Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

Gepubliceerd in:
Omslag van het boek

2019 | OriginalPaper | Hoofdstuk

1. Geschiedenis van de huisarts en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Auteur : Drs. J. R. M. Dopper

Gepubliceerd in: De dokter en de patiënt met psychische problemen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Er hebben zich in de afgelopen honderd jaar grote veranderingen voorgedaan in het GGZ-aandeel in de werkzaamheden en de taakopvatting van de huisarts. Voor de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een klein aandeel van psychische klachten in het huisartsenwerk, al waren er wel klachten die niet lichamelijk geduid konden worden. Na de Tweede Wereldoorlog werd er veel gesproken over de vraag hoe vaak psychische en psychosociale klachten voorkwamen en wat de rol van de huisarts daarbij moest zijn. Ook de introductie van de psychofarmaca vanaf 1950 was een belangrijke, maar ook veel bediscussieerde, ontwikkeling. De psychiatrie verkeerde zelf in roerige tijden vanaf de jaren 70. Tegen het einde van de twintigste eeuw kwamen er standaarden over angst, depressie en problematisch alcoholgebruik. Deze waren een eerste aanzet tot gedetailleerdere diagnostiek- en behandelopties. Rond de eeuwwisseling ging de overheid zich – mede om financiële redenen – met de GGZ en de huisarts bemoeien, maar de invoering van diverse projecten en maatregelen wierp niet de verwachte vruchten af. Dit was recent aanleiding voor een beperking van de toegang tot specialistische GGZ-settingen en voor een uitbreiding van de rol van de POH-GGZ. Er is weinig discussie meer over de belangrijke rol die de huisarts speelt in de eerste opvang van psychische problemen. De huisartsen ervaren een toenemende belasting door GGZ-problematiek. Tegelijkertijd neemt het aantal richtlijnen, samenwerkingsafspraken en boeken over de GGZ in de eerste lijn en over de POH-GGZ snel toe. Daarmee is een belangrijk begin gemaakt met het ontwikkelen en beschrijven van de basis van het gedachtegoed van de eerstelijns-GGZ.

Literatuur
  1. Aulbers, B. J. M., & Bremer, G. J. (1995). De huisarts van toen. Rotterdam: Erasmus Publishing.
  2. Balint, M. (1957). The doctor, his patient and the Illness. London: Pitman Medical.
  3. Blok, G. (2004). Baas in eigen brein ‘Antipsychiatrie’ in Nederland, 1965–1985. Amsterdam: Nieuwezijds.
  4. Bongers, F. (2011). Ontwikkelingen in de huisartsgeneeskunde tussen 1987 en 2001. Huisarts en Wetenschap, 54(2), 60–64.View Article
  5. Bremer, G. J. (2006). Huisarts zijn in het interbellum. Rotterdam: Erasmus Publishing.
  6. Cox, M. (2006). Wat heeft vijf jaar kwaliteitsbeleid ggz voor de huisarts opgeleverd? Huisarts en Wetenschap, 49(5), 365–369.View Article
  7. Gotzsche, P. C. (2016). Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad. Rotterdam: Lemniscaat.
  8. Graaf, R. de, Have, M. ten, & Dorsselaer, S. van (2013). De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2. In: Handboek sociale psychiatrie (pag. 27–39). Utrecht: De Tijdstroom.
  9. Groot, M. de (1971). De geestelijke verzieking van het Nederlandse volk: Slogan of realiteit? Medisch Contact, 32, 815–822.
  10. Horst, H. van der, & Vries, H. de (2001). Van persoonlijke, integrale en continue zorg naar medisch maatwerk. Huisarts en Wetenschap, 44(5), 587–590.View Article
  11. Jol, A., & Verhaak, P. F. M. (1989). Psychische en sociale klachten: Gespreksvoering of psychofarmaca? Huisarts en Wetenschap, 32, 89–95.
  12. Knottnerus, J. A. (1993). Langdurig gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen in en huisartsenpraktijk. Huisarts en Wetenschap, 36, 405.
  13. Lamberts, H. (1989). Psychische en sociale problemen: Een diagnostisch raadsel? Huisarts en Wetenschap, 32, 78–79.
  14. Landelijke commissie geestelijke volksgezondheid (1998). Zorg voor velen. Den Haag: Ministerie van Welzijn Volksgezondheid en Sport 2002 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Beleidsvisie Geestelijke Gezondheidszorg. Kamerstuk 25424 nr. 6.
  15. Nolet, H. A. (1978). Farmacotherapeutische conferentie. Huisarts en Wetenschap, 21, 225–227.
  16. Ong, R. (2003). Wat is waar? Spelen met GGZ-cijfers. Huisarts en Wetenschap, 46(5), 662–663.View Article
  17. Osselen, E. van (2016). Geschiedenis van de huisartsgeneeskunde. Utrecht: Bohn Stafleu van Loghum.
  18. Piek, E. (2013). Depression in general practice. Underrecognition? Overtreatment? Adequate care! Enschede: Gildeprint Drukkerijen.
  19. Spies, T. (2004). Huisarts kiest vaak voor antidepressiva onafhankelijk van de ernst van de depressie. Huisarts en Wetenschap, 47(8), 419–423.View Article
  20. Verhaak, P. (1988). Functionele klachten: De nieuwe kleren van de keizer. Huisarts en Wetenschap, 11, 25–31.
  21. Verhaak, P., Hutschemakers, J., et al. (2000). GP’s referral to mental health care during the past 25 years. British Journal of General Practice, 50, 307–308.PubMed
  22. Verhaak, P. F. M. (2002). Hoe behandelt de huisarts nieuwe gevallen van depressie. Huisarts en Wetenschap, 45(13), 722–725.View Article
Metagegevens
Titel
Geschiedenis van de huisarts en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
Auteur
Drs. J. R. M. Dopper
Copyright
2019
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2174-2_1