Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt bij het indiceren van ‘verpleging en verzorging zonder verblijf’. Het 7-stappenmodel zorgt ervoor dat er onderbouwd en transparant geïndiceerd wordt. Deze handreiking is bedoeld voor wijkverpleegkundigen en studenten verpleegkunde.

Deze geheel herziene versie van Vakbekwaam Indiceren is overzichtelijker doordat stappen uit het 11-stappenmodel zijn samengevoegd. Het nieuwe 7-stappenmodel is ook in lijn met het verpleegkundig proces, de basis van verpleegkundig handelen. Hoewel in deze handreiking in eerste instantie is uitgegaan van Nanda-I, Noc en Nic, wordt per stap ook aangegeven hoe gebruikers van het Omaha-systeem hiermee om kunnen gaan.

Aan de hand van het verpleegkundig proces worden de volgende stappen besproken: anamnese/assessment, verpleegkundige diagnoses, bepalen zorgresultaten, indiceren, organiseren/uitvoeren, monitoren/evalueren en borgen kwaliteit. Dit is de meest logische en meest gebruikte volgorde. Toch moet het in de praktijk wel eens anders. Daarom sluit het boek af met een hoofdstuk over een alternatieve werkwijze.

Vakbekwaam Indiceren is geschreven door Henk Rosendal, lector De Gezonde Wijk bij Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam en José van Dorst, vakinhoudelijk manager bij TWB Thuiszorg met Aandacht.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Vanaf 1 januari 2015 maakt ‘verpleging en verzorging zonder verblijf’ deel uit van het verzekerde basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze aanspraak wordt ook wel de aanspraak Wijkverpleging genoemd. Hierin is bepaald dat ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden, waarbij die zorg verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop’, wordt vergoed. Het is dus de (wijk)verpleegkundige die bepaalt welke zorg nodig is. Dat bepalen van de benodigde zorg staat bekend als indiceren.
Henk Rosendal, José van Dorst

2. Anamnese/assessment

Samenvatting
De eerste fase is erop gericht de relatie met de cliënt en zijn nabije omgeving aan te gaan en vertrouwen op te bouwen. Vervolgens kan er informatie worden verzameld die nodig is om een goed beeld van de situatie van de cliënt te krijgen. Het is van belang om hier voldoende tijd voor te nemen, aangezien er anders een kans is dat relevante informatie wordt gemist, hetgeen leidt tot het onterecht níét stellen van wel aanwezige diagnoses. In dat geval wordt de cliënt benodigde zorg onthouden. Maar het tegenovergestelde kan natuurlijk ook, dus dat hierdoor niet-aanwezige diagnoses wél worden gesteld. Dat leidt tot onnodige inzet van zorg. Door voldoende tijd te nemen in deze fase is de kans ook groter om de oorzaak, of oorzaken, van de problemen te achterhalen. Die kennis is van cruciaal belang, aangezien daar vaak de sleutel tot de juiste doelen en interventies ligt.
Henk Rosendal, José van Dorst

3. Verpleegkundige diagnoses

Samenvatting
Goed onderbouwde diagnoses zijn de basis voor een adequate indicatie. Immers, als niet zorgvuldig is vastgesteld wat er aan de hand is en wat de oorzaken daarvan zijn, kan niet worden verwacht dat een interventie zinvol zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde zorgresultaat. Dan is er algauw sprake van onnodige zorg.
Henk Rosendal, José van Dorst

4. Bepalen zorgresultaten

Samenvatting
Nu zo duidelijk mogelijk bekend is met welke problemen de cliënt kampt, wat daarvan de oorzaak is en wat zijn wensen en (on)mogelijkheden zijn, is het tijd de beoogde zorgresultaten te formuleren. Wat wil (en kan) de cliënt bereiken? Dat kan één doel zijn, maar het kunnen er ook meer zijn. Deze doelen moet de wijkverpleegkundige zodanig opschrijven dat ze voor alle betrokkenen duidelijk zijn. Dit is ook van belang voor alle medewerkers die bij de zorg betrokken zijn. Als zij begrijpen waarnaar wordt gestreefd, zal ook duidelijk(er) zijn waarom bepaalde interventies worden ingezet.
Henk Rosendal, José van Dorst

5. Indiceren

Samenvatting
Indiceren betekent het bepalen van de zorg die nodig is. Met het opnemen van de aanspraak Wijkverpleging in de Zorgverzekeringswet is het de wijkverpleegkundige die hiervoor verantwoordelijk is. Hij heeft hiermee het vertrouwen gekregen om te bepalen welke zorg rechtmatig is. Om dat te kunnen doen moet de wijkverpleegkundige weten wat er precies aan de hand is met/bij de cliënt, wat daarvan de oorzaken zijn, wat de cliënt zelf wil en kan en welke interventies er beschikbaar zijn. Dat kunnen interventies zijn binnen het wijkverpleegkundig arsenaal, maar ook daarbuiten. Dit impliceert dat de wijkverpleegkundige een gedegen kennis moet hebben van andere (zorg)professionals, wie er zoal zijn en waar hun expertise ligt. Anderzijds moet hij weten welke verpleegkundige en verzorgende handelingen aangewezen zijn en welk niveau van opleiding vereist is voor het verantwoord kunnen uitvoeren daarvan.
Henk Rosendal, José van Dorst

6. Organiseren/uitvoeren

Samenvatting
De geïndiceerde zorg wordt door de wijkverpleegkundige vastgelegd in een (digitaal) zorgplan. Hij zorgt er daarbij voor dat er een duidelijk en logisch verband is tussen diagnoses, doelen en interventies. Dit is van belang opdat alle betrokkenen begrijpen waarom bepaalde interventies worden ingezet en waarop gelet moet worden om na te gaan in hoeverre deze leiden tot de beoogde zorgresultaten. Dat is dan tegelijkertijd ook weer de benodigde input voor de rapportage.
Henk Rosendal, José van Dorst

7. Monitoren/evalueren

Samenvatting
Wanneer de zorg eenmaal van start is gegaan, is het zaak de voortgang te bewaken. Met de Zvw-aanspraak is de wijkverpleegkundige verantwoordelijk gemaakt voor het gehele zorgproces, dus ook voor een zorgvuldige uitvoering van de zorg en voor het realiseren van zorgresultaten. Dit betekent overigens niet dat de wijkverpleegkundige zelf alles moet uitvoeren. Hij kan hier vaak gebruikmaken van teamleden, zoals 3IG’ers die ondersteunen bij de monitoring en de voorbereiding van de (verplichte) evaluaties.
Henk Rosendal, José van Dorst

8. Borgen kwaliteit

Samenvatting
Het borgen van de kwaliteit van het indiceren, en daarmee van de geleverde zorg, is iets wat continu aandacht vereist. Cliënten moeten ervan uit kunnen gaan dat de wijkverpleegkundige het gehele zorgproces transparant en onderbouwd doorloopt. Wijkverpleegkundigen hebben soms het gevoel dat deze kwaliteitsborging een extra, vaak ook administratieve, last betekent. Dat is echter onterecht. Immers, als alle stappen zo onderbouwd mogelijk worden doorlopen, is de kans op onterechte zorg kleiner. De cliënt krijgt daardoor betere zorg: zorg die alleen op terechte gronden wordt ingezet. De interventies zijn (bewezen) gericht op het behalen van de beoogde zorgresultaten. Investeren in de verbetering hiervan lijkt tijd en energie te kosten, maar beide worden in no time terugverdiend doordat (veel) minder onnodige zorg wordt ingezet en de beoogde resultaten sneller worden behaald.
Henk Rosendal, José van Dorst

9. Een alternatieve werkwijze

Samenvatting
De context waarbinnen de wijkverpleegkundige werkt, is van grote invloed. Zo ervaren de meeste wijkverpleegkundigen momenteel een behoorlijke werkdruk. Dat heeft enerzijds te maken met hun eigen groei en ontwikkeling en de tijd die ze daarvoor nodig hebben en anderzijds met een tekort aan collega’s in combinatie met een toenemende zorgvraag. Dat leidt er vaak toe dat onvoldoende tijd ervaren wordt, of simpelweg aanwezig is, om de anamnese zorgvuldig af te nemen. Daarbij komt dat het opbouwen van de benodigde vertrouwensrelatie met de cliënt ook tijd vergt. Dat betekent dat er onvoldoende gelegenheid is een goede basis te leggen voor het vervolgtraject.
Henk Rosendal, José van Dorst

Nawerk

Meer informatie