Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt zorgprofessionals in de acute en intensieve zorg bij het interpreteren van hartritmes. Op een systematische manier wordt de theorie en praktijk van hartritme- en geleidingsstoornissen behandeld. Het boek richt zich op verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, arts- en co-assistenten.

Ritme- en geleidingstoornissen begint met een hoofdstuk over de elektrofysiologie van het hart. Hier leest u over het ontstaan van ritme- en geleidingsstoornissen. Vervolgens leest u over de verschillende stoornissen. Hierbij is de theorie de basis. Deze wordt gevolgd door de oorzaken van de betreffende stoornis, de hemodynamische gevolgen, eventuele klachten van de patiënt en de therapie op basis van de laatste behandelinzichten. Daarnaast zijn alle stoornissen steeds voorzien van minimaal één voorbeeldritmestrook. Elk hoofdstuk heeft een samenvatting én de kenmerken van iedere ritme- geleidingsstoornis worden na elke paragraaf kort samengevat.

In het laatste deel van deze geactualiseerde versie van dit boek staan 125 oefenritmestroken. Deze zijn op ware grootte afgebeeld en voorzien van een analyse. De meegeleverde ECG-liniaal is een handig hulpmiddel bij het analyseren van de oefenstroken.

Mark van den Boogaard is een gespecialiseerd verpleegkundige met veel ervaring op de hartbewaking en intensive care. Ook heeft hij lange tijd lesgegeven in ritme- en geleidingsstoornissen op verschillende opleidingen. Momenteel werkt hij als senior onderzoeker op de intensive care van het Radboudumc in Nijmegen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Grondbeginselen

Samenvatting
Als je de elektrofysiologie van het hart en de verschillende mechanisme die ten grondslag liggen aan de ritmestoornissen kent, dan begrijp je beter hoe bepaalde ritmestoornissen ontstaan, maar ook hoe en waarom ze behandeld moeten worden. In dit hoofdstuk wordt eerst uitgelegd hoe de elektrofysiologie van het hart werkt, gevolgd door de verschillende elektrofysiologische mechanismen zoals abnormale automatie, getriggerde activiteit en re-entry. Het hoofdstuk sluit af met een handreiking die duidelijk maakt hoe je een ritmestrook kunt beoordelen. Dit hoofdstuk is essentieel als je meer wilt begrijpen van ritmestoornissen.
Mark van den Boogaard

2. Ritmes uit de sinusknoop

Samenvatting
Na een korte omschrijving van de elektrofysiologische kenmerken van het sinusale ritme komen in dit hoofdstuk de kenmerken van het sinusritme aan de orde, het basale hartritme zoals we dit kennen bij de meeste gezonde mensen. Hierna volgen de fysiologische aanpassingen van het sinusritme; sinusbradycardie en de sinustachycardie met de pathologie ervan. Vervolgens bespreken we de ‘elektrische’ pauzes zoals we die kunnen tegenkomen bij sinusale ritmes: (sinusaritmie), sinusarrest en SA-block.
Mark van den Boogaard

3. Ritmes uit het atrium

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de verschillende ritmes afkomstig uit het atrium behandeld. We bespreken eerst het atriale ritme en daarna het multiforme atriale ritme (niet te verwarren met atrium fibrilleren), de veelvoorkomende prematuur atriale complexen (PAC’s) en de niet gevolgde prematuur atriale complexen (non-conducted P-waves), gevolgd door de tachycardiëen afkomstig uit het atrium: de atriale tachycardie, de atriumflutter en de meest bekende, het atriumfibrilleren. Alle ritmes worden eerst kort ingeleid, waarna oorzaken, hemodynamische gevolgen en de therapie aan de orde komen.
Mark van den Boogaard

4. Ritmes uit de AV-junction

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden eerst de AV-junctional ritmestoornissen behandeld (AV-junctional escape ritme, premature AV-junctional complex en de AV-junctional tachycardie) met ieder weer de bekende indeling van oorzaken, hemodynamische gevolgen en de therapie van de betreffende ritmestoornis. Het hoofdstuk sluit af met twee aparte onderdelen: de supraventriculaire tachycardie, waarvan het AV-junctional een belangrijk onderdeel is, en de bestudering van de CVD-curve en in het bijzonder de A-top. Deze laatste kan soms verhoogd zijn en noemen we dan cannon-A-wave. De CVD-curve kan een zeer goed hulpmiddel zijn bij de diagnostiek van ritmestoornissen en vooral bij de AV-junctional ritmestoornissen.
Mark van den Boogaard

5. Ritmes uit het ventrikel

Samenvatting
De gevolgen van de verschillende ventriculaire ritmestoornissen op de hemodynamiek kunnen enorm zijn. Het ventriculair escape ritme, dat optreedt als vorige pacemakers het (even) laten afweten, kan levensbedreigend zijn. Premature ventriculaire complexen kunnen de voorloper zijn van groter onheil afkomstig vanuit de ventrikels, zoals een ventriculaire tachycardie, ventrikelflutter of ventrikelfibrilleren. Bij deze ritmestoornissen kan de hemodynamiek ernstig gecompromitteerd zijn, waardoor een snelle en accurate behandeling essentieel is. Er zijn vele oorzaken aan te wijzen van deze ritmestoornissen, die alle aan bod komen in dit ‘levensgevaarlijke’ hoofdstuk.
Mark van den Boogaard

6. Atrioventriculaire geleidingsstoornissen

Samenvatting
In dit hoofdstuk staan de geleidingstoornissen van de AV-knoop centraal. Hierbij wordt een indeling gemaakt in de partiële AV-block types: eerstegraads AV-block, tweedegraads AV-block met de vier subtypes type I, type II, het 2:1 en voortgeschreven AV-block. Het hoofdstuk sluit af met een bespreking van het totale (3e graads) AV-block. Waar mogelijk of noodzakelijk wordt ook de oude terminologie genoemd, zoals Wenckebach AV-block en Möbits type AV-block. Ook hier worden de hemodynamische gevolgen en de passende therapie benoemd en is steeds een ritmestrook opgenomen ter verduidelijking.
Mark van den Boogaard

7. Sick-sinus syndroom

Samenvatting
In dit relatief korte hoofdstuk gericht op sick-sinus syndroom, ook wel sinusknoopdisfunctie genoemd, wordt ingegaan op de drie manifestaties van het sick-sinus syndroom; bradytachycardiesyndroom, tachybradysyndroom en de chronotope incompetentie, die elk een aparte behandeling behoeven.
Mark van den Boogaard

8. Atrioventriculaire dissociatie

Samenvatting
Het ontbreken van een elektrische samenwerking tussen de atria en de ventrikels noemen we een AV-dissociatie. Deze wordt in dit hoofdstuk behandeld. Een AV-dissociatie is geen aparte ritme- of geleidingsstoornis, maar altijd een uitingsvorm van een onderliggend mechanisme. De drie verschillende vormen complete en incomplete AV-dissociatie en de isoritmische of interferentie AV-dissociatie worden in dit hoofdstuk afzonderlijk behandeld. De bij de incomplete AV-dissociatie genoemde capture en fusion beats kunnen zeer behulpzaam zijn bij de diagnostiek van andere ritmestoornissen. De behandeling komt aan bod bij de betreffende onderliggende mechanismen.
Mark van den Boogaard

9. Intraventriculaire geleidingsstoornissen

Samenvatting
De manifestatie van een intraventriculaire geleidingsstoornis is altijd een verbreed QRS-complex dat verschillende oorzaken kan hebben. Deze kunnen niet altijd op een ritmestrook worden vastgesteld en een twaalfafleidingen-ECG is hierbij noodzakelijk. Hoewel dit geen ECG-boek is, wordt deze geleidingsstoornis hier apart behandeld vanwege de verschillende klinische manifestaties ervan. Het betreft hier altijd een bundeltakblock die langdurig of zelfs permanent aanwezig is, de zogenoemde organische intraventriculaire geleidingsstoornis en de tijdelijke frequentie afhankelijke intraventriculaire geleidingsstoornis; aberrantie. De verschillende vormen komen in dit hoofdstuk aan bod.
Mark van den Boogaard

10. Pacemakerritme

Samenvatting
Nadat de verschillende fysiologische pacemakers aan bod zijn geweest bij de verschillende ritmes en ritmestoornissen in de vorige hoofdstukken, staat in dit hoofdstuk het artificiële pacemakerritme centraal (het ritme dat wordt veroorzaakt door een kunstmatige pacemaker). Hierbij wordt niet ingegaan op de verschillende types pacemakers die er zijn, maar op de typische kenmerken van pacemakerritmes die te zien zijn op de scope of de ritmestrook. Naast de kenmerken van atriale, ventriculaire en dual pacemakerritmes komen ook een paar technische problemen aan bod die we kunnen waarnemen op de scope of de ritmestrook. Dit betreft malpacing en malsensing (over- en undersensing), maar ook de hysteresisfunctie die sommige pacemakers hebben. Omdat een pacemaker al een therapie is, wordt in dit hoofdstuk alleen nog ingegaan op de hemodynamische gevolgen die een pacemakerritme soms kan hebben.
Mark van den Boogaard

11. Parasystolie

Samenvatting
In dit korte hoofdstuk wordt ingegaan op de zeldzame stoornis parasystolie. Als je al meer ervaring hebt met ritmestoornissen en het bekijken van hartritmes op de monitor, kan het zijn dat je dit fenomeen al eerder hebt gezien. Maar om te bewijzen dat er tegelijkertijd twee ritmes actief zijn, heb je meestal een lange ritmestrook nodig. In dit hoofdstuk worden alleen de kenmerken van parasystolie besproken en in die zin wijkt dit hoofdstuk dus af van de andere hoofdstukken.
Mark van den Boogaard

12. Pre-excitatiesyndromen

Samenvatting
In dit bijzondere hoofdstuk bespreken we het WPW-patroon en -syndroom, waarbij sprake is van een ‘omzeiling’ van het normale geleidingssysteem. Er zijn meerdere extra geleidingsbundels, maar het meest bekend is de Kentse bundel die hoort bij het WPW-syndroom. Naast uitleg over de anatomie en fysiologie van deze extra bundels en de typische kenmerken op het ECG wordt hierna ingegaan op de behandeling. Ook komt een minder vaak voorkomend pre-excitatiesyndroom aan de orde: verkort PQ-interval, normaal QRS-complex-patroon en -syndroom.
Mark van den Boogaard

Nawerk

Meer informatie