Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Verzorgenden en verpleegkundigen hebben een belangrijke taak bij de revalidatie, voorlichting, preventie, verzorging en begeleiding van patiënten met een Cerebro Vasculair Accident (CVA). De zorgverlening aan deze patiënten is specifiek en daarvoor is deskundigheid vereist die verder gaat dan algemene neurologische kennis en ervaring. Verder moeten ze op een effectieve en efficiënte wijze samenwerken met verschillende professionals zowel binnen als buiten de eigen instelling. Dit boek biedt daarom een integrale kennis van alle aspecten van de behandeling, verzorging en begeleiding van patiënten met een CVA.

De eerste hoofdstukken behandelen de medische aspecten en specifieke symptomen na een CVA, de daaruit volgende beperkingen en welke interventies zicht bieden op herstel van functies. Vervolgens komen de verschillende fasen na een CVA aan de orde, zoals welke zorg patiënten ontvangen in de chronische fase. Met dit boek doen de verzorgende en verpleegkundige ook kennis op over het belang van observeren, de behandeling en begeleiding bij communicatieproblemen, slikproblematiek, ADL, blaas-darmproblematiek, revaliderend MDT en schouder-hand problematiek. Met behulp van foto’s wordt uitgelegd hoe verzorgenden en verpleegkundigen patiënten kunnen verplaatsen.

In de verschillende hoofdstukken vinden verzorgenden en verpleegkundigen uitleg over het effectief en efficiënt samenwerken met verschillende professionals zowel binnen als buiten de eigen instelling, evenals met de naasten en mantelzorgers van de CVA-patiënt. Ook gaat het boek in op de psychosociale problematiek van de patiënt na een CVA, zoals gedrag en cognitie. De laatste twee hoofdstukken gaan in op de organisatie van zorg na een CVA: de organisatie op de revalidatieafdeling en in de ketensamenwerking. In het boek zijn er tal van voorbeelden te vinden die de lesstof begrijpelijker maken.

Dit boek is geschikt voor verzorgenden en verpleegkundigen die (gaan) werken op een specifieke CVA-revalidatieafdeling in een verpleeghuis of revalidatiecentrum.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Cerebrovasculair accident – medische aspecten

Dit hoofdstuk gaat over twee vormen van een beroerte of cerebrovasculair accident (CVA), namelijk het herseninfarct en de hersenbloeding. Beide hebben te maken met een probleem met de bloedvoorziening van de hersenen. Een belangrijk en groot verschil zit in de acute behandeling en in de preventie van een nieuw CVA. In dit hoofdstuk gaan we in op symptomen en verschijnselen van een CVA, en hoe deze ook na lange tijd nog invloed kunnen hebben op het dagelijks leven van de patiënt. Het voorkómen van een nieuw CVA is juist bij mensen die al een CVA gehad hebben van groot belang. Het tweede CVA is vaak de oorzaak van veel ernstigere beperkingen en lagere kwaliteit van leven. Hoe preventieve maatregelen, zoals lichaamsbeweging, stoppen met roken, maar vooral medicijnen, kunnen helpen een nieuw CVA te voorkomen, komt ook aan de orde.
D. W. J. Dippel

2. Herstel na een CVA

Een CVA ontstaat door de afsluiting van een bloedvat of door een bloeding in de hersenen. Na een CVA is er uitval te zien van: 1) de motoriek, zoals een halfzijdige verlamming, 2) mentale functies, zoals geheugen- en aandachtsstoornissen en 3) talige functies, zoals een afasie. Ook andere problemen kunnen ontstaan zoals uitval van een deel van het gezichtsveld (anopsie) of bijvoorbeeld incontinentie voor urine of ontlasting. De plaats en ernst van het CVA bepalen welke uitval optreedt. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de gevolgen van een CVA volgens het model van de Wereldgezondheidheidsorganisatie (WHO): de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF). Ook worden in het kader van dit model aspecten van herstel besproken. Dit zijn belangrijke thema’s in de revalidatie.
G. M. Ribbers

3. Acute fase

In dit hoofdstuk bespreken we wat de zorg in het ziekenhuis aan de patiënt in de acute fase van een CVA inhoudt. Aan de orde komen diagnostiek welke gevolgen een CVA kan hebben, welke behandelingen mogelijk zijn en waar professionals in het ziekenhuis op moeten letten. In het ziekenhuis maken we een begin met het zo snel mogelijk mobiliseren en revalideren van de patiënt. Uit onderzoek is gebleken dat het van belang is een patiënt zo snel mogelijk te gaan revalideren. Patiënten lagen vroeger weken tot maanden in het ziekenhuis. Tegenwoordig is het streven een ligduur van ongeveer vijf tot zeven dagen. In deze periode wordt een patiënt behandeld, het nazorgtraject opgestart en naar bepaalde factoren gekeken om een nieuw CVA zoveel mogelijk te voorkomen. Dit noemen we secundaire preventie.
N. Koenen-Bornet, N. C. Verhoeven-de With

4. Zorg in de chronische fase – zorg thuis

Ruim de helft van de patiënten die een CVA heeft doorgemaakt kan direct na ziekenhuisopname naar huis, een klein percentage revalideert in het revalidatiecentrum en een kwart in het verpleeghuis. Een derde overlijdt binnen drie jaar na het CVA aan de gevolgen ervan. De gevolgen van een CVA zijn groot en manifesteren zich soms pas in de chronische fase. Bovendien weegt een aantal problemen zwaarder in de thuissituatie, bijvoorbeeld door het ontbreken van een aangepaste woning of van 24-uurszorg. Begeleiding van patiënt en zijn naasten in de thuissituatie is dan ook van groot belang. In dit hoofdstuk worden de volgende onderwerpen behandeld: zorg in de chronische fase, consequenties van het CVA voor de patiënt in de thuissituatie, begeleiding, behandeling en zorg thuis, betrokken disciplines, belang van samenwerking en afstemming, landelijke en regionale ontwikkelingen en ontwikkelingen in de zorg en verandering in financiering.
E. van Haaren, A. H. J. Guyt, C. E. M. Steenhorst

5. Van observatie naar behandelplan

Een CVA is een complex neurologisch beeld, dat een enorme impact heeft op het dagelijks leven van de patiënt en zijn omgeving. In de voorgaande hoofdstukken zijn verschillende stoornissen en beperkingen aan de orde gekomen. In dit hoofdstuk gaan we specifiek in op de gevolgen die motorische en sensorische stoornissen hebben op het functioneren van de patiënt. Eerst bespreken we de kenmerken van de normale motoriek. Daarna komen de kenmerken van het bewegen van de CVA-patiënt aan de orde. Ten slotte analyseren we het motorisch functioneren en wordt gekeken naar achterliggende stoornissen om tot een behandelplan te komen. Veel patiënten hebben na hun CVA problemen met bewegen. Om CVA-patiënten goed te kunnen revalideren is inzicht vereist in hun functioneren en in hun manier van bewegen. Om de manier van bewegen van de CVA-patiënt te kunnen begrijpen, moeten we goede kennis hebben van het normale bewegen van de mens.
L. Kooijmans

6. Vaardigheden

Gedurende de dag verplaatst de patiënt zich veelal op en rond het bed. Deze verplaatsing oftewel transfer kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. In dit hoofdstuk gaan we in op verschillende manieren waarop de transfer kan worden aangepast aan het niveau van functioneren van de patiënt. Ook geven we aan hoe je deze transfer op adequate wijze kunt ondersteunen en op welke manier de patiënt zelf kan meehelpen. Achtereenvolgens komen in dit hoofdstuk verplaatsingen in lig, de bedhoudingen, verplaatsingen in zit en stand en opstaan van de grond aan de orde.
L. Kooijmans

7. Slikproblematiek

Eten en drinken behoren tot de eerste levensbehoeften van de mens. Om gezond te blijven is het nodig dagelijks voldoende te eten en te drinken. Wanneer iemand hiertoe niet meer goed in staat is, loopt de gezondheid gevaar. Slik- en voedingsproblemen kunnen ten grondslag liggen aan te weinig eten en drinken. Ook in het sociale leven vervullen eten en drinken een grote rol. Het samen aan tafel zitten, eten, een kopje koffie of een borreltje drinken zijn belangrijk in het dagelijks leven en verhogen de kwaliteit ervan. We gaan in dit hoofdstuk nader in op het normale slikproces en de slikproblemen die patiënten na een CVA ervaren.
J. E. Bernouw- van Tol

8. Communicatiestoornissen

Vaak treedt na een CVA, of een andere vorm van hersenletsel, uitval aan een arm en/of een been op. Dit is voor de omgeving het meest opvallend. De motorische uitval heeft duidelijk zichtbaar invloed op het dagelijks leven. De patiënt zit in een rolstoel en/of kan zichzelf niet aankleden. Veranderingen in de communicatie komen echter ook veel voor na hersenletsel. Dit is niet aan de buitenkant te zien, maar kan veel impact hebben op het functioneren. Hoe de communicatie met de gesprekspartner beïnvloed wordt is afhankelijk van het ziektebeeld van de patiënt. Om te weten welke communicatiestoornissen zich kunnen voordoen, is het belangrijk te weten wat er eigenlijk wordt verstaan onder communicatie en hoe normale communicatie verloopt. Dat behandelen we in dit hoofdstuk.
J. E. Bernouw- van Tol

9. Activiteiten dagelijks leven (ADL)

In dit hoofdstuk staan we stil bij de activiteiten van het dagelijks leven (ADL) en dan in het bijzonder de zelfzorgactiviteiten. Veel CVA-patiënten ondervinden beperkingen bij alledaagse activiteiten, zoals wassen en aan-/ uitkleden. De ADL-activiteiten zijn daarom vaak een onderdeel van de training in de revalidatie. Het (opnieuw) leren in de revalidatie komt ook aan de orde. Daarnaast zijn de aandachtspunten bij de ADL-training uitgewerkt. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de barthelindex, een veelgebruikt meetinstrument met betrekking tot de ADL.
E. Franssen, E. T. M. Sarr-Jansman

10. Urine-incontinentie na CVA

In de revalidatiefase van patiënten na een CVA ligt de focus op het vergroten van de mogelijkheden van de patiënt. De aandacht voor de motorische vooruitgang en ADL-vaardigheden staan hierbij op de voorgrond. Problemen rond de continentie van de patiënt worden vaak ten onrechte beschouwd als onoverkomelijk en passend bij de ouder wordende mens. Kennis over vormen van incontinentie en hun beïnvloedbaarheid kunnen juist in het kader van zelfstandigheid en welbevinden van een patiënt een belangrijke plaats innemen binnen het revalidatietraject. De verpleegkundige en verzorgende nemen bij deze problematiek een actieve rol aan bij het signaleren van de problemen en betrekken teamleden bij de behandeling van deze problematiek.
M. van Peet

11. Multidisciplinair samenwerken met de CVA-patiënt

Het leven van iemand die een CVA doormaakt verandert van het ene op het andere moment. De beperkingen zijn acuut, maar het herstel duurt vaak een lange tijd. In de hele periode van herstel en revalidatie heeft de CVA-patiënt te maken met veel verschillende hulpverleners. Om de revalidatie zo succesvol mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat er continuïteit en samenhang zit in de aangeboden zorg en behandeling. Daarvoor is goede multidisciplinaire samenwerking nodig. In dit hoofdstuk komen leerprincipes binnen de revalidatie aan bod. Tevens worden uitgangspunten van multidisciplinaire samenwerking besproken.
E. T. M. Sarr-Jansman

12. Schouder-handproblematiek bij een hemiplegie

Schouderpijn na een CVA is een veelvoorkomend probleem bij patiënten met een hemiplegie. Pijnklachten kunnen het revalidatieproces belemmeren. Behandeling van de schouderpijn heeft dan ook een hoge prioriteit in het totale revalidatieproces. Door adequate en vroegtijdige aanpak en behandeling kan schouderpijn worden voorkomen. In dit hoofdstuk komen de anatomie en normale bewegingsmechanismen van de schouder aan bod. We geven inzicht in de schouder- en handproblematiek die zich kan voordoen bij een hemiplegie. De volgende schouderklachten komen in dit hoofdstuk uitgebreid aan bod: de gesubluxeerde schouder, de pijnlijke schouder en oedeem van de hand.
L. A. Vroon-van der Blom

13. Cognitie, emotie en gedrag

De revalidatiebehandeling van patiënten met een CVA heeft tot doel hen weer zo spoedig mogelijk in de thuissituatie en maatschappij te laten functioneren. Veel mensen die een CVA hebben doorgemaakt, hebben behalve motorische en sensorische stoornissen ook ‘onzichtbare’ stoornissen. Zij worden beperkt op het gebied van cognitie, emotie en/of gedrag. Patiënten zijn hierdoor vaak beperkt in hun dagelijks leven. Het heeft invloed op het denken en handelen, maar ook op het sociale functioneren. Het is belangrijk hiermee rekening te houden vanaf de start van de revalidatie. In dit hoofdstuk komen stoornissen op het gebied van cognitie, emotie en gedrag na een CVA aan bod. Verder staan we stil bij de mogelijkheden voor behandeling en begeleiding.
E. T. M. Sarr-Jansman

14. Neuropsychiatrische stoornissen na een CVA

De laatste jaren krijgen neuropsychiatrische symptomen (NPS) bij patiënten na een CVA meer aandacht. NPS zijn belastend voor patiënten en hun relaties en hebben een negatieve impact op de kwaliteit van leven. Verder zijn NPS van invloed op het fysieke revalidatieproces en veroorzaken ze een grotere afhankelijkheid. Omdat NPS zo belastend kunnen zijn, vertragen ze de terugkeer naar huis. Neuropsychiatrische symptomen is een verzamelnaam voor gedragsmatige problemen: psychose, apathie, depressie, slaapproblemen, agressie, agitatie, eetproblemen enzovoort. Na een CVA komen deze symptomen relatief vaak voor. Uit verschillende onderzoeken blijkt een prevalentie van 30–60 % depressie op enig moment na een CVA. Ook van angst en agitatie is aangetoond dat ze vaak voorkomen (30–40 %). Hallucinaties en wanen blijken vrij zeldzaam na een CVA. Het prevalentiecijfer is echter afhankelijk van een aantal factoren, namelijk de verschillen in populatie, revalidatiesetting, gebruikte klinimetrie en de verstreken tijd na een CVA.
B. Buijck

15. Therapeutisch klimaat

Revalidatie na een CVA vindt, afhankelijk van functionele status en leeftijd, plaats in ziekenhuizen, revalidatiecentra en verpleeghuizen. Deze revalidatie vindt plaats na het acute stadium in het ziekenhuis op gespecialiseerde revalidatie-units. Het multidisciplinaire team van professionals bestaat uit een specialist ouderengeneeskunde, revalidatiearts, fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, psycholoog, diëtist, maatschappelijk werker en verpleegkundigen/verzorgenden. Het doel van de revalidatie is te herstellen tot het niveau van participatie en activiteiten zoals voorheen, met de intentie van ontslag naar huis of naar een lichtere zorgvorm. De nadruk ligt op behandeling van de fysieke consequenties van een CVA, multimorbiditeit en omgaan met beperkingen. Elke patiënt ontvangt een op maat gesneden revalidatieprogramma. De therapie-intensiteit is afhankelijk van de belastbaarheid van de patiënt en de financieringsmogelijkheden van een organisatie. We kennen twee hoofdvormen van revalidatie: de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) en de medisch specialistische revalidatie (MSR). Met name de geriatrische revalidatiezorg lijkt voor professionals een uitdaging.
B. Buijck

16. Ketenzorg

Patiënten ontvangen dikwijls meerdere diensten of vormen van zorg die door verschillende professionals uit verschillende organisaties geleverd worden. Het is belangrijk om die diensten en zorg goed op elkaar te laten aansluiten. Ketenzorg is een manier om dat te bereiken. De afgelopen vijftien jaar heeft ketensamenwerking dan ook steeds meer aandacht gekregen van professionals, managers, beleidsmakers en onderzoekers in de zorg. In dit hoofdstuk wordt eerst beschreven welk traject een CVA-patiënt doorloopt. Vervolgens gaan we in op wat ketenzorg is en waarom het van belang is. Daarna komt aan bod hoe de ketenzorg voor CVA-patiënten in Rotterdam en omstreken is vormgegeven. Ten slotte wordt ingegaan op het landelijke, overkoepelende netwerk.
D. M. de Vries-Giesen, B. Buijck

17. Scholing en praktijkopdracht Rotterdam Stroke Service

De scholing CVA-revalidatie van de Rotterdam Stroke Service is gericht op revalidatie, voorlichting, preventie, verzorging en begeleiding van patiënten met een CVA (en hun naasten). Deze scholing is bedoeld voor verzorgenden niveau 3 (VIG en VAG) en verpleegkundigen niveau 4/5 die werkzaam zijn op een verpleeghuis stroke unit en/of revalidatieafdeling, specifiek gericht op de zorg voor een patiënt die een CVA heeft doorgemaakt. De scholing is een initiatief van de Rotterdam Stroke Service (RSS) en is ontwikkeld door leden van de verschillende instellingen die zijn aangesloten bij de RSS. Tijdens de scholing wordt gebruikgemaakt van theorie die is terug te vinden in dit boek. Deze theorie wordt gebruikt als voorbereiding op de lessen.
E. Jansen, C. Jeuken

Nawerk

Meer informatie