Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

01-08-2016 | In gesprek met | Uitgave 4/2016

Psychopraktijk 4/2016

Rick van Baaren: ‘De relatie tussen inzicht, attitude en gedrag is veel zwakker dan gedacht’

Tijdschrift:
Psychopraktijk > Uitgave 4/2016
Auteur:
Marijke van Eijkeren
Belangrijke opmerkingen
In deze rubriek vertelt iemand uit de GGZ of de academische wereld over zijn of haar ervaringen. Marijke van Eijkeren is auteur en journaliste.
We spreken af in Nijmegen, in het laatmiddeleeuwse historische regentenhuis van de cellenbroeders waar D&B is gevestigd. Vroeger werden in de nog altijd bestaande twee isoleercellen van het pand geesteszieken opgevangen. Rick zit buiten in de zon, op het sfeervolle binnenplein, en stelt voor om het gesprek daar te voeren. Even profiteren van deze mooie lentedag!
U heeft in Nijmegen gestudeerd, bent er gepromoveerd en werkt ook in Nijmegen.
‘Nijmegen is mijn thuisbasis, maar ik laat me bijvoorbeeld ook graag inspireren door buitenlandse collega’s. Vaak stel ik mezelf de vraag: hoe doen ze dat elders, kan het ook anders? Ik ben tegendraads, altijd geweest. Je zou me mentaal claustrofobisch kunnen noemen; protocollen vind ik vervelend, ik wil mijn eigen beslissingen kunnen nemen. Als iedereen zegt het moet zo, ben ik degene die zegt: kan het ook anders.’
Is interesse in gedragsverandering de reden dat u psychologie ging studeren?
‘Aanvankelijk wilde ik economie studeren, totdat ik als student in de VS het vak The psychology of the serial killer volgde, dat wekte mijn interesse voor de psychologie. Ik vind iets magisch in het begrijpen van het rariteitenkabinet van mensen; achteraf bezien had ik waarschijnlijk beter klinische- dan sociale psychologie kunnen studeren. Het onderwerp gedragsverandering is er geleidelijk ingeslopen. Dat begon met mijn promotieonderzoek over stereotypen. Daaraan wilde ik een commerciële richting geven en zo kwam ik ertoe om aan de RU het vak reclamepsychologie op te zetten. Een gouden greep, want de collegezalen zaten stampvol.
Ik besloot me te specialiseren in de gedragsbeïnvloedende psychologie: hoe zorg je ervoor dat mensen iets wel of juist niet doen? Destijds hield alleen de sociaalpsycholoog Robert Cialdini zich daarmee bezig; een grote inspirator.’
Wie is rick van baaren?
Prof. dr. Rick van Baaren (1975) is hoogleraar Gedragsverandering & maatschappij, en universitair hoofddocent Bewuste en onbewuste gedragsbeïnvloeding aan de Radboud Universiteit Nijmegen (RU) waarvoor hij ook de master Behavioral change heeft opgericht. In zijn onderzoek ligt de nadruk op onbewuste processen en technieken om menselijk gedrag te veranderen. Naast zijn werk aan de universiteit is hij mede-oprichter van D&B ( http://​dbgedrag.​nl) en medewerker van The Lab of Life ( www.​thelaboflife.​com).
Wat is het grootste verschil tussen de klinische psychologie en de gedragsveranderingen waarop D&B inzet?
‘Wij houden ons vooral bezig met normaal gedrag, diagnostiek blijft buiten beschouwing. Wel analyseren wij hoe gedrag ontstaat, en hoe je daarin kunt interveniëren. In de door mij opgezette master Gedragsverandering (RU) leren studenten over psychologische reflexen en beïnvloedingstechnieken. Cognities veranderen is niet ons doel, maar het veranderen van gedrag wel.’
Waarom is gedrag zo lastig te veranderen?
‘Dat heeft alles te maken met de evolutie; wat altijd belangrijk is geweest voor ons overleven, is dat nog steeds. Veel gedrag is onbewust, routinematig en impulsgedreven; de invloed van bewuste controle, werkgeheugen en zelfreflectie wordt schromelijk overschat. Weerstand is belangrijk; ons brein wil helemaal niet veranderen. Ons denken en doen worden heel vaak ingegeven door eenzijdige, stereotype informatie die we niet falsificeren, maar die ons brein desalniettemin zo snel mogelijk in allerlei consistente denk- en gedragspatronen vastlegt.’
En daarmee vergroten we onze evolutionaire overlevingskansen?
‘Het is of voelt veel veiliger om niet te hoeven veranderen en daarmee sparen we energie. Bewustzijn komt heel laat in de evolutie. Overleven vraagt om actie, niet om denken. Toch is het denken gaandeweg een handig hulpmiddel gebleken om ineffectief gedrag te inhiberen. Omdat de mens afhankelijk is van sociale verbanden, is het doorgaans bijvoorbeeld verstandiger als ik er niet plotseling met mijn buurvrouw vandoor ga. Meer in het algemeen geldt dat mensen denken dat hun gedachten consequenties hebben voor hun gedrag, - dat ze wat ze denken ook doen -, terwijl dat doorgaans niet het geval is. De relatie tussen onze attitude en ons gedrag is heel zwak, daarom is het ook zo lastig om gedrag te veranderen.’
De keten van nieuwe kennis (inzicht)- attitudeverandering-gedragsverandering bestaat niet?
‘Daarvan gaat in elk geval veel minder kracht uit dan we denken. Soms, als we heel hard ons best doen, lukt het mensen ook om via die keten een gedragsverandering te realiseren, maar vrijwel alle (zorg)professionals ondervinden dat het zo niet werkt.
Uit onderzoek blijkt eerder het omgekeerde; dat mensen hun denken aanpassen aan hun gedrag. Vroeger maakte ik bijvoorbeeld zelden een wandeling. Nu wandel ik vaak met mijn partner en denk dan: hé, ik vind dit blijkbaar leuk. De oplossing van een probleem is heel vaak doen, daar kun je gedrag mee veranderen. Bij B&D doen we dat vaak door een prikkel te geven waar mensen onbewust op reageren met het gewenste gedrag. Maar het is mooi meegenomen als je mensen daarvoor een rationale meegeeft, zoals: ik gedraag me niet agressief, daar ben ik trots op en ik voel me er goed bij.’
Wie zijn jullie klanten?
‘De overheid, maar ook organisaties en bedrijven. We werken aan thema’s als schoner, duurzamer, fitter, veiliger, socialer en gelukkiger. Daarnaast ben ik betrokken bij het initiatief Lab of Life, laboratorium van je leven. We bieden een training aan waarin mensen leren meer grip te krijgen op hun eigen vitaliteit; om de balans te vinden tussen werk en privé. In essentie gaat het erom dat je doet waar je je prettig bij voelt.’
Hoe worden die trainingen ingevuld?
‘Die duren vijf weken, waarin mensen om de week deelnemen aan een trainingssessie van twee uur en huiswerk meekrijgen. In de training wordt gewerkt aan de balans van mensen. Daarvoor vragen we hen om alles wat ze in de voorgaande week hebben gedaan te scoren met plussen en minnen; afhankelijk van hoeveel energie bepaalde acties hen gaven en hoeveel energie andere acties hen kostten.’
Wat levert dat op?
‘Veel van onze deelnemers zien dan dat er meer energie uitgaat dan er binnenkomt. Uiteindelijk kan het niet anders of dat leidt tot een burn-out. In de training gaan mensen na op welke punten hun leven uit balans is: wat doe ik te veel, wat mis ik; en waarom zou ik willen veranderen, wat levert dat op? We zetten mensen ertoe aan hun eigen keuzes te maken. Veranderingen zijn alleen stap voor stap te realiseren, door na te gaan: wat wil ik veranderen, waar wil ik die verandering zien en wanneer wil ik veranderen?
In de trainingen worden geen grote doelen gesteld, er wordt vooral gestreefd naar kleine succeservaringen. Die zul je alleen opdoen als je de intentie zo concreet mogelijk maakt: ‘ Dinsdagochtend, om tien uur, laat ik de ontbijtafwas staan en maak ik een foto van de mooie eik in mijn tuin.’ Deelnemers houden zich aan die kleine voornemens en beschrijven hoe zij zich daarbij voelden. Het gaat om hun welbevinden. Meerdere trainingsmomenten zorgen ervoor dat veranderingen gewoontes worden. Dat moet je blijven borgen, - dat is onderdeel van de training -, en daarvoor kunnen mensen nadien ook inloggen op onze website.
Is het effect van de training ooit onderzocht of geëvalueerd?
‘Uit onze eigen evaluatie blijkt dat de kortetermijnresultaten zeer positief zijn. Een grote Nederlandse organisatie waar we de training hielden, evalueerde het resultaat na een jaar. Daaruit bleek dat deelnemers de gedragsverandering volhielden. Fight fire with fire; gewoontes moet je met nieuwe gewoontes aanpakken.’
Wat zijn jullie kennisbronnen?
‘Ook daarvoor putten we voornamelijk uit het kennisveld van de gedragsbeïnvloeding. Neem de Selfdetermination theory, over menselijke motivatie. Volgens die theorie kunnen mensen alleen optimaal functioneren en groeien als voldaan is aan drie basisbehoeften: een relatie, competentie en autonomie. Eigen regie is daarvoor cruciaal, en zelfovertuiging. Om verandering vol te kunnen houden, moeten mensen zich eigenaar voelen van die verandering; alleen dan beklijft de persoonlijke verandering. Gechargeerd: ik denk dat een goede therapeut stinkende wonden maakt. Als je je na elke therapeutische sessie geïnspireerd en bevestigd voelt, is dat heerlijk, maar daarmee ga je het op de lange termijn niet redden. Een mens moet zichzelf veranderen, een ander kan dat niet voor je doen.’
‘Om verandering vol te kunnen houden, moeten mensen zich eigenaar voelen van die verandering’
In de klinische praktijk zie je veel terugval bij problemen als angst en verslaving. Komt dat door een gebrek aan borging?
‘Ik denk dat we moeten accepteren dat het een fact of life is dat mensen aan dergelijke problemen ook chronisch moeten blijven werken. De nadruk die er in de ggz nu ligt op korte interventies; ik snap de rationele, maar ik denk dat veel problemen niet in zo’n korte tijd zijn op te lossen. Gewoontepatronen zijn ingesleten; leg je er maar bij neer dat genezing veel tijd kost. En ja, de borging van nieuwe gewoonten is daarvoor cruciaal.’
Wat kunnen clinici daarvan leren?
‘Een tip die ik therapeuten kan geven, is dat zij zich meer verdiepen in het normale of gezonde in de mens; en dat zij zich niet alleen focussen op het probleem, maar ook op het omliggend landschap, zodat je het gedrag in zijn geheel versterkt. Nu wordt nog teveel vanuit de diagnose, - de ziekte -, gedacht.
En verder, houd rekening met weerstanden en maak de cliënt eigenaar van zijn gedragsverandering. Van een therapeut vraagt het heel wat om de regie deels los te laten, - dat raakt aan diens beroepstrots en zelfwaardering -, maar uiteindelijk gaat het om de genezing van de cliënt en het gevoel dat je iemand echt vooruit hebt geholpen.
Ook mij geeft het zelfvertrouwen als ik in het dankwoord van een promovendus lees dat ik hem of haar tot hulp en inspiratie was, maar het mooist denkbare dankwoord is dat iemand het helemaal zelf heeft kunnen doen. Gewaardeerd worden, relevant zijn, iets kunnen is een basisbehoefte van mensen.’
In de ggz wordt veel gewerkt met CGT. Anders denken, is anders doen is daarvan het beoogde werkingsmechanisme. Hoe staat u daarin?
‘Ik zal niet ontkennen dat een gedragsverandering mogelijk ook te realiseren is door anders te leren denken, maar in de kern vind ik die aanpak te indirect. De essentie is immers dat je gedrag wilt veranderen. Ik snap dat mensen zich anders willen voelen, maar ik beschouw voelen als een consequentie van gedrag; en niet als een voorloper daarvan. Gedraag je anders en je voelt je anders. Omdat de klinische psychologie mijn werkveld niet is, is het lastig hierover al te stevige uitspraken te doen, maar theoretisch gezien, heb ik mijn bedenkingen.’
Veel ggz-behandelingen beperken zich tot de praktijkkamer; zou gedragsverandering eerder te realiseren zijn als therapeuten de omgeving van de cliënt bij de behandeling betrekken?
‘Zeker, veel gedrag is verankerd in objecten en situaties doordat die dat gedrag uitlokken. Een affordance is een kenmerk van een object dat uitnodigt tot een bepaalde actie. Kijk bijvoorbeeld eens naar het oortje van een koffie- of theekopje. Of je het nu wilt of niet, dat kijken activeert de premotorcortex in ons brein; ter preactivatie van de spieren die je nodig hebt voor een kleine grip. Het object, het oor van dit kopje, draagt de eigenschap in zich om dat gedrag te ontlokken. En dat geldt voor heel veel objecten, dus ook die zullen een rol spelen in het probleemgedrag van een cliënt of bij het beoogde doelgedrag. Het is zinnig als je daar inzicht in hebt; kun je iets veranderen in de omgeving om het gewenste gedrag uit te lokken?’
Kunt u een concreet voorbeeld geven?
‘Wij hebben bijvoorbeeld een experiment gedaan om agressie tegen te gaan in het uitgaansleven. Daarvoor hebben we toen alleen de omgeving gemanipuleerd, zonder mensen daarover expliciet te informeren. We lieten mensen blije poppetjes zien, in de kroeg en in de nachtbus. Dat werkt, het is kennelijk moeilijk om iemand op zijn bek te slaan als je net een vrolijk poppetje hebt gezien. Iemand heeft een probleem in een context, dus pak ook de context aan. Welke objecten in de thuissituatie van de cliënt bepalen (onbewust) diens gedrag?’

Onze productaanbevelingen

BSL Psychologie Totaal

Met BSL Psychologie Totaal blijf je als professional steeds op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen binnen jouw vak. Met het online abonnement heb je toegang tot een groot aantal boeken, protocollen, vaktijdschriften en e-learnings op het gebied van psychologie en psychiatrie. Zo kun je op je gemak en wanneer het jou het beste uitkomt verdiepen in jouw vakgebied.

BSL Academy mbo Verzorging en Verpleegkunde

Over dit artikel

Andere artikelen Uitgave 4/2016

Psychopraktijk 4/2016 Naar de uitgave