Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Bouwstenen voor gezondheidszorgonderwijs is een reeks leerboeken voor de opleidingen tot verpleegkundige, verzorgende en helpende. Deze reeks is volledig afgestemd op de kwalificatiestructuur voor de verpleegkundige en verzorgende beroepen; de samenhang die het opleidingsstelsel kent is in al haar onderdelen terug te vinden in de BGO-reeks.Bovendien is de reeks gebaseerd op een curriculummodel dat vier leer- en vormingsgebieden kent: verpleegkunde/verzorging, mens en gezondheid, gezondheids-problematiek en methoden & technieken. De cirkel op de voorzijde van het boek geeft aan voor welk kwalificatieniveau de uitgave bestemd is. De deelkwalificaties en eindtermen waar de inhoud betrekking op heeft staan in de redactionele verantwoording vermeld.Basiszorg: Dit boek is bestemd voor kwalificatieniveau 2 (helpende) en vormt een onderdeel van het leer en vormingsgebied verzorging. Het boek gaat in op de beroepsbeoefenaar, de beroepsuitoefening, de zorgvrager en de aspecten van verzorging. De zelfzorg en ondersteuning ADL is geordend aan de hand van de gezondheidspatronen van Gordon. Het boek laat zich goed gebruiken in combinatie met het boek Vaardigheden ADL, eveneens uit de BGO-reeks.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1 De helpende als beroepsbeoefenaar

In dit hoofdstuk staat het beroep van de helpende centraal. Eerst hebben we stilgestaan bij jouw keuze voor het beroep: waarom wil je helpende worden. Daarna is het beroep van helpende aan de orde geweest en is aangegeven over welke kennis, vaardigheden en houding een helpende moet beschikken. Vervolgens zijn we ingegaan op de begrippen verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden. Verder zijn de ontwikkelingen van het beroep besproken.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 2 Verzorgen: een eerste verkenning van de beroepsuitoefening

In de hoofdstuk hebben we ons beziggehouden met de geschiedenis van de verpleging en de verzorging. We hebben je laten kennismaken met de omgeving waarin de helpende werkzaam kan zijn, de zogeheten zorgsettings. Ook hebben we je een indruk gegeven van de taken van andere hulpverleners die direct of indirect bij de zorg betrokken zijn.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 3 Een nadere beschouwing van het werk van de helpende

In dit hoofdstuk zijn veel voorkomende begrippen in de verzorging nader toegelicht en met elkaar in verband gebracht. Aan de orde is geweest wanneer sprake is van zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg. Belangrijk element daarin is onder meer dat je als professionele zorgverlener in ieder geval ook zelfzorg en mantelzorg moet ondersteunen of overnemen waar dat nodig is.
We hebben het beroep van de helpende vergeleken met dat van de verzorgende en de verpleegkundige. Daarbij werd duidelijk dat helpenden en verzorgenden verzorgen en verpleegkundigen verplegen. De moeilijkheid van de zorgverlening en zorgproblemen geven het onderscheid aan tussen de beroepen. Ook zijn de niveaus van zorgverlening aan de orde geweest. Op basis hiervan kun je als helpende een keus maken wanneer en hoe je zelfzorg of mantelzorg moet ondersteunen of overnemen.
Bij een visie op verzorgen ga je onder meer uit van een visie op mensen en van een visie op gezondheid en ziekte. In dat kader hebben we de holistische mensvisie besproken en een omschrijving gegeven van een door de Wereldgezondheidsorganisatie onderschreven visie op gezondheid en ziekte. Om als helpende op een verantwoorde en systematische wijze zorg te verlenen moet je kunnen werken met zorgplannen. Als hulpmiddel hierbij kunnen de elf gezondheidspatronen volgens Gordon gebruikt worden. Aan de orde is geweest wat zij inhouden en door welke factoren ze beïnvloed kunnen worden.
Vervolgens zijn we nader ingegaan op het zorgproces. Als helpende moet je een zorgplan kunnen lezen en de zorg kunnen uitvoeren. Ten slotte hebben we aangegeven dat je als helpende systematisch moet kunnen werken.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 4 Wie worden er verzorgd?

In dit hoofdstuk heb je kennisgemaakt met de zorgcategorieën waarmee je als helpende te maken kunt krijgen. Een zorgcategorie is een groep zorgvragers met gemeenschappelijke eigenschappen. In eerste instantie heb je te maken met zorgvragers met beperkte zelfzorgmogelijkheden. Deze groep zorgvragers kun je ook tegenkomen binnen de andere zorgcategorieën.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 5 Het toepassen van voorschriften

In dit hoofdstuk hebben we de voorschriften besproken die een helpende tijdens de uitoefening van het werk moet toepassen. Hierbij ging het vooral om de maatregelen die voor een helpende belangrijk zijn, maar daarbij zijn ook aspecten naar voren gekomen die in het belang van de zorgvrager zijn. Dit is vooral uitgewerkt met betrekking tot de beroepsmatige hygiëne. Bij de hygiënische voorschriften moet de helpende zowel de beroepsmatige als de persoonlijke hygiëne naleven.
Vervolgens is het belang van veilig en ergonomisch verantwoord werken aan de orde geweest. Ten slotte hebben we aandacht besteed aan milieubewust en kostenbewust werken. Dit zijn maatschappelijk actuele onderwerpen waaraan ook in de gezondheidszorg steeds meer aandacht besteed moet worden.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 6 Het patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding

In dit hoofdstuk zijn we ingegaan op het eerste gezondheidspatroon van Gordon, namelijk het patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding. Dit zegt iets over de wijze waarop het individu met zijn gezondheid omgaat en welke waarde gezondheid voor hem heeft. Nadat we hebben gezien wat het patroon van gezondheidsbeleving en instandhouding inhoudt, hebben we de factoren besproken die het patroon beïnvloeden.
Ten slotte hebben we de taak van de helpende bij het ondersteunen van de zelfzorg met betrekking tot dit gezondheidspatroon behandeld. De helpende moet de zorgvrager observeren. Daarnaast moet de helpende de zorgvrager voorlichting en adviezen geven met betrekking tot het instandhouden van zijn gezondheid. Het is belangrijk dat de helpende een goede voorbeeldfunctie vervult.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 7 Het voedings- en stofwisselingspatroon

In hoofdstuk 7 is het voedings- en stofwisselingspatroon besproken. Het eerste gedeelte was een kennismaking daarmee. We hebben aangegeven wat het patroon inhoudt. Vervolgens is ingegaan op de verzorging die je kunt bieden met betrekking tot het voedings- en stofwisselingspatroon. In deze paragraaf hebben we ten aanzien van de zorg bij het eten en het drinken aandacht besteed aan:
  • oorzaken van zorgproblemen bij het eten en drinken
  • zorg bij voeding- en vochtinname
  • hulp bij het eten en drinken
  • hulpmiddelen bij het eten en drinken
  • voeding bij zuigelingen en kinderen
  • zorg bij uitdroging en ondervoeding
  • vochtbalans.
Ook hebben we de zorg bij misselijkheid en braken besproken. Vervolgens zijn aan de orde geweest het observeren van de huid, het opmeten van lichaamslengte en lichaamsgewicht, het opmeten van de lichaamstemperatuur, de verzorging bij koorts en de zorg bij ondertemperatuur.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 8 Het uitscheidingspatroon

In dit hoofdstuk heb je kennisgemaakt met het uitscheidingspatroon en het belang voor de mens van het goed functioneren van de uitscheidingsorganen, de nieren, de darmen en de huid. Lichamelijke, psychische en omgevingsfactoren beïnvloeden dit gezondheidspatroon.
Bij de zorg ten aanzien van het urineren en defeceren gaan we uit van de volgende basisprincipes:
  • je houdt rekening met schaamtegevoelens van de zorgvrager
  • je houdt zoveel mogelijk rekening met de gewoonten van de zorgvrager
  • je probeert zoveel mogelijk factoren die de uitscheiding belemmeren te voorkomen en/of uit te schakelen
  • je stimuleert uitscheidingsbevorderende factoren.
Verder hebben we in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de diverse hulpmiddelen en methoden bij het urineren en defeceren en aan de observaties van urineren, urine, defeceren en feces als een belangrijk onderdeel van de zorg.
Tot slot van dit hoofdstuk hebben we de zorg bij incontinentie, obstipatie, diarree en overmatige transpiratie besproken.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 9 Het activiteitenpatroon

In dit hoofdstuk heb je kennisgemaakt met het activiteitenpatroon en hebben we een aantal factoren beschreven die dit patroon kunnen beïnvloeden: gezondheidsproblemen, omgevingsfactoren, leeftijd en ontwikkelingsfase en cultuur. We zijn ingegaan op de normale lichaamsverzorging en lichaamshouding. Behandeld zijn de verschillende taken van de helpende bij lichaamsverzorging van zorgvragers, zoals het geven van was- en badbeurten, douchen, het verzorgen van de haren, het gebit en de nagels en het scheren. Speciale aandacht werd besteed aan de huid, vooral de verzorging van het gezicht. Daarna werden de ademhaling en de pols behandeld. Het volgende onderwerp was kleding en het kleden van zorgvragers en de hulpmiddelen die je daarbij kunt gebruiken.
De verzorging van immobiele zorgvragers en de verschillende houdingen in bed kwamen aan bod: rugligging, halfzittende en rechtopzittende houding, zijligging, buikligging, Trendelenburg- en anti-Trendelenburg-houding en het hoog leggen van de benen en een arm. Daarna hebben we het mobiliseren van zorgvragers behandeld: hulp bij het op de rand van het bed zitten, het uit bed komen en het lopen, en de daarbij te gebruiken hulpmiddelen. Vervolgens hebben we de complicaties behandeld die kunnen optreden bij immobiliteit, zoals doorliggen (decubitus). Een voorbeeld van een hulpmiddel om druk te voorkomen is een schapenvacht, een hulpmiddel dat de juiste ligging in bed bevordert is de voetensteun. Daarna zijn de verschillende lichaamshoudingen aan bod gekomen. De basisprincipes die voor iedere houding gelden zijn genoemd.
Daarna kwam aan de orde het mobiliseren van de zorgvrager en de verschillende hulpmiddelen die daarbij gebruikt kunnen worden. Het vervoer van de zorgvrager per bed, brancard en rolstoel zijn behandeld.
Tot slot is de zorg bij duizeligheid en flauwvallen beschreven.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 10 Het slaap- en rustpatroon

In dit hoofdstuk heb je kennisgemaakt met het slaap- en rustpatroon. Het blijkt dat dit patroon van groot belang is voor het goed functioneren van de mens. Er zijn allerlei factoren die de slaap kunnen beïnvloeden, zoals te grote lichamelijke of geestelijke inspanning, slechte voeding of een onregelmatig leven.
We hebben het gehad over hoe je voor de zorgvrager kunt zorgen met betrekking tot het rusten en slapen. Verder hebben we aangegeven hoe belangrijk rust en slaap voor de mens zijn. Als er slaapproblemen optreden door welke oorzaak dan ook, heeft dit veel invloed op het functioneren van de mens. Daarom zijn we in dit hoofdstuk ook verder ingegaan op de zorgaspecten ten aanzien van dit patroon.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 11 Het cognitie- en waarnemingspatroon

In dit hoofdstuk is het cognitie- en waarnemingspatroon aan de orde geweest. Het gaat bij dit patroon om de zogenaamde kenfuncties en de zintuiglijke functies. Naast een kennismaking met het patroon en een uitwerking van de factoren die het patroon beïnvloeden zijn de volgende aspecten in de zorg behandeld:
  • zorg voor een zorgvrager met pijn
  • zorg voor een zorgvrager met een taalprobleem
  • zorg voor een zorgvrager met gehoor- en gezichtsproblemen
  • zorg voor een aangename leefomgeving.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 12 Het zelfbelevingspatroon

In dit hoofdstuk hebben we het zelfbelevingspatroon besproken. De verschillende factoren die van invloed zijn op dit gezondheidspatroon en die de zelfbeleving kunnen beïnvloeden zijn aan de orde geweest. Dit hoofdstuk is dan ook afgesloten met een aantal aspecten die grotendeels te maken hebben met je beroepshouding en waarop je als helpende moet letten.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 13 Het rollen- en relatiespatroon

In dit hoofdstuk over het rollen- en relatiespatroon is gesproken over de functie die relaties hebben voor het menselijk functioneren. Een mens vervult vele rollen in het leven: de rol van ouder, van kind, van werknemer, van klasgenoot. Afhankelijk van de rol worden er eisen aan mensen gesteld. Als iemand door gezondheidsproblemen zijn relaties niet meer kan onderhouden bestaat de kans dat hij vereenzaamt. Vandaar dat dit patroon de aandacht verdient van de helpende.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 14 Het seksualiteits- en voortplantingspatroon

In hoofdstuk 14 is het seksualiteits- en voortplantingspatroon aan de orde geweest. In het kort is eerst aangegeven wat onder dit patroon valt en wat het belang van seksualiteit is voor de mens.
Daarna zijn factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op dit patroon. Er kunnen allerlei factoren zijn die het seksualiteits- en voortplantingspatroon kunnen beïnvloeden, uiteraard zijn deze heel persoonlijk.
In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk is aangegeven hoe je als helpende aandacht kunt besteden aan zorgproblemen op het gebied van seksualiteit en voortplanting.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 15 Het stressverwerkingspatroon

In dit hoofdstuk hebben we het stressverwerkingspatroon besproken. We hebben gezien dat de termen, stressoren, coping en stresstolerantie hierbij belangrijk waren. Ten slotte hebben we de taak van de helpende bij het ondersteunen van de zelfzorg behandeld. De helpende heeft daarin niet direct een taak, maar toch moet de helpende weten hoe het stressverwerkingspatroon werkt om de zorgvrager goed te kunnen observeren. Problemen in het stressverwerkingspatroon moeten worden gesignaleerd en gerapporteerd.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 16 Het waarden- en levensovertuigingenpatroon

In dit hoofdstuk heb je kennisgemaakt met het waarden- en levensovertuigingenpatroon en met de factoren die het patroon beïnvloeden. Verder hebben we je laten kennismaken met een aantal religies waarmee je geconfronteerd kunt worden. Het is belangrijk dat je als helpende inzicht hebt in de diverse godsdiensten die in Nederland voorkomen, zodat je, als je hiermee wordt geconfronteerd, weet welke gevolgen dit heeft voor jouw handelen.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 17 Methodisch werken en coördinatie van zorg

In dit hoofdstuk zijn we ingegaan op het methodisch werken en de coördinatie van de zorg. Het werken volgens het zorgproces heeft het volgende doel:
  • de zorg wordt bewust en doelgericht verleend
  • het resultaat van de zorg is te meten
  • iedereen geeft dezelfde zorg.
Het zorgproces kent de volgende fasen:
  • verzamelen van informatie
  • vaststellen van de zorgproblemen
  • formuleren van een doelstelling
  • formuleren van de werkwijze
  • verlenen van de zorg
  • evalueren van de zorg.
De zorgvrager staat in het zorgproces centraal. Dat betekent dat de wensen, de behoeften en de (on)mogelijkheden van de zorgvrager uitgangspunten zijn bij de zorgverlening.
De fasen van het zorgproces zijn daarna uitvoerig behandeld. Het observeren en rapporteren zijn in paragrafen 17.2 en 17.3 apart besproken omdat dit belangrijke vaardigheden voor de helpende zijn. Het zorgdossier is een schriftelijke weergave van het zorgproces. In het zorgdossier zit onder andere het zorgplan en/of een adl-lijst.
In paragraaf 17.5 hebben we stilgestaan bij het maken van een werkplanning. Het is gebleken dat bij het plannen van je werk je met verschillende factoren rekening moet houden. De zorg kan op vele manieren georganiseerd worden. Teamverpleging is daarbij een heel gangbare wijze van organiseren.
Ten slotte zijn enkele besprekingen die in de zorgverlening plaatsvinden behandeld.
H. te Riet, H. de Jonge

Hoofdstuk 18 Kwaliteitszorg

In dit hoofdstuk hebben we veelvoorkomende begrippen in de zorg nader uitgelegd en met elkaar in verband gebracht. Zo is aan de orde geweest wat we verstaan onder het begrip kwaliteit en kwaliteitszorg. Een belangrijk onderdeel daarvan is de houding en het gedrag van de helpende met betrekking tot het geven van kwaliteitszorg.
Tevens is aan de orde geweest wat kwaliteitsbevordering en kwaliteitsbewaking inhouden en wat de rol van jou als helpende daarbij kan zijn. Ook is besproken hoe de kwaliteitszorg georganiseerd is.
De kwaliteit van de beroepshouding van de helpende zegt iets over de manier waarop de helpende zijn beroep uitoefent. Er worden eisen gesteld aan de kwaliteit van je houding en gedrag als helpende. In de laatste paragraaf zijn we ingegaan op de manier waarop je als helpende kunt meewerken aan het geven van kwaliteitszorg.
Tot slot is besproken op welke manieren je je deskundigheid als helpende kunt bevorderen.
H. te Riet, H. de Jonge

Nawerk

Meer informatie