Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: Tandartspraktijk 4/2017

01-05-2017

Hoektandgeleiding

Herstel van esthetiek door herstel van occlusie en articulatie

Auteur: Annemie Grobbink

Gepubliceerd in: Tandartspraktijk | Uitgave 4/2017

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

De cuspidaten kunnen we zien als de hoekstenen van ons gebit. In de ideale beet (neutro-occlusie met correcte overjet en overbite) zorgen de cuspidaten bij elke excursie van de onderkaak voor onmiddellijke disclusie van de postcaniene elementen. Door deze zogenoemde ‘cuspidaatgeleiding’ worden de promolaren en molaren beschermd tegen attritie en mechanische abfractie. Daarbij fungeert een correcte hoektandgeleiding door middel van proprioceptie als waakhond tegen grote krachten of overbelasting. Het ontbreken van (een) cuspidaat(geleiding) heeft mogelijk grote gevolgen. In dit artikel beschrijf ik een casus waarin het belang van de cuspidaat(geleiding) naar voren komt.
Opmerkingen
Annemie Grobbink (ACTA 1999) is eigenaar van de Tanden Kliniek in Amsterdam (www.​detandenkliniek.​com) en erkend restauratief tandarts en prosthodontist.
Met dank aan:
– Mondhygiënist Pascale Hemelrijk voor het uitvoeren van de initiële parodontale behandeling.
– Implantoloog Eric Blom voor het plaatsen van de implantaten 21 en 33.
– Tandtechnici Milo Bakker en Sabrina Pameijer voor het techniekwerk.
In 2003 meldt zich een dame van 44 jaar bij mij (afbeelding 1-3 ). Zij is al jaren ontevreden over de esthetiek van haar gebit, maar ze hoort al evenveel jaren dat ze die maar beter kan accepteren omdat de oplossing niet voor de hand liggend zou zijn. Nu is haar 21 mobiel geworden en zij maakt zich zorgen over dat element. Als er dan toch een behandeling aan haar voortand moet plaatsvinden, zou ze toch ook graag de mogelijkheden willen laten bekijken voor esthetisch herstel.
Haar voornaamste esthetische klachten zijn de kleur, de vorm en de kroonranden van de kronen op de 21 en 22, en de ongelijkheid van haar gebit aan de linkerkant in zowel de boven- als onderkaak. Bij doorvragen omschrijft ze dit als ‘het verdwijnen’ van haar kiezen achter haar uitstekende hoektand linksboven, het rare gat linksonder en het idee dat haar ondertanden scheef weglopen vanaf de uítstekende hoektand rechtsonder. Met andere woorden: ze stoort zich aan de positie van de 23 en de donkere buccale corridor daarachter, de afwezigheid van de 33 en de stand van het onderfront met de ectosteme 43.
Als we de occlusale dia’s bekijken (afbeelding 4-5 ) zien we in het tweede kwadrant een omega-boogvorm, in het derde kwadrant een milde V-boogvorm en een ectosteme 43. Achteraf is het gissen, maar de positie van de elementen in het tweede en derde kwadrant lijken vooral een gevolg van de missende 33: alle elementen van het derde kwadrant zijn richting het diasteem gemigreerd en voor het behoud van de occlusie links lijken de elementen in het tweede kwadrant zich daaraan te hebben aangepast. Er lijkt in beide bogen ook sprake van een arch length discrepancy (ALD) te zijn: te veel of te weinig ruimte in de gebitsboog voor het in de rij kunnen komen van de gebitselementen. Het is echter de vraag of dat écht zo is gezien de linguoversie van nagenoeg alle postcaniene elementen.
Voorzichtig kom ik tot de conclusie dat er sprake is van aanzienlijke adaptatie als gevolg van de ontbrekende 33. Mogelijk spelen ook andere factoren, zoals airway-problematiek en ALD, een rol. Data van vóór 2003 ontbreken echter om die vermoedens te onderzoeken.

Onderzoek

Medische anamnese:
ASA I, niet-roker.
Tandheelkundige anamnese:
Patiënte kan zich herinneren dat de 33 in haar jeugd is getrokken wegens ruimtegebrek. Later zijn als gevolg van trauma de klinische kronen van de 21 en 22 gefractureerd. De 22 bleef vitaal en werd gekroond. De 21 bleek avitaal zodat daar een endo in is gedaan, later gevolgd door een apexresectie. De 21 zit sinds enige tijd los. Geen pijnklachten.
Extraoraal onderzoek (afbeelding 1):
Geen bijzonderheden bij palpatie van klieren, musculatuur en TMJ.
Mondonderzoek (afbeelding 3-5):
  • 33 afwezig
  • crowding boven- en onderfront
  • omega-boog tweede kwadrant en V-vormige boog derde kwadrant
  • kronen 21 en 22 hebben matige randaansluiting
  • asymmetrie in de outline gingiva bovenfront
  • attritie 11, 32, 31, 41, 42
  • DPSI: B
Röntgenonderzoek:
Door veranderingen van de praktijk zijn röntgenfoto’s uit de periode 2002-2005 niet meer beschikbaar.
Functie-onderzoek (intraoraal en modelonderzoek):
Discrepantie tussen maximale occlusie en RCP (MIP ≠ RCP), groepsgeleiding links en rechts, frontgeleiding en ‘restricted envelope of function’.
Esthetische analyse en digital smile design (DSD) (afbeelding 6-8 ):
De incisaallijn loopt niet parallel met de interpupillairlijn. Dat is niet verwonderlijk gezien de positie van de 13 en 23. Verder zien we dat de outline van de gingiva (de lijn die de zeniths – hoogste punt van de gingiva per element – met elkaar verbindt) niet symmetrisch is. Mevrouw heeft een gemiddelde lachlijn en laat deze asymmetrie dus zien. De mediaanlijn ligt ondanks de malocclusie in het midden.

Diagnose en planning

Bij de planning van iedere casus doorlopen we dezelfde stappen, ongeacht de complexiteit. Die zijn: onderzoek, diagnose en behandelplan. Daarbij maken we bij iedere casus gebruik van de zogenaamde ‘backward planning’. Hierbij wordt uitgegaan van het gewenste eindresultaat. Het gewenste einddoel (dat later omschreven wordt) is in principe voor iedere casus hetzelfde. Dat betekent uiteraard niet dat dit einddoel bij elke casus ook haalbaar is. Als het optimale einddoel niet haalbaar is, kan aan de hand van deze methode echter voor een weloverwogen compromis worden gekozen.
Het gewenste eindresultaat wordt naast de diagnose en status praesens gelegd. Op basis van de discrepantie tussen deze beide kan je vaststellen welk traject kan worden afgelegd om van status praesens naar het gewenste eindresultaat te komen: het behandelplan.
Diagnose bij deze patiënte
  • lokale adulte parodontitis
  • 21 parodontitis apicalis, na endo en apexresectie; mobiliteit II; prognose negatief
  • 33 afwezig
  • malocclusie met groepsgeleiding links en rechts en restricted envelope of function
  • attritie
  • asymmetrie buccale corridor links en rechts
  • asymmetrische outline van de gingiva
Gewenst einddoel
Het gewenste eindresultaat dat wij in De Tanden Kliniek hanteren is als volgt:
1 Ontstekingsvrije mond
2 Correcte functie: MIP bij beperkt aantal restauraties, CO en CR bij een uitgebreide restauratieve behandeling/rehabilitatie, frontgeleiding, cuspidaatgeleiding aan de actieve zijde, correcte overjet en overbite1-7.
3 Optimale esthetiek. Dit doel wordt over het algemeen bereikt als aan ‘2’ wordt voldaan. De richtlijnen die ik gebruik zijn van Belser en Magne8.
Om in deze casus van de status praesens naar het gewenste einddoel te komen, zou het volgende moeten gebeuren:
1
Behandeling van de parodontitis.
 
2
Extractie en vervangen van de 21 met correctie van de outline van de gingiva.
 
3
Vervangen van de 33.
 
4
Herstel occlusie, aanbrengen hoektandgeleiding en corrigeren overbite en overjet.
 
5
Herstel attritie.
 
6
Optimaliseren esthetiek.
 
Er zijn altijd meerdere wegen die naar Rome leiden. Voor welke weg wordt gekozen is van ondergeschikt belang voor het bereiken van het doel: Rome. Een belangrijke voorwaarde is echter wel dat er zo minimaal invasief mogelijk wordt gewerkt!
De oplossing waarvoor ik in deze casus heb gekozen:
Eerste fase
  • Initiële parodontale behandeling.
  • Pre-prothetische orthodontie (afbeelding 9-12 ):
    • Oplijnen van de tandbogen.
    • Langzame extrusie 21 om het dentogingivale complex naar incisaal te verplaatsen en zo meer soft en hard tissue te creëren voor een implantaat 21.
    • Ruimte maken voor een implantaat 33.
    • Voor zover haalbaar creëren van cuspidaatgeleiding, correcte overjet en overbite.
  • Extractie 21 met socket preservation (afbeelding 13-14 ).
  • Plaatsen implantaat 21 en 33 (afbeelding 15-16 ).
De eerste fase nam 12 maanden in beslag. Na afronding van deze fase heb ik opnieuw een analyse gemaakt en bekeken welke doelen nog niet waren bereikt. Vanzelfsprekend waren punt 5 en 6 nog niet bereikt. Punt 4 was echter ook nog niet gerealiseerd en moest zodoende opgenomen worden in de tweede fase van de behandeling. In dit stadium is de wax-up gemaakt en op basis daarvan zijn provisionals gemaakt. Deze bleven gedurende een testperiode van 6 maanden in de mond om functie en esthetiek van de gekozen oplossing te testen. De provisional op 21 had als extra functie de soft tissue-conditioning.
Tweede fase – tijdelijke (provisional) fase (afbeelding 17-18 )
  • Directe provisionals van composiet: palatinaal 13, buccaal 12 en 11 en incisaal 32, 31, 41 42.
  • 22: kunststofkroon.
  • 21 en 33: verschroefde kunststofkronen.
  • De verschroefde tijdelijke kroon op de 33 diende tevens als verankering om de orthodontie in de onderkaak af te maken.
Derde fase – prothetische fase (afbeelding 19-23 )
  • 13 palatinaal, 12 en 11 buccaal: (additional) porseleinen veneers.
  • 21: custom made ZrO2-abutment, keramische kroon (Procera) met opgebakken porselein .
  • 22: keramische kroon (Procera) met opgebakken porselein.
  • 33: standaard titaniumabutment met een goud-porseleinkroon.
  • 32, 31, 41 42: composietrestauraties uit de tweede fase laten zitten.
De totale behandeling nam bijna 23 maanden in beslag. Ondanks de intensiviteit van de behandeling viel het behandeltraject de patiënte niet tegen. Daarbij was ze zeer blij met het eindresultaat. Het voldeed aan haar verwachtingen en dat was iets waar ze jaren naar had uitgekeken.
Wat dat betreft hebben wij een dankbaar beroep. Niet te onderschatten valt hoezeer onvrede over het eigen gebit het sociale leven van onze patiënten negatief kan beïnvloeden.

Reflectie

Sinds het afbehandelen van de patiënt bestaat de nazorg uit reguliere controles en gebitsreiniging.
In 2012 brak de palatinale additional veneer van de 13 – waarschijnlijk door de belasting en een ongunstige ligging van de palatinale outline van de veneer. Ik heb de porseleinen veneer vervangen door composiet.
In 2015 brak de veneer op de 11 door trauma (gestoten). Deze is vervangen door een nieuwe veneer (afbeelding 24 ).
Nu, 14 jaar later, zou ik een aantal dingen anders hebben aangepakt (afbeelding 25-32 ). Als ik de casus nogmaals zou doen, zou ik tijdens de orthodontische fase een aantal elementen in boven- en onderfront alsook de eerste premolaren hebben gesliced. Dit om de mogelijke arch length discrepancy (ALD) op te heffen en de neiging tot relaps te verminderen.
Op de occlusale opnames van 2016 (afbeelding 25-26 ) is duidelijk relaps zichtbaar van de 23, 24, 25 en 43. Die relaps heeft ook zeker te maken met de gekozen (beperkte) retentie. Destijds achtte ik het onverstandig een implantaat op te nemen in de C-C-bar vanwege het verschil in resiliëntie tussen een implantaat en een natuurlijk element. Ik ging ervan uit dat de C-C-bar onherroepelijk en mogelijk ongemerkt zou loskomen. Inmiddels weet ik dat de buigbaarheid van een CC- bar dit resiliëntieverschil kan opvangen. Tegenwoordig zou ik deze casus dan ook afbehandelen met een C-C-bar boven. Daarbij zou ik dan een bar van 33 t/m 44 onder plaatsen om relaps van de 43 te voorkomen.
Mevrouw heeft destijds na afbehandelen weliswaar naast de palatinale en linguale spalkjes dieptrekplaatjes voor de nacht gekregen als retentie, maar het zwakke punt van uitneembare apparatuur blijft de uitneembaarheid …
Mocht de relaps van de 23 en 43 verder gaan, dan zal de cuspidaatgeleiding veranderen of zelfs verdwijnen en zijn opnieuw problemen te verwachten.
Met betrekking tot de palatinale additional veneer 13: ik ben terughoudender geworden met flinterdunne veneers voor het bereiken van C-geleiding. Dit vanwege mogelijke breuk van deze restauraties. Bij beperkte ruimte gebruik ik tegenwoordig liever composiet. Mocht er toch een voorkeur zijn voor porselein, dan prepareer ik een minimale outline cervicaal van het punt waar de antagonist occludeert.
Suprastucturen: Met de huidige stand van materialen zou ik voor de 33 een individueel zirkoonoxide-abutment hebben gekozen met daarop een opgebakken zirkoonoxidekroon. Destijds was echter bij een element dat flink belast werd in occlusie en articulatie een titaniumopbouw met een goudporseleinkroon de richtlijn.
Tot slot is het maar de vraag of ik vandaag de dag nog steeds veneers zou hebben geplaatst op de 12 en de 11. Het antwoord is waarschijnlijk ‘nee’. Elementen die nagenoeg gaaf zijn en maar kleine verbetering behoeven, behandel ik tegenwoordig bij voorkeur met composiet of met partiële additional veneers.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Metagegevens
Titel
Hoektandgeleiding
Herstel van esthetiek door herstel van occlusie en articulatie
Auteur
Annemie Grobbink
Publicatiedatum
01-05-2017
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
Tandartspraktijk / Uitgave 4/2017
Print ISSN: 0167-1685
Elektronisch ISSN: 1875-6808
DOI
https://doi.org/10.1007/s12496-017-0061-3

Andere artikelen Uitgave 4/2017

Tandartspraktijk 4/2017 Naar de uitgave

Tandarts in de praktijk

365/24/7

Feedback post

Het hart centraal

Reacties van lezers

Beste Khee Hian,