Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Stamcelonderzoek, nanotechnologie, robotchirurgie en transplantatiegeneeskunde bieden nieuwe mogelijkheden in de gezondheidszorg, maar roepen ook de vraag op hoe technologische vernieuwingen op een moreel verantwoorde wijze zijn toe te passen. Daarnaast is maatschappelijk debat nodig over ethische kwesties als eind-van-het-leven beslissingen, financiering van de zorg en patiëntveiligheid.

Dit boek, de compleet vernieuwde opvolger van het Leerboek medische ethiek, is een uitstekende inleiding in de ethiek van de zorg en de bio-ethiek. Het presenteert een overzicht van de actuele ethische discussies binnen de gezondheidszorg. Naast een analyse van relevante perspectieven biedt het een normatief kader waarmee de lezer zich een afgewogen en beargumenteerd oordeel kan vormen over ethische vraagstukken. De talrijke voorbeelden en uitgebreide casuïstiek, aangevuld met extra verdieping via de online omgeving, geven bovendien een goed inzicht in de praktijk en maken de stof overzichtelijk.

Leerboek ethiek in de gezondheidszorg is bedoeld voor studenten geneeskunde, maar is ook goed bruikbaar voor specialisten (en specialisten in opleiding), huisartsen, verpleegkundigen (in opleiding) en andere beroepsbeoefenaren in de zorg.

Prof. dr. Henk ten Have is arts en filosoof, emeritus hoogleraar aan het Centre for Healthcare Ethics, Duquesne University, Pittsburgh, Verenigde Staten.

Prof. dr. Ruud ter Meulen is emeritus hoogleraar Ethics in Medicine aan het Centre for Ethics in Medicine, University of Bristol, Verenigd Koninkrijk.

Prof. dr. Martine C. de Vries is kinderarts en hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en het Leids universitair Medisch Centrum en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de gezondheidszorg.

Drs. Bas ter Meulen is als neuroloog verbonden aan het OLVG, Amsterdam, met aandachtsgebieden chronische pijn en ethiek. Tevens verricht hij promotie onderzoek aan het instituut Amsterdam Movement Sciences van de Vrije Universiteit en Amsterdam UMC.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Ethiek

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat ethiek is. Wat bedoelen we precies wanneer we zeggen dat een probleem een ethisch probleem is? Bovendien: stel dat we het erover eens zijn dat iets een ethisch vraagstuk is, dan betekent dat nog niet dat er iets zinnigs over kan worden gezegd; sommigen vinden dat ethiek niets anders is dan individuele smaak en persoonlijke mening. Na een uitleg van enkele grondbegrippen zal duidelijk worden gemaakt dat ethiek een bepaald gezichtspunt inhoudt, een manier van kijken naar ons eigen en andermans handelen. Vervolgens zullen enkele kenmerken van ethiek worden toegelicht. Ethiek wordt meestal onderscheiden in descriptieve, normatieve en meta-ethiek. In dit boek is normatieve ethiek het meest van belang. De twee belangrijkste typen theorieën op dit gebied worden besproken. Ten slotte wordt onderscheid gemaakt tussen normen en waarden, waarbij ethiek zich vooral op waarden blijkt te concentreren.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

2. Medische ethiek

Samenvatting
In dit hoofdstuk komt de ontwikkeling van de medische ethiek aan de orde. Die ethiek heeft altijd bestaan, maar de afgelopen tientallen jaren is ze wezenlijk veranderd. Hoe komt het dat er nu zo veel belangstelling is voor medische ethiek? Besproken wordt wat er veranderd is en waarom de veranderingen hebben plaatsgevonden. Van oudsher is medische ethiek opgevat als een beroepsethiek, beoefend door en voor artsen zelf. Daarbij wordt de nadruk gelegd op het belang van goede attituden. Er is nu een nieuwe medische ethiek ontstaan waarin het gezichtspunt van de patiënt en dat van de samenleving een hoofdrol spelen. Dat nieuwe karakter van de ethiek wordt benadrukt door andere termen, zoals ‘bio-ethiek’ en ‘gezondheidsethiek’.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

3. Verantwoord medisch handelen

Samenvatting
Hoe kan het medisch handelen vanuit moreel gezichtspunt worden beoordeeld? In de medische ethiek kunnen drie tradities onderscheiden worden ten aanzien van de vraag wat verantwoord of goed medisch handelen is, namelijk (1) de hippocratische traditie, (2) de levensbeschouwelijke traditie, en (3) de verlichtingstraditie. Dit hoofdstuk bespreekt de eerste twee tradities. In deze tradities worden bepaalde waarden tot uitgangspunt genomen. Op grond van deze waarden wordt bepaald hoe een zorgverlener op een moreel zo goed mogelijke manier met zijn patiënten behoort om te gaan. In de praktijk zijn die waarden lang niet altijd te verwezenlijken. Bovendien blijven zich telkens nieuwe vragen voordoen, zodat ook vanuit een bepaalde traditie niet steeds duidelijk is wat gedaan moet worden. Dat betekent dat de waarden die in deze tradities een centrale rol spelen, voortdurend opnieuw moeten worden doordacht om te komen tot een zo verantwoord mogelijke hedendaagse praktijkuitoefening.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

4. Verlichtingstraditie: respect voor autonomie

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft het belang en de reikwijdte van het begrip respect voor autonomie als een moreel beginsel in de ethiek van de gezondheidszorg. Het hoofdstuk start met een analyse van de wortels van respect voor autonomie in de traditie van de verlichting en de redenen waarom autonomie zo belangrijk is geworden in de ethiek van de gezondheidszorg. Vervolgens wordt aangegeven op welke filosofische theorieën dit begrip kan worden gefundeerd. Het hoofdstuk behandelt de concretisering van deze morele plicht in het beginsel ínformed consent oftewel het vereiste van geïnformeerde en vrije toestemming voor behandeling en deelname aan wetenschappelijk onderzoek. Aan de hand van concrete voorbeelden wordt aangegeven hoe het beginsel van respect voor autonomie kan worden toegepast en welke spanningen daarbij kunnen optreden met de beginselen van weldoen en niet-schaden. Het hoofdstuk besteedt aandacht aan het begrip wilsbekwaamheid, de problematiek van vervangende besluitvorming en ethische vragen rond de wilsverklaring. Er wordt ingegaan op het begrip paternalisme alsmede het morele verschil tussen positieve en negatieve autonomie. Het hoofdstuk sluit af met kritiek op een individualistische invulling van het respect voor autonomie en met de roep om een relationele invulling van dit beginsel. 
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

5. Doelen van gezondheidszorg

Samenvatting
De vraag naar gezondheidszorg is sterk toegenomen. Gezondheid is voor velen de belangrijkste waarde in het leven. Van de medicus wordt een oplossing verwacht voor velerlei aandoeningen, gebreken en tegenslagen die de mens treffen. Tegelijkertijd is door wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen het aanbod van voorzieningen gegroeid. De wisselwerking tussen verwachtingen en mogelijkheden vergroot voortdurend het terrein van de zorg. Daarmee nemen  de kosten enorm toe, waardoor problemen ontstaan. Worden mensen op deze manier niet te zeer afhankelijk van gezondheidszorg? Krijgt de arts bovendien niet allerlei problemen voorgelegd die liggen op terreinen waarop hij niet deskundig is? Deze vragen geven aanleiding tot een ethische discussie over de doelen van gezondheidszorg.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

6. Keuzen in de zorg

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de ethische problematiek die samenhangt met de schaarste aan middelen in de gezondheidszorg. Schaarste betekent in dit verband dat de vraag naar zorg geen gelijke tred houdt met de beschikbare middelen en dat er keuzen gemaakt moeten worden ten aanzien van de vraag welke zorg wel en welke niet kan worden verleend. Schaarste in de zorg kan er ook toe leiden dat er keuzen moeten worden gemaakt welke patiënten voorrang zouden moeten krijgen. Het hoofdstuk begint met een analyse van de achtergronden van de schaarste in de zorg en de mogelijke oplossingen die in dit verband worden voorgesteld. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag wat als noodzakelijke zorg moet worden beschouwd en hoe dit zou moeten worden vastgesteld. Er wordt aandacht besteed aan ethische theorieën die kunnen worden gehanteerd bij het vaststellen van noodzakelijke zorg en bij andere beslissingen met betrekking tot de verdeling van zorg. Het hoofdstuk gaat verder met een beschouwing over de betekenis van solidariteit als belangrijke waarde in de Nederlandse gezondheidszorg. Er wordt uitgelegd wat het verschil is tussen prioritering en rantsoenering van zorg, en welke criteria zouden kunnen worden gehanteerd bij de selectie van patiënten. Het hoofdstuk sluit af met een analyse van de marktwerking in de zorg en de impact hiervan op de solidariteit.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

7. Professionaliteit

Samenvatting
Professionaliteit vormt voor hulpverleners de basis voor een goed functioneren en het vertrouwen van de patiënt in zijn zorgverleners. De patiënt moet erop kunnen vertrouwen dat de zorgverlener zijn kennis en vaardigheden volledig benut voor het beschermen en herstellen van diens gezondheid. Dit hoofdstuk gaat over de vraag wat een zorgverlener tot een medische professional maakt, welk gedrag daarbij hoort (en welk niet) en hoe dit gewaarborgd kan worden. De relatie zorgverlener-patiënt heeft bijzondere kenmerken, die voortvloeien uit de medische professionaliteit. Vertrouwen is het centrale begrip in die relatie. De zwijgplicht (of geheimhoudingsplicht) vormt de kern van de hippocratische traditie en is de hoeksteen van die vertrouwensrelatie.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

8. Zorg

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de ethische aspecten van zorg, in het bijzonder de zorg voor mensen met een chronische ziekte. Het hoofdstuk geeft aan waarom de zorg voor chronisch zieken om een andere benadering en een andere ethiek vraagt dan de acute zorg. Er wordt aandacht besteed aan de zorgethiek, de nadruk daarin op de afhankelijkheid van de chronisch zieke en het belang van solidariteit en verantwoordelijkheid als ethische grondhouding. Het hoofdstuk gaat voorts in op ethische aspecten van het werken met protocollen en richtlijnen in de chronische zorg, zoals de mogelijke inperking van de autonomie van de patiënt en van de professionele autonomie van de hulpverlener. Er wordt ruim aandacht besteed aan de zorg in het verpleeghuis en de impact van hospitalisatie en dagelijkse routines op de autonomie van de verpleeghuisbewoner. Het hoofdstuk gaat daarbij tevens in op ethische vragen rond het gebruik van beschermende maatregelen in het verpleeghuis. Het hoofdstuk behandelt vervolgens de ethische en juridische aspecten van dwangbehandeling en dwangmaatregelen in de psychiatrie en (in de nabije toekomst) in andere sectoren. Er wordt uitgelegd wat het morele verschil is tussen dwang en drang, en welke verschillende concepties van autonomie daarbij een rol spelen. Het hoofdstuk sluit af met een beschouwing over de ethische aspecten van de geriatrie en de bijzondere positie van de oudere patiënt.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

9. Technologische interventie

Samenvatting
De snelle ontwikkeling en toepassing van technologie in de gezondheidszorg hebben mede geleid tot een nieuwe oriëntatie in de medische ethiek, zoals eerder beschreven in H. 2. Medische technologie geeft voortdurend aanleiding tot ethische vraagstukken, vooral in relatie tot doelen van zorg en keuzen in de zorg (zie H. 5 en 6). Deze wisselwerking tussen ethiek en technologie roept de vraag op of en hoe technologische ontwikkelingen moreel beoordeeld worden. Loopt ethiek niet altijd achter de technologische vooruitgang aan? In dit hoofdstuk staat de evaluatie van medische technologie centraal. Daarbij wordt in het bijzonder gekeken naar voortplantingsgeneeskunde, abortus provocatus en transplantatiegeneeskunde.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

10. Wetenschappelijk onderzoek

Samenvatting
Wetenschappelijk onderzoek is onontbeerlijk om vooruitgang te boeken in behandelmethoden voor bestaande en nieuwe ziekten. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek en aan de wijze waarop ethische toetsing van mensgebonden onderzoek in Nederland plaatsvindt. Iedere arts kan in haar of zijn werkkring te maken krijgen met wetenschappelijk onderzoek en zal dan een uitspraak moeten kunnen doen over de morele aanvaardbaarheid van dat onderzoek. Hierbij gaat het vaak om concrete problemen en risico’s van bepaalde handelingen of geneesmiddelen. Om in zo’n concreet geval een dergelijke uitspraak te kunnen doen, is inzicht in en reflectie op de grenzen en mogelijkheden van wetenschappelijke kennis noodzakelijk. Vooral in de twintigste eeuw zijn ethische kaders tot stand gekomen om het wetenschappelijk onderzoek te toetsen en te kanaliseren. In dit hoofdstuk bespreken we deze kaders. Nieuwe (hoogtechnologische) ontwikkelingen zoals regeneratieve geneeskunde, genetische modificatie, gebruik van big data en biobanken vormen een uitdaging voor deze kaders. Ook hier gaan we op in.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

11. Diagnostiek

Samenvatting
Diagnostiek vormt de kennisgrond voor het instellen van een therapie en legitimeert in hoge mate medische handelingen en ingrepen. Toch is het diagnostische proces niet onproblematisch en heeft het ook ethische implicaties. Over die ethische kanten handelt dit hoofdstuk, zowel in verband met de gewone diagnostiek, als ook in verband met diagnostische technologieën die bijzondere vormen van diagnostiek mogelijk maken, zoals vroegdiagnostiek, prenatale diagnostiek, pre-implantatiediagnostiek en erfelijkheidsonderzoek.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

12. Behandeling

Samenvatting
Diagnostiek wordt meestal gevolgd door behandeling. Patiënten verwachten van de geneeskunde dat hun klachten en symptomen behandeld worden. Het ideale doel van ingrijpen is curatie van ziekte en herstel van gezondheid. In veel gevallen wordt dit doel echter niet bereikt. Soms wordt een intensieve behandeling ingesteld die uiteindelijk meer kwaad dan goed blijkt te doen. De laatste jaren is er in de ethiek dan ook veel discussie over de grenzen van het behandelen. Is het bij een aantal patiënten niet beter van een mogelijke behandeling af te zien of een ingezette behandeling te staken? Soms lijkt het voor patiënten beter dat niet alles op alles wordt gezet om hun leven te redden of te verlengen. Tegelijkertijd is er een enorme discussie over de vraag of de arts de patiënt niet moet bijstaan in zijn sterven door de dood een handje te helpen. Daarmee krijgt het begrip ‘behandeling’ een andere dimensie.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

13. Preventie

Samenvatting
Ethische problemen bij preventie hebben te maken met een spanningsveld tussen het autonome individu, concrete andere individuen en de gemeenschap. Dit spanningsveld is zichtbaar in de verschillende morele argumenten waarmee preventieve activiteiten gerechtvaardigd worden: het tot stand brengen van gezondheidswinst voor het individu, het voorkomen van schade aan derden en het bevorderen van het algemeen belang, bijvoorbeeld volksgezondheid of kostenbesparing. In dit hoofdstuk worden met name de ethische aspecten van drie vormen van preventie bekeken: bescherming tegen infectieziekten, vroege opsporing van ziekte en risico’s door middel van screening, en bevordering van een gezonde leefstijl. In het hedendaagse gezondheidsbeleid ligt de nadruk vooral op gezondheidsvoorlichting en -opvoeding en op het belang van eigen verantwoordelijkheid voor de gezondheid. Vervolgens komt de actuele discussie over drugsverslaving aan de orde. Ten slotte worden enkele actuele problemen in public health besproken.
H. A. M. J. ten Have, R. H. J. ter Meulen, M. C. de Vries, B. C. ter Meulen

Nawerk

Meer informatie