Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek gaat over het gebruik van nieuwe media - internet, games en mobiele telefonie - bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Bij kinderen draaien nieuwe media in eerste instantie om contact. Ze spelen samen met vrienden games, op spelcomputers, op spelletjeswebsites en in virtuele werelden als Stardoll.nl en Habbo. Ze bekijken filmpjes op YouTube en soms maken ze die zelf om ze vervolgens met anderen te delen. Ze hebben contact met elkaar via de mobiele telefoon en MSN. Ze 'krabbelen' elkaar op Hyves en presenteren zichzelf daar aan elkaar. Vriendschap, liefde, ruzie en pesten; alles uit het echte leven heeft ook een plaats in hun digitale leefwereld. Op steeds jongere leeftijd zijn kinderen actief met nieuwe media. Sommige ouders en leerkrachten worstelen met het mediagebruik van (jonge) kinderen. Ze vragen zich af hoe de nieuwe mogelijkheden het best benut kunnen worden en hoe gevaren vermeden kunnen worden. Wat moeten kinderen leren om veilig en efficiënt met nieuwe media om te gaan? Welke vaardigheden zijn er nodig om mediawijze burgers van hen te maken? En wat zijn hierbij taken van opvoeders? Het boek Contact! Kinderen en nieuwe media brengt het werk van de beste onderzoekers in Nederland op dit terrein samen. De auteurs genieten internationaal een uitstekende reputatie en het boek mag nu al een standaardwerk genoemd worden. Het is bij uitstek geschikt om ouders, onderwijzers en hulpverleners wegwijs te maken in de digitale leefwereld van kinderen. Het boek is een initiatief van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), Stichting Mijn Kind Online en het programma Digivaardig & Digibewust.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Kinderen online

Vraag een kind zich een leven zonder nieuwe media voor te stellen en beelden van grote verveling doemen op. „Ik begrijp niet hoe mijn moeder zich vroeger kon vermaken. Wat deed ze zonder pc, zonder internet, zonder MSN? Je verveelt je toch te pletter?“ Hier spreekt Tara (15) die geciteerd werd in het Jaarboek ICT en Samenleving 2006: ‘De Digitale Generatie’. Dat boek gaat – net als veel andere publicaties van de laatste tijd – over tieners. Kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar krijgen nauwelijks aandacht. Maar ook voor die kinderen is een leven met gameconsole, mobiele telefoon, pc en internet vanzelfsprekend. Reden genoeg om dieper in te gaan op het mediagebruik van deze groep.
Jos de Haan, Remco Pijpers

2. Games

Koen (II) eet snel zijn bord soep leeg en staat op. “Wat ga je doen?”, vraagt zijn vader. Koen zegt dat hij snel naar boven moet om online te gaan, want zijn Warcraft-clan heeft over 3 minuten een raid afgesproken. “Daar komt niks van in. Je blijft hier want we zitten net gezellig met elkaar te eten.”
Jeroen Jansz, Peter Nikken

3. Casual games

Bijna alle kinderen tussen 8 en 12 jaar spelen casual games: korte online spelletjes op spelletjesportals zoals Spele.nl, Funnygames.nl en Speeleiland. nl. Vaak spelen ze deze spelletjes in hun eentje, maar zeker niet altijd. Net als bij ‘gameboyen’ (tegenwoordig: ‘DSsen’) kun je kinderen bijvoorbeeld samen achter het scherm zien zitten. Maar ook de portals zélf kunnen sociale elementen bevatten.
Menno Deen, Nathalie Korsman

4. Alledaagse creativiteit in virtuele werelden

Jannes laat zijn Habbo-poppetje naar de Cola-automaat in de hoek van mijn virtuele onderzoekskamer lopen. Met een druk op de knop haalt zijn avatar een flesje frisdrank uit de automaat. Tevreden loopt hij terug naar zijn plekje op de bank en neemt automatisch gegenereerde slokjes. Zijn dorst is gelest.
Mijke Slot

5. Online communiceren

MSN en sociale netwerksites zoals Hyves lijken gemaakt voor jonge tieners. Hoe komt dat? In dit hoofdstuk proberen we antwoord te vinden op de vraag waarom jonge tieners, dat wil zeggen 10tot 13jarigen, zo massaal aangetrokken worden tot deze vormen van online communicatie. Daarna zullen we op basis van ons onderzoek van de afgelopen jaren een inschatting maken van de kansen en risico’s van online communicatietechnologieën voor deze leeftijdsgroep. Ten slotte geven we enige aanbevelingen voor beleid om de kansen van online communicatie voor deze leeftijdsgroep te maximaliseren en de risico’s te minimaliseren.
Patti Valkenburg, Jochen Peter

6. Hyves

Hyves is veruit de grootste sociale netwerksite (SNS) van Nederland. ‘SNS’ is een verzamelnaam voor allerlei soorten websites waarbij het draait om sociale relaties. Nauwkeuriger gezegd: online omgevingen waarbinnen mensen een profiel met allerlei gegevens over zichzelf kunnen aanmaken en relaties leggen met anderen door elkaar in hun contactlijst op te nemen. Ieder kan via zijn eigen en elkaars lijst profielen doorlopen en bekijken. Profielpagina’s kunnen openbaar zijn, of alleen zichtbaar voor bekenden. Voorbeelden van andere sociale netwerksites zijn: Facebook, MySpace en LinkedIn. Deze laatste websites trekken vooral wat ouder publiek en zijn minder boeiend voor kinderen. Voor Nederlandse kinderen is Hyves de absolute favoriet.
Marion Duimel

7. Reclame

Al sinds kinderen enkele decennia geleden ontdekt werden als lucratieve marketingdoelgroep, is reclame gericht op kinderen onderwerp van discussie. Een vraag die centraal staat in deze discussie is in hoeverre kinderen in staat zijn om reclame op een bewuste en kritische wijze te verwerken.
Esther Rozendaal

8. Mobiele telefonie

Het bezit van een mobiele telefoon is anno 2010 de normaalste zaak van de wereld. Ook kinderen hebben steeds vaker een mobiele telefoon. Hierdoor kunnen ze makkelijk contact leggen met het thuisfront om te laten weten waar ze zijn. Andersom kunnen ouders eenvoudig hun kinderen bereiken om door te geven dat ze thuis moeten komen. Ook kunnen kinderen natuurlijk bellen en sms’en met vrienden, bijvoorbeeld om even te checken waar ze zijn en wat ze doen. Bovendien zijn mobiele telefoons tegenwoordig een bron van vermaak, doordat je er foto’s en filmpjes mee kunt maken en er spelletjes op kunt doen.
Marion Duimel

9. Informatievaardigheden

Voortdurend worden er nieuwe namen verzonnen voor steeds weer nieuwe internetgeneraties. Zo sprak Don Tapscott al in 1998 over de Net Generation, Marc Prensky in 2001 over de digital natives, en Boschma en Groen in 2006 over de Generatie Einstein. De strekking is steeds hetzelfde: er zou sprake zijn van een kloof tussen jongere en oudere generaties met betrekking tot het gebruik van ICT in het algemeen en internet in het bijzonder. Veel ouders en leerkrachten zien die kloof dagelijks; kinderen lijken handiger dan volwassenen met ICT om te gaan, en ze zijn ook behoorlijk zelfverzekerd op dat gebied. De media pakken dat beeld graag op en versterken de suggestie dat kinderen ‘vanzelf’ met alle soorten ICTtoepassingen kunnen omgaan.
Els Kuiper

10. Onderwijs

Sinds de opkomst van nieuwe media, zo’n 30 jaar geleden, is een moeizame weg afgelegd naar een effectieve inzet van ICT voor onderwijsdoeleinden. Wél succesvol was de aanschaf van materiële voorzieningen, zoals computers, digitale schoolborden en internetaansluitingen. Het integreren van deze voorzieningen in het onderwijscurriculum en de feitelijke lessen bleek echter veel weerbarstiger.
Alfons ten Brummelhuis

11. Mediaopvoeding

Ouders zijn dagelijks met van alles bezig: koken, boodschappen doen, kinderen brengen en halen, wassen, opruimen én bijhouden wat hun kinderen op de computer of internet doen. Met het enorme aanbod van televisieprogramma’s, spelconsoles, mobieltjes en computers is de mediaopvoeding nu een serieus onderdeel van de traditionele opvoeding.
Peter Nikken, Justine Pardoen

12. Trends, conclusies en aanbevelingen

Vanaf het begin van de opmars van internet, en zeker na de komst van breedbandinternet, stelden opvoeders en leerkrachten zich de vraag wat kinderen moeten leren om veilig en effectief met nieuwe media om te gaan. Welke vaardigheden zijn er nodig om hen mediawijze burgers te maken? En wat is onze taak daarbij? Deze bundel laat zien dat deze vragen nog steeds zeer relevant zijn en nadrukkelijk ook gelden voor jonge kinderen. Kinderen houden nog steeds het meest van buiten zijn, sporten, en spelen met vrienden. Toch zien we dat ze steeds jonger online gaan en steeds meer tijd online besteden. Ook daar spelen en praten ze met hun vrienden. In Europa zijn de Nederlandse kinderen zelfs koploper vergeleken bij hun buitenlandse leeftijdgenoten. Ook het bezit van een mobieltje maakt een snelle groei door onder kinderen van 6 tot 12 jaar.
Jos de Haan, Remco Pijpers

Nawerk

Meer informatie