Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In het boek Vaardigheden basiszorg worden 80 basisvaardigheden beschreven. Na een korte toelichting volgt een protocol waarin het doel van de handeling staat toegelicht, de benodigde materialen en de stappen uit de voorbereiding, uitvoering en nazorg. Elke handeling wordt afgesloten met een checklist die gebruikt kan worden bij het toetsen of de vaardigheid voldoende wordt beheerst.  

De 80 basisvaardigheden zijn ondergebracht in 9 hoofdstukken:ondersteuning bij de lichamelijke hygiëne en uiterlijke verzorging van een zorgvrager voedingtoestand van een zorgvrager stimuleren en ondersteunen zorgvrager ondersteuning bieden bij de uitscheiding zorgvrager ondersteuning bieden bij de uitscheiding mobiliteit stimuleren en ondersteunen ademhaling, temperatuur en circulatie stimuleren en ondersteunen slaap-/waakritme stimuleren en ondersteunen basisvaardigheden ten behoeve van specifieke zorgvragers medicijnen toedienen wonden verzorgen. De vaardigheden zijn voorzien van talrijke illustraties omdat het bij het aanleren van handelingen vooral ook gaat om het zien. Het boek wordt afgesloten met een tweede deel, zijnde basisvaardigheden op sociaal en communicatief gebied. Luisteren, een gesprek voeren, feedback geven en andere elementaire sociale vaardigheden worden op een heldere wijze uiteengezet.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel I Verzorgende vaardigheden

Voorwerk

Hygiënische maatregelen ten behoeve van de basiszorg

1 Het wassen van de handen

Toelichting
Handen wassen moet voor verplegend/verzorgend personeel een automatisme te zijn. Het is een van de belangrijkste maatregelen om (ziekenhuis) infecties te voorkomen en te bestrijden omdat zo het overbrengen van pathogene micro-organismen op zorgvragers en personeel voorkomen wordt.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

Ondersteuning bieden bij de lichamelijke hygiëne en uiterlijke verzorging van een zorgvrager

2 Het geven van een volledige wasbeurt op bed, onder de douche of in bad

Toelichting
Een goede lichaamsverzorging is belangrijk voor het gaaf en gezond houden van de huid. Dat is nodig omdat de huid de functie heeft de mens te beschermen tegen infecties.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

3 Het helpen bij gezichtsverzorging

Toelichting
In de lederhuid bevinden zich verschillende kliertjes die de huid van de nodige vetten moeten voorzien en de afvalstoffen naar buiten moeten voeren. Onvoldoende schoonmaken van de poriën en de extra belasting door de (vaak) droge en warme lucht in het ziekenhuis maken de kans op infectie groot. Het elastisch bindweefsel gaat namelijk onvoldoende functioneren en de huid van het gezicht kan uitdrogen. Water en zeep zijn voor het verzorgen van de gezichtshuid dan ook niet altijd genoeg.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

4 Het opbrengen van (basis)make-up

Toelichting
Make-upartikelen zijn in grote verscheidenheid en onder zeer veel merknamen in de handel. Het gebruik van make-up is afhankelijk van de gewoonte en de leefregels van de zorgvrager.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

5 Het verzorgen van de vinger- en teennagels

Toelichting
De nagelverzorging is bij de meeste mensen een onderdeel van de dagelijkse persoonlijke hygiëne. Nagels worden gereinigd bij het handen wassen (of apart geborsteld) en worden geknipt als ze te lang zijn.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

6 Het reinigen van het gebit en de gebitsprothese

Toelichting
Mondverzorging bestaat uit het borstelen van het gebit en het tandvlees en het reinigen van de mondholte. De hulp die de verpleegkundige biedt kan uiteenlopen van het aanreiken van een glas water tot het volledig verzorgen van de mond. Normaal gesproken wordt het gebit driemaal daags gereinigd en bij voorkeur na de maaltijd. De frequentie van de mondverzorging is verder afhankelijk van de situatie waarin de zorgvrager zich bevindt en van de wensen van de zorgvrager.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

7 Het verzorgen van de mondholte

Toelichting
Onder het verzorgen van de mondholte wordt verstaan het reinigen van het slijmvlies van de mond.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

8 Het verzorgen van de ogen, neus en oren

Toelichting
De verzorging van ogen, oren en neus vormt een vast onderdeel van de dagelijkse verzorging. De mate van hulp en de frequentie zijn sterk afhankelijk van de situatie van de zorgvrager. Wanneer bij een zorgvrager de natuurlijke reiniging van het neusslijmvlies wegvalt moet men eveneens op een speciale verzorging ervan overgaan.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

9 Het scheren van een mannelijke zorgvrager (droog en nat)

Toelichting
De verzorging van baard en snor vormt een vast onderdeel van de dagelijkse verzorging van een (mannelijke) zorgvrager. Voor een zorgvrager die gewend is zich regelmatig te scheren kan het een onaangenaam gevoel zijn niet op tijd goed geschoren en verzorgd te worden.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

10 Het wassen van de haren bij een bedlegerige zorgvrager

Toelichting
Een verzorgd kapsel is voor de meeste mensen belangrijk.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

11 Het verwijderen van hoofdluis

Toelichting
De hoofdluis is slank, 2 mm lang, grijs of geel van kleur, met zwarte vlekjes op de rand van de buikdelen. De hoofdluis bevindt zich vaak in de nek of achter de oren.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

12 Het bestrijden van schurftmijt

Toelichting
De schurftmijt, die ongeveer een halve millimeter groot is, graaft zich onder de opperhuid en veroorzaakt allergische reacties.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

13 Het aan- en uitkleden van een zorgvrager en het knopen van een stropdas

Toelichting
Kleding moet de mens beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf, bijvoorbeeld weersinvloeden zoals kou en zonnestralen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

14 Het aantrekken van elastische kousen

Toelichting
Elastische kousen worden voorgeschreven aan zorgvragers bij wie de bloedcirculatie te wensen overlaat.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

15 Het helpen bij het gebruik en onderhoud van een hoortoestel

Toelichting
Zorg voor het hoortoestel (gehoorapparaat) is een belangrijk onderdeel bij de verpleging/ verzorging van de slechthorende of dove zorgvrager. Vooral oudere mensen hebben moeite met het instellen van het toestel, vooral met het bedienen van het kleine wieltje van de volumeregelaar en het kleine knopje voor de aan/uitschakelaar. Ook het inbrengen van het oorstukje in de gehoorgang kan problemen opleveren.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

16 Het helpen verzorgen van (harde en zachte) contactlenzen: verwijderen, reinigen en inbrengen

Toelichting
Een contactlens ligt direct op de pupil van het oog. Een (soft)lens is, in tegenstelling tot een harde lens, flexibel en plooibaar. Contactlenzen worden vaak uit esthetisch oogpunt gedragen en kunnen voor bepaalde oogafwijkingen een corrigerende werking hebben die met een bril niet haalbaar is. Iemand met contactlenzen is minder in zijn bewegingsvrijheid beperkt dan een brildrager.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

17 Het helpen bij gebruik en onderhoud van een bril

Toelichting
Het spreekt vanzelf dat een goed onderhoud (schoonhouden) van hulpmiddelen en prothesen voor een zorgvrager van groot belang is. Vooral de zorg voor de bril wordt nogal eens vergeten. De mate waarin hulp nodig is hangt sterk af van de situatie en de zelfredzaamheid van de zorgvrager.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

18 Het helpen bij het verzorgen van een oogprothese

Toelichting
De meeste zorgvragers met een oogprothese hebben vaak hun eigen manier om deze te verzorgen. Het meest gebruikelijk is de prothese een keer per dag te reinigen maar meermalen per dag (drie keer) komt ook voor. De mate waarin hulp nodig is, wordt bepaald door de situatie en de zelfredzaamheid van de zorgvrager. Het omgaan met oogprothesen vereist specifieke ervaring en dient bij voorkeur aan de zorgvrager zelf te worden overgelaten.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

De voedingstoestand van een zorgvrager stimuleren en ondersteunen

19 Bij het helpen van een zorgvrager bij het eten en het drinken

Toelichting
Optimale voeding verbetert de voedingstoestand en maakt de zorgvrager sterker. De kans dat de gezondheidsproblemen eerder of gemakkelijker verdwijnen neemt daarmee toe. Om een goede voorlichting over voeding te kunnen geven is niet alleen inzicht nodig in de benodigde voedingsstoffen maar ook in de speciale eisen die aan de voeding van een zieke hulpvrager worden gesteld. Het al dan niet inschakelen van de arts of diëtist is afhankelijk van de verpleegsituatie.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

20 Het meten en wegen van de zorgvrager

Toelichting
Een normaal lichaamsgewicht is een kenmerk van een goede voedingstoestand.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

De zorgvrager ondersteuning bieden bij de uitscheiding

21 Het geven van een urinaal/po/schuitje bij een bedlegerige zorgvrager

Toelichting
Het geven en weghalen van een po is in een verpleegsituatie al snel een routinehandeling. Voor veel zorgvragers is het een nieuwe en vaak vervelende, beschamende ervaring. Ook kunnen culturele aspecten een grote rol spelen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

22 Het verwijderen van urine in de blaas door de manoeuvre van Credé

Toelichting
De blaas wordt slap en vertoont afwezigheid van reflexen wanneer de zenuw dat de lozingsreflex bestuurt beschadigd is.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

23 Hulp bieden bij het opgeven van sputum

Toelichting
Het losmaken en ophoesten van slijm uit de luchtwegen kan de longventilatie aanzienlijk bevorderen. Dit kan met de handen gebeuren maar ook met een vibrator of vibrax. Dit is een elektrisch instrument dat trillende bewegingen maakt en hetzelfde effect heeft als tapotage.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

24 Hulp bieden bij het braken

Toelichting
Bij het braken komt de inhoud van de maag met opwaartse peristaltische bewegingen vanuit de maag, via de slokdarm en mondholte naar buiten. Vaak gaat het gepaard met een gevoel van misselijkheid of wordt daardoor voorafgegaan. De zorgvrager kan transpireren en andere verschijnselen vertonen, zoals hevige angst, verslikken, snelle ademhaling, daling van de bloeddruk en verhoging van de pols(slag). Soms blijven verschijnselen als lichte duizeligheid en hoofdpijn over. Om de oorzaak van braken te kunnen achterhalen is het noodzakelijk zowel het braken als het braaksel goed te observeren.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

25 Het verzorgen van een zorgvrager bij de menstruatie

Toelichting
Bij de menstruatie wordt het baarmoeder- slijmvlies op de basale laag na afgestoten. Dit uit zich in een maandelijks of periodiek terugkerend bloedverlies via de vagina. Enige dagen voor de menstruatie kan een gevoel van spanning in de buik en de borsten optreden, gepaard gaand met verschijnselen van vermoeidheid, hoofdpijn en een algeheel gevoel van malaise.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

26 Het aanbrengen en verwisselen van incontinentiemateriaal

Toelichting
Disposable opvangmaterialen zijn er in verschillende soorten en maten.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

27 Het wisselen van een urineopvangzak en het verzorgen van een urineverblijfskatheter

Toelichting
De verpleegkundige zorg bij een verblijfskatheter omvat: een dagelijkse hygiëne, bestaande uit het regelmatig reinigen van de urethramond en de katheterslang. Dit is van belang om infecties te voorkomen. Om afvloeien van de urine te bevorderen, moet het urine- opvangzakje zich op een lager niveau bevinden dan de blaas van de zorgvrager. De slang moet niet bekneld zitten en het laagste punt van de boog van de slang mag niet lager hangen dan het zakje.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

28 Het aanbrengen en verzorgen van een uritip

Toelichting
Incontinent zijn is voor een zorgvrager niet alleen vervelend maar verhoogt ook de kans op decubitus.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

29 Het toedienen van een klysma/ zetpil via het rectum

Toelichting
Onder laxeren wordt in meer algemene zin niet het reinigen van de darm, maar het bevorderen van de defecatie bedoeld.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

30 Het inbrengen van een rectumcanule bij flatulentie

Toelichting
Flatulentie is opeenhoping van lucht waardoor de maag en de darmen uitzetten. Een flatus (een wind) is het gevolg van het inslikken van lucht, van het eten van voedsel dat bij vertering zorgt voor veel vrijkomende gassen of van bacteriewerking in de dikke darm. De lucht verzamelt zich in de dikke darm en dit kan een opgeblazen gevoel geven en krampachtige pijn.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

De mobiliteit van een zorgvrager stimuleren en ondersteunen

31 Het hoog leggen van een arm of been

Toelichting
Het hoog leggen van een arm of een been kan verschillende redenen hebben. In veel gevallen gebeurt het om oedeem te bestrijden of een veneuze afvoer te bevorderen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

32 Het helpen van een bedlegerige en hulpbehoevende zorgvrager in een voor hem goede houding

Toelichting
Zorgvragers hebben vaak voorkeur voor een bepaalde houding omdat zij deze als prettig ervaren. Het is niet altijd mogelijk om deze houding in bed aan te nemen omdat de arts vaak een bepaalde houding voorschrijft om onder andere de genezing te bevorderen of complicaties te voorkomen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

33 Het vervoer van een zorgvrager per bed/brancard/rolstoel

Toelichting
Als een zorgvrager aan bed gekluisterd is, kan besloten worden de zorgvrager per bed te vervoeren. Een nadeel is dat je dat altijd met twee personen moet doen omdat een bed zo onhandelbaar is.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

34 Het tillen van een bedlegerige en hulpbehoevende zorgvrager met behulp van een mechanische lift

Toelichting
De patiëntenlift, mechanische lift, ook wel stalen verpleegster genoemd, is een hulpmiddel bij het tillen. Er bestaan vele modellen, die bijna hetzelfde zijn en in detail iets van elkaar afwijken. Ze kunnen worden gebruikt voor verschillende doeleinden, o.a. voor het tillen van zware zorgvragers, uit bed op de stoel of omgekeerd.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

35 Het verplaatsen van de zorgvrager in bed met behulp van de schaarlift- methode

Toelichting
Meerdere keren per dag zal de zorgvrager door de verzorgende rechtop in bed worden gezet. Dit kan door verschillende tiltechnieken gebeuren. Een ervan is de schaarliftmethode, die uitgevoerd wordt door twee verzorgenden. De zorgvrager kan de benen buigen en meehelpen door zich met zijn voeten af te zetten.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

36 Het verplaatsen van een zorgvrager in bed in zijligging

Toelichting
Kantelingen gebruik je bij kortdurende handelingen zoals bed verschonen, wassen, ondersteek plaatsen, wondverzorging. Tevens worden ze gebruikt om de zorgvrager langdurig op de zij te plaatsen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

37 De zorgvrager helpen bij het uit en in bed komen

Toelichting
Afhankelijk van de toestand van de zorgvrager zul je als verzorgende hulp moeten bieden bij het mobiliseren. Mobiliseren betekent: in beweging brengen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

38 Het helpen van een zorgvrager bij het lopen

Toelichting
Zorgvragers die gerevalideerd worden, lopen vaak met hulpmiddelen. Deze hulpmiddelen worden voorgeschreven door de afdeling fysiotherapie. Er zijn echter ook zorgvragers die niet meer gerevalideerd worden, maar toch ondersteuning nodig hebben bij het lopen. Het is zeer afhankelijk van de toestand en het ziektebeeld van de zorgvrager welke hulp en/of hulpmiddelen hij krijgt. Overleg met de fysiotherapeut is van groot belang.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

39 Het helpen een zorgvrager bij het gebruikmaken van loophulpmiddelen

Toelichting
Onder een loophulpmiddel wordt verstaan een niet aan het lichaam bevestigde voorziening, waarop de zorgvrager is aangewezen ten einde te kunnen staan of lopen (Verstappen).
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

40 Het helpen aanbrengen en verwijderen van een beenprothese bij een zorgvrager

Toelichting
Prothesen (kunstmatige ledematen) zijn orthopedische hulpmiddelen die voor elke zorgvrager apart worden vervaardigd.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

41 Het aanbrengen en verwijderen van een beenspalk en een onder- beenbeugel (orthese)

Toelichting
Beenspalken zijn er in verschillende soorten. De spalken kunnen onder andere dienen voor het ondersteunen van de spierfunctie, het immobiliseren van het been en het voorkomen van contracturen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

De ademhaling, temperatuur en circulatie van een zorgvrager stimuleren en ondersteunen

42 Het meten van de lichaamstemperatuur

Toelichting
De temperatuurregulatie in het lichaam is een van de belangrijkste mechanismen die de interne functies van het lichaam instandhouden. De lichaamstemperatuur geeft de verhouding weer tussen de warmte die het lichaam produceert en de warmte die het afgeeft.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

43 Het observeren (meten) van de ademhaling

Toelichting
Onder ademhalingsfrequentie verstaat men het aantal ademhalingen per minuut, waarbij één ademhaling bestaat uit een inademing en een uitademing (ofwel inspiratie en expiratie).
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

44 Het observeren (meten) van de polsslag

Toelichting
Het opnemen van de polsslag wordt doorgaans aangeduid met pols tellen. Hieronder verstaan we het tellen van het aantal samentrekkingen van het hart per minuut.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

45 Het meten van de bloeddruk volgens Riva Rocci

Toelichting
Onder het meten of opnemen van de bloeddruk verstaan we het meten van de druk waarmee het bloed via de linkerkamer (ventrikel) in de grote lichaamsslagader (aorta) komt.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

Het slaap/waakritme van een zorgvrager stimuleren en ondersteunen

46 Het afhalen en opmaken van een bed zonder zorgvrager

Toelichting
Het moderne ziekenhuisbed is anders dan het gewone bed:
  • het is verrijdbaar
  • het kan met behulp van een hydraulisch of een elektrisch systeem op verschillende hoogten worden gezet
  • het hoofdeinde kan versteld worden met behulp van een hendel
  • aan het voeteneind van het bed bevindt zich een handvat waarmee het bed in Trendelenburg- of anti-Trendelenburgpositie gezet kan worden
  • er kunnen verschillende voorzieningen aan en rond het bed worden aangebracht, teneinde hulpmiddelen, zoals infuusstandaard, een draaibare trekstang met handvat boven het bed en verstelbare hekken. (Wanneer iemand thuis verpleegd wordt kunnen hulpstukken bij de thuiszorgorganisatie geleend worden.)
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

47 Het opmaken en afhalen van een bed met zorgvrager

Toelichting
Afhankelijk van de beweeglijkheid en houding van de zorgvrager kies je de voor de zorgvrager meest ideale methode van bed opmaken.
  • de zorgvrager op de zij laten draaien
  • de zorgvrager zich laten optrekken.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

Basisvaardigheden t.b.v. specifieke zorgvragers

48 Het afleggen van een overledene

Toelichting
Als de zorgvrager is overleden dan geeft de verzorgende de familie de gelegenheid om afscheid te nemen. Vervolgens neemt de verzorgende de familie mee naar een ander vertrek om nog enkele belangrijke zaken door te spreken.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

49 Het gereedmaken van een kraamkamer

Toelichting
In afwachting van de bevalling moet de kraamkamer op tijd klaargemaakt worden. Om de bevalling goed te laten verlopen moet alles overzichtelijk zijn en op de juiste plaats staan.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

50 Het opmaken van een wieg

Toelichting
In onze cultuur heeft de baby een eigen wiegje. Dit moet goed geventileerd zijn, open (géén stoffen) zijkanten hebben en er moet een stevig en schoon matrasje in liggen. Een polyester matrasje wordt aanbevolen. Oude geleende matrasjes worden afgeraden in verband met schimmelvorming, hetgeen mogelijk wiegendood zou kunnen bevorderen. Boven het wiegje kan een hemeltje aangebracht worden; dit geeft rust en voorkomt tocht.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

51 Het opmaken van een kinderledikantje

Toelichting
In een ledikantje kan de baby/peuter het niet- wakende gedeelte van zijn eerste en tweede levensjaar doorbrengen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

52 Het verzorgen van een kraamvrouw

Toelichting
Bij een kraamvrouw is de inachtneming van strikte hygiënische maatregelen ten aanzien van de lichaamsverzorging een vereiste.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

53 Het baden van een baby

Toelichting
De eerste zeven dagen na de geboorte moet de baby zich aanpassen aan geheel andere omstandigheden, aan de eisen die het leven buiten de moeder aan hem stelt.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

54 Het verzorgen van de navelstrengstomp

Toelichting
De verzorging van het achterblijvende stompje van de navelstreng is een belangrijk zaak. Er kan eventueel een bloeding of een infectie ontstaan. Een kleine bloeding kan fatale gevolgen hebben.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

55 Het meten van de temperatuur bij een baby

Toelichting
Als een baby pas geboren is moet hij in het begin elke dag getemperatuurd worden om te kijken of hij het warm genoeg heeft, want een pasgeboren baby kan zichzelf moeilijk op temperatuur houden.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

56 Het meten van een baby

Toelichting
Na de geboorte wordt de baby gewogen en gemeten.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

57 Het wegen van een baby

Toelichting
Het gewicht van de baby wordt meestal direct na de geboorte gemeten.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

58 Het aanleggen van een baby aan de borst

Toelichting
Als verzorgende moet je alles in het werk stellen om de borstvoeding op peil te houden.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

59 Het voeden van een baby met de fles

Toelichting
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij het niet mogelijk is om borstvoeding te geven of de moeder heeft tijdens de zwangerschap gekozen voor flesvoeding.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

60 Het eten geven aan een oudere baby/peuter

Toelichting
Naarmate het kind groter wordt, verandert de dikte van de voeding. De voeding kan dan beter met een lepeltje gegeven worden.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

61 Het baden van een peuter

Toelichting
Een peuter wordt éénmaal per dag in bad gedaan. Dit zou ’s avonds voor het slapengaan kunnen gebeuren.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

62 Het aan- en uitkleden van een baby/peuter

Toelichting
De baby wordt aangekleed op een aankleedtafel, waarop een aankleedkussen ligt.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

Medicijnen toedienen

63 Het toedienen van medicijnen per os/per rectum, en vaginaal

Toelichting
Medicijnen kunnen op verschillende manieren toegediend worden.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

64 Het toedienen van medicijnen: oogdruppels/-zalf, oordruppels en neusdruppels

Toelichting
Het gebruik van oog-, oor- en neusdruppels wordt voorgeschreven door de arts. De medicijnen worden door de apotheker klaargemaakt.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

65 Het toedienen van medicijnen via de huid (transdermaal)

Toelichting
Via de huid kan het lichaam stoffen opnemen. Als de huid een stof resorbeert komt deze in de capillairvaten onder het huidoppervlak en daarna in de bloedbaan. Eenmaal via de bloedbaan aangekomen in het orgaan van bestemming doet de stof daar zijn werk.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

Wonden verzorgen

66 Het verzorgen van een wond

Toelichting
De tijd heelt alle wonden is een bekend spreekwoord, maar voor nogal wat wonden geldt dat er veel meer dan alleen tijd bij komt kijken.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

Deel II Elementaire sociale vaardigheden

Voorwerk

1 Waarnemen en interpreteren

Bij de huisarts zit mevrouw Van de Akker op haar beurt te wachten. Zij had een afspraak om kwart over tien, maar het is nu al half elf. Zij gaat naar de balie en vraagt aan de assistente: ‘Ben ik nog niet aan de beurt?’ Voor de assistente is het deze ochtend al de derde zorgvrager die iets dergelijks vraagt. De vorige keren heeft ze de boodschap aan de huisarts overgebracht. Deze heeft haar echter duidelijk gemaakt dat zij hem met dergelijke vragen niet moet storen; hij kan niet heksen en de mensen moeten maar even geduld hebben.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

2 Non-verbaal gedrag

Je zit met iemand te praten en al snel krijg je het gevoel dat hij niet naar je luistert.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

3 Luisteren

Na een opwindende dag kom je thuis en je popelt om te vertellen wat je allemaal hebt meegemaakt. Je vriend blijft echter rustig de krant lezen. Je hoort af en toe wel een gebrom ten teken dat hij er nog is, maar toch zul je meestal al snel vragen: ‘Luister je eigenlijk wel?’
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

4 Samenvatten

Docent: Hoe bevalt je het onderwijs zoals dat hier op de opleiding wordt gegeven?
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

5 Vragen stellen

Deze twee voorbeelden maken duidelijk dat gesprekken die op dezelfde manier beginnen, toch heel anders kunnen verlopen. In dit geval ligt het niet aan de onwilligheid van degene die de antwoorden geeft; het ligt aan de vragensteller. Met een bepaald soort vragen roep je een bepaald soort antwoorden op, krijg je een bepaald soort gesprek. In dit hoofdstuk gaan we in op verschillende typen vragen.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

6 Concretiseren

Op deze manier worden er heel wat gesprekken gevoerd. Als je alle reacties goed tot je laat doordringen, zal het je opvallen dat eigenlijk geen enkel antwoord, geen enkele reactie duidelijk maakt wat iemand nou precies voor mening heeft.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

7 Meningen

Wat vind jij van trouwen voor de wet?
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

8 Omgaan met gevoelens

Let eens op de verschillen in de volgende voorbeelden
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

9 Feedback

Een van de studenten van een werkgroepje komt regelmatig te laat. De anderen moeten op hem wachten om te kunnen beginnen. In zo’n situatie zijn verschillende reacties mogelijk:
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

10 Assertief reageren

Docent tegen student: Tja, ik had je iets te zeggen; ik vind dat je in de groep te weinig zegt, dat je te weinig als persoon naar voren komt. Op een opleiding als de onze is dat wel vereist. Ik vind daarom dat je je gedrag moet veranderen. Als ik over twee maanden geen duidelijke vooruitgang zie, zal ik op de rapportvergadering zeggen dat ik je niet geschikt vind voor onze opleiding.
G. Afink, J. Oldenburger, K. van Meer, J. van Neijenhof, J.H.J. De Jong, J. Groenhof

Nawerk

Meer informatie