Dit hoofdstuk gaat over indirecte hulpverlening en het werken voor (potentiële) cliënten. Daar moet je misschien even over nadenken. Want je wordt toch mwd’er om mét mensen te werken? Hoezo moet je dan ook vóór mensen werken? Het antwoord op deze vraag is dat je ook maatregelen kunt treffen waarmee je een grote groep cliënten een betere positie in de maatschappij kunt geven. En waarom zou je er één helpen als je er met dezelfde inspanning veel meer kunt helpen?