Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De meest gestelde vragen over: cholesterol biedt een overzicht van veelvoorkomende vragen over cholesterol en de darbij behorende antwoorden. Uit de vele vragen over cholesterol die eerder gepubliceerd werden in Vademecum Huisartsen en Internisten vademecum hebben we ene selectie gemaakt en deze gebundeld. In Vademecum geven specialisten antwoord op uiteenlopende praktijkvragen van de lezers. Waar nodig zijn de in deze selectie opgenomen vragen door de oorspronkelijke auteurs aan de nieuwste inzichten aangepast. Het resultaat is een handzaam en nuttig naslagwerk, dat ook de ‘professionele patiënt’ van pas kan komen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

Zijn cholesterolverlagende margarines werkzaam en is er een interactie met statines?

Abstract
Hart- en vaatziekten zijn een van de belangrijkste doodsoorzaken in de westerse wereld. Hypercholesterolemie is een bekende risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de medicamenteuze behandeling van hypercholesterolemie door de komst van statines steeds meer aandacht gekregen. Daarnaast is er een toenemende belangstelling voor het beïnvloeden van het serumcholesterolgehalte door middel van gezonde voeding, voedingssupplementen en ‘functional foods’. Tot deze laatste categorie behoren onder andere voedingsmiddelen die verrijkt zijn met plantensterolen en -stanolen. Deze stoffen worden momenteel toegevoegd aan bepaalde margarines (Becel Pro. activ en Benecol) en zuivelproducten (onder andere yoghurtdrank).
S. R. B. M. Eussen, A. K. Mantel-Teeuwisse, O. H. Klungel

Oorzaken

Voorwerk

Wat zijn (wetenschappelijk bewezen) factoren die tot een hoog cholesterol leiden (bijv. ongefilterde koffie of oploskoffie, chocolade)?

Abstract
Hart- en vaatziekten als gevolg van een ongezonde leefstijl komen veel voor in de westerse wereld (1). Factoren die hierbij een rol spelen zijn een voeding rijk aan verzadigd vet, weinig lichaamsbeweging, roken en hoge bloeddruk. Verschillende biologische mechanismen zijn van belang voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. Een van die mechanismen is een verhoogde serumcholesterolconcentratie, waarvan uit epidemiologisch en ecologisch onderzoek duidelijk een verhoogd risico is aangetoond. Van voeding is bewezen dat die invloed heeft op het serumcholesterolgehalte. Wijziging van een ‘westers’ naar een gezonder voedingspatroon kan het cholesterolgehalte met 10-20% laten dalen. In dit artikel wordt aangegeven van welke voedingsmiddelen een effect op het cholesterolgehalte bekend is.
J. H. M. de Vries, N. F. J. M. Duif

Wat zijn de oorzaken van hypertriglyceridemie? Moet een hypertriglyceridemie worden behandeld en zo ja, met welk medicament?

Abstract
Hypertriglyceridemie berust op een verhoogde concentratie van triglyceriderijke very-low density lipoproteïnen (VLDL) in het bloed, die door de lever worden geproduceerd en in de circulatie worden uitgescheiden. Bij sterke triglycerideverhoging (> 8 mmol/l) zijn tevens chylomicronen aanwezig, relatief grote partikels gevormd in de darm, die het vet uit de voeding transporteren. Het serum heeft daarbij een sterk troebel tot melkachtig aspect. Chylomicronen verschijnen na een maaltijd in de circulatie, maar zijn in nuchtere toestand na een nacht vasten normaliter afwezig door hun korte halfwaardetijd.
A. F. H. Stalenhoef

Wat is de relatie tussen koffiegebruik en het cholesterolgehalte in het bloed?

Abstract
De eerste aanwijzingen dat koffie het cholesterolgehalte in het bloed kan verhogen, kwamen in 1983 uit Scandinavië. Er werd een samenhang gevonden tussen het drinken van meer dan negen koppen koffie en het cholesterolgehalte in het bloed (1). In de TromsØ Heart Study werd vervolgens aangetoond dat het cholesterolgehalte in het bloed weer daalde bij personen met een verhoogd cholesterolgehalte na het stoppen met het drinken van kookkoffie (2). Deze daling bleef gehandhaafd bij de groep die vervolgens overging op gefilterde koffie. Het cholesterolgehalte ging weer omhoog bij degenen die opnieuw kookkoffie gingen drinken.
Ineke van Dis

Diagnostiek

Voorwerk

Is een laag HDL-cholesterol een risicofactor bij een normaal totaalcholesterol?

Abstract
Onder de vele risicofactoren voor ischemische hart- en vaatziekten (IHVZ) speelt HDL een belangrijke rol. In tegenstelling tot de meeste andere risicofactoren is het cardiovasculaire risico omgekeerd gerelateerd aan de plasma-HDL-cholesterolconcentratie. Hoe meer HDL beschikbaar is, hoe efficiënter het cholesteroltransport van de perifere weefsels, inclusief vaatwand, naar de lever en naar andere lipoproteïnen verloopt. Het antiatherogene effect van HDL berust hier waarschijnlijk op, maar mogelijk ook op directe anti-inflammatoire en dilatatoire effecten van HDL op de vaatwand.
A. H. M. Smelt

Wat is belangrijker: een hoog HDL of een laag LDL?

Abstract
Al sinds 1984 wordt een verhoogd low density lipoprotein cholesterol (LDL-C) gezien als een van de belangrijkste risicofactoren voor hart- en vaatziekten (1). Sinds 2005 wordt LDL-C-reductie, mogelijk geworden door de introductie van statines, als belangrijkste interventie gezien bij preventie van hart- en vaatziekten (2). De laatste jaren blijkt echter vanwege het residuaal risico bij een verlaagd LDL-C, dat het high density lipoprotein cholesterol (HDL-C) een steeds belangrijkere onafhankelijke risicofactor is voor hart- en vaatziekten (3). De prevalentie van deze risicofactor zal in de toekomst stijgen door een forse toename van mensen met overgewicht en daarmee van ziektebeelden als het metabool syndroom en diabetes mellitus type II. Daartegenover staat dat een verlaagd HDL-C nu nog moeizaam, maar wellicht in de toekomst beter medicamenteus te behandelen zal zijn.
A. C. Strang, M. D. Trip

Therapie

Voorwerk

Op welke leeftijd kan een statine worden gestopt?

Abstract
In de consensusrapporten (CBO, NHG en Gezondheidsraad) wordt aanbevolen niet te starten met cholesterolverlagers bij mannen ouder dan 70 jaar en bij vrouwen ouder dan 75 jaar. Tot dit advies is men gekomen door de gemiddelde levensverwachting af te zetten tegen de gemiddelde periode die nodig is voor een klinisch relevante reductie van arteriosclerose. Dit advies is wellicht anno 2009 achterhaald door onderzoeken die klinische benefits op veel kortere termijn laten zien.
T. J. Cleophas

Is het zinvol patiënten met familiaire hypercholesterolemie naast statines ook met een plaatjesaggregatieremmer te behandelen?

Abstract
Familiaire hypercholesterolemie is een autosomaal erfelijke aandoening, waarbij het cholesterolgehalte van het bloed sterk is verhoogd bij een normaal triglyceridegehalte (1). Het cholesterol is verhoogd doordat de ‘verpakkingsvorm’ van cholesterol in het bloed, het low density lipoprotein (LDL), onvoldoende wordt geklaard. Het defect zit in de LDL-receptorfunctie. Er is een gendosiseffect, waardoor de homozygoten een cholesterol hebben van 16-30 mmol/l en heterozygoten van 7-17 mmol/l.
J. A. GeversLeuven

Is er voldoende bewijs om ter reductie van cardiovasculaire ziekten cholesterolverlagende margarines met plantensterolen aan te raden?

Abstract
Met behulp van cholesterolverlagende voedingsmiddelen kunnen aanzienlijke dalingen van low density lipoprotein (LDL)-cholesterol worden verkregen. In een studie met extra plantensterolen (1 g/1000 kcal), soja-eiwit (21,4 g/1000 kcal), amandelen (14 g/1000 kcal) en oplosbare vezels (10 g/100 kcal) kon een LDL-cholesteroldaling van ongeveer 30% worden bereikt (1).
A. H. M. Smelt

Wat is de behandeling van een geïsoleerde hypertriglyceridemie?

Abstract
Hypertriglyceridemie (HTG) is vaak geassocieerd met risicofactoren voor ischemische hart- en vaatziekten, zoals diabetes mellitus en het metabool syndroom, bestaande uit abdominale adipositas, insulineresistentie, hypertensie en laag HDL-cholesterol (1). Waarschijnlijk is hypertriglyceridemie ook een onafhankelijke risicofactor.
A. H. M. Smelt

Wat is de betekenis en wat zijn de therapeutische consequenties van een te laag cholesterolgehalte?

Abstract
Een laag totaalcholestererolgehalte (minder dan 3,0 mmol/l) bij een volwassene kan het gevolg zijn van zeldzame genetische aandoeningen of secundair zijn aan verschillende onderliggende ziekten.
A. F. H. Stalenhoef

Geeft de combinatie van een statine met ezetimibe een (verhoogde) kans op regressie van coronairsclerose?

Abstract
Een hoog plasmacholesterol, in het bijzonder een hoog LDL-cholesterol (LDL-C) en een hoog triglyceridegehalte, evenals een laag HDL-cholesterol (HDL-C) zijn belangrijke risicofactoren voor het ontstaan van atherosclerotische hart- en vaatziekten. Het belang van behandeling van een verhoogde cholesterolconcentratie in de aanpak van coronaire hartziekten is definitief aangetoond in een aantal grote interventiestudies met statines en, zij het in veel mindere mate, met fibraten. Deze studies toonden ofwel een vermindering van de progressie van atherosclerose aan op het coronair angiogram of bij echografie van de arteria carotis als primair eindpunt, ofwel een verschil in klinische eindpunten, zoals totale morbiditeit en mortaliteit door coronaire hartziekten.
M. D. Trip

Hoe veroorzaken statines myopathie en hoe relevant is deze bijwerking?

Abstract
Milde spierklachten komen veelvuldig voor bij statinegebruik (tot circa 7%). Ernstige spierafwijkingen daarentegen zijn zeldzamer. De spierklachten kunnen nader onderverdeeld worden in myalgie, myositis, myopathie en rhabdomyolyse (1). Het onderscheid tussen de verschillende beelden kan moeilijk te maken zijn. Onder myalgie wordt verstaan het optreden van lichte spierpijnklachten die al dan niet gepaard kunnen gaan met een verhoging van het creatininekinase (CK). Een myositis kenmerkt zich door spierzwakte en ook deze is in de regel van voorbijgaande aard. Een myopathie wordt gekenmerkt door spierpijn en spierzwakte, waarbij CK-waarden van meer dan tienmaal de bovengrens van normaal worden gevonden (2).
E. P. van Puijenbroek, J. A. M. Dekens-Konter

Indien volgens de risicokaart voor coronaire hartziekten (Nederlandse Hartstichting) er een indicatie is voor een cholesterolverlagend middel, is er dan ook een indicatie voor aspirine?

Abstract
Zowel van cholesterolverlaging als van het profylactisch gebruik van aspirine is aangetoond dat hiermee het risico op een hartinfarct met 30-40% kan worden verlaagd (1). Zowel de European Society for Cardiology als de Nederlandse Hartstichting geven zogenaamde risicokaarten uit, waarmee kan worden berekend hoe groot de kans is om in een bepaalde tijdsperiode een coronaire hartziekte te ontwikkelen. Hierop is met name de herziene cholesterolconsensus gebaseerd.
F. W. A. Verheugt

Statines moeten ’s avonds worden ingenomen. Hoe zit het met nachtdiensten?

Abstract
Plasmacholesterol wordt voor het grootste deel gesynthetiseerd in de lever. Statines zijn in staat om hydroxymethylglutarylco-enzym A-reductase (HMG-CoA-reductase) competitief te remmen. Dit is het snelheidsbepalende enzym in cholesterolbiosynthese. De meeste cholesterol in het plasma (circa 75%) bevindt zich in de LDL. Vervolgens geven statines stimulatie van LDL-receptoren in de lever, waardoor het wegvangen van LDL (en haar precursors IDL en VLDL) uit de bloedbaan toeneemt. Het resultaat is een daling van het LDL-plasmacholesterol en een stijging van het HDL-cholesterol (1).
J. Zwaveling
Meer informatie