Skip to main content
main-content
Top

2022 | Boek

GGZ in de wijk

Participatief samenwerken in het sociaal en verpleegkundig domein

Redacteuren: Jasmijn de Lange, Dr. Rosalie Metze, Koen Westen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Dit boek helpt bij de ontwikkeling van goede integrale zorg in de wijk voor mensen met psychische aandoeningen. Het beantwoordt de vraag wat goed hulpverlenerschap in de huidige ggz betekent. Daarbij richt het zich in de eerste plaats op (aankomende) sociale en verpleegkundige professionals. Ook is het waardevol voor iedere professional die betrokken is bij mensen met psychische problematiek in de wijk, en die de integrale dienstverlening in het netwerk wil verbeteren.

GGZ in de Wijk bevat veel praktische informatie, en voorziet de moderne netwerkprofessional van nieuwe kennis, nieuwe vaardigheden en innovatieve inzichten. Het boek is opgebouwd uit drie delen: kijk op de wijk, praktijk in de wijk, en dilemma’s in de wijk. Het eerste deel schetst het landschap en de ontwikkelingen. Het tweede gaat in op interdisciplinair samenwerken en sociale interventies. Het derde biedt een reflectie op het werken in de wijk. De inhoud en opbouw van het boek passen goed bij de beweging naar een leven lang leren. Het is geschikt voor verschillende opleidingsjaren, opleidingen en niveaus, en praktisch toepasbaar in de dagelijkse (stage)praktijk.

Jasmijn de Lange is verpleegkundige, zorgethicus en onderzoeker in het Lectoraat Ggz & Samenleving, en werkt als docent voor deeltijdonderwijs ethiek, verpleegkunde en social work bij Hogeschool Windesheim. Rosalie Metze is sociaal werker en sociologe, en werkt voor Hogeschool Windesheim als associate-lector in het Lectoraat Ggz & Samenleving. Koen Westen is verpleegkundige met een master in social work en onderzoeker in het lectoraat Zorg rondom het Levenseinde. Daarnaast is hij docent Verpleegkunde bij Avans Hogeschool, vicevoorzitter van het CCAF en senior-onderzoeker van de onderzoekslijn herstelondersteunende netwerkzorg in de ggz voor ggz-organisatie Reinier van Arkel.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Kijk op de wijk

Voorwerk
1. Ontwikkelingen in de wijk
Samenvatting
De zorg voor mensen met mentale en psychosociale (gezondheids)problemen is al eeuwen in ontwikkeling. De ggz heeft zich ontwikkeld van gesloten institutie voor vele gemarginaliseerde groepen tot een cluster van organisatievormen voor mensen met allerhande mentale gezondheidsproblemen. Deze transformatie van de ggz kent parallellen met de transitie in het sociaal domein. Gemeenten maken de beweging naar de burger, de samenleving en de wijk om zelfredzaamheid en eigen regie van eenieder te bevorderen. De ontwikkelingen in de ggz en het sociale domein duren voort. Beide lijken zich meer en meer te verenigen in een ecologisch netwerk voor mentale gezondheid, waarin de burger centraal staat en samenwerking de weg is.
Koen Westen, Jasmijn de Lange, Rosalie Metze
2. De rol van de competente professional in de wijk
Samenvatting
In de ggz wordt al jaren in meer of mindere mate interdisciplinair samengewerkt. In die jaren zijn er verschillende soorten samenwerkingsverbanden geweest, van meer op afstand tot nauwe betrokkenheid tussen verschillende disciplines. Samenwerken vergt het bundelen van krachten, maar dat de krachten soms schuren, hoort daar ook bij. Botsingen en wrijving vormen uitstekende leermomenten, zolang de verschillende partijen in staat zijn elkaars zienswijzen en standpunten te onderkennen en bereid zijn samen naar de best passende weg te zoeken voor de zorgvrager. Dit hoofdstuk gaat in op de expertise die de verpleegkundige en sociaal werker kan inbrengen in samenwerkingsverbanden ten behoeve van wijkbewoners die soms langdurig en soms tijdelijk kampen met psychosociale of psychiatrische hulpbehoeften. De kennis en vaardigheden die de verschillende professionals inbrengen worden beschreven, alsmede hun mens- en maatschappijbeelden. Beide beroepsgroepen weten na het lezen van dit hoofdstuk wat zij van elkaar kunnen en mogen verwachten.
Fuusje de Graaff, Jasmijn de Lange
3. Gezondheid, herstel en welzijn in de wijk
Samenvatting
De herstelbenadering en Positieve Gezondheid winnen momenteel terrein in de geestelijke gezondheidszorg. Herstel wordt gedefinieerd als een individueel proces gericht op het hervinden van de persoonlijke identiteit en het hernemen van de regie over het leven. Dat wat de hulpverlener doet om dit proces te ondersteunen, noemen we herstelondersteunende zorg. Herstel verloopt volgens verschillende fasen: overweldigd worden door de aandoening, worstelen met de aandoening, leven met de aandoening en leven voorbij de aandoening. Positieve Gezondheid wordt omschreven als het vermogen van de mens om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven om te gaan. De zes dimensies van Positieve Gezondheid zijn: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Zowel bij de herstelbenadering als bij Positieve Gezondheid kan het inzetten van ervaringskennis een belangrijke stimulerende en ondersteunende functie hebben. Dit kan vanuit de functie van verpleegkundige of sociaal professional, maar ook in de aparte functie van ervaringsdeskundige. Belangrijke waarden die ten grondslag liggen aan zowel de herstelbenadering als Positieve Gezondheid, zijn: mensenrechten, inclusie en participatie.
Rosalie Metze, Martinus Stollenga
4. Inspelen op de sociale dynamiek van wijken
Samenvatting
Een actuele vraag is hoe de ggz in de wijk optimaal vorm kan krijgen en welke middelen daarbij helpen. Processen zoals vergrijzing, vergroening, gentrificatie (opwaardering van een wijk op sociaal, cultureel en economisch gebied, omdat nieuwe kapitaalkrachtige bewoners instromen en de lagere klassen worden verdreven) en residualisering (goedkope woningen worden ‘passend’ toegewezen aan lage-inkomensgroepen en ‘bijzondere doelgroepen’, zoals mensen met fysieke beperkingen of psychische problemen of statushouders), kunnen zorgen voor onderlinge vervreemding in buurten en wijken. Verpleegkundigen of sociaal werkers kunnen op de processen invloed uitoefenen als community builder of ‘linkworker’. Dit houdt in: verbindingen leggen tussen bewoners onderling, tussen bewoners en formele organisaties, of tussen formele organisaties en zelforganisaties. Ze kunnen bijvoorbeeld zorgen voor plekken waar en momenten waarop wijkbewoners in een vrije veilige publieke ruimte kunnen praten, denken en debatteren met elkaar, zodat men kennisneemt van elkaars waarden, normen, talenten en behoeften. Methoden die kunnen bijdragen aan community development (gemeenschapsontwikkeling) zijn bijvoorbeeld de ABCD-methode en kwartier maken.
Fuusje de Graaff, Rosalie Metze, Saskia Welschen, Lex Veldboer
5. Juridische kaders en overheidsbeleid
Samenvatting
Wetgeving en het gemeentelijk beleid maken het voor bewoners met ggz-problematiek mogelijk deel te nemen aan de samenleving en bieden een basis voor herstel. Een wijkgerichte en integrale aanpak tussen betrokken instanties in een gemeente is een voorwaarde. In wetgeving moeten de mogelijkheden tot opvang, herstel en behandeling, vrijheid, privacy en zelfbeschikking worden gewaarborgd, tenzij sprake is van een ernstig nadeel voor zichzelf of een ander. Mensenrechten vormen hiervoor de basis. De wetten die de (medische) zorg en ondersteuning financieren en er voorwaarden aan stellen, zijn de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige Zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning. De Jeugdwet geldt voor de jeugd-ggz. De rechtspositie van bewoners wordt in de vrijwillige zorg bepaald door de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst, waarin het toestemmingvereiste en de geheimhoudingsverplichting zijn opgenomen. In de verplichte zorg geldt de Wet verplichte geestelijke gezondheidzorg (Wvggz) die ambulante verplichte zorg mogelijk maakt en meer ruimte biedt voor verplicht behandelen.
Anja Bunthof
6. Netwerkpartners in de wijk
Samenvatting
Het werk van professionals in de wijk voegt zich naar het netwerk van de burger en naar het netwerk van de aanwezige netwerkpartners in de wijk, gemeente en regio. Veelvoorkomende teams in de wijk zijn de sociale wijkteams vanuit het sociale domein en de FACT-teams vanuit de gespecialiseerde ggz. Sociale wijkteams zijn er in vele varianten en dragen zorg voor, coördineren of indiceren hulpbehoeften van burgers in een gemeente. De taakstelling kan vanuit een gemeente worden uitgebreid. FACT-teams behandelen mensen met een ernstige psychiatrische aandoening vanuit een multidisciplinair team dat in staat is de intensiteit van de zorg, binnen en buiten het team, flexibel op- en af te schalen. Deze teams werken per definitie op basis van gezamenlijke besluitvorming samen met de burger, naasten en andere netwerkpartners. Het is (mede) de verantwoordelijkheid van de professional om het formele en informele netwerk rondom de burger op te bouwen, te ondersteunen en er actief bij te betrekken.
Koen Westen, Martinus Stollenga
7. Integraal werken in de wijk
Samenvatting
Integrale dienstverlening, waarin een breed aanbod aan diensten naadloos en drempelloos wordt aangeboden aan mensen met complexe psychiatrische problematiek, is het antwoord op de complexe netwerken in de wijk. Er lijkt overeenstemming bereikt over de uitgangspunten voor goede integrale zorg, echter, de uitvoering is in iedere wijk of regio, door grote lokale verschillen, zeer divers. Ontwikkelingsmodellen zoals het DMIC en RMIC helpen om integrale zorg actiegericht in het netwerk te implementeren. Zo kan de mate en wijze van integrale zorg optimaal aansluiten bij de doelgroep, van integrale samenwerking in een transfer- of dienstenmodel tot het punt dat er volledig integrale, geïntegreerde, zorg geboden wordt in een kluwenmodel aan mensen met een zorgindicatie Ernstige Psychiatrische Aandoeningen.
Pim Peeters, Koen Westen
8. Destigmatisering
Samenvatting
Mensen met psychische aandoeningen worden vaak niet begrepen, gemeden of uitgesloten. Deze negatieve stereotypering, sociale afwijzing en maatschappelijke uitsluiting worden samengevat in het begrip ‘stigma’. We onderscheiden verschillende soorten stigma’s: (1) publiek stigma (opvattingen die in de samenleving voorkomen en zich uiten in een afstandelijke houding ten opzichte van de personen in kwestie); (2) structureel stigma (ongelijkheid verankerd in wet- en regelgeving, normen en procedures); en (3) zelfstigma (de personen in kwestie hebben de negatieve oordelen van anderen verinnerlijkt). Stigma is een grote barrière in het contact met andere mensen en voor deelname aan de samenleving. Basisprincipes om stigma tegen te gaan zijn: bevorderen van contact en interactie tussen mensen met en zonder psychische aandoening (contactinterventies), een genuanceerd beeld geven van de oorzaken en herstelkansen van psychische aandoeningen, persoonlijke verhalen delen en moeilijke onderwerpen niet uit de weg gaan. Voorbeelden van effectieve interventies zijn de cursus Mental Health First Aid en de Mensenbieb. Bij het tegengaan van zelfstigma helpt een herstelgerichte werkwijze vanuit professionals en ervaringsdeskundigen. Effectieve interventies bij zelfstigma zijn Honest Open and Proud en Photovoice. Bij destigmatisering in de wijk kunnen onder andere bewustwordingsbijeenkomsten een positieve bijdrage leveren.
Nicole van Erp, Jaap van Weeghel

Praktijk in de wijk

Voorwerk
9. Interdisciplinair samenwerken in de wijk
Samenvatting
Om goede zorg aan mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen te kunnen bieden is integraal, geïntegreerd en interdisciplinair werken noodzakelijk conform het kluwenmodel. Interdisciplinair werken vraagt van professionals een intensieve en praktische samenwerking vanuit de verschillende perspectieven van alle disciplines. Toch kent de praktijk enkele generieke uitgangspunten die door professionals gedeeld worden, zoals het streven naar kwaliteit van leven en algemeen welbevinden, het honoreren, bewaken en bevorderen van de rechten van de mens (met een beperking), beseffen deel uit te maken van een groter proces van dienstverlening en verantwoordelijkheid voelen voor zowel het eigen aandeel als voor het slagen van het interdisciplinaire proces als geheel. Met de nodige creativiteit en unieke uitgangspunten van iedere professional wordt in interdisciplinaire samenwerking een generiek proces ingezet van betrekken, begrijpen, handelen, evalueren en onttrekken. Methodisch en procesmatig wordt in de triade en op basis van gezamenlijke besluitvorming een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld en telkens geëvalueerd. Zo kan methodisch en in samenspraak de zorg worden afgeschaald, worden gestaakt of warm worden overgedragen.
Koen Westen, Pim Peeters
10. Sociale interventies voor de wijk
Samenvatting
Van professionals die in de wijk werken met mensen met mentale en psychosociale (gezondheids)problemen wordt een goedgevulde rugzak aan interventies verwacht. Hieruit kan geput worden op basis van gezamenlijke besluitvorming met de betrokken cliënt of gemeenschap. Met een sociale interventie wordt gericht een individu ondersteund of, meer collectief, een gemeenschap of groep burgers. Er zijn sociale interventies die methodisch een cliënt ondersteunen bij hulpbehoeften en waarbij de professional mogelijk een initiërende rol speelt; wel met als doel om zich overbodig te maken. Andere sociale interventies richten zich laagdrempelig en informeel op burgers met mentale, maatschappelijke, juridische of sociale hulpbehoeften. Burgers kunnen bijvoorbeeld trainingen en educatie ontvangen in een herstelacademie. Professionals kunnen ook praktische sociale instrumenten inzetten om de samenwerking met of rondom een cliënt effectiever te laten plaatsvinden, met als doel zorgafstemming, crisissignalering en herstelondersteuning. Samen met de betrokken steunbronnen kan iedere sociale interventie op kwaliteit worden geëvalueerd door regelmatig een kwaliteitsberaad te beleggen.
Koen Westen, Rosalie Metze

Dilemma’s in de wijk

Voorwerk
11. Reflectie op het samenwerken in de wijk
Samenvatting
Burgers in de Nederlandse samenleving mogen verwachten hun leven te kunnen leven in vrijheid en zich individueel te kunnen ontplooien tot unieke, autonome burgers. Zelfmanagement, eigen regie en een samenleving waarin men zelfredzaam is, zijn daarin belangrijke pijlers. Daaromheen zijn wetgeving, beleid en professioneel handelen gebouwd. Zoals besproken in de eerdere delen is de Wmo samen met de Wet verplichte ggz een stimulering tot lokale en wijkgerichte afstemming van zorg. Professionals, naasten en (ex-)cliënten zijn het steeds meer met elkaar eens dat begeleiding en zorg ontvangen in de eigen vertrouwde omgeving, ongeacht de problematiek, heel vanzelfsprekend zou moeten zijn; en dat daarbij, waar nodig en mogelijk, de omgeving wordt ingeschakeld. Deze gedachte, dat het bevorderen van zelfredzaamheid van burgers goed is, stelt professionals uit het sociaal domein, de zorg, de ggz en het onderwijs geregeld voor ingewikkelde dilemma’s. De praktijken zijn weerbarstig en complex. Enerzijds heb je oog voor het individu, anderzijds gaat het om de gehele wijk en moet je rekening houden met de systemen in de samenleving als geheel. De focus op eigen regie, zelfmanagement en zelfredzaamheid geldt niet voor iedereen. En de behoefte aan of mogelijkheid tot het inschakelen en versterken van het sociale netwerk is ook niet voor iedereen dezelfde. Er is niet één systeem dat past op ieder individu, één mal waar iedereen zomaar in past. Met deze onderlinge behoefteverschillen zullen professionals én systemen dus rekening moeten houden.
Jasmijn de Lange, Koen Westen, Rosalie Metze
Nawerk
Meer informatie
Titel
GGZ in de wijk
Redacteuren
Jasmijn de Lange
Dr. Rosalie Metze
Koen Westen
Copyright
2022
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-368-2795-9
Print ISBN
978-90-368-2794-2
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2795-9