Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Wat elke professional over het geheugen moet weten geeft een overzicht over de vele verschijnselen, ideeën en verklaringen over aspecten van het geheugen. Men kan daarbij denken aan het langetermijngeheugen voor gebeurtenissen en kennis, maar ook het werkgeheugen en het leren van vaardigheden en andere vormen van leren zoals het conditioneren. De relatie met slaap en emotie, het fotografisch geheugen en ‘geheugenwonders’ komen aan de orde, evenals de jaarlijks terugkerende vraag hoe voor een examen geleerd moet worden. Vervolgens worden ook de hersenstructuren besproken die betrokken zijn bij de diverse leer- en geheugenprocessen. Dat ons geheugen zo goed functioneert is belangrijk, maar dat wordt meestal pas duidelijk als het misgaat. In het dagelijks leven ervaart iedereen wel eens problemen met het functioneren van het geheugen. Daarnaast treden geheugenstoornissen op bij tal van neurologische en psychiatrische aandoeningen. Die worden in de klinische praktijk met tal van tests onderzocht. Dit alles wordt op een systematische maar puntige wijze beschreven. Tot slot worden ook voor de diverse onderdelen literatuurtips gegeven.

Wij zijn ons geheugen en wij ervaren ook regelmatig dat ons geheugen ons in de steek laat. Dit boek zal voor vele professionals van uiteenlopende disciplines (artsen, (neuro)psychologen, pedagogen, enz.) inzicht bieden in de complexiteit van het geheugenproces, de diversiteit aan problemen en stoornissen, de mogelijkheden om die te inventariseren en er eventueel iets aan te doen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Basisbegrippen

Bij ‘het geheugen’ kan men aan tal van verschijnselen denken, zoals het herkennen van gezichten, het herinneren van namen en gebeurtenissen uit vroeger tijden, het leren voor een examen of het vergeten van afspraken of het gebruik van computerprogramma’s. Van oudsher is geprobeerd om de werking van het geheugen te begrijpen door een vergelijking te maken met bijvoorbeeld het tafeltje met bijenwas, de telefooncentrale of de computer. Maar altijd was de kern: het leggen van associaties, verbindingen. We gebruiken ons geheugen op verschillende manieren, voor verschillende doeleinden en het lijkt soms dat er meerdere geheugens zijn.
Paul Eling

2. Structuur van het geheugen

Er zijn allerlei verschijnselen die er op wijzen dat er verschillende mechanismen een rol spelen bij het registreren, opslaan en ophalen van informatie. Om die reden veronderstelt men dat het geheugen een bepaalde organisatie kent. Men spreekt dan bijvoorbeeld over het korte- en langetermijngeheugen, over het declaratieve en non-declaratieve geheugen, over het episodisch en semantisch geheugen, over priming, conditioneren en over het procedureel geheugen. Daarnaast spreekt men ook over het autobiografisch geheugen en het prospectief geheugen. Met metageheugen worden de opvattingen bedoeld die mensen over hun geheugen hebben.
Paul Eling

3. Kortetermijngeheugen

Dit hoofdstuk gaat dieper in op het kort onthouden van informatie. Als men kort een telefoonnummer onthoudt om het te kunnen bellen, wordt dat nummer actief gehouden door het telkens te herhalen. Zolang informatie actief is, bevindt het zich in het kortetermijngeheugen. Maar informatie kan ook verloren gaan uit het kortetermijngeheugen. Het actief houden van informatie maakt het mogelijk om die informatie te hercoderen, om het zo beter in het langetermijngeheugen te kunnen vasthouden. De afgelopen jaren spreken we meer over werkgeheugen dan over kortetermijngeheugen, omdat de term werkgeheugen beter aangeeft dat het niet zozeer gaat om het kort vasthouden van een nummer, maar om ál het bewuste denken.
Paul Eling

4. Het episodisch geheugen

Dit hoofdstuk gaat dieper in op het episodisch geheugen, het geheugen van alle gebeurtenissen die iemand in zijn leven heeft meegemaakt en zijn vastgelegd in geheugensporen. Hoe goed we informatie opslaan en kunnen ophalen lijkt op een wetmatige manier bepaald te zijn door het versterken van associaties, verbindingen tussen elementen van een gebeurtenis. Er is sprake van drie stadia: de encodering (registratie), de consolidatie (vastleggen) en de reproductie (ophalen). Sommige herinneringen, zoals de moord op Kennedy of de aanslag op de Twin Towers lijken in het geheugen gegrift; men noemt dat flashbulbherinnneringen. Maar ons geheugen is niet zo feilloos als het wel lijkt: getuigen van bijvoorbeeld een ongeluk kunnen met volle overtuiging toch onjuiste herinneringen hebben. Het opslaan en onthouden van gebeurtenissen wordt ook bepaald door de emotionele toestand waarin iemand zich bevindt.
Paul Eling

5. Conditioneren

In ons geheugen is veel kennis opgeslagen, die we ook kunnen oproepen. Maar heel veel van ons gedrag wordt bepaald door wat we in de loop van ons leven leren via conditioneren. Vooral in Amerika was het zogeheten behaviorisme lange tijd populair. Hoewel het behaviorisme voor velen heeft afgedaan, blijven allerlei leertheoretische principes en modellen nog zeer waardevol voor het beschrijven en begrijpen van het aanleren en veranderen van gedrag. Niet-associatief leren, klassiek en instrumenteel conditioneren zijn belangrijke vormen van leren die hierbij worden onderscheiden. Het is gebleken dat niet alleen de prikkel, maar ook de context waarin een prikkel aangeboden wordt, van grote betekenis is voor wat er geleerd wordt.
Paul Eling

6. Vaardigheidsleren

Iedereen snapt dat het leren van de hoofdsteden van landen anders werkt dan het leren fietsen. Deze laatste vorm van leren noemt men wel procedureel leren. Vaak gaat het om motorische vaardigheden, maar dat is niet noodzakelijk. Bij deze vorm van leren kan men drie stadia onderscheiden. Aanvankelijk wordt er veel aandacht besteed aan de handeling: men is zich bewust van bepaalde aspecten. Na verloop van tijd leert men de juiste procedure. In de laatste fase wordt alles geautomatiseerd en kan de handeling zonder al te veel nadenken worden uitgevoerd: de aandacht is weer beschikbaar voor andere zaken.
Paul Eling

7. Waar zit het geheugen?

In voorgaande hoofdstukken is het geheugen beschreven als het geheel van processen en mechanismen die in verschillende omstandigheden worden gebruikt om te leren en om gebruik te maken van opgeslagen kennis. In dit hoofdstuk worden hersenstructuren besproken die geassocieerd zijn met die verschillende geheugenprocessen. Deze bespreking maakt duidelijk dat het geheugen niet simpelweg is te lokaliseren op één plek in de hersenen; grote delen van het brein zijn in meerdere of mindere mate betrokken.
Paul Eling

8. Levensloop

Algemene modellen over het geheugen richten zich op de situatie van een volwassene. Maar zeker bij het geheugen is het duidelijk dat leeftijd een grote rol speelt. Op jonge leeftijd lijken kinderen heel snel veel te leren zonder daar expliciet in te oefenen, zoals blijkt in de taalontwikkeling. Van onze eerste jaren kunnen we ons meestal weinig herinneren, dat noemt men kinderamnesie. De ontwikkeling van het werkgeheugen is erg belangrijk voor de algemene ontwikkeling en scholing. Velen ervaren dat met het ouder worden het geheugen minder goed lijkt te functioneren. Hier spelen verschillende factoren een rol. We slaan steeds meer herinneringen op, we leren zaken anders te waarderen en interpreteren, maar tegelijkertijd zijn er op hersenniveau veranderingen die zorgen voor een vermindering van het geheugen. Er zijn wel grote verschillen tussen individuen.
Paul Eling

9. Varia

Er zijn diverse verschijnselen die altijd weer verbazing oproepen. In dit hoofdstuk worden er enkele besproken. Wat moeten we ons voorstellen bij een fotografisch geheugen? Sommige mensen worden aangeduid als ‘geheugenwonder’: zij lijken zonder moeite alles op te kunnen slaan. Hoe werkt verbeelding: iemand ziet een beeld, soms heel duidelijk, terwijl er toch geen visuele prikkel is. Zijn er leerpillen die nuttig kunnen zijn voor het efficiënt leren op school of de universiteit, of die kunnen helpen om dementie tegen te gaan? En jaarlijks terugkerende vraag is ook: wat moet je doen voor het schoolexamen?
Paul Eling

10. Geheugenproblemen

Na de werking van geheugenprocessen en de daarbij behorende hersenstructuren richten we de aandacht op geheugenproblemen. In het dagelijks leven worden regelmatig fouten gemaakt die te maken hebben met de werking van het geheugen. In dit hoofdstuk worden ze beschreven als ‘de zeven zonden van het geheugen’: vergeten, onoplettendheid, blokkeren, misattributie, suggestibiliteit, bias en perseveratie. Deze reeks onderstreept dat het geheugen een complex proces is waarin op vele plaatsen in de informatieverwerking zaken mis kunnen gaan.
Paul Eling

11. Geheugenstoornissen

Naast geheugenproblemen kennen we ook geheugenstoornissen. Deze zijn in de regel geassocieerd aan ziektebeelden met meestal aantoonbare hersenaandoeningen. In dit hoofdstuk worden diverse verschijnselen besproken. Daarnaast wordt ingegaan op meer complexe beelden, zoals het amnestisch syndroom en agnosieën. Ten slotte worden ziektebeelden besproken waarbij geheugenstoornissen een wezenlijk onderdeel uitmaken van het beeld.
Paul Eling

12. Geheugen meten

Het geheugen is een complex proces, waar op veel plaatsen zaken mis kunnen gaan. Geheugenproblemen en geheugenstoornissen kunnen dan ook niet eenvoudig met een enkele geheugentest worden geregistreerd. In dit hoofdstuk worden verschillende procedures besproken om het functioneren van het geheugen te inventariseren. Ook komt onderpresteren aan de orde, het verschijnsel dat mensen cognitieve klachten hebben, op objectieve geheugentests niet afwijkend scoren, maar wel slecht scoren op tests die het geheugen lijken te meten, maar waarmee mensen met geheugenproblemen geen moeite hebben.
Paul Eling

13. Geheugensteuntjes

Er is een ‘markt’ voor boeken en hulpmiddelen om het geheugen te versterken of verbeteren. Bij managers leeft de wens om nog efficiënter te werken, onder meer door het geheugen beter te laten werken. De angst voor dementie zet velen ertoe aan preventief het geheugen te oefenen. Enkele belangrijke principes worden besproken, die eigenlijk algemeen bekend en voor de hand liggend zijn. Het geheugen is zo complex dat met een training in de regel wel bepaalde vaardigheden geoefend kunnen worden, maar meestal kan niet ‘het geheugen’ verbeterd worden. Het gebruik van hulpmiddelen die kunnen compenseren voor functies die verloren zijn gegaan, kan nuttig zijn.
Paul Eling

14. Geannoteerde bibliografie

Er is wellicht geen ander gebied binnen de cognitieve psychologie zo omvangrijk als het geheugen. Er zijn veel invalshoeken en maar weinig onderzoekers die het geheugen bestuderen en beschrijven vanuit die vele invalshoeken. Om de lezer enige steun te bieden bij het kiezen van relevante literatuur wordt in dit hoofdstuk een geannoteerde bibliografie gegeven. Voor de belangrijkste onderwerpen die in voorgaande hoofdstukken zijn besproken worden leestips gegevens, voorzien van een korte toelichting wat de lezer kan verwachten.
Paul Eling

Erratum behorend bij: Het episodisch geheugen

Paul Eling

Nawerk

Meer informatie