Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2007 | OriginalPaper | Hoofdstuk

2 Inleiding

Auteur : Bohn Stafleu Van Loghum

Gepubliceerd in: Vitale functies en reanimatie

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Dit cahier gaat over het handelen als verpleegkundige in situaties waarin de zorgvrager geconfronteerd wordt met een levensbedreiging doordat een of meerdere vitale lichaamsfuncties (bewustzijn, circulatie en ademhaling) verstoord of uitgevallen zijn. Vaak wordt bij dit soort problemen meteen aan het toepassen van reanimatie (hartmassage en mond-op-mondbeademing) gedacht. Dat is niet terecht. Er zijn veel situaties waarin de zorgvrager zich in een levensbedreigende situatie bevindt, maar nog geen reanimatie behoeft. In dit cahier wordt daarom onderscheid gemaakt tussen het handelen bij een bedreiging van een lichaamsfunctie en de situatie waarin reanimatie toegepast moet worden omdat een of meerdere functies uitgevallen zijn. Van een verpleegkundige wordt verwacht dat zij de eerste hulp, zowel binnen als buiten een gezondheidszorginstelling, kan verlenen. Doel van dit handelen is om de levensbedreiging weg te nemen of te verminderen, om zo de tijd te overbruggen totdat er een arts en/of reanimatieteam aanwezig is. In intramurale gezondheidszorginstellingen zijn vaak afspraken gemaakt over hoe je moet handelen in verschillende acute situaties die levensbedreigend kunnen zijn voor een zorgvrager. Zo zijn er bijvoorbeeld in sommige instellingen speciale reanimatieteams die gewaarschuwd moeten worden als een zorgvrager gereanimeerd moet (en mag) worden.
Metagegevens
Titel
2 Inleiding
Auteur
Bohn Stafleu Van Loghum
Copyright
2007
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8917-9_2