Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Als je artsen, verpleegkundigen of verzorgenden vraagt wat zij lastig vinden in de omgang met palliatieve patiënten, gaat het in de helft van de gevallen niet over de patiënten zelf, maar over hun naasten. Naasten worden steeds veeleisender, stellen zaken ter discussie en handelen niet altijd in het belang van de patiënt. Toch is er in de vakliteratuur maar weinig aandacht voor het omgaan met naasten.

Onmacht en daadkracht gaat juist wél over het omgaan met naasten. Het boek is een compilatie van verhalen die de auteur door de jaren heen in de praktijk heeft verzameld, aangevuld met de resultaten van het onderzoek De invloed van naasten op de behandelbeslissingen van de patiënt van het Longkanker Informatiecentrum.

In de vorm van korte casussen schetst het boek waar je als hulpverlener tegenaan loopt en welke processen er spelen tussen patiënten, naasten en jou als zorgprofessional. Ook geeft het tips over hoe je met bepaalde moeilijke situaties kunt omgaan.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Abstract
Tijdens trainingen vraag ik aan artsen, verpleegkundigen of verzorgenden om situaties met de palliatieve patiënt in te brengen die ze lastig vinden. Meer dan de helft van die casussen gaan niet over de patiënt zelf, maar over de naasten die eromheen staan. We vinden ze belangrijk in de communicatie, en voor de ondersteuning van de patiënt. Maar we vinden ze ook wel eens lastig. Naasten worden steeds veeleisender, ze stellen van alles ter discussie, en soms willen ze dingen die in jouw ogen niet in het belang van de patiënt zijn.
Cilia Linssen

1. Herkenbare patronen bij patiënt en naasten

Abstract
Alhoewel de norm is ‘we doen wat de patiënt wil’ oefenen naasten wel degelijk invloed uit op de patiënt. Vaak onbewust. Vrijwel altijd goedbedoeld. Patiënten nemen beslissingen zelden alleen. Naasten oefenen invloed uit doordat ze ‘er meer verstand van hebben’, doordat ze denken dat iets ‘de beste weg voor de patiënt is’, en doordat de patiënten hun een plezier willen doen . Het is belangrijk dat je als zorgprofessional bewust bent van deze, vaak emotionele, invloed die naasten uitoefenen en samen met hen op zoek gaat naar wat in het belang is van de patiënt.
Cilia Linssen

2. Hoe praten ze met elkaar

Abstract
In 1997 kreeg Frank Sanders (directeur van Frank Sanders Akademie voor Musicaltheater, en veelzijdig artiest) kanker. De artsen gaven hem nog een half tot vijf jaar. Hij werd beter. Zijn partner, Jos Brink, overleed in 2007 na een kort ziekbed. Frank Sanders praat over zijn eigen ziekte, die van Jos en over hoe ze als naasten elkaars ziekbed hebben doorgemaakt.
Cilia Linssen

3. Omgaan met informatie

Abstract
We zien vaak dat de naasten meer behoefte hebben aan informatie dan de patiënt zelf. Die heeft meestal aan een minimum genoeg, terwijl de naasten willen begrijpen, duiden et cetera. De patiënt onthoudt zelf weinig van de gegeven informatie.
Cilia Linssen

4. Communicatie met naasten van de patiënt

Abstract
Mevrouw Van den Berg is een dame van achter in de zestig met borstkanker. Ze zit vrij stil tegenover de arts met een sjaal om haar hoofd. De arts vraagt aan haar hoe het gaat sinds de laatste chemokuur: “Nou, het gaat wel. Wel zwaar,” mompelt ze zachtjes. Haar man, een stevig gebouwde zestiger, buigt zich naar voren en zegt flink: “Ja, het is natuurlijk zwaar, maar we houden vol hè, we laten het er niet bij zitten.” “Nee…,” zegt zijn vrouw weer zachtjes. “Dus,” zegt haar man tegen de arts, “wanneer gaan we beginnen met de volgende kuur? De zesde is het, hè? Is dit dan de laatste?” De arts zoekt oogcontact met mevrouw, maar ze kijkt naar haar handen. Ze lijkt het wel best te vinden dat haar man het woord doet. Hij richt zich dus tot de echtgenoot en maakt een afspraak voor de nieuwe chemotherapie. Naderhand heeft hij het gevoel dat zijn patiënte iets wilde zeggen, maar dat niet deed.
Cilia Linssen

5. Waar het altijd over gaat

Abstract
Naaste: “Ik snap dat niet. Ik bied aan om hem overal heen te rijden omdat hij tot vier maanden na zijn infarct niet mag rijden, gaat hij zelf overal heenrijden! En ik kan honderd keer zeggen dat hij het aan mij moet vragen, maar nee hoor, hij wil zelf. Gek word ik ervan, het is hartstikke gevaarlijk.
Cilia Linssen

6. De zorgprofessional als naaste

Abstract
Verpleegkundige: “Het is onvermijdelijk… als ik bij mijn moeder in het ziekenhuis kom, kijk ik altijd even naar de status, het infuus, de medicijnen. Het is moeilijk om die rol los te laten.
Cilia Linssen

7. Naasten, wat moeten we ermee?

Abstract
In ons onderzoek naar de rol van naasten hebben we artsen gevraagd hoe ze de naasten benaderden en al dan niet betrokken bij het gesprek.
Cilia Linssen

8. Tien tips bij omgaan met naasten

Abstract
Als een naaste ontevreden of nerveus is, heeft dat onherroepelijk effect op de patiënt. Ook al heb je nog zo’n goede band met de patiënt en kun je hem zelf gemakkelijk geruststellen, als het met de naasten niet goed gaat dan heeft de patiënt daar last van. Een rustige en tevreden naaste betekent een rustige en tevreden patiënt. Betrek de naasten dus bij de communicatie. Vraag waar ze behoefte aan hebben, welke rol ze spelen, wie er nog meer betrokken zijn. En zodra je denkt dat er iets niet lekker loopt, stap je er op af.
Cilia Linssen

9. Casussen voor discussie en reflectie

Abstract
De casussen die hieronder worden beschreven, kun je gebruiken voor intervisie- en opleidingsdoeleinden. Je mag ze zelf ‘oplossen’. ‘Oplossen’ tussen aanhalingstekens, want volmaakt oplossen is er vaak niet bij, net zoals in de realiteit. Het gaat erom dat je samen met je collega’s gaat kijken naar mogelijke oplossingen, en variaties in gedrag. Iedereen pakt situaties anders aan, en of het werkt hangt er ook vanaf of het bij je past. Meestal is er echter meer mogelijk dan je denkt, en casusbesprekingen, intervisie en rollenspelen kunnen helpen om nieuwe ideeën te krijgen en ander gedrag uit te proberen.
Cilia Linssen

Nawerk

Meer informatie