Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2018 | OriginalPaper | Hoofdstuk

7. Validiteitsonderzoek

Auteurs : Prof. Dr. E. M. Scholte, Prof. Dr. J. D. van der Ploeg

Gepubliceerd in: Sociaal-Emotionele Vragenlijst SEV

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

De Sociaal-Emotionele Vragenlijst (sev) is een instrument om vast te stellen of sprake is van sociaal-emotionele gedragsproblematiek bij kinderen. De gedragsproblemen die met de sev in kaart kunnen worden gebracht zijn: aandachtstekort met hyperactiviteit, oppositioneel-opstandig, agressief en antisociaal gedrag, angst in het algemeen, sociaal-angstig en angstig-depressief gedrag alsmede autistisch gedrag. Ter ‘screening’ van deze basisvormen van sociaal-emotionele problematiek worden 72 gedragingen op deze gebieden beoordeeld door personen die het kind goed kennen, zoals ouders of leerkrachten. in dit hoofdstuk wordt de validiteit van de sev nader onderzocht, op basis van de oordelen van ouders en leerkrachten. Het onderzoek van de factorstructuur wijst allereerst uit dat de werkelijkheid redelijk goed wordt gerepresenteerd door een model waarbij de vier basisaspecten worden opgevat als aparte gedragsdimensies die onderling comorbide samenhangen. Dit komt overeen met onderzoek waar evidentie werd gevonden voor de comorbiditeit van sociaal-emotionele gedrags- en ontwikkelingsstoornissen. Het onderzoek van de convergente en divergente validiteit wijst uit dat er inzichtelijke verbanden bestaan tussen enerzijds de hoofd- en subschalen van de sev, en anderzijds de schalen van de cbcl en trf die overeenkomstige sociaal-emotionele problematieken meten. Deze verbanden ondersteunen de begripsvaliditeit van de sev-schalen. De predictieve validiteit werd onderzocht met behulp van het externe criterium ‘wel/geen indicatie van een sociaal-emotionele diagnose’. Hier komt naar voren dat de sev het genoemde criterium in redelijke mate kan voorspellen. Concluderend stellen we vast dat de validiteit van de hoofd- en subschalen van de sev in voldoende mate wordt ondersteund. Samen met de bevindingen van het betrouwbaarheidsonderzoek duidt dit erop dat de sev voldoende toegerust lijkt te zijn om de beoogde vormen van sociaal-emotionele problematiek bij kinderen op een psychometrisch solide wijze in kaart te brengen, op basis van de gedragsoordelen van ouders en leerkrachten.
Metagegevens
Titel
Validiteitsonderzoek
Auteurs
Prof. Dr. E. M. Scholte
Prof. Dr. J. D. van der Ploeg
Copyright
2018
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2103-2_7