ziektepercepties van de patiënt en de behandelaar? Daarnaast is het van belang om tijdens de educatie rekening te houden met patiëntkenmerken zoals intelligentie, persoonlijkheid en persoonlijke voorkeuren.
Voordat de therapeut daadwerkelijk kan starten met pijneducatie is het noodzakelijk om:
  • de gedachten van de patiënt te inventariseren;
  • te bepalen of pijneducatie voor deze patiënt van belang kan zijn.
C. Paul van Wilgen, Jo Nijs

4 Wanneer gebruik je pijneducatie?

De aanwezigheid van (dreigende) chronische pijn alleen is onvoldoende om als clinicus te beslissen educatie over pijnfysiologie toe te passen bij een individuele patiënt. Educatie over pijnfysiologie gaat uit van het sensitisatiemodel. Wanneer we dit model uitleggen aan een individuele patiënt met chronische pijn, dan moeten we er zeker van zijn dat centrale sensitisatie ook bij deze patiënt aanwezig is. Centrale sensitisatie kan klinisch vastgesteld worden met gegevens verkregen uit de medische diagnose, het vraaggesprek, het klinisch onderzoek en de analyse van de behandelrespons. Daarnaast zijn er psychologische indicaties voor pijneducatie: pijncatastroferen, pijnhypervigilantie, kinesiofobie, etcetera. Immers, pijneducatie is een uitgelezen manier om op korte tijd inadequate pijncognities en maladaptieve overtuigingen over pijn bij te sturen.
Jo Nijs, C. Paul van Wilgen

5 Definitie en effectiviteit van pijneducatie

Pijneducatie heeft als doel de kennis van patiënten van neurofysiologische mechanismen van pijn te vergroten en deze te integreren in een breder biopsychosociaal perspectief. Dit stelt de patiënt in staat om op een adequate manier met zijn pijn om te gaan. Bij verschillende patiëntengroepen is aangetoond dat pijneducatie effectief is. Pijneducatie wordt op verschillende manieren uitgevoerd. Het lijkt van belang dat dit gebeurt via een persoonlijke benadering die aansluit bij de gedachten van de patiënt.
C. Paul van Wilgen, Jo Nijs

6 Praktische handleiding voor het geven van pijneducatie aan chronischepijnpatiënten

Om het sensitisatiemodel te gebruiken bij patiënten met chronische pijn en centrale sensitisatie beginnen we met uitleg over de neurofysiologische werkingsmechanismen van acute nociceptie en pijn. Vervolgens maken we duidelijk wat er bij centrale sensitisatie verkeerd loopt in de ‘normale’ nociceptieve verwerkingsmechanismen. De neuroplastische veranderingen die bijdragen aan centrale sensitisatie worden daarbij opgedeeld in perifere (nociceptoren en de daarmee geassocieerde ionenkanalen) en centrale veranderingen. Bij de centrale veranderingen maken we onderscheid in verandering ter hoogte van de dorsale hoorn van het ruggenmerg en de neuroplasticiteit van de hersenen.
Afstemming tussen patiënt en behandelaar is hierbij van belang. Na het overbrengen van nieuwe kennis en inzicht werken we in de volgende sessies aan de toepassing hiervan in het dagelijks leven van de patiënt. Hiervoor maken we onder meer gebruik van het Pijn Reactie Dagboek en gerichte adviezen. Tot slot moet pijneducatie een vervolg hebben tijdens de behandeling.
Jo Nijs, C. Paul van Wilgen

Nawerk

Meer informatie