Skip to main content
main-content

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Inleiding

Hulpverleners hebben de ervaring dat veel van hun cliënten gezondheidsproblemen ontwikkelen en onderhouden door hun manier van leven. Het is bekend dat leefstijl hierbij een belangrijke rol kan spelen. Ook wordt steeds duidelijker dat met een gezonde leefstijl veel gezondheidswinst te realiseren valt. Dit weten de meeste medisch specialisten, huisartsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, psychologen, diëtisten en andere hulpverleners. Toch valt op dat er weinig concrete hulpverlening plaatsvindt die specifiek gericht is op het veranderen van leefstijl.

Maarten Bijma, Max Lak

Uitgangspunten voor leefstijlcoaching

Voorwerk

1 Perspectieven op leefstijlproblematiek en uitgangspunten voor coaching

Gezondheid hangt samen met persoonlijke competenties.

Gedrag is complex en nooit volledig te voorspellen. Het verloopt deels patroonmatig en hangt samen met zowel ‘nature’ als ‘nurture’. Gedrag is contextafhankelijk.

Stress speelt een lastige dubbelrol.

Gedragsverandering kent verschillende fasen. Leefstijlproblematiek kent vele facetten en is niet toevallig.

Een professional moet vanuit verschillende perspectieven kijken naar leefstijl en zich oriënteren op de beweegredenen van de cliënt. Hij werkt met gespreksmodellen die gebaseerd zijn op het ‘shared’ model, moet vroegtijdig focussen op oude gewoonten (zoals etiketteren) en moet afleren dominant-directief te zijn. Ook de gedragsverandering van professionals verloopt in fasen.

Motiverende gespreksvoering kent, behalve technieken die de leefstijlcoach kan inzetten om de cliënt te ondersteunen, ook een grondhouding. De technieken ondersteunen de leefstijlcoach bij het ‘uitoefenen’ van deze houding.

Maarten Bijma, Max Lak

2 Kernvragen bij het Leefstijl en Gezondheid-model

Er bestaat geen ‘quick fix’ voor leefstijlproblematiek. De werkelijkheid van leefstijlverandering is zo complex dat een eclectische werkwijze, geborgd in de praktijk van alledag, wetenschappelijk onderzoek en gezond verstand een passende keuze is om te komen tot een methodiek.

In het KLG-model draait het om vier kernvragen:

1

Loop ik (extra) risico’s vanwege mijn leefstijl?

2

Wat zijn voor mij passende keuzes?

3

Hoe kan ik mijn keuze(s) omzetten in gedrag?

4

Hoe kan ik duurzaam veranderen?

Mensen hebben vaak ondersteuning nodig om zich bewust te worden van de persoonlijke risico’s die verbonden zijn aan hun leefstijl. Passende keuzes hangen samen met individuele eigenschappen en de omgeving en niet alleen met de aard van de ongezonde routines.

Kiezen voor gedragsverandering is geen garantie voor daadwerkelijke verandering. Het omzetten van keuzes in gedrag is complex en wordt door vele factoren bepaald. Duurzame gedragsverandering hangt samen met nieuwe routine, een veranderde relatie met de omgeving en misschien zelfs een verandering van identiteit.

Een verandercyclus kent een logische volgorde. Soms spelen voor mensen vragen uit verschillende fasen tegelijkertijd een rol. De persoonlijke vraagstelling van de cliënt is bepalend voor de vragen die in het proces van begeleiden centraal staan. De leefstijlcoach moet erop toezien dat relevante thema’s niet onbesproken blijven.

Maarten Bijma, Max Lak

3 Screening en indicatiestelling

Screening is een voorwaarde om te komen tot een indicatiestelling voor leefstijlcoaching. Screening is gericht op leefstijl, lichamelijke toestand, stressgerelateerde verschijnselen en verandervaardigheden. Ook de uitkomst dat iemand (nog) niet geïndiceerd is voor leefstijlcoaching, is van grote waarde.

Screening draagt bij aan het samenwerken met relevante andere hulpverleners en vindt zo mogelijk plaats op basis van generieke normen, zoals de Beweegnorm of normen voor fysiologische effectmaten.

Maarten Bijma, Max Lak

Werken met het KLG-model

Voorwerk

4 Kernvraag 1: loop ik (extra) risico’s vanwege mijn leefstijl?

Dit hoofdstuk gaat over de eerste fase van het KLG-model. De kernvraag in deze fase is: loop ik (extra) risico’s vanwege mijn leefstijl? Deze fase kenmerkt zich door het gegeven dat mensen zichzelf, al dan niet expliciet, vragen stellen over de relatie tussen hun leefstijl en hun (latere) gezondheid. De leefstijlcoach kan zich, samen met de cliënt, op de kernvraag van deze fase oriënteren, aan de hand van een aantal subvragen.

Is de juiste kennis aanwezig?

leefstijl (eigen gedrag versus normen);

fysieke gevolgen van leefstijl (eigen lichaam versus normen);

de relatie tussen leefstijl, fysieke gevolgen en gezondheid.

Zijn er ‘cues to action’?

interne ‘cues’;

externe ‘cues’.

Wat zijn de ziektepercepties?

identiteit;

oorzaak;

tijdlijn;

controle;

consequenties.

Wat zijn de overtuigingen ten aanzien van risico op toekomstige ziekte of aandoening (ziekterisicorepresentaties)?

waarschijnlijkheid (identiteit, oorzaak, tijdlijn);

ernst (consequenties en controle).

Wat is de uiteindelijke risicoperceptie?

waarschijnlijkheid × ernst;

ontstaat er drang tot veranderen;

wat is de gevoelde urgentie.

Interventies in deze fase zijn:

cognitieve interventies (kennis, verbanden, persoonlijke duiding);

ervaringsgerichte interventies (ervaren en duiden van optredende effecten).

Maarten Bijma, Max Lak

5 Kernvraag 2: wat zijn voor mij passende keuzes?

De kernvraag ‘wat zijn voor mij passende keuzes?’ heeft betrekking op het voelen en nemen van verantwoordelijkheid, het formuleren van persoonlijke doelen, het kiezen van passende strategieën en het borgen van motivatie. Om tot een methodische analyse van deze fase te komen, staan de volgende vragen en thema’s centraal.

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

De cliënt en de leefstijlcoach bepalen samen wie welke verantwoordelijkheden heeft in het proces van gedragsverandering.

Verantwoordelijkheid nemen hangt samen met proactieve coping en reactieve coping.

Wat wil je bereiken?

Welke kernwaarden staan centraal?

Welke doelen en fasedoelen gelden?

Welke prioritering wordt gemaakt?

Welke strategieën passen bij de verschillende doelen?

Ben je gemotiveerd jouw doelen te bereiken?

Motivatie is hier gekoppeld aan strategie en bijbehorend gedrag.

Per strategie/gedrag is dit afhankelijk van de volgende thema’s: attituden (impliciet en expliciet), sociale invloeden (modelling, identificatie, steun en sociale normen) en verwachtingen over de effectiviteit van gedrag (zelfeffectiviteit en responseffectiviteit).

Maarten Bijma, Max Lak

6 Kernvraag 3: hoe kan ik mijn keuze(s) omzetten in gedrag?

In hoofdstuk 6 stonden we stil bij kernvraag 3: ‘hoe kan ik mijn keuze(s) omzetten in gedrag?’ Bij het omzetten van keuzes in concreet gedrag spelen een viertal vaardigheden een centrale rol:

uitvoervaardigheden;

motivatievaardigheden;

sociale vaardigheden;

vaardigheden om stress te beheersen.

Bij deze vraag zijn in de leefstijlcoaching de volgende vragen aan de orde:

Hoe ga je het precies uitvoeren?

Hoe blijf je gemotiveerd?

Hoe betrek je jouw omgeving bij het veranderen?

Hoe ga je met (verander)stress om?

Leren houdt ook in het loslaten van oude en het ontwikkelen en integreren van nieuwe gedragspatronen:

door naar anderen te kijken;

door te doen;

door achteraf of voorafgaand over gedrag na te denken.

De vraag: ‘hoe ga je het precies uitvoeren?’, laat zich na het formuleren van doelen en bijbehorende strategieën beantwoorden middels het bespreken van onder meer de volgende thema’s:

bewegen;

voeding;

meten gezondheidseffecten;

ziekten en aandoeningen;

pijn en vermoeidheid.

Het bespreken van ‘actie’ gaat steeds gepaard met de volgende vragen:

Wat ga ik precies doen?

Waar ga ik dat doen?

Wanneer ga ik dat doen?

Met wie ga ik dat doen?

Gemotiveerd blijven hangt samen met:

planning;

sub- en fasedoelen;

evalueren en belonen;

zelfcontrole;

rolmodellen;

implementatie intenties;

zelfeffectiviteit;

helpende context/sociale omgeving;

supportinstrumenten.

Bij het betrekken van de omgeving bij de veranderingen spelen de volgende gedragingen een rol:

assertief zijn;

gesprekken initiëren en voeren;

relaties uitdiepen;

empathie en aandacht;

aansluiting bij een ‘groep’;

sociale steun vragen en geven.

Omgaan met (verander)stress is helpend bij het bereiken van de gestelde doelen:

door bewust en frequent te ontspannen;

door prioritering en planning;

door relativering.

In deze fase is het essentieel te werken met een actieplan:

hoofdoel(en), strategieën, subdoelen, schema’s, planning;

evalueren (uitkomsten en proces) en belonen;

helpende en remmende dingen (gedachten, fysieke en sociale omgeving).

Maarten Bijma, Max Lak

7 Kernvraag 4: hoe kan ik duurzaam veranderen?

In dit hoofdstuk staan vragen en thema’s centraal die een rol spelen bij het proces van duurzame gedragsverandering. Vragen die in deze fase spelen rond duurzame gedragsverandering zijn:

Hoe bekrachtig je jezelf ?

Hoe ga je om met probleemsituaties?

Wanneer ben je ‘echt’ veranderd?

Bekrachtiging en feedback zijn voorwaarden voor duurzame gedragsverandering en kunnen vanuit verschillende ‘niveaus’ plaatsvinden:

gedrag (leefstijl);

inzet;

barrières;

proces van veranderen;

sociale omgeving.

Attributiestijlen zijn sterk bepalend voor de richting en uitkomsten van de zelfevaluatie:

realistische interne en externe attributie zijn essentieel;

disposities in attributie, zoals een structurele externe attributie.

Successen dragen bij aan een herevaluatie van het ‘zelf ’ en zijn daarmee steunend voor duurzame verandering. Probleemsituaties vragen om stimuluscontrole en strategieën om met de ontstane stress om te gaan. Je bent ‘echt’ veranderd indien een gezonde leefstijl net zo vanzelfsprekend is als de ‘oude’ ooit was:

er is sprake van een andere identiteit;

er is een optimale balans met de relevante omgeving, door sociale bevrijding en door beïnvloeding van de omgeving.

Maarten Bijma, Max Lak

Wetenschappelijke achtergronden

Voorwerk

8 Achtergrond van de verandermodellen

In dit hoofdstuk komen verschillende concepten en modellen over veranderen aan bod. Deze concepten en modellen vormen de wetenschappelijke achtergrond van (de uitgangspunten van) het KLGmodel. De besproken concepten en modellen bieden daarnaast een inhoudelijke verdieping. De volgende concepten en modellen zijn besproken.

Abstracte veranderconcepten:

persoon-omgeving-fit;

gedragsepisoden.

Concrete verandermodellen:

‘stages of change model’;

‘precaution adoption process model’;

(sociale) identiteit;

‘protection motivation theory’;

ASE-model;

‘social learning theory’;

(proactieve) coping;

ziektepercepties;

‘goal setting theory’.

Maarten Bijma, Max Lak

Nawerk

Meer informatie