Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Seksueel misbruik komt veel voor bij kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking. Veel vaker dan bij anderen. Maar hoe neem je als hulpverlener de regie in handen als het probleem eenmaal is gesignaleerd? Hoe bespreek je het probleem met de cliënt, met familieleden, met naasten en met andere professionals. Hoe breng je hen verder?

In de dagelijkse praktijk blijkt dit vaak lastig. Instellingen beschikken weliswaar over een meldcode en goede handelingsprotocollen over de omgang met (vermoedens van) seksueel misbruik, maar tegelijk is er onder hulpverleners vaak sprake van grote onzekerheid en machteloosheid. De logica die er onder andere omstandigheden wel is, blijkt opeens zoek. Niets is meer vanzelfsprekend, hulpverleners voelen zich onvoldoende toegerust om in dit proces het voortouw te nemen. Dat werkt verlammend, met alle gevolgen van dien.

Dit boek helpt hulpverleners om dit probleem adequaat aan te pakken. Het is geschreven voor gedragsdeskundigen, maar ook bij uitstek geschikt voor (psycho) therapeuten, maatschappelijk werkers, gezinsvoogden en ambulant- en gezinsbegeleiders.

Het SOS-handboek bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat theoretische achtergrondinformatie over seksueel misbruik en trauma bij mensen met een verstandelijke beperking. Het tweede deel heeft een praktische insteek en beschrijft hoe cliënten met uiteenlopende ontwikkelingsniveaus, ouders en hulpverleners op weg worden geholpen. Dit gebeurt in een eerste-opvang-programma van vier sessies, afgestemd op elk van de doelgroepen.

Voor professionals in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is dit boek onmisbaar. Het is voor het eerst dat een dergelijk handboek in Nederland verschijnt. De auteurs van het SOS-handboek beschikken over een brede en jarenlange expertise rond onderzoek en hulpverlening bij seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke beperking, opgedaan in binnen- en buitenland.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het handboek SOS – Snelle Opvang bij Seksueel misbruik

Psychologische eerste hulp aan mensen met een verstandelijke beperking en hun systeem
Inleiding
Seksueel misbruik van kinderen, jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking confronteert hulpverleners en andere mensen uit de omgeving met gevoelens van verwarring en machteloosheid. Een onderzoeksverslag naar de prevalentie van seksueel misbruik in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking droeg de titel: ‘Onbestaanbaar waar’[1], naar een uitspraak van een respondent, die heel treffend weergaf wat deze problematiek teweegbrengt. Mensen in de omgeving worden heen en weer geslingerd tussen de wil om te ontkennen en de wil om snel te helpen. Het omgaan met seksueel misbruik vraagt echter om doordacht handelen, wat zeker op momenten waarop men zelf in verwarring is, niet eenvoudig is.[2]
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

2. Seksueel misbruik van mensen met een verstandelijke beperking: plaatsbepaling en verklaringsmodel

Inleiding
Bij het handelen in situaties van seksueel misbruik van mensen met een verstandelijke beperking, speelt verschillende wet- en regelgeving een rol. Vaak voelen hulpverleners zich handelingsverlegen door een beperkte kennis op dit gebied. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de definiëring van seksueel misbruik, zowel in psychologische als in juridische zin. Er worden kort enkele wetsartikelen beschreven die van toepassing zijn op situaties van seksueel misbruik, waarbij mensen met een verstandelijke beperking betrokken zijn. Het gaat dan niet alleen om de aard van de seksuele handelingen, de leeftijd van betrokkenen, maar ook om de wilsbekwaamheid van het slachtoffer - een term die in rechtszaken rondom seksueel misbruik van mensen met een verstandelijk beperking, maar ook daarbuiten, geregeld een centrale rol speelt.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

3. Wettelijke kaders voor handelen bij seksueel misbruik van mensen met een verstandelijke beperking

Inleiding
Hulpverleners binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking hebben een bijzondere verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun cliënten. Ondanks de aandacht die er is voor preventie, hebben zij helaas regelmatig te maken met situaties van (vermoedens van) seksueel misbruik. Hulpverleners kunnen op verschillende manieren met seksueel misbruik te maken krijgen. Het slachtoffer en de pleger kunnen cliënt zijn, maar ook een medewerker, vrijwilliger of stagiaire. Het kan ook gaan om een bekende (familie of vriend) van een cliënt. Seksueel misbruik kan door het slachtoffer of zijn/haar omgeving naar buiten worden gebracht, toevallig ontdekt worden, maar kan ook blijken na onderzoek van indirecte signalen. Slechts in enkele gevallen wordt een pleger op heterdaad betrapt.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

4. Trauma en verwerking

Inleiding
Het meemaken van seksueel misbruik is een schokkende ervaring, die grote impact heeft op het leven van mensen. Dergelijke schokkende ervaringen worden ook wel traumatische gebeurtenissen genoemd, of kortweg het meemaken van een trauma. Deze traumatische gebeurtenissen hebben met elkaar gemeen dat ze de normale menselijke ervaringen ver te boven gaan en dat iemands gevoel van basisveiligheid er ernstig door kan worden aangetast - eenmalig of langdurig. Het meemaken van een trauma kan verschillende gevolgen met zich meebrengen op psychisch, sociaal en neurobiologisch vlak. Het verwerken van een traumatische gebeurtenis gaat gepaard met stressreacties die zich, als ze langer aanhouden, kunnen ontwikkelen tot een posttraumatische stressstoornis.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

5. De eerste opvang van cliënten met een verstandelijke beperking na seksueel misbruik

Inleiding
Een moment van onthulling van seksueel misbruik kondigt zich bijna nooit aan. Het komt voor iedereen onverwacht. Ook al is er sprake van al langer lopende vermoedens en is een taxatiegesprek gevoerd, de bevestiging van het vermoeden is nog steeds een schok. Soms ook voor de cliënt zelf. Vaak is het zo dat de cliënt al lang leeft met een geheim en dat geheim ligt nu ineens op tafel. De wereld staat op zijn kop en iedereen is ineens betrokken partij. De cliënt staat ineens in de schijnwerpers, wat een overspoelende ervaring kan zijn. Daarbij komt dat alle betrokkenen in de omgeving geraakt zijn door de onthulling - en anders reageren dan anders.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

6. Hulpboek voor mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking

Inleiding
Mensen met een lichte en matige verstandelijke beperking die seksueel misbruik meemaken, reageren daar heel verschillend op. De verschillen worden verklaard vanuit het ontwikkelingsstadium waarin men functioneert, gecombineerd met de al eerder opgedane levenservaring. Wanneer bij deze cliënten seksueel misbruik plaatsvindt door een belangrijke andere persoon van wie de cliënt afhankelijk is, wordt de cliënt geschaad in zijn vertrouwen. Hij ervaart dat degene aan wie hij zich toevertrouwt, ook degene is die hem pijn kan doen. Dit veroorzaakt verwarring, wantrouwen, machteloosheid en een klachtenpatroon, zoals dat ook te zien is bij met mensen zonder een verstandelijke beperking.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

7. Hulpboek voor mensen met een ernstige verstandelijke beperking

Inleiding
Mensen met een ernstige verstandelijke beperking die seksueel misbruik meemaken, zullen vaak cognitief niet kunnen begrijpen wat hen overkomen is. Wanneer bij deze cliënten seksueel misbruik plaatsvindt door een belangrijke ander van wie het slachtoffer afhankelijk is, wordt de cliënt geschaad in zijn vertrouwen. De cliënt ervaart dat degene aan wie hij zich toevertrouwt, ook degene is die hem pijn kan doen. De behoefte aan bescherming, die de cliënt zowel op lichamelijk als emotioneel gebied heeft, wordt tegelijkertijd ook bedreigend en risicovol; een probleem waar niet uit te komen is. De cliënt zal de neiging kunnen ontwikkelen emotioneel contact te ontlopen en zich terugtrekken.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

8. Opvang van de ouders van slachtoffers van seksueel misbruik met een verstandelijke beperking

Inleiding
In dit hoofdstuk staat de opvang van ouders van kinderen met een verstandelijke beperking die slachtoffer zijn van seksueel misbruik centraal. Het opvangen van de ouders en verwanten is een essentieel onderdeel van het SOS-programma. Dit geldt ook als cliënten al lang geen kinderen meer zijn en er sprake is van een minder intensief contact tussen ouder en kind.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

9. De opvang van betrokken hulpverleners van slachtoffers van seksueel misbruik

Inleiding
De manier waarop iemand met een verstandelijke beperking ervaringen met seksueel misbruik verwerkt, hangt in grote mate samen met de reacties van zijn of haar betekenisvolle anderen, zoals ouders en andere familieleden, maar ook met de reacties van hun begeleiders.[1] Het begeleiden van verstandelijk beperkte slachtoffers van seksueel misbruik, en hun systeem, brengt een complexe dynamiek met zich mee. Vraagstukken betreffende schuld, geloof en ongeloof kunnen het adequaat functioneren van begeleiders en een betrokken hulpverleningsteam fors belemmeren.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

10. Werkvormen voor de begeleiding van ouders, opvoeders en hulpverleners

Inleiding
Tijdens de SOS-bijeenkomsten worden tal van onderwerpen door de gedragsdeskundige met ouders en begeleiders besproken. In dit hoofdstuk worden werkvormen beschreven, die helpend kunnen zijn bij het bespreken van deze onderwerpen. De werkvormen zijn ingedeeld op basis van traumagerelateerde thema’s: veiligheid, zorgen, pijn, angst, boosheid, ontspanning en perspectief. Deze werkvormen worden door de gedragsdeskundige samengevoegd tot een hulpboek voor ouders c.q. begeleiders. Dit hulpboek wordt voorafgaand aan het eerste gesprek samengesteld en in de volgende bijeenkomsten telkens aangevuld.
A. Scharloo, S. Ebbers, M. Spijker

Nawerk

Meer informatie