Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft assistenten in de gezondheidszorg kennis over specifieke doelgroepen zoals ouderen, kinderen, laaggeletterden en mensen met een verstandelijke beperking. Ook geeft het boek concrete handvatten en tips voor het omgaan met deze verschillende doelgroepen. Ten slotte bevat het boek praktijkvoorbeelden en interviews met assistenten. Dat maakt Specifieke doelgroepen voor assisterenden herkenbaar en aansprekend voor studenten, docenten en professionals.

Goed kunnen omgaan met verschillende doelgroepen en zorg op maat leveren is steeds belangrijker voor apothekers-, dokters- en tandartsassistenten en mondhygiënisten. Mensen uit specifieke doelgroepen wonen langer thuis en maken langer gebruik van reguliere zorg van de eigen huisarts, tandarts en apotheek. In deze herziene en geactualiseerde druk zijn het aantal praktijkvoorbeelden en het aantal toetsvragen (digitaal beschikbaar) flink uitgebreid. Daarnaast zijn leerdoelen en een begrippenlijst toegevoegd.

Auteur Marieke van der Burgt was jarenlang docent aan het MBO gezondheidszorgonderwijs. Auteur Wendy Spijkers is tandarts en werkzaam met bijzondere patiëntengroepen in Bilthoven en Zwammerdam.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Specifieke doelgroepen

Samenvatting
Assistenten hebben te maken met heel verschillende mensen. Tussen die mensen bestaan ook overeenkomsten. Wanneer mensen met een aantal dezelfde kenmerken extra aandacht van een zorgprofessional nodig hebben, vormen zij een specifieke doelgroep in de zorg. Extra aandacht kan nodig zijn vanwege specifieke gezondheidsproblemen of vanwege de communicatie. Dat iemand tot een specifieke doelgroep behoort, betekent niet per se dat hij ook anders benaderd en behandeld moet worden. Kennis van specifieke doelgroepen helpt assistenten patiënten sneller en beter te begrijpen. Daardoor kunnen ze die patiënten beter helpen en kunnen ze beter met lastige situaties in de praktijk omgaan. Dit boek biedt achtergrondkennis en praktische handvatten voor het omgaan met specifieke doelgroepen.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

2. Contact

Samenvatting
In contact met patiënten uit specifieke doelgroepen houdt de assistent rekening met de specifieke kenmerken van de doelgroep. De assistent maakt daarbij gebruik van handvatten, zoals de gespreksstructuur en de voorlichtingspijl. De assistent maakt contact, bespreekt de reden voor het contact en stelt samen met de patiënt de ‘gespreksagenda’ op. Daarna bespreekt de assistent de onderwerpen van de agenda en voert eventuele handelingen uit. Evaluatie en zorgvuldige afronding vergroten de tevredenheid van de patiënt en de kans dat deze de informatie of het advies oppakt. De assistent hanteert de voorlichtingspijl en de tell-show-feel-do-methode. De voorlichtingspijl bevat de stappen naar gedragsverandering: openstaan – begrijpen – willen – kunnen – doen – blijven doen. Vaak vraagt de stap ʻwillenʼ veel aandacht. Deze stap is van belang voor de eigen regie van de patiënt.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

3. Gezondheidsvaardigheden en eigen regie

Samenvatting
Mensen kunnen zelf veel doen aan hun gezondheid. Daar zijn gezondheidsvaardigheden voor nodig. Die zijn ook nodig voor eigen regie of zelfmanagement. Tot gezondheidsvaardigheden behoren informatie verzamelen, begrijpen en toepassen op de eigen situatie, mogelijkheden afwegen en keuzes maken. Lezen en schrijven zijn daarvoor belangrijk. Eigen regie of zelfmanagement houdt in dat de patiënt zijn leven en zijn zorg zo organiseert dat die bij hem en zijn behoeften passen. Eigen regie vergroot op die manier de kwaliteit van leven. Niet iedereen wil overigens volledig zelf de regie voeren. Eigen regie van de patiënt houdt ook in dat zorgverleners geen beslissingen nemen voor de patiënt maar samen met de patiënt. Belangrijk bij de ondersteuning van eigen regie is de patiënt probleemoplossende vaardigheden te leren. Alleen voorlichting geven en kennis aanreiken zijn niet voldoende. Bovendien moet je als team samenwerken bij het ondersteunen van eigen regie.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

4. Mensen die moeite hebben informatie te begrijpen

Samenvatting
Assistenten komen in hun praktijk mensen tegen die moeite hebben met het begrijpen van gezondheidsinformatie. Een deel van deze mensen is laaggeletterd: zij hebben moeite met lezen en schrijven. Laaggeletterden hebben een laag opleidingsniveau en beperkte gezondheidsvaardigheden. Een derde van deze groep heeft een migratieachtergrond. Laaggeletterden kunnen moeilijk informatie over hun gezondheid vinden, begrijpen en toepassen. Ze hebben moeite om hun situatie en hun zorgvraag goed te verwoorden. Dat maakt ze kwetsbaar. Ze kunnen instructies minder goed opvolgen en minder weloverwogen keuzes maken en eigen regie voeren. Laaggeletterden hebben meer gezondheidsproblemen, gebruiken meer medicijnen en doen minder mee aan preventieprogramma’s. Als assistent ben je alert op signalen van laaggeletterdheid, zodat je je communicatie kunt afstemmen op de patiënt. De tell-show-(feel)-do-methode is geschikt om stapsgewijs informatie te geven. Visuele ondersteuning is zeer bruikbaar bij voorlichting. Extra ondersteuning bij de eigen regie is wenselijk. Met een screeningsinstrument kan de toegankelijkheid van de praktijk voor laaggeletterden beoordeeld worden.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

5. Mensen met een migratieachtergrond

Samenvatting
Mensen met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond vormen een specifieke doelgroep. Een deel van hen, vooral leden van de eerste en tweede generatie niet-westerse migranten, is laaggeletterd. De stress van het leven in een vreemd land beïnvloedt de gezondheid, net als een lage sociaal-economische status en een beperkte beheersing van de Nederlandse taal. Laagopgeleiden hebben vaak een beperkte kennis van het menselijk lichaam en de gezondheidszorg en dikwijls andere opvattingen over gezondheid, ziekte. Mensen met een migratieachtergrond hebben een slechtere gezondheid dan autochtonen. Hypertensie en diabetes komen bij bepaalde groepen meer voor. Voor asielzoekers en vluchtelingen is de situatie tijdens de asielprocedure stressvol. Huisartsenzorg voor asielzoekers is landelijk geregeld via het Gezondheidscentrum Asielzoekers. Een assistent past de communicatie aan als de patiënt moeite heeft met de Nederlandse taal en is alert op specifieke gezondheidsproblemen.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

6. Zwangeren

Samenvatting
Zwangere patiënten vormen een specifieke doelgroep voor assisterenden. Het aantal zwangeren met complexe medische en sociale problematiek stijgt. Medische factoren, omgevingsfactoren en leefstijlfactoren (gewicht, roken, vitaminegebruik, middelengebruik) hebben invloed op conceptie, zwangerschap en bevalling. Of een ongeboren kind schade oploopt door (genees)middelengebruik door de zwangere hangt af van het moment van gebruik, de dosis en de gebruiksduur en de eigenschappen en toedieningsvorm van het middel. Tijdens de zwangerschap is de kans op tandvleesproblemen en cariës verhoogd. Tandartsassistenten geven daarom informatie over het belang van goede mondzorg. Alleen als uitstel niet gewenst is, worden tijdens de zwangerschap röntgenfoto’s gemaakt en wordt een verdoving gegeven. Wanneer een zwangere de praktijk belt voor een afspraak of advies, houdt de praktijkassistent rekening met (ongerustheid over) de zwangerschap. Apothekersassistenten controleren bij een recept van een zwangere of het middel tijdens de zwangerschap gebruikt mag worden.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

7. Kinderen en jongeren

Samenvatting
Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Alleen al daarom vormen ze een specifieke doelgroep voor assisterenden. Veel leefstijlfactoren zijn van invloed op de gezondheid van kinderen en jongeren. Kinderen van ouders met een migratieachtergrond scoren gemiddeld slechter voor mondgezondheid dan autochtone kinderen. Tijdens de controle en behandeling van een kind zorgt de assistent voor duidelijkheid en veiligheid. Praktijkassistenten wegen bij triage de ongerustheid van ouders mee. In de apotheek vraagt medicatie voor kinderen extra aandacht (dosering, toedieningsvorm). Voor een kind of een volwassene met een autismespectrumstoornis is een vaste procedure bij dokters- en tandartsbezoeken belangrijk. Bij tieners vragen mondzorg en gebruik van medicatie extra aandacht doordat zij soms andere prioriteiten stellen. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt vanaf welke leeftijd een kind mag meebeslissen dan wel zelfstandig mag beslissen over zijn behandeling.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

8. Mensen met een verstandelijke beperking

Samenvatting
Assistenten krijgen steeds meer te maken met patiënten met een verstandelijke beperking, omdat deze steeds vaker thuis of begeleid wonen. Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak gezondheidsproblemen zoals reflux, gehoor- en visusproblemen, obstipatie, epilepsie en spasticiteit, psychiatrische stoornissen en overgewicht. In de mondzorg komen veel cariës en tandvleesproblemen voor door slik- en kauwproblemen, reflux, minder goede mondverzorging en geneesmiddelengebruik. Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak moeite met ordenen en begrijpen van informatie en zijn vaak beperkt sociaal zelfredzaam. Bij behandeling is het van belang de ouders of verzorgers van de patiënt als partner in de zorg te zien. Voorspelbaarheid en veiligheid in de behandeling geven de patiënt het gevoel van controle (regie). Huisartsen kunnen voor consultatie en advies terecht bij een arts verstandelijk gehandicapten (AVG). Voor onvrijwillige zorg en vrijheidsbeperkende maatregelen bij wilsonbekwame mensen met een verstandelijke beperking geldt sinds 2020 de Wet zorg en dwang.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

9. Ouderen, chronisch zieken en mensen met lichamelijke beperkingen

Samenvatting
Assistenten zien een steeds grotere patiëntengroep ouderen en chronisch zieken met hun specifieke behoeften. Bij 11 % van de deze groep zijn er meerdere ziekten. Ziekten kunnen leiden tot beperkingen in het functioneren. Zorgverleners zijn alert op kwetsbaarheid van ouderen en op geriatrische syndromen. Kwetsbaarheid is een proces waarbij lichamelijke, psychische en sociale tekorten in het functioneren zich opstapelen. Geriatrische syndromen worden door meerdere factoren veroorzaakt: mobiliteitsproblemen en vallen, continentieproblemen, geheugenproblemen, delier en somberheid. Bij ouderen komt veel polyfarmacie voor, met een grote kans op bijwerkingen en interacties. De mondgezondheid neemt af bij een toenemende kwetsbaarheid en leeftijd, zeker in verpleeghuizen. Chronische ziekten hebben invloed op de mondgezondheid door de ziekte of behandeling en door minder goede mondzorg. Ongunstige leefstijlfactoren zijn alcoholgebruik, overgewicht en een ongunstig voedingspatroon. De eigen regie vraagt bij het ouder worden extra ondersteuning.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

10. Dementerenden

Samenvatting
Dementerenden vormen een van de specifieke doelgroepen voor assisterenden. Hun aantal neemt toe, ook onder mensen met een migratieachtergrond en mensen met een verstandelijke beperking. De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende oorzaak van dementie. Kenmerkend voor dementie is de combinatie van een geheugenstoornis met andere cognitieve stoornissen die het functioneren in het dagelijks leven en het sociaal functioneren steeds meer belemmert. Dementerenden zijn kwetsbaar doordat zij hun klachten minder goed kunnen beoordelen en verwoorden. Naarmate de dementie vordert, nemen de mogelijkheden voor eigen regie af. Ook ontstaan er meer problemen met de mondzorg. De beginfase van dementie herkennen is niet gemakkelijk. Bij mensen met een migratieachtergrond en bij mensen met een verstandelijke beperking is dat nog moeilijker. Symptomen van dementie worden vaak aan veroudering of stress toegeschreven. Voor dementerenden zijn rust en veiligheid tijdens de behandeling extra belangrijk.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

11. Mensen met een gehoorbeperking

Samenvatting
De assisterende heeft steeds meer te maken met patiënten met een gehoorbeperking. Die groep bestaat vooral uit ouderen en mensen met een verstandelijke beperking. Zij hebben met name last van waarnemings- of perceptieslechthorendheid. Het grootste probleem van slechthorenden is dat ze moeite hebben om anderen te verstaan. Een gesprek voeren wanneer er ook andere geluiden zijn, lukt dan vaak niet. Slechthorenden zijn sterk afhankelijk van visuele informatie, zoals lichaamstaal, maar die kan gemakkelijk verkeerd worden begrepen. Slechthorendheid kan invloed hebben op het sociaal en psychisch functioneren. Lang niet alle beperkingen zijn met hoorhulpmiddelen op te lossen. Sociaal functioneren vraagt daardoor veel energie. Voor assistenten is het van belang om bij ouderen en mensen met een verstandelijke beperking extra alert te zijn op slechthorendheid. In gesprek met iemand met een gehoorbeperking is het belangrijk hem aan te kijken, goed en zichtbaar te articuleren en het gesprek te structureren.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

12. Mensen met een visuele beperking

Samenvatting
Mensen met visuele beperkingen vormen een specifieke doelgroep die extra aandacht van de assisterende vraagt. Het betreft vooral ouderen en mensen met een verstandelijke beperking. De beperkingen variëren van onscherp zien tot een beperkt gezichtsveld en blindheid. Slechtziendheid maakt lezen, televisiekijken en het gebruik van een computer moeilijker. Ook mondelinge communicatie kan moeilijker zijn, zeker wanneer er meer dan twee mensen aanwezig zijn. Dagelijkse activiteiten kosten mensen die slecht horen én slecht zien veel energie. De assistent is alert op slechtziendheid en stemt haar communicatie af op de slechtziende. Zij begroet de patiënt met zijn naam en vertelt wie zij is. Ook zorgt zij voor een veilige ruimte waarin slechtzienden geen gevaar lopen of onnodig ongemak ervaren. Tijdens een behandeling vertelt de assistent telkens vooraf welke handeling zij gaat uitvoeren. Zij geeft daarbij duidelijk aan op welke plaatsen voorwerpen staan.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

13. Mensen met geestelijke gezondheidsproblemen

Samenvatting
Een specifieke doelgroep voor assisterenden bestaat uit mensen met geestelijke gezondheidsproblemen. Er bestaan allerlei psychische stoornissen, elk met verschillende symptomen en gevolgen voor het functioneren. Angst- en stemmingsstoornissen zoals een depressie komen veel voor. Ernstige psychiatrische aandoeningen kunnen het leven van de patiënt ernstig ontwrichten. Mensen met geestelijke gezondheidsproblemen hebben vaak ook andere gezondheidsproblemen, hebben beperkte gezondheidsvaardigheden en leven korter. Patiënten met een borderlinepersoonlijkheidsstoornis hebben weinig controle over hun emoties en ervaren daardoor veel crisissituaties. Ze zoeken vaak hulp van zorgverleners en kunnen dan claimend gedrag vertonen. Problematisch middelengebruik heeft invloed op het sociaal functioneren en op de gezondheid. Verslaving gaat vaak samen met andere psychiatrische ziektebeelden. De psychische aandoening en de ernst ervan bepalen in welke mate patiënten eigen regie kunnen voeren. De GGZ kent drie niveaus: huisartsenzorg, generalistische basis-GGZ en gespecialiseerde GGZ. De Wet verplichte ggz beschrijft regels voor vrijheidsbeperkende maatregelen bij mensen met psychiatrische problematiek.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

14. Dak- en thuislozen

Samenvatting
Dak- en thuislozen vormen een doelgroep met specifieke aandachtspunten voor de assisterenden. Thuislozen zijn mensen die een postadres hebben of een adres waar ze een deel van de tijd verblijven. Mensen die zo’n adres niet hebben, worden daklozen genoemd. De meeste daklozen zijn alleenstaande mannen. Een relatief groot deel heeft een verstandelijke beperking, een psychiatrische stoornis of een combinatie daarvan. Daarnaast hebben ze vaak andere gezondheidsproblemen, zoals verslaving, infectieziekten, COPD, maag- en darmklachten, huidklachten, voetproblemen en veel tandvlees- en gebitsproblemen. De helft van de daklozen heeft geen zorgverzekering. Veel daklozen kunnen moeilijk huisartsenzorg en nog moeilijker mondzorg krijgen. In enkele steden zijn straatdokterprojecten opgezet die huisartsenzorg bieden aan daklozen. Soms doen daaraan ook tandartsen mee. Houd bij daklozen rekening met hun leefsituatie, die het moeilijk maakt om op tijd te komen, het gebit goed te verzorgen, gezond te eten en medicijnen in te nemen.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

15. Mensen zonder geldige verblijfsdocumenten

Samenvatting
Vooral in grote steden hebben assisterenden patiënten zonder geldige verblijfsdocumenten (ongedocumenteerden): arbeidsmigranten zonder verblijfsvergunning en asielzoekers die wachten op de uitslag van een nieuwe aanvraag. Zij zijn onverzekerd en ook onverzekerbaar. Hun leefsituatie veroorzaakt veel stress en daardoor vaak gezondheidsproblemen. Omdat ze de rekeningen zelf moeten betalen, stellen ze het bezoek aan een huisarts of tandarts vaak uit. Zorgverleners in Nederland zijn verplicht om (basis)zorg te verlenen. Huisartsenzorg, verloskundige zorg, kraamzorg en acute zorg in ziekenhuizen zijn direct toegankelijk. Zorgverleners kunnen een vergoeding krijgen voor verleende zorg die niet is betaald. Alle zorgverleners hebben een geheimhoudingsplicht. Een ongedocumenteerde patiënt moet weten dat hij recht heeft op basiszorg, maar dat hij de kosten zelf moet betalen. Bij adviezen houdt de assistent rekening met de onzekere en stressvolle leefsituatie van de patiënt.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

16. Mensen die palliatieve of terminale zorg ontvangen

Samenvatting
Palliatieve zorg gaat over kwaliteit van leven voor mensen met een levensbedreigende aandoening die geen perspectief hebben op herstel. Een deel van hen is in de terminale fase. Bij mensen met een chronische ziekte is er niet altijd een scherpe grens tussen de curatieve en de palliatieve fase. In de palliatieve fase en de terminale fase kan soms een deel van de medicatie worden gestopt, bijvoorbeeld cholesterolverlagers. Door anticiperend beleid kunnen veel hinderlijke en ernstige klachten worden voorkomen of snel en adequaat worden behandeld, ook als ze optreden in ANW-uren. Veelgebruikte middelen zijn pijnstillers, waaronder opioïden, laxeermiddelen en slaap- en kalmeringsmiddelen. Goede voorlichting over opioïden is belangrijk. Palliatieve zorg aan migranten, dementerenden, mensen met een psychiatrische stoornis en mensen met een verstandelijke beperking vraagt extra aandacht. Palliatieve sedatie wordt toegepast om ernstige symptomen te bestrijden die niet op een andere manier behandelbaar zijn (refractaire symptomen). Doel is het verlichten van lijden. Palliatieve sedatie is normaal medisch handelen, waarvoor een KNMG-richtlijn bestaat. Euthanasie is het op verzoek levensbeëindigend handelen. Wanneer de arts niet handelt volgens de zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet kan hij strafrechtelijk worden vervolgd.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

17. Angst, boosheid, agressie en claimend gedrag

Samenvatting
Assisterenden hebben regelmatig te maken met patiënten met angstig, boos of agressief en claimend gedrag. Om de situatie in goede banen te leiden, is het herkennen van deze emoties en dit gedrag nodig naast kennis van het proces dat eraan voorafgaat en kennis van een effectieve aanpak. Angst komt voor als opzichzelfstaande emotie en als onderdeel van een paniekstoornis. De assistent bespreekt de angst en biedt de patiënt veiligheid en controle. Boosheid en agressie zijn verschillende dingen. Boosheid is een emotie en agressie is gedrag. Boosheid vraagt om erkenning en de intentie het probleem op te lossen. Soms is boosheid te voorkomen door een goede praktijkorganisatie en communicatie. Er zijn drie soorten agressie, die elk een eigen aanpak vragen: frustratieagressie, instrumentele agressie en explosieve (pathologische) agressie. Claimend gedrag komt voort uit een behoefte aan zekerheid en uit de persoonlijkheid. Erkenning van de vraag, begrip en betrokkenheid zijn essentieel in de aanpak.
Marieke van der Burgt, Wendy Spijkers

Nawerk

Meer informatie