Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Een professionele verpleegkundige heeft een brede, positieve visie op gezondheid. Deze visie is het uitgangspunt bij het verankeren van gezondheidsbevordering, gezondheidsvoorlichting, ziektepreventie en patiëntenvoorlichting in de verpleegkundige beroepsuitoefening. Het boek Gezondheidsbevordering door verpleegkundigen leert je zo'n professionele visie te ontwikkelen.

In het boek is aandacht voor de diverse gezondheidsdeterminanten, de verschillende vormen van preventie, gezondheidskundige interventies en patiëntenvoorlichting. Ook worden onderwerpen als leefstijl, de cyclus van gezondheidsbevordering, therapietrouw en de WGBO behandeld.

Het boek is bedoeld voor de mbo-opleiding voor verpleegkundigen (niveau 4), maar ook verpleegkundigen die al in de praktijk werkzaam zijn kunnen met dit boek hun kennis bijspijkeren.

In het boek vind je behalve theorie ook opdrachten, infographics en definities. Het aanvullende digitale materiaal bestaat uit verdieping van de lesstof door middel van de tekst online met interessante links, oefenvragen en samenvattingen.

Dr. Barbara Sassen is gepromoveerd op gezondheidsbevordering, gezondheidsvoorlichting en ziektepreventie en is als onderzoeker/docent verbonden aan de faculteit Gezondheidszorg van de Hogeschool Utrecht.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Gezondheid

Op welke manieren kun je naar gezondheid kijken? Er zijn verschillende manieren om naar gezondheid te kijken.De medische, professionele benadering ziet gezondheid vooral als de afwezigheid van ziekte. Iedereen die niet ziek is, is gezond volgens deze kijk op gezondheid.De biologische kijk op gezondheid gaat over het stabiel houden van processen en reacties in het lichaam, waarbij het lichaam reageert op omstandigheden buiten het lichaam van de persoon.De psychologische kijk op gezondheid gaat om het geestelijk vervullen van de behoeften van een persoon.De sociale benadering gaat om het vervullen van de sociale en maatschappelijke rollen van een persoon.Devisie op gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie bundelt alle eerdergenoemde aspecten van gezondheid. Een mens is meer dan een lichaam. Als je kijkt naar de gezondheid van een zorgvrager zou je geestelijkeen sociale aspecten van de gezondheid, naast lichamelijke factoren, moeten meenemen in je kijk op gezondheid. Als je dit doet, werk je vanuit een holistisch mensbeeld in de zorgverlening.Jouw persoonlijke visie op gezondheid vormt de basis van je visie op het verpleegkundig beroep.Tot slot. Dit hoofdstuk gaat over gezondheid en over verschillende manieren om naar gezondheid te kijken. We vragen in de verpleegkundige beroepsuitoefening dagelijks aan de zorgvrager ‘Hoe gaat het met uw gezondheid?’. We weten nu hoe we het antwoord van de zorgvragen moeten begrijpen. In het volgende hoofdstuk kijken we naar factoren die de gezondheid beïnvloeden, determinanten van gezondheid genoemd.

2. Welke factoren bepalen gezondheid?

Hoe analyseer je een gezondheidsprobleem? Wat zijn gezondheidsdeterminanten?Gezondheid en gezondheidsproblemen worden door veel factoren beïnvloed. Factoren die invloed hebben op de gezondheid, noemen we gezondheidsdeterminanten. Voor elk gezondheidsprobleem kun je gezondheidsdeterminanten benoemen. Belangrijke gezondheidsdeterminanten zijn endogeen, exogeen, leefstijl en gezondheidsgedrag, en medische zorg en preventie.Endogene gezondheidsdeterminanten zijn factoren in de mens die invloed hebben op gezondheid en op het ontstaan van gezondheidsproblemen. Endogene gezondheidsdeterminanten zijn aangeboren (genetische) factoren of verworven factoren. Voorbeelden van verworven factoren zijn hypertensie, een te hoog cholesterolgehalte, glucose-intolerantie, psychische ongezondheid en veroudering.Exogene gezondheidsdeterminanten zijn factoren uit de fysieke en de maatschappelijke omgeving die invloed hebben op de gezondheid en op het ontstaan van gezondheidsproblemen. De fysieke omgeving kan de gezondheid beïnvloeden door chemische, fysische of biotische factoren. De maatschappelijke omgeving kan de gezondheid beïnvloeden door factoren vanuit de arbeid, school en gezin, en ook vanuit de sociaaleconomische status.De gezondheidsdeterminant leefstijl en gezondheidsgedrag geeft de invloed weer die het gedrag van mensen heeft op de gezondheid en op het (na verloop van tijd) ontstaan van gezondheidsproblemen. Voorbeelden van factoren zijn voeding, alcohol- en drugsgebruik, roken, lichamelijke inactiviteit en seksueel gedrag.De gezondheidsdeterminant medische zorg en preventie geeft de invloed weer van de gezondheidszorg en aangeboden preventie op de gezondheid van mensen. Het is het geheel van behandeling, zorgaanbod en preventie binnen de gezondheidszorg. Deze gezondheidsdeterminant heeft vaak een positief effect op gezondheid en gezondheidsproblemen van zorgvragers. Maar het effect kan ook negatief zijn en gezondheidsschade veroorzaken.De gezondheidsdeterminanten komen samen in het Health-model. Met dit model analyseer je aan de hand van gezondheidsdeterminanten de gezondheidsproblemen van zorgvragers. Binnen de beroepsuitoefening van verpleegkundigen is het analyseren van gezondheidsproblemen belangrijk. Zo kun je (het ontstaan van) gezondheidsproblemen beter begrijpen. Maar ook kun je je zorgverlening beter afstemmen op het gezondheidsprobleem en op de zorgvrager. En je krijgt beter zicht op de mogelijkheden voor preventie.Tot slot. De determinanten van gezondheid, de factoren die gezondheid bepalen, zijn besproken vanuit het Health-model. Als je weet welke gezondheidsdeterminanten de gezondheid van een zorgvrager bepalen, begrijp je beter waardoor gezondheidsproblemen ontstaan. Als je voor een gezondheidsprobleem de hierbij horende gezondheidsdeterminanten kent, weet je hoe een gezondheidsprobleem mogelijk te voorkomen is.

3. Preventie

Wat zijn de verschillen tussen primaire, secundaire en tertiaire preventie? Wat is gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en ziektepreventie?Preventie is het voorkómen van gezondheidsproblemen, en het voorkómen van de verergering van gezondheidsproblemen. Preventie is gericht op zowel lichamelijke als geestelijke gezondheid. Preventie geeft een andere kijk op je verpleegkundige beroepsuitoefening, want gezondheidsbevordering levert méér gezondheidswinst op dan alleen de gerichtheid op zorgverlening.Primaire preventie heeft als doel gezondheidsproblemen bij mensen te voorkomen en zo ervoor te zorgen dat gezondheidsproblemen minder vaak voorkomen.Secundaire preventie heeft als doel gezondheidsproblemen bij zorgvragers op te sporen en vroegtijdig te behandelen. Secundaire preventie is ook het opsporen van risicovol gedrag en het opsporen van gezondheidsproblemen in een beginstadium. Het vervroegen van de diagnosestelling kan door screening en case finding.Tertiaire preventie gaat over de zorgverlening aan en de behandeling van zorgvragers, bij een reeds bestaand gezondheidsprobleem. Tertiaire preventie is specifiek bedoeld om zorgvragers zo zorgonafhankelijk mogelijk te laten leven.Binnen de verpleegkundige zorgverlening komen de verschillende vormen van primaire, secundaire en tertiaire preventie tegelijkertijd voor. Ook op het niveau van de individuele patiënt zijn de verschillende vormen van preventie zichtbaar.Gezondheidsbescherming bestaat uit wet- en regelgeving om schade aan de gezondheid van mensen te voorkomen of te beperken. Verpleegkundigen voeren op deelaspecten gezondheidsbeschermende maatregelen uit.Voor verpleegkundigen is gezondheidsbevordering het door middel van gezondheidsvoorlichting motiveren van mensen zich anders, gezonder te gedragen. We noemen dit primaire preventie. Maar ook het door verpleegkundigen bevorderen van gedrag, dat de ontwikkeling van een ziekte of gezondheidsschadend gedrag in een vroeg stadium kan stoppen. We noemen dit secundaire preventie. Gezondheidsbevordering is ook het bevorderen van de gezondheid van mensen met een acuut of chronisch gezondheidsprobleem door verpleegkundigen. We noemen dit tertiaire preventie.Bij ziektepreventie wordt geprobeerd om gezondheidsproblemen te voorkomen en, als gezondheidsproblemen al aanwezig zijn, om te gaan met de beperkingen die daarbij horen, om verdere verslechtering tegen te gaan. Bij patiëntenvoorlichting wordt gewerkt aan (gedrags)veranderingen die gunstig zijn voor het omgaan met ziekte en aandoeningen. Bij patiëntenvoorlichting worden zorgvragers gemotiveerd zich anders, gezonder te gedragen. Patiëntenvoorlichting is een onderdeel van gezondheidsvoorlichting.Tot slot. Bij preventie gaat het niet alleen om het voorkómen van gezondheidsproblemen. Dit is wel waar je het eerst aan denkt bij het woord preventie, maar preventie betekent meer. Voor de verpleegkundige beroepsuitoefening gaat het bij preventie ook om het in stand houden van gezondheid. Maar ook het vroegtijdig signaleren van ongezondheid noemen we preventie. En tot slot is ook het optimaliseren van gezondheid preventie. Het lastige bij preventie is dat je vaak niet het een of het

4. Gezondheidsbevordering en gezondheidsvoorlichting

Wat en hoe doe je dat, gezondheidsbevordering?GVO staat voor gezondheidsvoorlichting, voorlichting gericht op de zorgvrager met het verpleegkundige doel de zorgvrager te motiveren zich anders, gezonder te gaan gedragen.Dit doelgericht motiveren tot ander, gezonder gedrag noemen we intentionelevoorlichting.Naast intentionele voorlichting kunnen we ook faciliterendevoorlichting onderscheiden. Maar faciliterende voorlichting moeten we binnen de verpleegkundige beroepsuitoefening alleen als aanvulling op intentionele voorlichting gebruiken. De belangrijkste reden hiervoor is dat het bij faciliterende voorlichting alleen gaat over kennisvermeerdering bij de zorgvrager. We weten uit onderzoek over kennisvermeerdering dat dit een zorgvrager zelden motiveert het gedrag te veranderen. Ga bij jezelf maar na.De cyclus van gezondheidsbevordering beschrijft vier stappen:1.gezondheidskundige analyse;2.gedragsdeterminanten;3.gezondheidskundige interventie;4.evaluatie van de gezondheidskundige interventie.Aan de hand van deze stappen kun jij als verpleegkundige bestaande gezondheidskundige interventies beoordelen. Heeft er een goede analyse van het gezondheidsprobleem plaatsgevonden? Is het gedrag bij de zorgvragers geanalyseerd en welke gedragsdeterminanten blijken belangrijk te zijn? Hebben de makers van de interventie rekening gehouden met de gegevens uit de gezondheidskundige analyse en gedragsdeterminanten? Is in de stap van de gezondheidskundige analyse gebruikgemaakt van een proces om te komen tot gedragsverandering en -behoud bij de zorgvrager, zoals het model gedragsverandering? Heeft er een evaluatie van de interventie plaatsgevonden en wat zijn de resultaten? Is het een goede gezondheidskundige interventie om in de verpleegkundige beroepspraktijk te gebruiken? Is het op basis van de antwoorden op bovenstaande vragen logisch om te verwachten dat – bij gebruik van deze interventie – je een zorgvrager motiveert zich anders, gezonder te gedragen?Tot slot. Bij gezondheidsbevordering gaat het om hoe je zorgvragers probeert te motiveren tot ander, gezonder gedrag. Dit lijkt eenvoudig, maar mensen hebben zo hun vaste gewoonten en motieven voor gedrag. Alleen het overdragen van kennis, weten we, is niet voldoende. Ook als een zorgvrager goede uitleg heeft gekregen waarom medicijnen innemen zo belangrijk is, gaat hij dit nog niet ‘als vanzelf’ doen. Vooral verpleegkundigen zijn geschikt om dit – vaak langdurige – proces van gedragsverandering en -behoud te begeleiden.

5. Patiëntenvoorlichting en ziektepreventie

Wat komt er allemaal kijken bij patiëntenvoorlichting?Patiëntenvoorlichting is een geïntegreerd onderdeel van de zorg aan zorgvragers. Patiëntenvoorlichting kan bijdragen aan ziektepreventie, want het motiveert de zorgvrager tot ander, gezonder gedrag. De gedragsveranderingen hebben een gunstig effect op hoe de zorgvrager met een gezondheidsprobleem omgaat en ze optimaliseren de gezondheidstoestand.Veel zorgvragers ervaren slechte informatievoorziening door zorgverleners. De informatiebehoefte van de zorgvrager is groot gedurende het gehele zorg- en behandelingsproces. De communicatie tussen zorgverlener en zorgvrager kan een probleem zijn. Een negatief communicatiepatroon vergroot gevoelens van kwetsbaarheid bij de zorgvrager. Een positief communicatiepatroon leidt tot een samenwerkingsrelatie met de zorgvrager. In deze samenwerkingsrelatie is het mogelijk om informatie uit te wisselen en heeft de zorgvrager zo veel mogelijk controle over de situatie waarin hij zich bevindt.Er zijn verschillende oplossingen voor slechte informatievoorzieningen voor een niet goed verlopende communicatie tussen verpleegkundige en zorgvrager. Namelijk, een goede interpersoonlijke relatie opbouwen, informatie-uitwisseling, en beslissingen nemen. Binnen patiëntenvoorlichting is er afstemming nodig tussen taakgericht en sociaal-emotioneel gedrag. Ook is er balans nodig tussen het verbale en non-verbale gedrag van zowel verpleegkundige als zorgvrager. Let hierbij op de privacygevoeligheid van informatie en op het vocabulaire dat je als verpleegkundige gebruikt.De term concordance geeft aan dat er overeenstemming moet zijn tussen de verpleegkundige en de zorgvrager over de uitvoering van het leefstijl- en gezondheidsadvies. Bij goede patiëntenvoorlichting neemt de therapietrouw toe en neemt de tevredenheid en het welbevinden van de zorgvrager toe. Het communicatieproces laat zien met welke factoren we rekening moeten houden bij de bron en de ontvanger. Ook hebben de gebruikte strategieën invloed op het communicatieproces.Het is noodzakelijk dat we patiëntenvoorlichting afstemmen op de levensfase van de zorgvrager omdat elke levensfase specifieke problemen kent. Door het betrekken van sociale relaties van de zorgvrager, verhogen we de effectiviteit van patiëntenvoorlichting.Informed consent bestaat uit de informatieplicht van de zorgverlener, om de zorgvrager te informeren over allerlei zaken rondom onderzoek en behandeling. Hieraan is ook het toestemmingsvereiste van de zorgvrager gekoppeld; de zorgvrager moet expliciet goedkeuring geven aan onderzoek en behandeling, uitgaande van het zelfbeschikkingsrecht van de zorgvrager. Goede patiëntenvoorlichting is belangrijk voor informed consent. De zorgvrager baseert zijn toestemming namelijk op de informatie die hij heeft gekregen.

Meer informatie

Extras