Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Klinisch redeneren vormt een essentieel onderdeel in de diagnostiek en behandeling door de fysiotherapeut. In Nederland werken steeds meer professionals hierbij volgens de HOAC II.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Inleiding

In dit leerboek willen wij u laten kennismaken met het klinisch redeneren volgens het Hypothese-geOriënteerde Algoritme voor Clinici (Hypothesis Oriented Algorithm for Clinicians II, beter bekend als HOAC II).
Raoul Engelbert, Harriët Wittink

2 Kind met idiopathische en niet-idiopathische tenengang

Tenengang kan een normale fase in de vroege ontwikkeling van het gangpatroon zijn, maar persisterende tenengang kan ook een uitingsvorm zijn van onderliggende pathologie (bijv. centraal neurologische of neuromusculaire aandoening). Daarnaast wordt tenengang vaak gezien bij kinderen met gedragsstoornissen, zoals stoornissen in het autistiforme spectrum en bij taal- en communicatiestoornissen. Bij sommige kinderen is echter geen oorzaak voor het ontstaan van of persisteren in tenengang vast te stellen.
Raoul Engelbert, Pauline de Bakker

3 Kind met cerebrale parese

Cerebrale parese (CP) is een klinisch syndroom met een houdings- of bewegingsstoornis, dat beperkingen in activiteiten veroorzaakt. CP komt voort uit een niet-progressieve hersenbeschadiging die voor de eerste verjaardag is ontstaan.[1-3] De aandoening gaat vaak gepaard met stoornissen in de sensoriek, evenals met secundaire stoornissen van het bewegingsapparaat en stoornissen van perceptie, cognitie, communicatie en gedrag. Ook kan er sprake zijn van epilepsie. Door groei en ontwikkeling kan de klinische manifestatie naarmate het kind ouder wordt, veranderen.[1,2,4,5]
Manon Bloemen, Jacqueline Nuysink

4 Kind met cerebrale parese in India

Hari Babu is een 9-jarige jongen met een cerebrale parese, ook wel cerebrale bewegingsstoornis genoemd. Hij woont in Zuid-Oost-India, in de staat Andhra Pradesh. Daar wonen 75 miljoen mensen, voornamelijk op het platteland.
Chiel Hamann, Lieke Dekkers

5 Schouderklachten bij een volleybalster

Schouderklachten zijn na nek- en rugklachten de meest voorkomende aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat.[1] Volgens cijfers uit een landelijke studie uit 2004 bedraagt de prevalentie onder de Nederlandse huisartsenpraktijk 35 per 1000 patiënten.[2] Schouderklachten komen niet alleen veel voor, ze zijn ook hardnekkig. Uit een grootschalig epidemiologisch onderzoek onder de Nederlandse bevolking naar patiënten die zich met schouderklachten bij de huisarts melden, blijkt dat 30% van de patiënten na zes weken klachtenvrij is en dat dit na 12 maanden slechts 60% is.[3]
Norman D’hondt, Maarten van der List

6 Nekklachten

In een eerstelijnspraktijk krijg je geregeld te maken met patiënten met nek- en/of schouderklachten.[1] Uit de gegevens uit 2008 van de Landelijke informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) blijkt dat 17% van de fysiotherapiepatiënten kampt met nek- en/of schouderklachten. De aard van de gezondheidsproblematiek kan zeer uiteenlopend zijn.[2] In sommige gevallen zijn de klachten acuut, in andere gevallen bestaan ze al langer. Ook verschilt de mate waarin de klachten het dagelijks functioneren van de patiënt beïnvloeden, aanzienlijk.[3-5]
Joost van Wijchen, Lieke Dekkers

7 A-specifieke chronische lagerugpij

Chronische aspecifieke lagerugpijn komt veel voor in de dagelijkse praktijk van de fysiotherapeut. In Nederland meldt per jaar circa 7% van de bevolking zich bij de huisarts vanwege rugklachten. Na de invoering van de directe toegankelijkheid voor fysiotherapie lijkt het aantal patiënten dat zich meldt bij de fysiotherapeut te zijn toegenomen. Dit hoofdstuk beschrijft drie verschillende patiënten met recidiverende lagerugklachten.
Remko Soer, Marijke Hoppenbrouwers

8 Chronisch Obstructief Longlijden

Het Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease (GOLD) werkt samen met artsen, specialisten en officiële instanties wereldwijd om de ziekte COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease ofwel Chronisch Obstructief Longlijden) onder de aandacht te brengen en om de preventie en behandeling van deze ziekte te verbeteren. Het GOLD-initiatief geeft richtlijnen uit voor de diagnose, behandeling en preventie van COPD. Gold heeft een classificatie opgesteld van de verschillende stadia van COPD en de bijbehorende verschijnselen (zie tabel 8.1).
Rob Douma, Cees van der Schans

9 Patiënt met coxartrose

Artrose is de meest voorkomende aandoening van het houdings- en bewegingsapparaat. Kenmerkend voor artrose is een langzaam en wisselend progressief verlies van gewrichtskraakbeen. Er kan sprake zijn van kraakbeenverlies, het subchondrale bot kan veranderen en er kunnen woekeringen optreden van het bot aan de gewrichtsranden (vorming van osteofyten). Periodiek kan de synoviale membraan geprikkeld raken, wat leidt tot gewrichtsontsteking.[1]
Jan Simons, Ella Kruger, Henny van de Koekelt

10 Klapvoet en sleepvoet: loopstoornissen van verschillende oorsprong

Loopstoornissen zijn een veelvoorkomend probleem bij oudere patiënten. Deze kunnen veroorzaakt zijn door orthopedische of perifeer-/centraal-neurologische problematiek. De casuïstiek in dit hoofdstuk betreft voornamelijk de perifeer- en/of centraal-neurologische pathogenese van de loopstoornis.
Hans Hobbelen, Ina Bettman, Janke Oosterhaven, Tiny Looijen, Jacqueline Outermans

11 Arbeidsrelevante rugklachten

Klachten zijn arbeidsrelevant als die het functioneren op het werk nadelig beïnvloeden.[1] De klachten kunnen, maar niet noodzakelijkerwijs, door het werk veroorzaakt zijn. Het gebruik van de term arbeidsrelevant zegt iets over de relatie tussen klachten en het werk, maar niets over de oorzaak van de klachten. Het is een veelomvattend begrip, want alles wat het werk nadelig beïnvloedt, kan eronder vallen.
Chris Kuiper, Marlies Wagener, Pepijn Roelofs, Harald Miedema

Nawerk

Meer informatie