Skip to main content
main-content
Top

2007 | Boek

Vitale functies en reanimatie

Werkcahier Kwalificatieniveau 4

Auteur: Bohn Stafleu Van Loghum

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

Boekenserie: Skillslab-serie voor verpleegkundige en verzorgende vaardigheden

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Inhoudsopgave

Voorwerk
1 Informatie over het werkcahier
Samenvatting
Het observeren van het bewustzijn*
2 Inleiding
Samenvatting
Dit cahier gaat over het handelen als verpleegkundige in situaties waarin de zorgvrager geconfronteerd wordt met een levensbedreiging doordat een of meerdere vitale lichaamsfuncties (bewustzijn, circulatie en ademhaling) verstoord of uitgevallen zijn. Vaak wordt bij dit soort problemen meteen aan het toepassen van reanimatie (hartmassage en mond-op-mondbeademing) gedacht. Dat is niet terecht. Er zijn veel situaties waarin de zorgvrager zich in een levensbedreigende situatie bevindt, maar nog geen reanimatie behoeft. In dit cahier wordt daarom onderscheid gemaakt tussen het handelen bij een bedreiging van een lichaamsfunctie en de situatie waarin reanimatie toegepast moet worden omdat een of meerdere functies uitgevallen zijn. Van een verpleegkundige wordt verwacht dat zij de eerste hulp, zowel binnen als buiten een gezondheidszorginstelling, kan verlenen. Doel van dit handelen is om de levensbedreiging weg te nemen of te verminderen, om zo de tijd te overbruggen totdat er een arts en/of reanimatieteam aanwezig is. In intramurale gezondheidszorginstellingen zijn vaak afspraken gemaakt over hoe je moet handelen in verschillende acute situaties die levensbedreigend kunnen zijn voor een zorgvrager. Zo zijn er bijvoorbeeld in sommige instellingen speciale reanimatieteams die gewaarschuwd moeten worden als een zorgvrager gereanimeerd moet (en mag) worden.
3 Beginvereisten
Samenvatting
Voor het goed kunnen begrijpen en juist kunnen uitvoeren van de vaardigheden die in dit cahier centraal staan, is het van belang dat je enige voorkennis hebt betreffende:
  • de anatomie en fysiologie van de circulatie, het centraal zenuwstelsel en de respiratie;
  • circulatieaandoeningen, zoals shock en hart- en vaatziekten;
  • respiratieaandoeningen, zoals astma, COPD en acute ademhalingsproblemen;
  • bewustzijnsverstoring;
  • epilepsie.
4 Bewustzijn als vitale lichaamsfunctie
Samenvatting
In dit hoofdstuk staat de hulpverlening bij stoornissen in het bewustzijn centraal. Na aandacht voor het observeren en beoordelen van het bewustzijn wordt ingegaan op de verpleegkundige vaardigheden die nodig zijn voor het verlenen van hulp bij een zorgvrager die flauwvalt en een zorgvrager die een grand mal (epileptische aanval) doormaakt.
5 Circulatie als vitale lichaamsfunctie
Samenvatting
Het goed functioneren van de circulatie is evenals het bewustzijn en de ademhaling van wezenlijk belang. Een meestal onverwachte en plotseling optredende stoornis in de circulatie is de circulatiestilstand (bijvoorbeeld ten gevolge van een asystolie of ventrikelfibrilleren). Dit is een situatie waarin direct gehandeld moet worden door middel van het toepassen van reanimatie (zie hoofdstuk 7).
6 Respiratie als vitale lichaamsfunctie
Samenvatting
Problemen met de ademhaling kunnen plotseling en onverwachts optreden, maar ook chronisch van aard zijn. Een verstoorde respiratie (ademhaling) is vaak erg beangstigend om te ervaren, te zien en te horen, voor zowel de zorgvrager als de verpleegkundige. Efficiënte en effectieve hulpverlening kan een levensbedreigende situatie verhelpen en de angst verminderen.
7 Reanimatie
Samenvatting
Reanimatie heeft tot doel om een zorgvrager die buiten bewustzijn is met afwezige circulatie en/of ademhaling ‘weer tot leven te wekken’. Of met andere woorden, reanimatie wordt toegepast bij een circulatie- en/of ademhalingsstilstand om te voorkomen dat de dood binnen enkele minuten zal intreden. De handelingen die hiervoor nodig zijn, zijn hartmassage en/of mond-op-mondbeademing. Met mond-op-mondbeademing wordt in dit cahier ook mond-op-neusbeademing bedoeld. Deze techniek kan gebruikt worden wanneer beademen via de mond niet mogelijk is. Daarnaast is van belang om je te realiseren dat een zorgvrager met een tracheacanule of een eindstandig tracheostoma altijd op de tracheacanule of het stoma beademd moet worden (dus bijvoorbeeld mond-op-tracheacanule-beademing).
8 Zelfevaluatietoets en trainingsbijeenkomst
Samenvatting
De zelfevaluatietoets kun je beschouwen als controle op je theoretische voorbereiding van de nieuwe vaardigheden. Als je gewend bent jezelf regelmatig tijdens het studeren te toetsen (om na te gaan of je het nog begrijpt), dan komen de vragen in paragraaf 8.1 je hopelijk bekend voor.
9 Practicum
Samenvatting
Het practicum gebruik je voor het ‘in de vingers’ krijgen van de vaardigheid. Door goed te oefenen is het mogelijk om op school de meeste vaardigheden zo goed te beheersen dat het voor de zorgvrager en voor jezelf verantwoord is deze (onder begeleiding) toe te passen.
10 Oefenen tijdens de stage
Samenvatting
In plaats van in een veilige en rustige omgeving op school, ga je de geleerde vaardigheden nu in de (vaak drukke) praktijk verder oefenen. De drukte van alledag kan maken dat je probeert snel het werktempo op te pakken van de anderen om je heen. En ook dat je dan, bijna automatisch, probeert het gedrag van de andere verpleegkundigen na te doen. Je vergeet als het ware dat je op school al druk bezig bent geweest met het leren van de verpleegkundige vaardigheden.
Nawerk
Meer informatie
Titel
Vitale functies en reanimatie
Auteur
Bohn Stafleu Van Loghum
Copyright
2007
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-8917-9
Print ISBN
978-90-313-5042-1
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8917-9