Ga naar de hoofdinhoud
Top

Orale implantaten in de algemene praktijk

  • 2008
  • wo
  • Boek

Over dit boek

Orale implantaten zijn niet meer weg te denken uit de mondzorg. Toch heeft het lang geduurd voordat het implantaat zijn weg vond in de geneeskunde. De opmars begon in de orale geneeskunde. Implantaten werden daarna steeds vaker toegepast bij amputaties in andere plaatsen in het lichaam.

In 1965 behandelde de Zweedse chirurg Per–Ingvar Brånemark voor het eerst een patiënt volgens de osseo–integratietechniek. Brånemark ging voorzichtig te werk: pas nadat hij in tien jaar tijd een aanzienlijke reeks patiënten had behandeld,van maakte hij in 1977 voor het eerst de resultaten bekend. Ongeloof en wantrouwen vielen hem ten deel. Pas na publicatie van de resultaten in 1982 namen enkele centra voor mondzorg contact met hem op om de door hem ontwikkelde techniek toe te passen. Vanaf toen is het snel gegaan. Momenteel worden wereldwijd per jaar één miljoen patiënten met orale implantaten behandeld. De betrokken firma's zijn giganten geworden en de 'markt' rondom orale implantaten groeit met 10% per jaar.

Het boek Orale implantaten in de algemene praktijk biedt een overzicht van de ontwikkeling en toepassing van osseogeïntegreerde implantaten en de betekenis ervan voor de (orale) geneeskunde.

Toonaangevende wetenschappers en clinici op het gebied van osseo–geïntegreerde implantaten hebben hun artikelen gebundeld in dit boek. Doordat dit boek de theorie ook naar de dagelijkse klinische praktijk vertaalt, vormt het een bron van kennis voor zowel algemeen practici als onderzoekers in de orale implantologie.Toonaangevende wetenschappers en clinici op het gebied van osseo–geïntegreerde implantaten hebben hun artikelen gebundeld in dit boek. Doordat dit boek de theorie ook naar de dagelijkse klinische praktijk vertaalt, vormt het een bron van kennis voor zowel algemeen practici als onderzoekers in de orale implantologie.

Het boek is bestemd voor de algemeen practici en onderzoekers in de orale implantologie.

Inhoudsopgave

  1. Voorwerk

  2. 1. Inleiding

    D. van Steenberghe
    Samenvatting
    Het is klassiek in handboeken over orale implantaten te refereren aan voorbeelden uit de verre geschiedenis, zelfs uit de prehistorie. Bij archeologische vondsten van skeletten vindt men inderdaad voorbeelden van een vervanging van een verloren gegaan gebitselement door een of ander alloplastisch materiaal.
  3. 2. Weefselreactie tijdens en na de implantatieprocedure

    G. L. de Lange
    Samenvatting
    Zodra een biomateriaal in het lichaam wordt geplaatst zullen de betreffende weefsels daarop reageren. Daarbij maakt het niet uit of het biomateriaal dient om bot te vervangen of dat het een membraan of een protheseverankerend materiaal betreft.
  4. 3. Oppervlaktekarakteristieken van enossale implantaten en de microbiologische gevolgen

    M. Vercruyssen, M. Quirynen
    Samenvatting
    Het spreekt voor zichzelf dat enossale implantaten uit biocompatibel materiaal moeten bestaan om voorspelbaar te kunnen osseointegreren. Zo niet, dan zou een acute/chronische ontstekingsreactie ontstaan ten gevolge van de toxiciteit of door de afweermechanismen van de gastheer.
  5. 4. Biomechanica van enossale implantaten

    J. Duyck, I. Naert
    Samenvatting
    Ondanks de optimistische succespercentages van orale implantaten blijft falen voorkomen, vooral in kaakbot van slechte kwaliteit.
  6. 5. (Neuro)fysiologie van enossale implantaten

    R. Jacobs
    Samenvatting
    Het concept van een prothese verankerd in het bot door middel van enossale implantaten wordt in het orofaciale domein al meer dan veertig jaar klinisch toegepast.
  7. 6. Preoperatief onderzoek: systeem- en lokale factoren

    C. de Baat, D. van Steenberghe
    Samenvatting
    In de beginjaren waarin orale implantaten werden toegepast (1980-1990), vond in onderzoeken meestal een zodanige selectie van patiënten plaats dat zelden mislukkingen werden gerapporteerd die terug te voeren waren op algemene gezondheidsproblemen of op lokale (anatomische) factoren van de behandelde patiënten (Albrektsson et al., 1988).
  8. 7. Preoperatieve radiologische planning bij het plaatsen van enossale implantaten

    R. Jacobs
    Samenvatting
    Bij plaatsing van orale enossale implantaten is een grondige preoperatieve planning noodzakelijk. Cruciaal in deze planningsfase is het radiologisch onderzoek dat essentiële informatie verschaft over meerdere lokale aspecten (onder andere dimensies en kwaliteit van het edentate kaakbot, lokalisatie en uitgebreidheid van anatomische structuren, parodontium van de restdentitie, bot- en/of sinuspathologieën) (Jacobs & van Steenberghe, 1998).
  9. 8. Solitaire tandvervanging: implantaat of brug?

    K. Vandamme
    Samenvatting
    Het ontbreken van één enkel gebitselement leidt tot een specifieke prothetische problematiek. Dit doet zich in het bijzonder voor in het frontgebied in de bovenkaak, waar duurzaamheid van de behandeling ook in esthetische zin belangrijk is. Als gevolg van een toegenomen gebitsbewustzijn zijn uitneembare partiële prothesen met hun inherent geringer draagcomfort tegenwoordig minder geaccepteerd en vinden patiënten esthetiek belangrijk. De patiënten zijn bovendien mondiger, gaan zelf op zoek naar informatie en wensen uitgebreide voorlichting over welke oplossingen de tandheelkunde te bieden heeft. Bij een keuze uit de toegenomen behandelingsmogelijkheden met vaste voorzieningen komen dan steeds vaker implantaten ter sprake.
  10. 9. Preoperatieve indicatiestelling bij de volledig edentate patiënt

    H. Reintsema, G.M. Raghoebar
    Samenvatting
    Edentate patiënten klagen nogal eens over loszitten van hun gebitsprothese, pijn en beperkingen bij bijten en kauwen. Soms ervaren zij een onbeheersbare kokhalsneiging. De spraak kan negatief worden beïnvloed door de gebitsprothese.
  11. 10. Voorlichting aan patiënten bij toepassing van orale implantaten

    R. Hertel, A. P. Slagter
    Samenvatting
    Voorafgaand aan iedere behandeling moet een patiënt worden geïnformeerd over de noodzaak en de aard van de behandeling, alsmede over de kosten, de alternatieven en de mogelijke complicaties.
  12. 11. De procedure rondom het plaatsen van implantaten

    G. M. Raghoebar, R. J. Goené, A. Vissink
    Samenvatting
    De reconstructieve preprothetische chirurgie richt zich op de chirurgische voorbereiding van de mondholte ten behoeve van een betere functie van een prothetische voorziening. Hierbij wordt steeds vaker gebruikgemaakt van enossale implantaten.
  13. 12. Prothetiek in de algemene praktijk

    I. Naert
    Samenvatting
    De vervanging van tanden bij de partieel of volledig edentate patiënt moet beantwoorden aan de huidige verwachtingen van functie (fonetiek, kauwcomfort en esthetiek) en algemeen comfort van de patiënt, uiteraard met een zo goed mogelijke prognose van de restauratie(s) en/of de restdentitie.
  14. 13. Nazorg, onderhoud, evaluatie en reparatie van implantaten en suprastructuren

    M. S. Cune, H. J. A. Meijer
    Samenvatting
    In het verleden richtten zorgverleners zich bij toepassing van orale implantaten voornamelijk op het tot stand brengen van osseointegratie en het vervaardigen van een suprastructuur. Thans is er groeiende aandacht voor een esthetisch optimaal resultaat, adequate verzorging van de voorzieningen, evaluatie van de implantaten en de omringende weefsels en het minimaliseren van de nazorg en onderhoudsinspanningen.
  15. 14. Implantaatfalen: mechanische belasting en peri-implantitis

    K. Vandamme, M. Quirynen
    Samenvatting
    De controle van de botheling en het handhaven van het bot-implantaatcontact zijn complexe processen. Niet alle situaties rond een aangebracht implantaat laten osteogene processen aan het grensvlak toe. Indien tijdens de genezing geen osseointegratie wordt bereikt maar het implantaat wordt omgeven door fibreus weefsel, spreekt men van vroegtijdig biologisch falen (Esposito et al., 1998a).
  16. Nawerk

Titel
Orale implantaten in de algemene praktijk
Redacteuren
Prof. em. dr. D. van Steenberghe
Prof. dr. I.E. Naert
Prof. dr. G.M. Raghoebar
Dr. A.P. Slagter
Copyright
2008
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-6575-3
Print ISBN
978-90-313-5163-3
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-6575-3