Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek bevat een waaier van verhalen over veelvoorkomende stoornissen en hun behandeling. Het richt zich in de eerste plaats op (toekomstige) professionals in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Voor hen bevat het waardevolle inzichten over hoe het is om als kind groot te worden met een psychiatrische stoornis – of hoe het is om ouder van dat kind te zijn.

De praktijk van de kinder- en jeugdpsychiater - ervaringen van jeugdigen, ouders en professionals vertelt de verhalen van de ouders en jeugdigen zelf. Hun ervaringen met de kinder- en jeugdpsychiatrie en het leren omgaan met de stoornis staan centraal. De beschrijvingen geven een breed beeld van patiënten en ouders, en staan daarmee in de traditie van Oliver Sacks. Zo laten de verhalen zien dat deze mensen weliswaar moeten leven met een zekere kwetsbaarheid, maar ook een maatschappelijke rol kunnen vervullen en levensgeluk kunnen vinden.

Kinder- en jeugdpsychiater Ben Gunnewijk helpt kinderen en jeugdigen met psychiatrische stoornissen zoals een autismespectrumstoornis, adhd en depressie, en hun ouders. Met dit boek deelt hij zijn inzichten. Hij zet de lezer aan het denken, om zo de ontwikkeling van toekomstige behandelprotocollen te optimaliseren.

Freelance journalist en tekstschrijver Susan de Boer. Voor dit boek werkte zij de interviews van ouders, jongeren en zorgprofessionals om tot vlot leesbare hoofdstukken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

De ervaringen van ouders en jongeren

Voorwerk

1. Erik. De jongen met autistische kenmerken en ADHD die natuurkunde studeert

Samenvatting
Als Erik zes jaar is, heeft hij het moeilijk, zowel thuis als op school. Hij begrijpt niet wat anderen van hem verwachten en kan zonder duidelijke aanleiding plotseling boos of angstig worden. In eerste instantie denken de ouders dat het een opvoedingskwestie is. De leerkracht van groep 3 raadt hun aan met de huisarts te gaan praten, en deze verwijst Erik door naar de ggz. Er wordt een diagnose gesteld – eerst ADHD, later een stoornis in het autistisch spectrum. Erik is geïnteresseerd in bètavakken en wil graag naar het Technasium. Kunnen samenwerken is daarvoor belangrijk, en dat moet Erik dus leren. Dat is gelukt. Erik is ten tijde van het interview achttien jaar en studeert wis- en natuurkunde. Hij leidt een normaal studentenleven, waarin naast zijn studie zijn vrienden een belangrijke plaats innemen.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

2. Jan. De autistische jongen die de diagnose niet verdraagt

Samenvatting
Jan, negen jaar, kan zich niet concentreren op school en is snel boos. De stoornis van Asperger wordt geconstateerd. Met therapeutische hulp voor Jan en zijn ouders gaat het een poosje goed, maar in het voortgezet onderwijs krijgt Jan een terugval. Hij gaat opnieuw in behandeling. Op zijn zeventiende zit hij in het vierde leerjaar van het vmbo-tl, op een school die is gespecialiseerd in leerlingen met een stoornis in het autistische spectrum. Soms heeft hij ruzie met medeleerlingen en docenten. Zelf zou Jan liever naar het reguliere voortgezet onderwijs gaan. Met behulp van medicatie, en ook omdat hij ouder wordt, leert hij steeds beter om te gaan met zichzelf.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

3. Frits. De student met autisme

Samenvatting
Als kind heeft Frits het moeilijk op school. Hij is snel boos, en hij wordt gepest omdat hij anders tegen zaken aankijkt dan de meeste kinderen. Ook op de school voor speciaal onderwijs gaat het pesten door. Het pesten is zo erg, dat Frits suïcidale gedachten krijgt. Hij wordt opgenomen in een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie en vervolgt vanuit de kliniek zijn schoolloopbaan. Na de opname gaat het beter met Frits. Hij krijgt een soort basis en kan zichzelf steeds beter stabiel houden. Frits doet succesvol eindexamen en gaat naar de Technische Universiteit van Delft. Hij haalt zijn bachelor en voelt zich stabiel.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

4. Casper. De jongen met ernstige ontwikkelingsstoornissen die in een gesloten plaatsing tot rust komt

Samenvatting
Casper is als baby al onrustig. Hij blijkt een lymfeangioom te hebben. De plotselinge woedeaanvallen die hij in zijn jeugd kan hebben, worden daarmee in verband gebracht. Als negenjarige komt Casper in aanraking met de crisisdienst als hij in een zomerhuisje de boel kort en klein slaat. Medicatie maakt hem rustig, en hij kan weer naar huis. Op zijn veertiende gaat het echt goed mis en wordt Casper opgenomen in een gesloten jeugdzorginstelling. Een verdrietige en heftige periode voor de ouders van Casper, maar het verblijf van Casper in de inrichting verbetert wel het leven van alle gezinsleden. Inmiddels woont Casper alweer twee jaar thuis. Hij heeft zijn havodiploma gehaald en werkt bij een fastfoodketen.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

5. Philipine. De studente met ADHD die dierenarts wordt

Samenvatting
Philipine is vaak met haar gedachten elders. Zolang haar schoolresultaten goed zijn, lijkt er niet veel aan de hand. Wel kan ze soms ineens heel boos worden, maar dat wordt gezien als opvoedingsprobleem. Philipine slaat groep 8 over en komt in de brugklas van het gymnasium. Het gaat goed tot en met de derde klas. In de vierde blijft ze zitten. De ouders van Philipine laten haar naar een particuliere school gaan. Uiteindelijk haalt ze haar diploma en gaat ze studeren. Maar weer voert ze te weinig uit. Een vriend met de diagnose ADHD geeft haar een van zijn pilletjes, en dat helpt. Philipine laat zich via de huisarts en de psychiater instellen op medicatie. Nu is zij een succesvolle jonge dierenarts met een eigen praktijk.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

6. Dominik. De jongen met hersenletsel door prenatale blootstelling aan alcohol die intensieve zorg vraagt

Samenvatting
Dominik is afkomstig uit een Oost-Europees kindertehuis. Petra en Arend hebben hem geadopteerd toen hij een halfjaar oud was. Eerder al hadden zij zijn oudere broertje Bart geadopteerd. De biologische moeder van de kinderen is alcoholist, en Bart en Dominik vertonen allebei kenmerken van het foetale-alcoholsyndroom (FAS). De gedragsstoornissen die bij dit syndroom horen, leiden vooral bij Dominik vaak tot heftige taferelen. Een zoektocht langs hulpverleners volgt. Volgens Petra kan de hulpverlening bij FAS-kinderen verbeteren door meer informatie te geven, te zorgen voor goede ouderbegeleiding en door veilige opvangplekken te bieden.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

7. Roeland. De jongen met een verstandelijke beperking en stoornis in het autistisch spectrum

Samenvatting
Roeland is twintig jaar. Zijn vroege ontwikkeling is anders verlopen dan die van andere baby’s. Zo wil hij niet slapen in zijn eigen bedje en is hij een problematische eter. Onderzoek wijst uit dat Roeland een laag IQ heeft. Later onderzoek laat zien dat er ook sprake is van een stoornis in het autistisch spectrum. Roeland heeft veel fantasie, maar ook veel angsten. Stap voor stap leert hij deze overwinnen. Nadat Roeland het praktijkonderwijs heeft afgerond, gaat hij aan de slag in een lunchcafé waar mensen met een verstandelijke beperking werken, en hij heeft het daar naar zijn zin. Hij doet mee met het maatschappelijk leven – zoals gebruikmaken van zijn stemrecht – en is daar trots op.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

8. Daan, Aron en Jurre. Drie kinderen in een gezin die aandacht vragen

Samenvatting
Francien is lerares in het basisonderwijs. Drie van haar vijf kinderen, Daan, Aron en Jurre, hebben een diagnose. Bij ieder kind verloopt het proces anders, en Francien krijgt steeds meer zicht op de uitingsvormen van de stoornissen ADD en ADHD. Medicatie helpt: alle kinderen maken het naar eigen kunnen goed. In haar werk komt Francien ook kinderen met ADHD tegen. Haar ervaring met haar eigen kinderen met ADHD helpt haar om deze leerlingen te ondersteunen.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

9. Jeroen. De jongeman met psychotische belevingen met wie het soms goed gaat

Samenvatting
Jeroen is 26 jaar. Af en toe heeft hij een psychotische beleving of raakt hij ontregeld, maar over het algemeen gaat het goed met hem. Toen hij vijftien jaar was, kreeg hij de diagnose bipolaire stoornis met psychotische kenmerken. Zelf twijfelt hij aan die diagnose en denkt hij aan schizofrenie of de stoornis van Asperger. Jeroen is met tussenpozen een aantal keren opgenomen geweest, waarbij hij ook gesepareerd is geweest. Dit waren traumatische ervaringen voor hem, hoewel separatie ook rust kon brengen. Later krijgt hij zijn leven – tijdelijk – op de rails en gebruikt hij nog maar weinig medicijnen. Daarna wordt hij weer opgenomen.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

10. Roos. De moeder van Jeroen

Samenvatting
Als Jeroen dertien is, is hij somber en depressief, en vermoedt zijn moeder Roos een psychiatrisch probleem. De eerste psychose komt als hij zestien is. Hij zit dan op het vmbo. Medicatie helpt maar kort. Er komt een crisis, en Jeroen wordt opgenomen. Soms wordt hij gesepareerd, wat ook voor Jeroens moeder een afschuwelijke ervaring is. De diagnose luidt ‘bipolaire stemmingsstoornis met psychotische kenmerken’, en met medicatie gaat het een paar jaar goed. Inmiddels twijfelt Roos aan de diagnose; ze ziet kenmerken van schizofrenie. Jeroen wordt soms psychotisch, kan zich manipulatief en kwetsend gedragen, krijgt regelmatig paniekaanvallen en heeft moeite een baan te vinden. Hij woont alleen, daarbij ondersteund door zijn ouders, zijn zus en een vriendin. Roos legt zich erbij neer dat Jeroen nooit een normale, gezonde volwassene zal zijn.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

11. Lodewijk. De jongen met vermeend autisme, die depressief was en nu tv-maker wordt

Samenvatting
Bij Lodewijk wordt als hij in groep 6 zit de stoornis van Asperger vastgesteld. Toch functioneert hij goed, tot en met groep 8. In het voortgezet onderwijs gaat het mis. Lodewijk is moe en lusteloos, en voelt zich afwezig. In de derde blijft hij zitten. Op de school voor speciaal onderwijs, waar hij terechtkomt, voelt hij zich niet thuis. Van jongs af aan heeft hij een grote passie voor televisie maken, en voor de media-opleiding is minimaal vmbo-tl nodig. Dat diploma haalt hij via het volwassenenonderwijs. Als Lodewijk 21 jaar is, volgt hij een mbo-opleiding Media & Vormgeving en heeft een eigen bedrijfje in evenementenorganisatie. Het is zijn droom tv-producent te worden.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

12. Gerard. De vader van Lodewijk

Samenvatting
Lodewijk is op tienjarige leeftijd anders dan andere kinderen. Hij weet niet goed hoe hij met andere kinderen moet omgaan en durft niet naar school, waardoor hij veel verzuimt. De diagnose luidt: stoornis van Asperger. Specialistische behandeling – een combinatie van therapie en medicatie – helpt hem om met zijn problematiek om te gaan. Bij deze behandeling hoort ook een ouderprogramma. Lodewijks vader Gerard heeft hier veel aan gehad. Hij had verwachtingen van zijn zoon die bijgesteld moesten worden, hij moest zijn kind leren waarderen zoals hij is. Inmiddels gaat het goed met Lodewijk. Hij is nu twintig jaar, volgt de opleiding Media & Vormgeving, gaat zelfstandig met vakantie en leeft een vrijwel normaal leven.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

13. Fleur. Het angstige meisje dat zonder buikpijn op de fiets stapt

Samenvatting
Fleur is de oudste van twee. Haar jongere broertje is als peuter al gediagnosticeerd. Met Fleur is niets aan de hand, lijkt het. Wel hangt ze sterk aan haar moeder. Dat wordt steeds erger, en vanaf haar zesde ontwikkelt ze bovendien angsten, zoals de angst te moeten overgeven of ziek te worden als ze eet of drinkt. Naar school gaan wordt een drama, en met vriendinnetjes spelen zit er ook niet in. Er volgt een uitgebreide zoektocht naar een goede therapie. Na verschillende aanpakken geprobeerd te hebben – die vaak tijdelijk effectief zijn – komt Fleur bij de kinderpsychiater terecht. Medicatie blijkt te helpen. Binnen een paar maanden is de situatie aanmerkelijk verbeterd en is Fleur een bijna gewone, vrolijke elfjarige.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

14. Marianne. Het meisje dat niet eten wil

Samenvatting
Marianne is vijftien jaar als ze onzeker wordt over zichzelf. Ze vindt zichzelf lelijk en dom. Ze ontwikkelt een eetstoornis, snijdt zichzelf en krijgt in een later stadium last van angststoornissen en depressies. Ze wordt in verschillende klinieken opgenomen – waaronder een specialistische kliniek voor meisjes met eetstoornissen – en krijgt verschillende medicijnen. Het gaat soms een poosje goed, maar ze krijgt ook een paar keer een terugval. Nu is Marianne moeder van een dochter van zeven jaar. Samen met haar vader blikt ze terug op de periode in haar leven dat ze niet zichzelf was.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

15. Jacob. Het meisje dat een jongen is

Samenvatting
Jacob (25 jaar) is een man. Maar het lichaam waarmee hij werd geboren, was dat van een vrouw. Genderdysforie leidt tot vragen over de eigen identiteit. Inmiddels heeft Jacob een hormoonbehandeling en een operatie achter de rug. Hij voelt zich zeker van zichzelf en ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

16. Marc. De intelligente jongen die niet naar school gaat

Samenvatting
Marc is achttien jaar. Zijn schoolloopbaan verloopt niet vlekkeloos. Van vwo naar havo, van havo naar vmbo. Een IQ-test wijst uit dat Marc hoog scoort op verbale intelligentie, iets aan de lage kant op performale intelligentie, maar laag op verwerkingssnelheid. Daarnaast krijgt Marc last van sombere gedachten en slaagt hij er niet in een goed dag- en nachtritme aan te houden. Na een moeilijke periode, waarin hij niet naar school ging, heeft hij zijn draai gevonden bij een organisatie waar kinderen die niet in het reguliere schoolsysteem passen hun talenten kunnen ontplooien. Hij probeert alsnog zijn havodiploma te halen via een instituut voor individuele huiswerkbegeleiding.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

17. Jasmijn. Het meisje dat verdrietig was en nu naar de kunstacademie gaat

Samenvatting
Jasmijn is geboren in China. Zij is in 2002 geadopteerd toen ze tien maanden oud was. In haar babytijd is Jasmijn emotioneel niet goed te bereiken, en als kind en tiener kan ze boos en verdrietig zijn. Ze heeft soms het gevoel er niet echt bij te horen op school en maakt vaak ruzie. In de laatste paar jaar op de middelbare school wordt ze steeds depressiever en heeft ze suïcidale gedachten. Als ze gaat studeren, raakt ze ontremd. Ze stopt met haar studie. Dankzij gesprekken met een vertrouwde psycholoog en door psychofarmaca ziet ze weer perspectief in het leven. Jasmijn studeert nu aan de kunstacademie en volgt neuropsychologische therapie. Samen met haar moeder Judith blikt ze terug op de tijd die achter haar ligt.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

De ervaringen van de professionals

Voorwerk

18. Psychiater van het (zeer) jonge kind Martine van Dongen-Boomsma

Samenvatting
Martine van Dongen-Boomsma is gespecialiseerd in psychische kwetsbaarheid van (zeer) jonge kinderen. Zij werkt met baby’s, peuters en kleuters, en richt zich op vroegsignalering en vroeginterventie. Sinds 2014 geeft zij leiding aan het Centrum Jonge Kind Karakter UC. Het Universitaire Centrum van Karakter is nauw verbonden met het Radboudumc en de Radboud Universiteit in Nijmegen. Van Dongen-Boomsma vindt het belangrijk goed te differentiëren tussen een normale en een zorgelijke ontwikkeling. Dat is tegelijk niet eenvoudig, omdat er veel variatie is binnen de groep kinderen die zich gezond ontwikkelen. Toch is het belangrijk zo vroeg mogelijk in te grijpen. Hoe eerder passende behandeling wordt gestart, hoe beter de prognose. Bij de behandeling zijn de ouders een krachtige partner.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

19. Verpleegkundig specialist Petra van der Weele

Samenvatting
Petra van der Weele werkt als verpleegkundig specialist bij Indigo, een aanbieder in de basis-ggz voor volwassenen in Rotterdam-Zuid. Hiervoor was zij verbonden aan een polikliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Hellevoetsluis. Binnen de basis-ggz is de verpleegkundig specialist regiebehandelaar, soms ook binnen de gespecialiseerde ggz. Van der Weele stelt niet de diagnose, maar kan wel medicamenteuze behandeling inzetten en vervolgen. Ze ziet samenwerken met ouders en veel aandacht schenken aan het geven van goede informatie als zeer belangrijk voor het succes van een behandeling. De transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten heeft voor veel onrust gezorgd.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

20. Sociotherapeut in de acute psychiatrie Renata Hijman

Samenvatting
Renata Hijman werkt als sociotherapeut op de acute jeugdpsychiatrische crisisafdeling, een instelling die hulp biedt aan kinderen, jongeren en (jong)volwassenen met ernstige psychische stoornissen. Zij heeft in de loop der jaren de manier van omgaan met kinderen en hun ouders zien veranderen. Het accent komt steeds meer te liggen op de cliënt zelf; afstemmen op zijn of haar gevoelens en behoeftes is belangrijker geworden. Ook de relatie met de ouders is belangrijker geworden. Daarnaast wordt het werken complexer, doordat opgenomen jongeren naast de psychiatrische problematiek soms ook met andere uitdagingen kampen. Ook de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten heeft invloed op Hijmans werk.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

21. Basispsycholoog en gedragswetenschapper Michel Stolwijk

Samenvatting
Michel Stolwijk is als gedragswetenschapper verbonden aan Horizon Rijnhove, een orthopedagogische instelling met een onderwijs- en zorgvoorziening. In de leefgroepen wonen jeugdigen van twaalf tot achttien jaar met ontwikkelingsproblematiek, zowel in neurobiologische als emotionele zin. Zo wonen er onder meer jongeren met een autismespectrumstoornis, met ADHD en met een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, vaak met kenmerken van borderline. Michel Stolwijk is zorginhoudelijk eindverantwoordelijk voor twee van deze groepen. Voordat Stolwijk aan de slag ging bij de Horizon, werkte hij als basispsycholoog bij De Praktische GGZ, een instelling voor ambulante geestelijke gezondheidszorg. Hier behandelde hij naast kinderen en jongeren ook volwassenen.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

22. Bijzonder hoogleraar ADHD bij volwassenen Sandra Kooij

Samenvatting
Sandra Kooij is psychiater bij de afdeling ‘ADHD bij volwassenen en ouderen’ bij PsyQ in Den Haag en hoogleraar en universitair hoofddocent psychiatrie bij het Amsterdam UMC. Ook is zij oprichter van het Kenniscentrum ADHD bij volwassenen en voorzitter van de DIVA Foundation. Kooij heeft een diagnostisch instrument ontwikkeld: de DIVA-5, het Diagnostisch Interview voor ADHD bij volwassenen. ADHD is een (chronische)stoornis met zeer veel impact op het leven van mensen. Vaak is er sprake van meerdere problemen tegelijk; in dat geval pakt Kooij de ADHD-problematiek zelden als eerste aan. Medicatie is een belangrijk hulpmiddel.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

23. Oud-directeur van een centrum voor kinderpsychiatrie René Mets

Samenvatting
René Mets heeft als gz-psycholoog en manager bij verschillende instellingen voor geestelijke gezondheidzorg gewerkt. Van 2005 tot 2010 werkte hij als sectormanager, van 2010 tot 2014 als divisiedirecteur en van 2014 tot 2018 als manager transitie en projecten bij het vroegere Centrum voor Jeugd-GGZ ‘De Jutters’. Tegenwoordig behoort deze instelling tot de gespecialiseerde ggz voor kinderen en jongeren Youz. In 2018 gaat René Mets met pensioen. Sindsdien werkt hij twee dagen in de week als gz-psycholoog en supervisor voor De Praktische GGZ te Zoetermeer. In 2015 verschuift de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg, waaronder de jeugd-ggz, van het Rijk en de provincies naar de gemeenten. Als gevolg daarvan hebben er veel ontwikkelingen plaatsgevonden in de jeugdzorg en jeugd-ggz. René Mets belicht de goede maar ook de minder positieve aspecten van deze ontwikkelingen.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

24. Nabeschouwing door kinder- en jeugdpsychiater Ben Gunnewijk

Samenvatting
Wie als kinder- en jeugdpsychiater werkt, heeft niet alleen te maken met het kind en de jongere, maar ook met zijn of haar ouders. Een goede relatie met de ouders is onontbeerlijk om tot een succesvol behandeltraject te komen. Een kind of jongere met een ontwikkelings- of psychiatrische stoornis behoudt gedurende zijn of haar hele leven een zekere kwetsbaarheid. Het beloop van de stoornis is veelal langdurig, waarbij problemen soms erger en soms juist minder erg worden. Ook is de diagnose lang niet altijd eenduidig. Een kind maakt een ontwikkeling door, waardoor nieuwe symptomen op andere problematiek kunnen wijzen. Medicatie speelt in de praktijk van de kinderpsychiater praktisch altijd een rol. De weerstand daartegen is vaak onterecht: medicatie kan het kind bij de voortgang van de ontwikkeling ondersteunen. Opname, ten slotte, is een ingrijpende gebeurtenis die soms onontkoombaar is.
Ben Gunnewijk, Susan de Boer

Nawerk

Meer informatie