Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek beschrijft de sociale ontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar.

Voor deze groep kinderen is de sociale ontwikkeling minstens zo belangrijk is als de cognitieve ontwikkeling. Als de sociale ontwikkeling namelijk niet van de grond komt, blijft veel van wat kinderen op school leren onbenut en dat belemmert het latere functioneren in de samenleving.

Een onmisbare uitgave voor diegenen die werkzaam zijn met het schoolgaande kind: leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, schoolpsychologen. Maar ook voor ouders zelf.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Invloeden

Voorwerk

Het sociale ontwikkelingstraject

Naast een fysieke, cognitieve en emotionele ontwikkeling maakt het kind een sociale ontwikkeling door. Hoewel de genoemde ontwikkelingen een onderlinge samenhang vertonen, is er sprake van afzonderlijke trajecten. In dit hoofdstuk geven we aan wat de sociale ontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar inhoudt.
J.D. van der Ploeg

De invloed van het gezin

De invloed van het gezin op de ontwikkeling van het kind is groot, erg groot. Het gezin is de plek waar het kind letterlijk en figuurlijk zijn eerste stappen zet. Stappen die het zonder de hulp van de ouders of opvoeders niet kan zetten. Kinderen beschikken in potentie wel over veel vermogens, maar wanneer de omgeving die niet prikkelt en stimuleert, blijven veel van deze sluimerende capaciteiten onbenut. Men denke in dit verband aan de tragische voorvallen waarin kinderen de eerste jaren van hun leven werden opgesloten zonder enig contact met de buitenwereld.
J.D. van der Ploeg

De school

Kinderen brengen een groot deel van hun tijd door op school. Daar gaan ze primair heen om kennis te vergaren. Maar de school is ook een ontmoetingsplek waar leerlingen dagelijks met elkaar omgaan. In die zin levert de school niet alleen een bijdrage in de cognitieve maar ook in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen.
J.D. van der Ploeg

De vrije tijd

Naast het gezin en de school wordt de vrije tijd gezien als het derde milieu waarin het kind opgroeit. De vrije tijd is belangrijk omdat de kinderen daar de mogelijkheden krijgen om hun gedrag te oefenen en uit te proberen. De vrije tijd is een soort oefenterrein waar kinderen zonder de directe bemoeienis van de ouders zich spelenderwijs op hun eigen wijze kunnen uiten en gedragen. Tot op zekere hoogte scheppen zij een eigen wereld. Daarin komen ze in verschillende situaties terecht die hen uitdagen om daarop te reageren. Dat kan gaan om samen spelen, vriendschap sluiten, een standpunt innemen, een probleem oplossen, maar ook ruziemaken en conflicten bijleggen.
J.D. van der Ploeg

Biologische factoren

De sociale ontwikkeling verloopt niet bij alle kinderen op dezelfde manier. Het ene kind blijkt na verloop van tijd socialer dan het andere kind en sommige kinderen ontwikkelen zich zelfs tot antisociale kinderen. Dat heeft – zoals we in de voorgaande hoofdstukken hebben gezien – te maken met het verschil in omstandigheden. In de eerste plaats drukt het gezin een groot stempel op de sociale ontwikkeling. Kinderen zijn de eerste jaren sterk afhankelijk van de wijze waarop de ouders hun kinderen opvoeden en begeleiden.
J.D. van der Ploeg

Relaties

Voorwerk

Waarom kiezen kinderen voor elkaar?

Hoe komt het dat kinderen bepaalde kinderen aardig vinden en anderen niet zien zitten? Wat maakt dat sommige kinderen elkaar aantrekken en waarom ontlopen andere kinderen elkaar?
J.D. van der Ploeg

Vriendschappen

Hoe ontstaan vriendschappen eigenlijk? En wat moeten we verstaan onder een vriendschap bij schoolkinderen? Is het belangrijk om vrienden te hebben of kun je ook heel goed leven zonder vrienden? Waarom hebben sommige kinderen veel vrienden en andere kinderen niet? We geven op deze en andere vragen antwoord in dit hoofdstuk.
J.D. van der Ploeg

8. Het populaire kind

Niet ieder kind kan populair zijn. Er zijn altijd maar een paar kinderen in een groep die als populair worden gezien. Maar ook niet ieder kind wil populair zijn. Er zijn ook kinderen die liever wat op de achtergrond blijven en niet zo graag in het middelpunt van de belangstelling staan. En ten slotte behoeft niet ieder kind populair te zijn.
J.D. van der Ploeg

9. Het hoogbegaafde kind

Over het hoogbegaafde kind wordt verschillend gedacht. Enerzijds zijn er mensen die hoogbegaafdheid als een gave zien waar het kind niets voor hoeft te doen en waar ook niets aan gedaan hoeft te worden. Deze kinderen boffen en moeten blij zijn dat ze zo knap zijn, zo is de redenering. Anderzijds heerst de opvatting dat hoogbegaafde kinderen in een lastige positie verkeren waar specifieke aandacht voor dient te bestaan.
J.D. van der Ploeg

10. Leidinggevende kinderen

Naar het leiderschap is veel onderzoek verricht. Vooral in de vorige eeuw behoorde het leiderschap tot een van de meest onderzochte onderwerpen. Er bestaat dan ook veel kennis op dit punt. De onderzoeksresultaten zijn echter niet consistent.
J.D. van der Ploeg

11. Afgewezen kinderen

Naar het leiderschap is veel onderzoek verricht. Vooral in de vorige eeuw behoorde het leiderschap tot een van de meest onderzochte onderwerpen. Er bestaat dan ook veel kennis op dit punt. De onderzoeksresultaten zijn echter niet consistent.
J.D. van der Ploeg

12. Eenzame kinderen

Lange tijd is gedacht dat eenzaamheid een verschijnsel was dat uitsluitend een rol speelde bij volwassen personen. Eenzaamheid is toen vooral in verband gebracht met oudere mensen die hun partner hadden verloren en geen contact meer hadden met hun familie. Intussen is duidelijk dat ook kinderen zich eenzaam kunnen voelen.
J.D. van der Ploeg

13. Gepeste kinderen

Het pesten van kinderen is jarenlang niet serieus genomen. Het werd beschouwd als een gebeuren dat nu eenmaal hoorde bij de ontwikkeling. Sterker nog: van pesten word je sterk, dacht men toen. Dat pesten kinderen ook schade kon berokkenen, werd niet onderkend of gebagatelliseerd. Niet alleen ouders, leerkrachten en hulpverleners gingen aan het pesten voorbij, ook de wetenschap had weinig belangstelling voor dit onderwerp.
J.D. van der Ploeg

Gedrag

Voorwerk

14. Kinderen met prosociaal gedrag

Veel mensen zijn geneigd te denken dat prosociaal gedrag een overbodige formulering is, want onder sociaal gedrag valt immers alle gedrag dat we wenselijk achten. Hoe kun je socialer zijn dan sociaal? Het antwoord is dat prosociaal gedrag een stap verder gaat dan het gewenste sociale gedrag; het gaat om altruïstisch gedrag waarbij kinderen andere kinderen helpen omdat ze verdrietig zijn, zich hebben bezeerd of op een andere manier in moeilijkheden zijn geraakt.
J.D. van der Ploeg

15. Kinderen met antisociaal gedrag

Het begrip sociale competentie kent twee polen. Aan het ene uiteinde staat het prosociale gedrag en aan het andere het antisociale gedrag ofwel enerzijds bevinden zich kinderen die graag andere kinderen helpen en anderzijds zijn er kinderen die andere kinderen slaan, schoppen of uitschelden. Waar bij de ene categorie het duidelijk de bedoeling is zich te bekommeren om de ander, is bij de andere categorie de intentie aanwezig om de ander fysieke of psychische schade toe te brengen.
J.D. van der Ploeg

16. Adviezen voor ouders en leerkrachten

In dit laatste hoofdstuk gaan we in op de vraag wat ouders en opvoeders kunnen doen om de sociale ontwikkeling van het basisschoolkind te bevorderen. Ook komt de vraag aan de orde hoe zij kinderen kunnen helpen die in hun sociale ontwikkeling gevaar lopen. In de voorgaande hoofdstukken is al veel aandacht gegeven aan de rol die ouders en leerkrachten daarin kunnen vervullen. Om die reden zullen we ons in dit hoofdstuk beperken.
J.D. van der Ploeg

Nawerk

Meer informatie