Bij de vlokkentest wordt materiaal afgenomen van de ontwikkelende placenta teneinde onder andere het chromosoompatroon van de foetus vast te kunnen stellen. Het afnemen van placentamateriaal (transcervicaal, dan wel transabdominaal) gebeurt bij een zwangerschapsduur van 10-13 weken, onder echoscopische controle. De methode is gebaseerd op de aanname dat het weefsel in de placenta genetisch representatief is voor de foetus.