Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2006 | OriginalPaper | Hoofdstuk

Is na uterusextirpatie voor een cervixcarcinoom met vrije sneevlakken het maken van een vagina-uitstrijk nuttig?

Auteur : A.C. Ansink

Gepubliceerd in: Vademecum permanente nascholing huisartsen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Het cervixcarcinoom is in Nederland een zeldzame aandoening. Per jaar wordt de diagnose bij ongeveer 700 vrouwen gesteld en overlijden er 200 aan de ziekte. Cervixcarcinoom komt relatief veel voor bij jonge vrouwen. Ruim eenderde van alle nieuwe gevallen komt voor in de leeftijdsgroep van 30 tot 45 jaar. Patiënten met een vroeg stadium (tot en met IIA) van de ziekte worden meestal primair chirurgisch behandeld; bij patiënten met hogere stadia is primaire radiotherapie de behandeling van eerste keus, tegenwoordig meestal gecombineerd met chemotherapie. De vijfjaarsoverleving voor patiënten met een vroeg-stadium cervixcarcinoom is goed: voor stadium IB ongeveer 85% en voor stadium IIA 66%. Voor de hogere stadia zijn de overlevingscijfers uiteraard minder gunstig. Het optreden van een recidief cervixcarcinoom is een lastig klinisch probleem omdat slechts een minderheid van de patiënten met een recidief kan worden genezen. Afhankelijk van het primaire stadium, de eerdere behandeling en de lokalisatie van het recidief varieert de genezingskans van een recidief van 10 tot 23% .
Literatuur
go back to reference Visser O, Schouten LJ, Elbertse BJJ. Feiten en fabels over kanker in Nederland. Vereniging van Integrale Kankercentra. Utrecht 2000: 14-15. Visser O, Schouten LJ, Elbertse BJJ. Feiten en fabels over kanker in Nederland. Vereniging van Integrale Kankercentra. Utrecht 2000: 14-15.
go back to reference Ansink AC, Barros Lopes A De, Naik R, Monaghan JM. Recurrent stage IB cervical carcinoma: evaluation of the effectiveness of routine follow up surveillance. Br J Obstet Gynaecol 1996; 103: 1156-58. Ansink AC, Barros Lopes A De, Naik R, Monaghan JM. Recurrent stage IB cervical carcinoma: evaluation of the effectiveness of routine follow up surveillance. Br J Obstet Gynaecol 1996; 103: 1156-58.
go back to reference Duyn AEJ, Eijkeren MA van, Kenter GG, et al. Recurrent cervical cancer: detection and prognosis. Presentatie tijdens het 7e congres van de International Gynecological Cancer Society. Rome: 26-30 september 1999. Duyn AEJ, Eijkeren MA van, Kenter GG, et al. Recurrent cervical cancer: detection and prognosis. Presentatie tijdens het 7e congres van de International Gynecological Cancer Society. Rome: 26-30 september 1999.
go back to reference Larson DM, Copeland LJ, Malone JM, et al. Diagnosis of recurrent cervical carcinoma after radical hysterectomy. Obstet Gynecol 1988; 71: 6-9 Larson DM, Copeland LJ, Malone JM, et al. Diagnosis of recurrent cervical carcinoma after radical hysterectomy. Obstet Gynecol 1988; 71: 6-9
go back to reference Soisson AP, Geszler G, Soper JT, Berchuk A, Clarke-Pearson DL. A comparison of symptomatology, physical examination, and vaginal cytology in the detection of recurrent cervical carcinoma after radical hysterectomy. Obstet Gynecol 1990; 76: 106-9. Soisson AP, Geszler G, Soper JT, Berchuk A, Clarke-Pearson DL. A comparison of symptomatology, physical examination, and vaginal cytology in the detection of recurrent cervical carcinoma after radical hysterectomy. Obstet Gynecol 1990; 76: 106-9.
go back to reference Garzetti GG, Ciavattini A, Tenace A, et al. Evaluation of routine follow up in patients treated for locally advanced cervical carcinoma. Int J Gynaecol Obstet 1995; 4: 162-67. Garzetti GG, Ciavattini A, Tenace A, et al. Evaluation of routine follow up in patients treated for locally advanced cervical carcinoma. Int J Gynaecol Obstet 1995; 4: 162-67.
go back to reference Bodurka DC, Morris M, Eifel PJ, et al. Post-therapy surveillance of women with cervical cancer: an outcome analysis. Presentatie op de 28e vergadering van de Society of Gynecologic Oncologists. Phoenix: 22-26 maart 1997. Bodurka DC, Morris M, Eifel PJ, et al. Post-therapy surveillance of women with cervical cancer: an outcome analysis. Presentatie op de 28e vergadering van de Society of Gynecologic Oncologists. Phoenix: 22-26 maart 1997.
go back to reference Samlal RAK, Velden J van der, Eerden T van, et al. Recurrent cervical carcinoma after radical hysterectomy: an analysis of clinical aspects and prognosis. Int J Gynecol Cancer 1998; 8: 78-84. Samlal RAK, Velden J van der, Eerden T van, et al. Recurrent cervical carcinoma after radical hysterectomy: an analysis of clinical aspects and prognosis. Int J Gynecol Cancer 1998; 8: 78-84.
go back to reference Singer A, Monaghan JM. Vaginal intraepithelial neoplasia. In: Lower genital tract precancer. Boston: Blackwell, 1994: 160-76. Singer A, Monaghan JM. Vaginal intraepithelial neoplasia. In: Lower genital tract precancer. Boston: Blackwell, 1994: 160-76.
Metagegevens
Titel
Is na uterusextirpatie voor een cervixcarcinoom met vrije sneevlakken het maken van een vagina-uitstrijk nuttig?
Auteur
A.C. Ansink
Copyright
2006
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8808-0_633