Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Voorlichting is een essentieel onderdeel van het dagelijks werk van apothekers-, praktijk- en tandartsassistenten. In de gezondheidszorg gaat het niet alleen om behandeling van mensen met gezondheidsklachten, maar ook om het voorkomen van ziekte en het stimuleren tot gezond gedrag.

Preventie wordt dus steeds belangrijker en kan niet zonder voorlichting. Maar wat is een effectieve aanpak van voorlichting? Hoe kan voorlichting mensen stimuleren tot gezond gedrag? Wat zijn de taken van assisterenden bij preventie? Dit boek geeft antwoord op deze en nog veel meer vragen en biedt daarbij een praktisch handvat: de voorlichtingspijl. Dit is een hulpmiddel om voorlichting stap voor stap uit te voeren, op maat voor elke patiënt en doelgericht.

De theorie in Voorlichting en preventie is kort en helder beschreven. De vele praktijkvoorbeelden maken de theorie toegankelijk en herkenbaar. Ontwikkelingen zoals ketenzorg, zorggroepen en preventie en voorlichting voor risicogroepen komen daarbij aan bod.

Voorlichting en preventie is een actueel en praktisch boek voor de opleiding tot assisterende in de gezondheidszorg.

Marieke van der Burgt is werkzaam aan het Rijn IJssel en auteur van mbo- en hbo-boeken over voorlichting in de gezondheidszorg.

Maudy Dettingmeijer heeft gewerkt als apothekersassistent. Na afronding van de lerarenopleiding en haar studie sociale wetenschappen heeft zij nascholing over voorlichting ontwikkeld.

Els van Mechelen-Gevers heeft jarenlang als diëtiste gewerkt en is auteur van mbo- en hbo-boeken over voorlichting en de gezondheidszorg.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Voorlichting, ja natuurlijk!

Samenvatting
Voorlichting geef je om cliënten en patiënten zo goed mogelijk te leren omgaan met hun gezondheidsprobleem. Hierdoor zijn ze in staat eigen keuzen te maken en hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Om voorlichting effect te geven, moet je ervoor zorgen dat aan een aantal voorwaarden is voldaan. Het gaat erom dat mensen openstaan voor informatie; begrijpen welk advies er wordt gegeven, welke therapie wordt voorgesteld; willen: gemotiveerd zijn voor het opvolgen van een advies; doen: in staat zijn het advies uit te voeren en dit ook daadwerkelijk doen; blijven doen: het advies uitvoeren en dit volhouden volgens voorschrift. Belangrijke doelen van voorlichting zijn het bevorderen van therapietrouw en het verminderen van angst of ongerustheid. Daarnaast is voorlichting een belangrijk instrument om zelfmanagement te bevorderen. In alle gevallen gaat het om een gedragsverandering. Deze gedragsverandering wil je met voorlichting bereiken.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

2. Mondelinge voorlichting

Samenvatting
Mondelinge voorlichting heeft een verbale en non-verbale component. Met mondelinge voorlichting kun je patiënten motiveren om schriftelijk voorlichtingsmateriaal te lezen. Vaak is de mondelinge voorlichting de start van een voorlichtingsproces. Mondelinge voorlichting geeft de patiënt de gelegenheid om vragen te stellen. Je hebt hierbij de mogelijkheid om feedback te geven en te krijgen. Er zijn diverse omstandigheden waarin je mondelinge voorlichting geeft: het baliegesprek, het adviesgesprek en voorlichting per telefoon.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

3. Schriftelijke voorlichting

Samenvatting
Schriftelijk voorlichtingsmateriaal, zoals folders, brochures en bijsluiters, is een belangrijk hulpmiddel bij de voorlichting. Schriftelijke voorlichting kan de mondelinge voorlichting ondersteunen. Het bevat meestal standaardinformatie. Bij schriftelijke voorlichting wordt een beroep gedaan op de leesvaardigheid. We maken een onderscheid tussen folders voor de wachtruimte en folders die je zelf aan de patiënt overhandigt. Omdat er een enorm aanbod aan folders is, is het belangrijk om een selectie te maken. Bij deze selectie zul je rekening houden met de doelgroep, doelstelling en inhoud. Ook de begrijpelijkheid (eenvoudig) en de vormgeving (aantrekkelijk) zijn punten waarop je kunt selecteren. Met schriftelijke voorlichting kun je vooral de stap ‘begrijpen’ beïnvloeden.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

4. Voorlichting met andere media: audiovisueel en internet

Samenvatting
Audiovisuele voorlichting is heel geschikt om praktische handelingen stap voor stap te tonen. Omdat het geen beroep doet op de leesvaardigheid is dit medium ook heel geschikt voor laaggeletterden. Internet biedt enorm veel informatie. Ook is het een manier om mensen met elkaar in contact te brengen, bijvoorbeeld lotgenoten met dezelfde ziekte. Het is laagdrempelig. Een kanttekening bij het gebruik van internet is de betrouwbaarheid van informatie en het vermogen van patiënten om de informatie juist te interpreteren. Het is belangrijk om de patiënt erop te wijzen dat informatie op internet niet altijd betrouwbaar is en hem de weg te wijzen websites die wel betrouwbaar zijn.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

5. Voorlichting is klantgericht handelen

Samenvatting
Voor verschillende patiëntengroepen gelden andere aandachtspunten in de voorlichting. Bij laaggeletterdheid is het belangrijk om dit te signaleren en vervolgens eenvoudige taal en beeldmateriaal te gebruiken. Bij migranten kunnen er taalproblemen zijn, zowel bij mondelinge als schriftelijke voorlichting. Daarnaast moet je rekening houden met religieuze en cultuurverschillen. Bij ouderen kunnen de ouderdom en de daaruit voortvloeiende kwalen een probleem zijn. Daarnaast is het goed er rekening mee te houden dat ouderen vaak een relatief lage opleiding hebben. Vergeet bij kinderen niet om hen ook, naast hun ouders, te betrekken bij je voorlichting. Dit geeft een extra motivatie om de voorschriften goed op te volgen. Probeer mee te denken om problemen – zoals vies smakende medicijnen – op te lossen. Een probleem met chronisch zieken is dat er soms weinig contact is. Voorschriften worden dan langzaam vergeten en therapietrouw kan afnemen.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

6. Hulpmiddelen om voorlichting in je werk te integreren

Samenvatting
In dit hoofdstuk geven we voor elke beroepsgroep een voorbeeld van een voorlichtingsprotocol. Werken met een protocol heeft als voordeel dat elke patiënt dezelfde voorlichting krijgt. Het zorgt er ook voor dat je geen belangrijke informatie overslaat. Hulpmiddelen bij de uitvoering van voorlichting zijn demonstratiematerialen zoals modellen, voorbeelden van incontinentiemateriaal en inhalatiemateriaal.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

7. Preventie, ja natuurlijk!

Samenvatting
Preventie betekent voorkómen. Preventie wordt een steeds belangrijkere taak van assisterenden. Voorkómen dat de ziekte ontstaat is primaire preventie. Om dat te kunnen moet je de oorzaak of risicofactoren weten en die aanpakken met bij voorbeeld vaccinatie. Secundaire preventie is vroege opsporing: de ziekte opsporen voordat die tot klachten leidt. Een voorbeeld is bevolkingsonderzoek. Tertiaire preventie is voorkomen van erger, voorkomen van achteruitgang en complicaties. Deze preventie overlapt soms met behandeling. Tot slot is voorkomen van onnodig verlies van eigen regie van belang, evenals het voorkomen van afhankelijkheid van zorg. Om preventie uit te voeren zijn er verschillende manieren. Bijna altijd is voorlichting belangrijk. Heel vaak is namelijk nodig dat mensen zelf iets doen: meedoen aan vaccinatie of veranderen van hun leefstijl. Daarvoor is voorlichting nodig. Andere manieren zijn: voorzieningen, voorschriften en verdragen. Samen met voorlichting vormen ze de 4 V’s.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

8. Preventie, een uitdaging!

Samenvatting
Preventie vraagt vaak medewerking of gedragsverandering van de patiënt, zoals meedoen met een bevolkingsonderzoek, zijn voedingspatroon veranderen, medicijnen innemen of zijn mondverzorging aanpassen. Patiënten staan daardoor lang niet altijd open voor preventie. Veel aandacht voor preventie kan het gevoel oproepen dat ziek worden je eigen schuld is, maar een schuldgevoel helpt mensen niet om hun probleem aan te pakken. Professionals vinden preventie belangrijk, maar soms zijn preventietaken moeilijk omdat patiënten de adviezen lang niet altijd opvolgen. Dat stelt professionals voor een extra uitdaging. Preventief onderzoek wordt steeds vaker gevraagd als een soort APK. Het nadeel is dat de uitslag en momentopname is en vaak geen scherpe grenzen heeft tussen normaal en afwijkend. Een afwijkende uitslag veroorzaakt altijd ongerustheid en leid tot veel extra onderzoek. Vaak blijkt er niets aan de hand. Preventieve scans met straling zijn in Nederland verboden.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

9. Preventie, voor wie en hoe?

Samenvatting
Groepen mensen die (extra) risico lopen, noem je risicogroepen. Preventieactiviteiten richt je vaak op bepaalde risicogroepen: je doelgroepen. Of je bereikt dat mensen iets gaan doen (hun gedrag veranderen), heeft veel te maken met de manier waarop je je preventieboodschap overbrengt, met communicatie dus. Je kunt individuele preventie op verschillende momenten en manieren uitvoeren: onderdeel van je patiëntenzorg afgestemd op de hulpvraag, advies aan risicopatiënten tijdens bezoek aan praktijk of apotheek, geplande preventie en voorlichting als onderdeel van een zorgprogramma, ondersteunen van eigen regie. Daarnaast zijn er preventieactiviteiten voor bepaalde doelgroepen: universele preventie voor iedereen (vaccinaties) en preventie voor risicogroepen (bevolkingsonderzoek). Bij de doelgroepgerichte preventie nodig je mensen uit voor deelname. Assisterenden hebben vaak een taak bij het uitnodigen of het uitvoeren van preventie. Wie de uitnodigingsbrief ondertekent en wat erin staat, speelt een rol bij het besluit van de ontvangers om wel of niet deel te nemen.
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

10. Samen werken aan preventie

Samenvatting
Voor effectieve preventie is vaak samenwerking nodig. Dat is al nodig bij ‘kleine’ preventieactiviteiten, zoals themaweken waarin medewerkers van een praktijk of apotheek extra voorlichting geven over het thema. Bij het opzetten en uitvoeren van ‘meet’weken en activiteitenweken werken ook vaak verschillende disciplines en instellingen samen. Bij preventie buiten de directe patiëntenzorg is nog meer samenwerking nodig dan voor preventie in de directe patiëntenzorg. Dat geldt bijvoorbeeld voor het opzetten van een informatiebijeenkomst of e-health-programma. Bij grotere projecten is een methodische aanpak belangrijk. Er wordt niet meteen een activiteit bedacht, maar eerst wordt het probleem in kaart gebracht en het doel vastgesteld. Om een project op maat op te zetten, worden verschillende organisaties en liefst ook mensen uit de doelgroep betrokken. Of mensen die de doelgroep goed kennen en er contact mee hebben (intermediairs).
M. van der Burgt, M. Dettingmeijer, E. van Mechelen-Gevers

Nawerk

Meer informatie

Extras