Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

01-07-2016 | Nascholing | Uitgave 7/2016

Huisarts en wetenschap 7/2016

Bloedverdunning anno 2016

Tijdschrift:
Huisarts en wetenschap > Uitgave 7/2016
Auteurs:
Robert Willemsen, prof.dr. Geert Jan Dinant, prof.dr. Freek Verheugt, prof.dr. Hugo ten Cate, Nico Weerkamp
Belangrijke opmerkingen
Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+), School for Public Health and Primary Care (CAPHRI), vakgroep Huisartsgeneeskunde, Postbus 616, 6200 MD Maastricht: R. Willemsen, huisarts-onderzoeker en kaderhuisarts hart- en vaatziekten; prof.dr. G.J. Dinant, huisarts. Hartcentrum,Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam: prof.dr. F. Verheugt, cardioloog. Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+) en Cardiovascular Research Institute Maastricht (CARIM), Maastricht: prof.dr. H. ten Cate, internist. Medisch Centrum Haaglanden-Bronovo ziekenhuis, Den Haag: N. Weerkamp, neuroloog • Correspondentie: robert.willemsen@maastrichtuniversity.nl Mogelijke belangenverstrengeling: niets aangegeven.

Samenvatting

Willemsen R, Dinant GJ, Verheugt F, Ten Cate H, Weerkamp N. Bloedverdunning anno 2016. Huisarts Wet 2016;59(7):312-8.
Naar aanleiding van vragen van huisartsen vatten we in dit artikel de actuele stand van zaken rond antitrombotische medicatie samen. We gaan in op de pathofysiologie van de trombusvorming en behandelen de verschillende soorten antitrombotische medicamenten die beschikbaar zijn. Vervolgens bespreken we per indicatie welke middelen de voorkeur hebben. Pathologische trombusvorming kan onderverdeeld worden in veneuze trombose (zoals bij longembolieën) en arteriële trombose (zoals bij hartinfarcten en herseninfarcten zónder atriumfibrilleren). In beide gevallen is er in de regel een indicatie voor preventie met antitrombotische middelen. In orale vorm zijn er twee soorten antitrombotische medicamenten: de plaatjesremmers en de orale anticoagulantia (OAC). Bij een verhoogd risico op arteriële trombose is er veelal een plaatjesremmer geïndiceerd. Dit is het geval bij stabiel kransslagaderlijden, een doorgemaakt herseninfarct en perifeer arterieel vaatlijden. Bij veneuze trombose of een risico daarop (zoals bij atriumfibrilleren, diepe veneuze trombose of longembolie) is er meestal een indicatie voor behandeling met een OAC. Per indicatie varieert de voorkeursbehandeling echter en soms is er plaats voor combinaties van verschillende antitrombotische medicamenten. Daarnaast moet men het bloedingsrisico per individuele patiënt meewegen, al vormt dat risico maar zelden een harde contra-indicatie voor antitrombotische medicatie. Combinaties van twee verschillende plaatjesremmers zijn in sommige situaties (tijdelijk) te prefereren boven monotherapie met één plaatjesremmer, bijvoorbeeld na een doorgemaakt myocardinfarct. Incidenteel kan men drie middelen combineren, bijvoorbeeld bij patiënten met een doorgemaakt myocardinfarct én atriumfibrilleren.

Log in om toegang te krijgen

Met onderstaand(e) abonnement(en) heeft u direct toegang:

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal blijft u op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in uw vak en bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot zo'n 30 boeken huisartsgeneeskunde en 3 vaktijdschriften. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.

Huisarts en Wetenschap

Dit vierwekelijks verschijnend tijdschrift van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) geeft informatie die een bijdrage levert aan het wetenschappelijk fundament van de huisartsgeneeskunde.

Proefabonnement BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Met het proefabonnement krijgt u toegang tot: één geaccrediteerde web-tv en tien interessante boektitels. 


BSL Huisarts Totaal 1 maand gratis:  € 0,-

Literatuur
Over dit artikel

Andere artikelen Uitgave 7/2016

Huisarts en wetenschap 7/2016 Naar de uitgave