Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het allergie formularium is een praktische leidraad in zakformaat voor de huisarts waarin het diagnostisch en therapeutisch handelen m.b.t. allergieën overzichtelijk worden weergegeven; beknopt en praktijkgericht inclusief handig overzicht van relevante geneesmiddelen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Allergie wordt wel eens de ziekte van de 21e eeuw genoemd. Deze uitspraak berust op de hoge en toegenomen prevalentie van allergische aandoeningen en de associatie die wordt gesuggereerd tussen allergie en westerse leefpatronen. Allergie geniet in de lekenpers een zekere populariteit. Hoewel de toegenomen belangstelling voor allergie op zich niet verkeerd is, zijn de denkbeelden over allergie zeker niet eenduidig. Bij patiënten kan dit leiden tot verwarring.
R. Gerth van Wijk

2. Allergische reacties

Allergische reacties zijn overgevoeligheidsreacties met een immunologische etiologie, die zich hierdoor onderscheiden van de zogeheten ‘intoleranties’ . Zo is het mogelijk om op verschillende manieren overgevoelig te worden voor koemelk: als de klinische problemen ontstaan door immunologische, IgE-gemedieerde, mechanismen, spreken we van koemelkallergie; als de overgevoeligheid daarentegen gebaseerd is op het onvermogen om lactose af te breken ten gevolge van lactasedeficiëntie, wordt de aandoening als ‘koemelkintolerantie’ aangeduid.
E.F. Knol

3. Allergologische diagnostiek en allergenen

In dit hoofdstuk wordt de consultvoering in de allergologie besproken. Daarnaast komen de verschillende allergeenbronnen aan de orde als ook het aanvullend onderzoek (allergietesten, functie- en laboratoriumonderzoek).
J.G.R. de Monchy

4. Allergische conjunctivitis

Allergische conjunctivitis is een ontsteking van het oogbindvlies als een reactie op allergenen.
E. Crone-Kraaijeveld

5. Allergische en niet-allergische rinitis

In dit hoofdstuk worden de allergische en niet-allergische rinitis besproken. Allergische rinitis komt veel voor in Nederland: 16-24%, afhankelijk van de regio. De prevalentie van IgE-gemedieerde allergie is de afgelopen decennia duidelijk toegenomen. Momenteel lijkt er een stabilisatie te zijn opgetreden. In Nederland wordt echter nog steeds een toename in allergische rinitis waargenomen. Hiervan komt pollinose (hooikoorts) bij circa 15% in de leeftijdscategorie 20-29 jaar voor (0,3% bij 0-4 jaar). Hooikoorts begint meestal tussen het tiende en twintigste jaar. Circa 80% van de patiënten met allergische rinitis ontwikkelt hun symptomen voor het twintigste jaar. Ongeveer twee derde van de kinderen en een derde van volwassenen met rinitissymptomen heeft een allergische rinitis. De rest heeft een vorm van niet-allergische rinitis. Allergische rinitis gaat vaak samen met asthma bronchiale. Adequate behandeling van de allergische rinitis heeft vaak een gunstig effect op het astma.
R. Gerth van Wijk

6. Astma

Astma is een aandoening die bij ongeveer 5-10% van de bevolking optreedt. Wereldwijd is de prevalentie van astma aan het begin van deze eeuw verdubbeld. Sinds enige tijd zijn er aanwijzingen dat de toename in prevalentie in de westerse wereld aan het afvlakken is.
W.M.C. van Aalderen, M. van den Berge

7. Extrinsieke allergische alveolitis

Extrinsieke allergische alveolitis , ook wel aangeduid als hypersensitivity pneumonitis , wordt gekenmerkt door pathofysiologische veranderingen op alveolair niveau, veroorzaakt door inhalatie van organisch materiaal en in enkele gevallen door inhalatie van chemische stoffen. Met name antigenen van schimmels en eiwitten van vogels zijn hierbij betrokken. De pathogenese is niet geheel bekend, maar immunologische mechanismen, waaronder type-III-allergische en celgemedieerde reacties, lijken hierbij een rol te spelen.
M.J.R. Quanjel, J-W.J. Lammers

8. Constitutioneel eczeem

Constitutioneel eczeem is een multifactorieel bepaalde, erfelijke huidziekte, die vaker bij kinderen voorkomt dan bij volwassenen. Er zijn vele synoniemen van deze aandoening, waarvan de belangrijkste ‘atopisch eczeem ’ en ‘atopische dermatitis ’ zijn. Internationaal wordt de term atopische dermatitis het meest gebruikt.
A.P. Oranje

9. Contacteczeem

Onder de diverse typen van eczeem neemt het contactallergisch eczeem een bijzondere plaats in. Contactallergische eczemen kunnen op zich voorkomen of als bijkomende component van een ander type huidafwijking. Wanneer de contactallergie op zich staat en de veroorzakende stof kan worden herkend en vervolgens afdoende kan worden geëlimineerd, zal daarmee het contactallergisch eczeem verdwijnen. Is de contactallergie gesuperponeerd op een andere huidafwijking, dan zal bij afdoende eliminatie vaak blijken dat de oorspronkelijke huidafwijking gemakkelijker behandelbaar wordt.
M.M.H.M. Meinardi, W.M.C Mulder

10. Urticaria

Urticaria komt in de huisartspraktijk frequent voor. Ongeveer een vijfde deel van de bevolking maakt op een gegeven moment een episode met urticaria door. Meestal duurt zo’n episode kort (bij 80% zelfs korter dan 1 maand), maar bij ongeveer 10% van de patiënten duren de klachten langer dan 6 weken. Arbitrair wordt dit ‘chronische urticaria’ genoemd. Gegevens uit het in 1990 uitgevoerde Transitieproject laten zien dat in een groep patiënten uit 38 huisartsenpraktijken in Amsterdam, de incidentie 4,3 per 1000 patiënten is en de prevalentie 5,0 per 1000 patiënten.
M.M.H.M. Meinardi, W.M.C. Mulder

11. Anafylaxie

Anafylaxie is een algemene allergische reactie van het lichaam die binnen enkele minuten kan ontstaan. Er zijn verschillende organen die vooral bij deze, in principe levensbedreigende, reactie betrokken zijn. De allergische reactie treedt in de meeste gevallen op in het eerste uur na de aanleidende gebeurtenis. Hoe sneller de reactie optreedt, des te ernstiger is het beloop.
H. de Groot

12. Voedselallergie

Het is van belang eerst vast te stellen wat onder voedselallergie wordt verstaan. Er zijn verschillende termen in omloop, maar niet iedereen verstaat daar hetzelfde onder. Om een en ander meer inzichtelijk te maken, heeft de European Academy of Allergy and Clinical Immunology (EAACI) een indeling voorgesteld op basis van het onderliggende mechanisme. Zo komt men tot het onderscheid tussen ongewenste reacties op voeding waarbij het immuunsysteem een rol speelt (voedselallergie), en die waarbij dat niet het geval is (voedselintolerantie).
A.C. Knulst

13. Insectenallergie

In Nederland worden de meeste gevallen van anafylaxie door insectengif veroorzaakt door steken van de angeldragende vliesvleugeligen (Hymenoptera): frequent door de honingbij (Apis mellifera) en de wesp (Vespula germanica) en zeldzamer door de hoornaar (Vespa crabo) en de hommel (Bombus terrestis). De prevalentie van een allergische reactie op een insectensteek wordt in de westerse wereld geschat op 2-19% voor wat betreft de forse lokale zwelling op de insteekplaats, en op 0,8-5% voor wat betreft de algemene anafylactische reacties.
H. de Groot

14. Beroepsallergie

Het is algemeen bekend dat de prevalentie van allergische aandoeningen toeneemt. Grofweg lijkt de prevalentie van rinitis, astma en eczeem in 10 tot 12 jaar tijd te zijn verdubbeld. Uitgaande van het veelvuldig voorkomen van rinitis en allergie bij het jongere deel van de bevolking mag worden verwacht dat een belangrijk gedeelte van de beroepsbevolking ook meer last van allergie heeft.
H. de Groot, R. Gerth van Wijk

15. Bijwerkingen van geneesmiddelen op de huid

De keerzijde van het uitgebreide geneesmiddelenarsenaal is dat zij iatrogene ziekten kunnen veroorzaken. Veiligheid, effectiviteit en kwaliteit van geneesmiddelen zijn vanouds belangrijke issues. Bovendien is, vooral in de laatste decennia, een verscheidenheid aan geheel nieuwe middelen geïntroduceerd, zoals de ‘targeted drugs’ en ‘biologicals’, die behalve nieuwe en krachtige therapeutische mogelijkheden en een verbeterde kwaliteit van leven, naast de gebruikelijke bijwerkingen van een geneesmiddel (BG ) ook een heel scala aan nieuwe en voorheen weinig voorkomende BG hebben geïntroduceerd.
S.H. Kardaun

16. Preventie

Bij de ontwikkeling van allergie en haar manifestaties bij kinderen zijn zowel genetische aanleg als omgevingsfactoren van belang. Gedurende de laatste 30 jaar is het voorkomen van allergische aandoeningen ongeveer verdubbeld; dit betreft astma, atopische dermatitis en hooikoorts. Vooral bij kinderen zijn deze toegenomen, waardoor de stijging voornamelijk in de laatste kwart eeuw moet hebben plaatsgehad.
A.P.E. Sachs

17. Interventies bij inhalatieallergie

Het vermijden en de eliminatie van allergenen behoren tot de basisbehandeling van allergische aandoeningen. Patiënten zijn vaak multipel gesensibiliseerd. Allergie voor huisstofmijt en voor dieren speelt veelal een belangrijke rol.
R. Gerth van Wijk, H. de Groot

Nawerk

Meer informatie