Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Meten is weten, ook in de gezondheidszorg. Door het gebruik van meetinstrumenten wordt veel nuttige informatie over het functioneren van de patiënt inzichtelijk. Hoe gaat het met een patiënt? Wat zijn de effecten van de zorg? Moet de behandeling worden bijgesteld? Door meten worden deze zaken uitvergroot en verhelderd. De zorgverlener heeft hier veel profijt van, zowel bij het inschatten van een diagnose, voorspellen van het beloop van het herstel, als evalueren van een therapie.

In Meten in de praktijk - Stappenplan voor het gebruik van meetinstrumenten in de gezondheidszorg staat de praktische waarde van meten centraal. Uitgangspunt vormt het methodisch handelen. Aan de hand van een stappenplan en drie aansprekende casussen leren zowel de zorgverlener als de student om het meest geschikte meetinstrument te vinden en te gebruiken in de dagelijkse praktijk, de resultaten te interpreteren en te vertalen naar klinische consequenties tijdens de diagnostiek of in de behandeling. Aansluitend op de patiëntgerichte benadering die tegenwoordig gangbaar is in de zorgverlening, ligt het accent in het boek op de zogenaamde 'patient reported outcomes' (PRO's). 

Meten in de praktijk is een prachtig hulpmiddel bij 'shared decision making', waarbij de zorgverlener en de patiënt gezamenlijk het doel en verloop van de behandeling bespreken en deze na afloop evalueren. In deze tweede, licht herziene druk zijn de gegevens van een aantal digitale databanken geactualiseerd en enkele literatuurverwijzingen toegevoegd.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Meten met behulp van het stappenplan

In de gezondheidszorg wordt door alle beroepsgroepen veel gemeten bij patiënten. Een verloskundige meet bijvoorbeeld de hoogte van de baarmoeder met een meetlint; een fysiotherapeut gaat na welke activiteiten een patiënt met rugklachten kan uitvoeren of hij meet de loopafstand binnen een bepaalde tijd; een ergotherapeut brengt de arbeidsmogelijkheden of de kwaliteit van leven in kaart; een verpleegkundige bepaalt het stadium van decubitus en een logopedist bepaalt of er bij een patiënt na een beroerte sprake is van afasie. Bij alle beroepsgroepen worden vragen over de hulpvraag van de patiënt gesteld; er wordt gekeken, onderzocht en beoordeeld. Vervolgens wordt een plan van aanpak opgesteld inclusief behandeldoelen en de gekozen behandeling. Gedurende het hele proces stelt de zorgverlener zichzelf vragen. Hoe weet ik, als zorgverlener, nu zeker dat de diagnose juist is, wat had ik nog meer kunnen doen? Hoe kan ik nagaan of de ingezette therapie effect heeft? Had ik van te voren de prognose van de patiënt beter kunnen inschatten? Hoe kan ik de patiënt stimuleren om de medicatie op tijd in te nemen of te blijven oefenen? Meetinstrumenten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen.[1] Ze zullen nooit de klinische expertise van de zorgverlener vervangen, maar kunnen die wel prima ondersteunen. Het meten dat veelal impliciet in het hoofd van de zorgverlener gebeurt, kan met behulp van meetinstrumenten expliciet gemaakt worden. Het meten kan gezien worden als een klinisch vergrootglas of eyeopener.
Sandra Beurskens, Raymond Swinkels, Eric Stutterheim, Roland van Peppen

2 Meten als onderdeel van het klinisch redeneren

In de gezondheidszorg is constant behoefte om bij patiënten allerlei variabelen te inventariseren: pijn, ervaren beperkingen, koorts, spierkracht, vaardigheden, spraakvermogen, bewegingsuitslag en dergelijke. In veel gevallen gebeurt dit op grond van klinische ervaring. Het heeft echter een sterke meerwaarde als men dit kan objectiveren en kwantificeren. Enerzijds ligt de meerwaarde in de transparantie: men kan het oordeel ‘op basis van ervaring’ ook naar anderen in maat en getal uitdrukken (denk hierbij bijvoorbeeld aan collega’s en andere zorgverleners). Anderzijds ligt de meerwaarde in het objectiveren van ons gevoel ‘op basis van ervaring’. Hopelijk stemt het klinisch ervaringsoordeel overeen met het daadwerkelijk gemeten aspect, maar dit kan ook in meer of mindere mate verschillen. In dat geval kan het gebruik van gestandaardiseerde meetinstrumenten, naast het klinisch oordeel van de zorgverlener, toegevoegde waarde hebben. Overigens is het niet zo dat het gebruik van meetinstrumenten de klinische expertise van een goede anamnese of een functieonderzoek vervangt; het is juist informatief ter aanvulling hierop.
Raymond Swinkels, Jessie Lemmens

3 Doel en type meetinstrumenten

In dit hoofdstuk wordt besproken wat het doel van het meten is (stap 2) en met welk soort instrument gemeten kan worden (stap 3) (zie figuur 3.1). De casus van Yvonne van Balen wordt hierbij als voorbeeld gebruikt.
Harriët Wittink, Henri Kiers

4 Zoeken naar een meetinstrument

Zoals uit dit boek blijkt is de toepassing van meetinstrumenten in de dagelijkse praktijk niet zo eenvoudig als het in eerste instantie lijkt: de gebruiker moet veel stappen nemen. Daarbij moet worden gedacht aan zaken zoals het creëren van een juiste vraagstelling, het zoeken van goede meetinstrumenten, het maken van de juiste keuze(s) uit de vele beschikbare meetinstrumenten, het kunnen beoordelen van de kwaliteit van het betreffende meetinstrument, het kunnen interpreteren van de bevindingen met het meetinstrument (de scores) en tot slot het vertalen van de resultaten van de meting naar klinische consequenties tijdens de diagnostiek of in de behandeling.
Raymond Swinkels, Roland van Peppen, Pieter Wolters

5 Hanteerbaarheid van een meetinstrument

Naast de methodologische kwaliteit (zie hoofdstukken 6 en 7) is voor de dagelijkse praktijk de hanteerbaarheid (ook wel gebruiksvriendelijkheid genoemd) van een meetinstrument van belang. Stap 5 van het stappenplan gaat hierover (zie figuur 5.1).
Meta Wildenbeest, Harriët Wittink

6 Methodologische eigenschappen van meetinstrumenten

In de hoofdstukken 6 en 7 wordt stap 6 van het stappenplan besproken: ‘Hoe beoordeelt u de methodologische kwaliteit van het meetinstrument?’ (zie figuur 6.1). Uit de eerste vier stappen is duidelijk geworden wat wordt gemeten, bij wie dat wordt gemeten, wat het doel van de meting is en hoe het meetinstrument gezocht wordt. In stap 5 is bekeken welke aspecten met betrekking tot de hanteerbaarheid van het meetinstrument in de dagelijkse praktijk relevant zijn.
Riekie de Vet, Sandra Beurskens, Roland van Peppen

7 Beoordelen van de methodologische kwaliteit van een meetinstrument

In dit hoofdstuk wordt stap 7 van het stappenplan besproken: ‘Hoe beoordeelt u de methodologische kwaliteit van een meetinstrument?’ (zie figuur 7.1). Dit hoofdstuk sluit aan bij hoofdstuk 6, waarin de theorie over het beoordelen van de methodologische kwaliteit besproken is. Dit boek is geen statistiekboek, dit betekent dat we niet volledig kunnen zijn. Voor meer informatie verwijzen we naar relevante achtergrondliteratuur op dit gebied. Aan het einde van dit hoofdstuk staan enige suggesties voor referenties.
Caroline Terwee, Sandra Beurskens, Harriët Wittink

8 Interpreteren en rapporteren van gegevens

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de laatste stap in het stappenplan: ‘Hoe interpreteert en rapporteert u de gegevens?’. De vraag wat de uitkomsten betekenen voor de patiënt en voor het methodisch handelen en klinisch redeneren van de zorgverlener staat daarbij centraal. De uitkomst per meetinstrument en de combinatie van uitkomsten van meerdere meetinstrumenten zullen waar mogelijk sturing geven aan het praktisch handelen van de zorgverlener.
Eric Stutterheim, Raymond Swinkels, Roland van Peppen

9 Gebruik van meetinstrumenten in de dagelijkse praktijk

In de voorgaande acht hoofdstukken is het stappenplan voor het gebruik van meetinstrumenten besproken. Als u alle stappen doorlopen hebt, staat u in de startblokken om de gevonden meetinstrumenten te gaan toepassen in de dagelijkse praktijk. Maar waarschijnlijk zal blijken dat dit niet zo eenvoudig is. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe het toepassen van meetinstrumenten in de praktijk bevorderd kan worden. Aan de hand van een casus wordt beschreven hoe een implementatietraject er in de praktijk uit kan zien. Hierbij wordt een zelfanalyselijst als hulpmiddel gebruikt.
Anita Stevens, Sandra Beurskens

Nawerk

Meer informatie