Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Supervisie is een didactische methodiek, gericht op het leren uitvoeren van geprof- sionaliseerd werk in directe contactsituaties. Zij is de meest geprofessionaliseerde methodiek op het terrein van het professioneel begeleiden. Supervisie heeft een generiek karakter; dat houdt in dat ze te gebruiken is (en ook feitelijk gebruikt wordt) in opleiding en deskundigheidsbevordering van veel dien- verlenende beroepen. In dit handboek wordt het Nederlandse supervisieconcept, zoals dat vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ontwikkeld is, verdiept, wat tegelijk v- nieuwing inhoudt. Zo wordt geprofessionaliseerd werk beschreven als ‘door regels geleid handelen’. Het doel van supervisie kan in aansluiting daarop omschreven worden als het leren gebruiken van die regels in de concrete werksituatie. Hiermee wordt een belangrijk onderscheid aangebracht tussen het leren van kennis en vaardigheden en het leren gebruiken van die kennis en vaardigheden. Dit laatste is het leerdomein waarop sup- visie gericht is. In supervisie kun je leren afwegingen te maken tussen verschillende is- en doe-regels, die in een concrete werksituatie relevant zijn. De supervisant leert in supervisie te beslissen welke regels in een concrete situatie het meest bruikbaar zijn om betekenis te geven aan de situatie (is-regels) en om te volgen bij het handelen (doe-regels). Het gaat om heuristische regels, want het opvolgen van de regels geeft geen garantie dat het handelen doeltreffend zal zijn. Dit verwijst naar de aard van de kennis waarop de regels steunen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Inleiding

Abstract
Supervisie is een didactische methodiek, gericht op het leren uitvoeren van geprofessionaliseerd werk in directe contactsituaties. Zij is de meest geprofessionaliseerde methodiek op het terrein van het professioneel begeleiden.
Frans Siegers

WAT IS SUPERVISIE?

Voorwerk

1. SUPERVISIE

Abstract
Als iemand supervisie geeft, dan heeft hij (supervisor) op vastgestelde tijden besprekingen met zijn supervisant(en). Deze bijeenkomsten kunnen wat tijd betreft variëren van drie kwartier tot twee uur, en wekelijks of per veertien dagen plaatsvinden. In die bijeenkomsten bespreekt de supervisant de ervaringen met zijn werk sinds de vorige supervisiebijeenkomst en bijvoorbeeld de vragen die deze ervaringen bij hem opriepen. De bedoeling van supervisie is dat de supervisant, door zijn werk te bespreken, leert dit werk via reflectie beter uit te voeren. De supervisor is degene die dit leren begeleidt, door de condities te scheppen die een zo groot mogelijke kans geven dat er inderdaad leren plaatsvindt. Dit doet de supervisor door de supervisiesituatie methodisch te hanteren, onder meer door zelf daarin op een bepaalde manier te functioneren.
Frans Siegers

2. POSITIES, PERSONEN, SITUATIES EN KADERS

Abstract
In dit hoofdstuk wil ik supervisie verder introduceren door supervisie te bekijken vanuit het perspectief van de begrippen positie, persoon, situatie en kader.
Frans Siegers

3. ONTSTAAN EN PROFESSIONALISERING

Abstract
Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Beide zijn gericht op de geschiedenis van supervisie. Op de eerste plaats bespreek ik het ontstaan van supervisie in samenhang met de ontwikkeling van de psychoanalyse en het Amerikaanse ‘social work’, terwijl vervolgens de professionalisering van supervisie in Nederland aan de orde komt.
Frans Siegers

UITGANGSPUNTEN VAN SUPERVISIE

Voorwerk

4. HANDELEN OP BASIS VAN KENNIS

Abstract
Supervisie is gericht op werk dat op basis van specifieke kennis en vaardigheden uitgevoerd wordt. Het is dan ook niet toevallig dat supervisie ontstaan is toen er voor de uitvoering van het werk meer kennis en vaardigheden nodig waren dan in de werksituatie zelf onder leiding van een meester te leren vielen. Er kwam zo een scheiding tussen de situatie waarin het werk geleerd werd en de situatie waarin het werk uitgevoerd werd. De overgang van leren naar werken werd een opgave die dat vooraf niet was. Een vergelijking met de leermeester-leerlingsituatie (‘apprenticeship’-situatie) kan dit verduidelijken.
Frans Siegers

5. METHODIEK

Abstract
Als iemand vraagt wat supervisie is, zou je kunnen antwoorden dat het bij supervisie gaat om een bepaalde methodiek, die erop gericht is anderen te leren hun werk (beter) uit te voeren. Methodiek is een belangrijk begrip in de supervisiekunde, net als in andere vormen van professioneel werken met mensen, die al dan niet als ‘kundes’ worden aangeduid (bijv. psychotherapie, verpleegkunde, onderwijskunde). Met het begrip ‘methodiek’ verwijst de supervisor naar een specifiek referentiekader, dat zijn handelen richting geeft en waarmee hij zijn optreden voor zichzelf en anderen kan verduidelijken.
Frans Siegers

6. DOELEN

Abstract
Beginnen met de praktijk: een belangrijke fase in het leven van iedere beroepswerker. Vaak vindt die plaats binnen het kader van een beroepsopleiding in de vorm van een stage. In de opleiding (hbo/wo) is de student zo goed mogelijk voorbereid op de praktijk. Hij heeft geleerd over het beroep, zich mogelijk ook georiënteerd in de praktijk, heeft zich een beeld kunnen vormen van wat het werk zoal inhoudt, heeft geleerd zich te verplaatsen in de cliënten en doelgroepen van het beroep en heeft al oefenend belangrijke vaardigheden verworven. Ook is er een begin van een beroepshouding ontwikkeld. En dan komt de praktijk: de student wordt nu een werker die in relatieve zelfstandigheid het beroepswerk uitvoert.
Frans Siegers

THEMATISCHE DWARSDOORSNEDE: SYSTEMEN EN STRUCTUREN

Voorwerk

7. DE PERSOON

Abstract
De persoon is in supervisie erg belangrijk: zowel de persoon van de supervisant als de persoon van de supervisor. Dat is in de vorige hoofdstukken al naar voren gekomen. Het geldt zowel voor supervisie zelf als voor het werk dat de supervisant in supervisie leert uitvoeren.
Frans Siegers

8. HET WERK

Abstract
In supervisie leert de supervisant integratief te functioneren in de uitvoering van zijn werk. Integratief functioneren op het eerste en tweede niveau tezamen genomen vormt de sleutel voor elke vorm van professioneel werken met mensen in directe contactsituaties. Ze vertegenwoordigen centrale zoekschema’s voor elke vorm van methodisch handelen op dit terrein. In het vorige hoofdstuk besprak ik de integratie op het eerste niveau en in dit hoofdstuk besteed ik aandacht aan de integratie op het tweede niveau: het functioneren vanuit de samenhang van persoon, beroep en concrete werksituatie. Was de aandacht in het vorige hoofdstuk op de persoon gericht, nu staat het werk centraal, met het geprofessionaliseerde beroep en de concrete werksituatie waarin het beroep wordt uitgeoefend als voornaamste referentiekaders voor de uitvoerder. Integratief functioneren op het tweede niveau maakt iemand gevoelig voor de wijze waarop zijn persoon, zijn beroep en de concrete werksituatie in zijn gedrag verdisconteerd (moeten) zijn: het gaat immers om de samenhang tussen persoon, beroep en concrete werksituatie.
Frans Siegers

9. LEREN

Abstract
In dit hoofdstuk bouw ik voort op wat ik in hoofdstuk 6 ontwikkeld heb. Eerst zeg ik iets over de opvatting over leren waarvan in supervisie wordt uitgegaan (zie par. 9.1). Het gaat in supervisieleren om intentioneel leren, leren op basis van zelfsturing en om een constructivistische opvatting over leren waarin de supervisant als lerende centraal staat.
Frans Siegers

10. TAAKGERICHTE INTERACTIE

Abstract
Supervisie is begeleid leren. Begeleiding betekent beïnvloeding. In supervisie vindt die beïnvloeding plaats in de interactie tussen supervisor en supervisant in de supervisiesituatie. Deze beïnvloeding is wederzijds.
Frans Siegers

11. RELATIE EN COMMUNICATIE

Abstract
In hoofdstuk 10 werd de wederzijdse beïnvloeding in supervisie belicht vanuit de invalshoek van taakverdeling en situatiedefinitie. In dit hoofdstuk wordt uitgegaan van de persoon: wat is er, uitgaande van de persoon, te zeggen over de wijze waarop in supervisie beïnvloeding plaatsvindt? Globaal gesteld beïnvloeden personen elkaar door contact te maken, relaties aan te gaan en op basis daarvan met elkaar te communiceren. Beïnvloeding tussen personen vindt plaats binnen de context van relaties. Daarom ga ik eerst in op de supervisierelatie. Daarna besteed ik aandacht aan communicatie, want in relaties beïnvloedt men elkaar door middel van communicatie (zie par. 11.6 e.v.).
Frans Siegers

12. HET NON - VERBALE

Abstract
Dit hoofdstuk gaat over het non-verbale in supervisie. Het sluit aan op de twee vorige hoofdstukken waarin de non-verbale communicatie wel aangeduid maar niet uitgewerkt werd. De invloed van non-verbale communicatie op het menselijk functioneren en dus ook op de interactie in supervisie kan moeilijk overschat worden, want zij is erg groot. Tegen die achtergrond is het opvallend dat er in onze westerse cultuur relatief weinig gerichte aandacht voor die non-verbale communicatie is. We worden er niet in opgevoed, maar moeten er ons door middel van aparte specifieke scholing in bekwamen. Met andere woorden: de non-verbale communicatie hoort niet tot het basispakket van onze socialisatie, maar is meer het terrein van degenen die daarin speciaal geïnteresseerd zijn. Dit geldt niet alleen voor de primaire socialisatie. Ook in de mensgerichte beroepen is er geen sprake van een algemene beroepssocialisatie met betrekking tot de non-verbale communicatie. Op grond daarvan is het begrijpelijk dat ook in supervisie de non-verbale communicatie vaak minder aandacht krijgt dan gezien haar invloed op het menselijke functioneren gewenst zou zijn.
Frans Siegers

13. TYPEN SUPERVISIE

Abstract
Typen supervisie zijn een indeling van opdrachtgevers van supervisie. Dat zijn degenen die supervisoren verzoeken aan iemand supervisie te geven. In dit verband wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen opleidingssupervisie of instellingssupervisie en supervisie op initiatief van de supervisant zelf (Siegers & Haan, 1988, p. 69).
Frans Siegers

14. VORMEN VAN SUPERVISIE

Abstract
Vorm in supervisie betreft de contactsituatie, waarin supervisie plaatsvindt.
Frans Siegers

15. INTERVISIE

Abstract
Intervisie is een term die voor verschillende soorten collegiale activiteiten (Jagt & Rombout, 1992, 1993; Van Praag, 1993) en binnen verschillende kaders (Van Praag, 1987a) wordt gebruikt. Het is tevens een activiteit waarbij nogal eens begeleiding wordt gevraagd, vandaar het paradoxale verschijnsel begeleide intervisie en de opkomst van de intervisor (Jagt & Rombout, 1992; Siegers, 1995, 1999). Intervisie werd in de praktijk een containerbegrip (Zier, 1989). Jagt en Rombout deden onderzoek en brachten intervisie voor het eerst concreet in beeld. Zo’n situatie vraagt om verduidelijking van wat onder intervisie verstaan moet worden, vooral als het de bedoeling is het in een professioneel kader te plaatsen en verder te ontwikkelen. De vraag om duidelijkheid dringt te meer als er vaak begeleiding nodig is om intervisiegroepen op gang te krijgen. De intervisor, zoals de begeleider van een intervisiegroep wordt genoemd, zal ten minste toch zelf moeten weten wat intervisie inhoudt om een groep te kunnen helpen een intervisiegroep te worden.
Frans Siegers

SUPERVISIE VAN BEGIN TOT EIND

Voorwerk

16. PROCESSEN EN PROCESMATIG WERKEN

Abstract
Dit hoofdstuk gaat over processen en procesmatig werken in supervisie. Processen betreffen ontwikkelingen die zich onder meer in personen en in situaties (kunnen) voordoen. Dat is bijvoorbeeld het geval als een supervisant iets geleerd heeft: er is dan in hemzelf iets veranderd. Eerst slaagde hij er niet in bruikbare vragen te stellen aan zijn cliënt en nu lukt hem dat wel; hij heeft iets geleerd! Processen beschrijven zulke veranderingen en ze geven ook aan op welke wijzen dergelijke veranderingen tot stand komen. In het voorbeeld hierboven bleek de supervisant pas te kunnen leren om bruikbare vragen te stellen toen hij zich ging verplaatsen in zijn cliënten.
Frans Siegers

17. VOORFASE

Abstract
Het doel van de voorfase van supervisie is de student of supervisant voor te bereiden op de supervisie. Dit kan zo verstaan worden als zou de voorfase een soort introductie op supervisie inhouden: de supervisant wordt op de hoogte gesteld wat supervisie is en wat van hem als supervisant verwacht wordt. Dit geeft echter een verkeerd beeld. De voorfase van supervisie is met name bij opleidingssupervisie een erg complexe aangelegenheid. Daarom zal het in dit hoofdstuk vooral over de voorfase in opleidingssupervisie gaan. De voorfase is bij opleidingssupervisie complex omdat opleidingen die supervisie in hun curriculum hebben, naast binnenschools leren ook leren kennen dat met de praktijk verbonden is. Dit buitenschoolse leren veronderstelt een bepaalde inrichting van de opleiding ook wat het binnenschoolse leren betreft (Jagt e.a., 1995, p. 44). Daarnaast zal dit buitenschoolse leren zelf ook aan bepaalde eisen moeten voldoen en zal supervisie als een vorm van professioneel begeleiden zich af moeten kunnen stemmen op andere vormen van begeleiding, die de beroepsopleiding kent.
Frans Siegers

18. CONTRACTERING EN BEGINNEN

Abstract
In de supervisieliteratuur worden contractering en ‘beginnen in supervisie’ niet duidelijk van elkaar onderscheiden. Dit is opmerkelijk omdat het wel om een belangrijk onderscheid gaat. Ik bespreek waarom het voor de supervisor belangrijk is om deze twee fasen duidelijk van elkaar te onderscheiden (zie par. 18.1). Vervolgens ga ik kort in op de vraag waarom supervisoren toch vaak de twee fasen in elkaar laten overlopen (zie par. 18.2). In aansluiting daarop bespreek ik wat onder contractering in supervisie verstaan wordt (zie par. 18.3) en wat het inhoudt (zie par. 18.4-18.5). Daarna besteed ik aandacht aan de beginfase in supervisie (zie par. 18.6). Ik introduceer twee heuristische regels voor de eerste bijeenkomst en bespreek ze daarna (zie par. 18.7-18-9). Vervolgens geef ik vijf heuristische regels voor de beginfase in haar geheel en bespreek de eerste drie (zie par. 18.10). Deze gaan over het functioneren van de supervisor in de beginfase. De twee andere regels komen daarna aan de orde (zie par. 18.11). Ze betreffen de functies die de beginfase in het supervisie leerproces vervult. Daarbij blijkt hoe belangrijk het is dat van alle fasen duidelijk wordt welke bijdrage ze aan het supervisieleerproces leveren.
Frans Siegers

19. VOOR EN NA DE BIJEENKOMST

Abstract
Supervisoren verschillen in de wijze waarop ze zich op elke bijeenkomst voorbereiden en hoe ze na afloop de bijeenkomst afronden. Er zijn supervisoren die het hoofdaccent op de bijeenkomst zelf leggen en weinig aandacht hebben voor ervoor en erna. Andere supervisoren hechten juist veel waarde aan een goede voorbereiding, maar besteden in verhouding daarmee weinig aandacht aan de afronding. Soms hangt het ook af van de bijeenkomst: er zijn supervisoren die alleen uitvoerig bezig blijven met de bijeenkomst als het niet zo lekker liep, terwijl anderen als regel tijd inruimen voor afronding. Ook krijgen (m.n. beginnende) supervisoren wel eens het goed bedoelde advies om zich maar niet te grondig op supervisie voor te bereiden (Alting von Geusau & Runia, 1991, p. 75). Hoe er door supervisoren wordt voor bereid en afgerond kent grote verschillen: er zijn supervisoren die na afloop er vooral in zichzelf mee bezig blijven, anderen maken korte notities of schrijven juist veel op. Er zijn ook supervisoren die er vooral op gericht zijn zich na afloop te ontspannen. Wat betreft het voorbereiden van supervisie zijn er ook veel variaties. Eerst de inbreng van de supervisant afwachten of juist zeer gericht eerst jezelf voorbereiden, enzovoort.
Frans Siegers

20. MIDDENFASE

Abstract
Globaal gesteld gaat het in dit hoofdstuk vooral over twee thema’s. Ten eerste wordt het verder uitgewerkte zicht op supervisie dat ik in dit handboek ontwikkelde toegelicht en verduidelijkt in zijn consequenties voor doelen, begeleiding en opgaven voor de supervisant. Op de tweede plaats wordt supervisieleren als een complexe vorm van leren uitgewerkt.
Frans Siegers

21. AFRONDEN EN AFSCHEID NEMEN

Abstract
Eindigen in supervisie is een proces in twee fasen. In de eerste fase van eindigen wordt de supervisie afgerond. Daarmee eindigt de samenwerking tussen supervisor en supervisant op basis van een specifieke relatie en gericht op leren van de supervisant. De tweede fase van eindigen betreft het contact tussen supervisor en supervisant: ze nemen afscheid zoals ze begonnen zijn, want de specifieke relatie is opgeheven.
Frans Siegers

Nawerk

Meer informatie